Ethiopie 5

Gisteravond was er nog iets te doen rondom een millennium miss-verkiezing (je weet nog wel het is hier net 2000). Het was een komen en gaan, over het algemeen mooie, lange, dunne meiden. Na 2 blote kerels voor Diana, was Rob nu aan de beurt en het was nog lang onrustig in het hotel......
Vanochtend hebben we ruim een half uur zitten wachten op onze jeep, pas om 8:00 uur waren ze er. Het gezelschap zou worden uitgebreid met Abel onze gids voor het zuiden en we hoopte maar dat dit geen regel zou worden met hem. Abel is een relatief jonge gozer met dreadlocks.
Door het drukke verkeer duurt het tot 9:00 uur voordat we Addis achter ons laten.We zien al snel dat we een heel andere wereld binnen rijden. Niet meer het groen, bergachtige zoals in het noorden, maar vlak en droog met grote velden tif, de belangrijkste grondstof voor injera, die geoogst wordt.

Onderweg stoppen we bij een paar kratermeren en zien daar pelikanen, maribu, ibissen en andere watervogels. We merken goed dat er een gids aan boord is; elke boom, vogel en plant hebben ineens een naam en we worden bijgepraat over de toekomst van Ethiopië, exportproducten en het verband tussen Ethiopië, rasta en Jamaica.
's Middags bezoeken we het Abiata-Shalla national park. Bij de twee meren Shalla en Abiata zien we flamingo's en in de rest van het national park zien we nog veel meer vogels die we nu dankzij Abel kunnen benoemen.
's Avonds slapen we in een afgelegen lodge aan het Langanomeer. Vlak voor de afslag naar de lodge ligt een doodgereden wrattenzwijn, waar een hele groep gieren omheen zit een hapje te eten. We merken dat we zelf ook trek hebben gekregen.
Voor het eerst voelen we ons bij deze lodge een beetje uitgebuit als we wat drinken bestellen, maar voor Nederlandse begrippen is het nog steeds spotgoedkoop.
We lopen nog even over het strand van Lago langano en vragen ons af of Lago Maggiore net zoiets zal zijn. We zullen het volgend jaar weten.

We worden heerlijk uitgeslapen wakker op ons prinsessenbed met klamboe. En als de auto-piet en de rasta-piet net voor 7:30 uur aankomen staan wij al klaar voor vertrek.
Als we een paar minuten onderweg zijn kijken we nog één keer over onze schouder en zien de 3 meren Shalla, Abiata en Langano in de verte verdwijnen.
De eerste grote plaats waar we doorheen rijden is Shashemene en hier moeten de 4 jerrycans die op het dak van de jeep staan weer worden bijgevuld met benzine. In het zuiden zijn de tankstations blijkbaar schaars dus moet je wat voorzorg nemen.
Net voor Shashemene woont de rastagemeenschap van Ethiopië. Dit zijn over het algemeen uit de Cariben teruggekeerde rasta's die hier, in het land van de voorvaderen grond kunnen krijgen. Het aantal Bob Marley klonen dat wij zien valt wat tegen, maar dat komt waarschijnlijk dat wij hier te vroeg passeren.
Het is een echte reisdag waarin behoorlijk wat kilometers gemaakt moeten worden. We lunchen in Sodo bij een hotel van dezelfde keten waar we afgelopen nacht geslapen hebben. Ook hier wat chagrijnige bediening; is zeker een functie-eis. Bovendien moeten we 3 kwartier op ons bordje rijst met spaghettisaus (?) wachten.
Na de lunch ging de rit verder richting Arba Minch. De verschillen met het noorden zijn enorm. Hier heb je echt het gevoel dat je in een Afrikaans land reist, terwijl de omgeving in het noorden ook uit de Himalaya had kunnen komen.
Onderweg krijgen we nog uitleg over de bewegwijzering naar eetgelegenheden en bars. Wanneer je een etensbord op een houten stok ziet staan is daar een restaurant te vinden. Een kopje op een stok betekent dat er achter de bosjes een drinkgelegenheid is en wanneer het een geel kopje is dan hebben ze het locale honingbier.

Aan het eind van de middag bezoeken we Chencha, een dorze dorpje. We hebben geluk dat het vandaag marktdag is en lopen er even rond. Daarna een rondleiding bij een origineel dorze-hutje. In de vorm van een olifantenkop (close-up) en zo'n 8 meter hoog zien ze er indrukwekkend uit. Wel een beetje een openluchtmuseum gevoel, maar leuk om gezien te hebben.
Hier kopen we ook ons 1e souvenier: een uitgehold kalebasje dat hier als beker gebruikt wordt.
Rond 17:30 uur arriveren we bij ons hotel waar we 2 nachten zullen slapen.
's Avonds eten we hier ook en het is net een Nederlandse enclave. Koning Aap, Shoestring en Koning Aap (Belgie) slapen ook in dit hotel. Bij de shoestring groep, die we al vaker ontmoet hebben was er enige spanning merkbaar, en bovendien was hun gids inmiddels vervangen. dit laatste verbaast ons niets want in Bahir Dar hadden wij al in de gaten dat deze man niet spoorde. Wat heerlijk toch om saampjes te reizen.

Het Nechsar National park ligt om de hoek dus we stappen pas om 8:15 uur in de jeep. Eerst even tickets halen en dan rijden we al snel in dit national park dat met geld van een Nederlandse investeringsmaatschappij is opgezet.
We moeten al snel het eerste wild ontwijken, bavianen, eekhoorn en dik-dik's (niet te verwarren met Dickie Dik) en de beruchte tsee-tsee vlieg (zie ook Suske en Wiske en de Schone Slaper) die met enige regelmaat onze jeep binnenvloog. Hoewel in Ethiopië de tsee-tsee niet de gevreesde slaapziekte overbrengt (zeggen ze) geeft het ons wel een mooi excuus als we straks tijdens één of ander overleg zitten in te dutten.
Deze grote vlieg is overigens niet met een gemiddelde vliegenmepper van de Blokker te pletten. Hij heeft een veel harder skelet dan de gemiddelde strontvlieg en je hebt dus meer aan een goede klauwhamer.
Het paadje waar we over rijden is nog veel slechter dan de slechtste weg to zover maar gelukkig hebben we allebei een shockabsorber en je moet hier niet te snel gaan want anders mis je misschien wat.
Een uurtje verderop komen we op de savannes waaraan zijn park zijn naam dankt: Nech Sar = witte gras.
Hier zien we ook zebra's, antiloppes, duku's, zebra's, de grootste vliegende vogel waarvan ons de naam even ontschoten is, zebra's en nog een paar zebra's. Het is een prachtige omgeving gelegen aan het Chamomeer en het Abayameer, het grootste meer van de riftvallei dat we gisterenmiddag al links hebben zien liggen.
Rond 13:30 lunchen we in een concurrerend hotel in het centrum van Arba Minch.Eigenlijk veel beter dan zo'n afgelegen lodge, hier heb je alles bij de hand, internetcafé, winkels en een heerlijk terrasje om te eten.
Aan het eind van de middag gaan we onze tweede boottocht van de vakantie maken. Dit keer niet op zoek naar kloosters en priester maar krokodillen en nijlpaarden. We lichten om 15:00 uur eerst de bootsman van zijn bed en gaan dan op weg naar het Chamomeer. Over dezelfde weg (onverharde) weg als morgen naar Konso zijn we in een kwartiertje bij het water. Er wordt een oude boot uit het riet getoverd, er komt ergens een motor vandaan en we zijn gereed. Nadat de motor 3 x is afgeslagen lijken we bij de 4e keer echt te gaan varen. Voor we het weten krijgen we de eerste nijlpaarden in het vizier. Een stuk of 4 die hun kop net boven het water tillen. Het lijken zo van die lieve beestjes, maar met meer dan 1000 kg. kunnen ze een verpletterende indruk achterlaten. Een stukje verder varen komen we bij een klein eilandje waar we een paar joekels van krokodillen in de zon zien liggen, vet geworden van de vele vis die in dit meer voorkomt. De bootsman houdt een respectabele afstand met deze dikzakken.
We varen nog een rondje om dit eilandje en zien overal krokodillen liggen of wegduiken in het water. Op eiland spotten we ook een paar apen, deze mogen wel uitkijken bij het water drinken want ze vormen de ideale éénhaps cracker voor deze krokodillen.
Na het rondje om het eiland varen we terug, onderweg zien we de nijlpaarden nog even boven water komen.
De zon staat al weer een stuk lager en met onze bakkus in de zon en de oogjes toe genieten we nog even van dit boottochtje.
Terug in Arba Minch laten we ons weer afzetten bij de concurrent om daar te gaan eten en toch nog even mails te beantwoorden. We spreken met Yabi en Abel af dat ze ons hier om 20:00 uur weer ophalen zodat we onze spullen kunnen pakken en klaarzetten voor de dag van morgen.

Vandaag een korte etappe van 90 km naar Konso over een onverharde weg tussen de maïsvelden door. Deze regio is bekend vanwege zijn honing en we zien dan ook verschillende bomen waarbij de lokale imker zijn langwerpig gevormde bijenkorven hangt.
Onderweg springen steeds kinderen uit de struiken die dan hun lokale streetdance beginnen uit te voeren in de hoop op een aalmoes.
Rond 11:30 uur arriveren we in Konso waar we de keus hebben uit 2 hotels: een simpele schone en een simpele smerige (allebei alleen koud water). Diana mag kiezen...............
We lunchen bij het hotel waar we niet gaan slapen en spreken met Yabi en Abel af dat we om 16.00 uur naar New York vliegen. Dit betekent wel dat we ons nog bijna 3 uur moeten vermaken en dat valt in deze "wereldplaats" nog helemaal niet mee. Gelukkig komen de twee om 15.30 uur alweer aanrijden.

We rijden naar New York, een rotsformatie die sterk doe denken aan Bryce Canyon in Amerika en ook op dezelfde wijze is ontstaan (water-erosie). Onderweg stoppen we eerst bij een markt waar veel Dorze volk rondloopt. De vrouwen zijn herkenbaar aan hun dubbellaagse rokken met vele kleurtjes. We proberen over de markt te lopen en moeten goed uitkijken dat we nergens op gaan staan. Iedereen zit dicht op elkaar gepakt en we worden gevolgd door een meute jeugd. Verschillende keren merken we dat ze aan willen aanraken; hoe voelt dat witte vlees. De mensen zijn hier erg vriendelijk en hebben blijkbaar nog niet al teveel toeristen gezien.
Hierna springen we weer in de jeep en gaan verder naar New York. Daar aangekomen staan er binnen enkele secondes weer een bootlading kinderen om ons heen, maar zij mogen niet mee met ons naar het uitzichtpunt.
De naam New York is een verbastering van new work. Toen een missionaris hier de boel aan het bekeren was en hij zag deze prachtige rotsformatie schijnt hij iets gezegd te hebben als: "new work for tourism", dit is uiteindelijk verbasterd tot New York.
Onze laatste bestemming vandaag is Machekie, een oorspronkelijk Konso dorp waar ze nog steeds leven als hun voorvaderen. Rondom het dorp is een dikke stenen muur gestapeld en hier binnen heeft elke familie weer een kavel die is afgezet met sprokkelhout en stenen. In het dorp staan een paar gemeenschapshuizen waar alle jongens vanaf hun 12e slapen. Dit wordt gedaan om snel mankracht te kunnen mobiliseren, zoals bij brand of bij een aanval van een vijandige stam.
Na dit bezoekje gaan we terug naar de luxe van ons hotel en bestellen een omelet met brood, het enige wat er op de kaart staat vandaag.
's Avonds in bed huilen we bij de gedachte dat we over een week op Bole ariport zullen staan.

Ethiopie 4

In het programma stond dat het naar Lalibela een lange reisdag zou worden en dat is uitgekomen. We vertrokken om 7:20 uur, het eerste gedeelte ging over asfalt. Na een tweetal uurtjes rijden zijn we even gestopt voor de dagelijkse portie macchiato. Net toe we weer weg wilde rijden riep een agent naar Yabibal en vroeg hem of hij mee mocht rijden naar een ongeluk dat verderop gebeurd was. Een eigen politiewagen had hij blijkbaar nog niet verdiend. Nadat we de agent bij de plek des onheils er uit hadden gegooid, reden we nog even door om om 11:15 uur al weer te stoppen voor de lunch. Volgens Yabi zou er hierna geen restaurant meer komen dus we hadden weinig keus. Even een omeletje naar binnen gewerkt en na de lunch was het ook gelijk raak; rechtsaf de onverharde weg op.

Het lastageberte waar we de hele ochtend al doorheen reden ging gewoon nog even verder, maar omdat we nu over de onverharde weg hobbelde was je je daar meer van bewust.
Overal zagen we kleine ronde hutjes met conische daken van riet langs de weg. Kleine gemeenschapjes van maximaal 15 hutjes. Zo leven ze hier blijkbaar.
Ook vandaag hebben we one polsen weer los kunnen wuiven. Nu weten we een beetje hoe Bea zich moet voelen op prinsjesdag. Als de kinderen onze jeep zien komen rennen ze naar de weg om ons te begroeten, en in een vloeiende beweging draaien ze dan vaak hun handjes om in de hoop iets te krijgen. Zo lijkt het ook wel een beetje de intocht van Sint en witte Piet (zwarte pietjes lopen er al genoeg) alleen zijn we ons strooigoed vergeten.

Na 4 uur asfalt, 4½ uur onverharde weg, een tiental passen van ongeveer 3000 meter en enkele kilo's stofhappen arriveren we in ons hotel in Lalibela. Eerst even een colaatje en een hapje Sheru met rijst.
Als we even later wat rondslenteren om de boel te verkennen komen we het Ierse stel tegen dat ook bij ons op de boot op het Tana meer zat. We praten wat bij en gaan daarna terug naar het hotel om te douchen. 's Avonds nog een hapje eten waarna we als een blok in slaap vallen.
De volgende dag hebben we alle tijd om de rotskerken van Lalibela te bewonderen. Deze in de rots uitgehouwen kerken zijn aan één of meerdere zijden rondom losgemaakt van de rost en liggen als het ware in de rots (de foto's zullen een hoop duidelijk maken).
Omdat het overdag behoorlijk heet wordt zitten we al vroeg aan het ontbijt en gaan we om 8:00 uur op weg. Eerst naar de ticket office en daar worden we pas echt wakker; voor de prijs van de kaartjes en gids kan een gezin naar de Efteling. Tel daarbij nog de extra kosten voor een videocamera van 300 birr(!) en dan kunnen ze met z'n alle ook nog een frietje speciaal nemen. Maar goed we waren hier nu toch...................
Samen met de gids lopen we naar de eerste groep van kerken en wat we al van verre konden zien is van dichtbij nog erger: de steiger met daarop een dak verpest de goede blik op de kerken. Overal waar je staat waar een goede overview verstoord door metalen buizen. Jammer!
De kerken zelf zijn overigens een knap staaltje werk en de gids geeft uitgebreide uitleg van wat er overal mee bedoeld wordt. In de kerken is het erg donker vanwege de kleine raampjes maar dat levert een magische sfeer op. Soms hangen er eeuwenoude schilderijen in de kerken die hier nog een extra dementie aan toe voegen.
Bij elke kerk moet er een priester aan te pas komen om het heilige kruis van de kerk tevoorschijn te toveren. Ze gaan er dan goed voor staan zodat je ze kan fotograferen. Uit voorzorg tegen de flits wordt wel even een donkere zonnebril opgezet.

Na een uitgebreide bezichtiging van de eerste groep kerken gaan we naar de Bet Giorgis. Een korte wandeling brengt ons bij deze kerk waar geen steiger of dak is neergezet. Dit is waarschijnlijk ook de meest bekende kerk en de meest gefotografeerde kerk. De kerk is in de vorm van een kruis uitgehouwen en boven op het dak liggen er als het waren nog een tweetal kruizen op. We moeten even wachten tot de priester terug is van de markt en krijgen hier dan ook extra uitleg.
De priesters zijn populair rondom de kerken. Iedereen wil hun kruis kussen en dan bedoelen we het koperen of houten kruis dat ze altijd bij zich dragen. Elke keer hetzelfde ritueel: een kus op het kruis, het kruis tegen het voorhoofd en nog een kus op het kruis.
We gaan door naar de laatste groep kerken die in het teken staan van hemel en hel. Je moet er een beetje fantasie voor hebben, maar dan ontdek je hetgeen ze hebben willen uitbeelden. Helaas ook hier steigers en daken, maar we leren al aardig om het ijzerwerk heen te kijken. Het lijkt een beetje op de Sagrada Familia, ook een prachtig gebouw ondanks de hijskranen en steigers.
Na dit rondje rotskerken met hemelse uitleg gaan we zelf even naar de zaterdagmarkt. Het is een drukke en stoffige markt waar we als toeristen lekker onze gang kunnen gaan. Zal wel anders zijn in Bati.
's Middags gaan we nog een keer terug naar de kerken om in alle rust plaatjes te kunnen schieten.
Wanneer we 's avonds aan het eten zijn bij het hotel worden we aangesproken door een Engels stel dat vraagt of we later die avond meegaan naar een dienst die wordt gehouden bij de grootste kerk. Dit is natuurlijk een buitenkans en we spreken om 21:00 uur af.
Het is een bijzondere belevenis deze dienst, waarbij iedereen in witte gewaden rondloopt. Er wordt gezongen, gepraat en gedanst. Laten we hopen dat het op de video een beetje te zien is want het was er donker.

Zondagochtend gaan we om 7:45 uur op weg naar Kombolcha. Onderweg zien we dat er zelfs kerkdiensten langs de weg gehouden worden waarbij de priester onder een kleurrijke parasol zijn werk doet.
We drinken een bakkie thee in Gashema en als we willen wegrijden komt er weer een agent vragen om een lift.
De omgeving wordt nu echt vlakker, maar de weg tussen Gashema en Woldia roepen we met veel hoorngeschal en tromgeroffel uit tot de slechtste weg van Noord Ethiopië.
Om 13:00 uur lunchen we in Woldia. Yabibal had ons na de lunch asfalt beloofd maar het werd niet het asfalt dat we verwachtten; niet het gladde, op babiebilletjes gelijkende soort, maar een soort waarbij je aan oude mannen/vrouwen denkt: veel putten en gaten en erg veel ongelijkmatigheden.

Na een lange dag rijden arriveren we om 18:30 uur in het Rosa pension. Een korte inspectie van Diana maakte duidelijk dat we hier niet zouden gaan slapen. Dit was het type motel uit een goedkope Amerikaanse film waar mensen op lugubere wijze worden afgeslacht door een seriemoordenaar.
We zijn gaan eten in het Tekle hotel, het hotel waar we oorspronkelijk beide nachten zouden slapen, maar waar alleen morgen nog plek was. Daar aangekomen toch maar even gevraagd of er iets vrij is. Ze hebben alleen een 1 persoonskamer met een bedje van 1.20m breed, maar altijd beter dan het Rosa pension. Snel de tassen opgehaald bij Rosa en verhuisd naar Tekle waar we heerlijk geslapen hebben.

Om 10:00 uur geen Yabibal terwijl hij altijd zo keurig op tijd is. Gelukkig komt hij even later toch aanrijden. Hij is hier in zijn geboortestreek en heeft bij zijn broer geslapen. Hij gooit de deuren open en verontschuldigd zich. Dit zijn z'n eerste strafpunten voor de fooi.
We scheuren snel richting Bati, maar nog voordat we Kombolcha uit zijn staat de sterke arm der wet alweer te zwaaien. Dit keer een agente die wil meeliften. Het lijkt wel of het politiekorps op de hoogte is van onze route.

Als we in Bati aankomen is het al een gekkenhuis, de weg vol met marktgangers, kamelen en ander vee. Hier en daar een andere toerist maar ze zijn op één hand te tellen.
Yabibal parkeert zijn jeep bij een hotel en wijst ons de weg naar de markt. Het is weer bloedheet en als we bij de enorme mensenmassa aankomen spreken wij met Yabibal af dat we hem straks weer zien bij het hotel war zijn jeep is geparkeerd. We gaan op ontdekkingsreis.
Er is ontzettend veel te zien. Kleurrijk geklede mensen die, beschut tegen de zon, onder een paraplu hun waar proberen te slijten.Er wordt van alles verkocht: groente en fruit, maar injeraborden, van oude olieblikken gemaakte voorraadbakken, uitgeholde kalebassen om de Albert Heijn zegels in te bewaren, veel kruiden waarvan met name de stof van de pepers ons op de keel sloeg. Teveel om op te noemen. Bovendien kon je een leuk kameeltje op de kop tikken voor in de achtertuin. Op de kledingafdeling was het lekker rustig. Hier liep nog wel (net als bij het klooster van Debre Libonas) een man in adamskostuum rond, er hing zeker niets voor hem bij.
Hoewel we waren gewaarschuwd om veel 1 biir biljetten mee te nemen voor de foto's viel het hier nog reuze mee. Vervelender zijn de jochies die zogenaamd als gids met je over de markt lopen, maar niet veel meer uit kunnen braken dan: Ven Nisselrooi, Ven Persie, Fabrekas en nog wat namen van talentvolle ballers. Verwachten ze nog een fooitje ook......

Om 13.30 uur waren we terug bij het hotel waar Yabibal zat te wachten. Even een colaatje genomen en weer terug naar Kombolcha.
Yabibal had inmiddels ontdekt waar een irritant piepje vandaan kwam als we reden. Het leek wel of er 80 kuikens op het dak zaten te bekvechten. Hij zou vanmiddag de gebroken stang van de dakdrager even lassen zodat we tijdens onze lange rit naar Addis niet gek zouden worden.
Terug in Kombolcha zet hij ons af bij het internetcafé waar we een paar mailtjes beantwoorden. Daarna wat boodschappen gedaan voor morgen en nog even op een "terrasje" gezeten voordat we terug gewandeld zijn naar het hotel.
's Avonds heerlijk gegeten in het Tekle hotel van een door ons zelf samengesteld Italiaans-Ethiopisch maal.

Om 6.30 uur vertrekken we voor de laatste etappe van onze tour du Nord. De eerste 3 uurtjes gaan voorspoedig omdat het asfalt weer meewerkt maar daarna worden de wegen slechter en moeten we bovendien klimmen om het Mezezo gebergte over te gaan.
Onderweg passeren we een paar grote plaatsen waar het enorm druk is. Zo 's ochtends vroeg zien we de jeugd naar school lopen en in elk dorp betekent dit een ander kleur schooltenue. Als de jongens niet op school zijn lopen ze bijna allemaal in voetbalshirts uit de premier League. Ze tafeltennissen dan langs de kant van de weg of spelen er een potje tafelvoetbal.
Vandaag zien we ook weer iets wat we al een paar keer eerder hebben gezien: iemand wordt liggend op een bed door anderen gedragen. Het gaat dan om een zieke die door familie of vrienden naar het ziekenhuis wordt gedragen. Je moet wat, als je geen ambulance of ander vervoer kan regelen.
Rond 14:30 uur rijden wij Addis binnen en we zien nu goed hoeveel er in aanbouw is. Een opstopping en wat bochten verder zijn we weer in ons vertrouwde Ghion hotel.
's Avonds nog even internetten en voor de verandering eten bij de chinees (!?)
Morgen begint onze tocht door het zuiden van Ethiopie.

Ethiopie 3

De dag begon prachtig, strak blauwe lucht, goed uitgeslapen in een normaal bed en ..... een auto die niet wil starten. Gelukkig wilde het halve dorp wel helpen duwen dus we gingen nog redelijk op tijd op weg.
We konden vanuit de jeep nog even nagenieten van het landschap waar we gisteren liepen en ook de komende uren zou het beeld worden gedomineerd door een fantastisch berglandschap waarover een lappendeken was gedrapeerd; groene akkers met mais, bonen, en andere groenten worden afgewisseld met velden waar de geel bloeiende mesket wordt verbouwd, tel daarbij het slalommen tussen de kuddes koeien, schapen en ezels en het plaatje is compleet.
Het schiet niet op vandaag, de eerste 100 km gaan in 2½ uur en dat is dan ook een goed moment om even een bakkie te doen. Helaas is er alleen cola voorhanden dus doen we het daar maar mee.
De volgende 120 km hebben we nog eens 3 uur en 3 kwartier zitten hobbelen en omdat we inmiddels 1500 m gedaald zijn is het een stuk warmer geworden in de jeep.
Onderweg passeren we de grens tussen de Amhara regio en de Tigray regio. Er is een touw over de weg gespannen met een aantal verweerde plastic zakken eraan; simpel maar effectief. We zien al snel de verschillen tussen de regio's: de vrouwen hebben duidelijk een andere kapper en in de dorpjes staan over het algemeen huizen die gebouwd zijn van steen dan de lemen huizen van de Amhara.

Na de lunch met vers gesneden frietjes (!) begonnen we aan de laatste 60 km naar Axum. Eerst nog even de jeep aanduwen en daar gingen we. Slechts 1½ uur hadden we voor deze afstand nodig en dat brengt het daggemiddelde op zo'n 35 km per uur, niet gek he......
We zijn gebroken als we ons hotel bereiken en laten de koude versnapering ons goed smaken. Morgen gelukkig een dagje zonder jeep.
De site met de beroemde stellea (obelisken) van Axum zou om 8 uur opengaan en omdat het weer een warme dag beloofde te worden wilden we ook om 8 uur bij de poort staan. We zouden ons af laten zetten door Yabibal, maar de accu stond aan oplader dus gingen we met een lokale taxi.
De vrouw van de kaartverkoop had vanochtend niet zo'n haast, dus stonden we kwartiertje later dan gepland bij de site.

Het eerste wat hier opviel was het oerlelijke hek van glimmende golfplaten dat rondom een deel van de site stond. Vanwege restauratiewerkzaamheden konden we maar op een deel van de site komen en het vervelendst was dat we ook niet bij de grootste nog overeind staande obelisk (niet te verwarren met die dikke die op jonge leeftijd in de pot met toverdrank was gevallen) konden komen.
Om de een of andere reden hadden we sowieso een andere voorstelling van deze site. De obelisken waren over het algemeen erg sober afgewerkt (behalve de twee grootste) en de site zelf was nogal knullig over en dat kwam niet alleen door de golfplaten.
De grootste obelisk was overigens stijlvol afgewerkt en zou niet misstaan in onze (nieuwe) tuin. Helaas is de grootste obelisk van 36 m omgevallen en in stukken gebroken maar dat hebben wij niet gedaan, dit is waarschijnlijk al bij de oprichting gebeurd. De op één na grootste obelisk is ook fraai afgewerkt maar staat een klein beetje uit het lood.
Inmiddels was Yabibal al weer komen opdagen. Hij had een leenaccu gekregen en dus konden we mooi door hem naar de wat verderaf gelegen attracties toe. Eerst naar een uitzichtpunt vanwaar we de hele site nog eens konden overzien en daarna naar een Ethiopische versie van Rosetta's stone. Als laatste bezoeken we nog twee tombes van vroegere koningen waarna we terug gaan naar Axum en ons af laten zetten bij de St. Mary van Zion kerk. Yabibal krijgt de rest van de dag vrij en wij gaan kijken of we stiekem een blik kunnen werpen op de Ark des Verbonds.
Dat laatste gaat niet helemaal lukken. Diana moet weer buiten de poort blijven (verhaal van de slager en de hond) en Rob moet op respectabele afstand blijven dus we moeten er maar op vertrouwen dat de Ark er nog steeds staat. De oude kerk is prachtig van binnen; de bijna kinderachtig getekende bijbelse muurschilderingen zijn bijzonder goed bewaard gebleven.
Hierna zijn we terug gewandeld naar het 'centrum' van Axum waar we weer een heerlijk bakkie Macchiato nemen. We slenteren nog even over de stoffige markt en rond half twaalf besluiten we terug te lopen naar het hotel want het is dan niet meer uit te houden in de zon.
Dit is ook de reden dat we 's middags besluiten een duik te nemen in het zwembad van een ander hotel. Terwijl we op ons bedje liggen en een drankje nuttigen denken we aan alle hardwerkende mensen in Nederland.

De volgende dag stonden we om 5.45 uur met onze tassen alweer bij de jeep. Het zou weer een lange dag worden. Alle spullen in de jeep geladen en starten........starten..........starten............starten.......... en niet lopen dat kreng.
Wij dus maar een bakkie thee in het hotel genomen en Yabibal weer aan het klussen met die ouwe bak.
's Slechts drie kwartiertjes later was alles al voor elkaar en konden we gaan. Tot onze grote verbazing reden we al na een half uurtje (vanaf Adwa) op een asfaltweg, zo glad als babiebilletjes. Wat een luxe!!
Dit ging zo door tot aan de afslag aan Debre Damos want die 11 km. onverharde weg koste maar liefst 50 minuten. Het was hier een drukte van jewelste en dat had waarschijnlijk te maken met het festival dat hier overmorgen zou plaatsvinden. Het klooster ligt hier echt prachtig: op een vlakke top van een berg, alleen bereikbaar via een touw dat langs de steile rots naar beneden hangt. Na hier de nodige sfeer geproefd te hebben gaan we dezelfde 11 km. weer terug en gaan op weg naar Adigrat waar we zouden lunchen. De auto wordt bij een lokaal restaurantje geparkeerd en dat we over een stoffige weg waren gekomen was ook bij een paar lokale pubers opgevallen want ze begonnen de jeep driftig te poetsen. Zal wel een paar birr kosten maar dat regelt Yabibal wel. De lunch smaakte prima en omdat we nog wat tijd over hadden voordat we verder zouden gaan slenteren we door een straat in Adigrat. Toen we op de afgesproken tijd bij de jeep terugkwamen bleek dat de twee pubers hele andere bedoelingen hebben gehad. Het schoonmaken van de jeep was slechts een verkenning van de inhoud geweest en toe wij weg waren is het één van hen gelukt een arm door het achterste zij raampje te krijgen en is daar vervolgens in onze bagage gaan rommelen. Hij is echter op heterdaad betrapt en bij het controleren van onze bagage bleken we alleen een pet te missen, maar daar was zijn vriend mee vandoor gegaan.
De betrapte jongen werd stevig vastgehouden terwijl de politie was gebeld. Op een gegeven moment kwam de eigenaar van het restaurant waar wij hadden gegeten ook naar buiten en toen hij het verhaal hoorde begon hij de jongen nog eens de les te lezen en het bleef niet alleen bij woorden. Hij verkocht hem een dreun op z'n gezicht en schopte hem voor z'n .......( beetje eigen rechter, maar ach we zijn in Ethiopië).
Nadat de politie is gearriveerd en de jongens zijn afgevoerd hebben we onze pet weer terug gekregen en gaan we wederom met enige vertraging op weg naar onze slaapplaats voor deze avond. Als we daar uiteindelijk aankomen kunnen we onze ogen bijna niet geloven. Dat ze zo'n luxe hebben in Ethiopië. Niet alleen de kamer, badkamer en bedden zijn grandioos, maar als we 's avonds dineren met de Italiaanse eigenaar en zijn vrouw wordt ons een 5-gangen diner voorgetoverd om de vingers bij af te likken. Gelukkig hadden we onze beste gala-trekkingkleren op deze avond aangedaan. Het is jammer dat er juist vanavond ook een duitse familie logeert waarvan de twee zoontjes iets teveel decibel uit hun strotjes persen.
Met een volle buik liggen we 's avonds onder ons dekbed en vragen ons af waarom we niet hier onze rustdag hebben gepland.

De volgende ochtend hebben we een soort van zondagochtend gevoel, we konden nl. uitslapen tot 8:00 uur. We genieten van het uitgebreide ontbijt en gaan dan op weg om een paar rotskerken te bezoeken.

De ligging van de lodge is perfect want binnen een halfuur staan we al bij de eerste rots. We nemen een lokale boer als gids mee en gaan op weg. We moeten omhoog via een nauwe kloof tussen twee bergen over rotsen en keien. Eigenlijk hadden we thuis de LOI cursus "berggeit voor beginners" moeten volgen want dit is bijna niet te doen. Op handen en voeten, kont en knieën klauteren we naar boven. We begrijpen maar al te goed waarom deze kerken tot in de zestiger jaren verborgen zijn gebleven. Na ruim een uur bereiken we eindelijk het plateau waar de rostkerk zich bevindt. We betalen de priester 10 birr en ze geeft ons de sleutel om naar binnen te gaan. Onvoorstelbaar wat ze in deze rost hebben uitgehouwen. Prachtig bewerkte pilaren en mooie muurschilderingen in het binnenste van de rost. Er is hier nog een tweede, kleinere kerk, en ook daar lopen we heen. Dit gaat over een smal richeltje langs een 200 m. diepe afgrond, vooral voor je uit blijven kijken!
Diana maakt nog even een fotoreportage van de priester en dan gaan we weer naar beneden. Via dezelfde route doen we er weer bijna een uur over om naar beneden te komen. De gids is trots op ons: niet gek voor een faranji!
Yabibal start de auto alweer en we gaan op weg naar onze volgende klauterpartij. We besluiten dezelfde gids mee te nemen naar de 15 km verderop gelegen kerk. Hoe hij weer thuis komt, moet hij zelf maar regelen, we betalen hem goed.
Deze kerk is een stuk eenvoudiger te bereiken en na ruim een halfuur staan we al voor de deur. Helaas geen spoor van de priester, dus ook geen sleutel; die was blijkbaar al voor het zingen de kerk uitgegaan. We wachten nog even maar besluiten dan maar weer naar beneden te gaan.

We nemen afscheid van onze gids en wensen hem succes bij zijn terugtocht. Het laatste stuk naar Mekele gaat voorspoedig. We zitten al snel op een asfaltweg en Yabibal heeft de vaart er goed in.
Onderweg komen ons tientallen bussen met militairen tegemoet. Volgens Yabibal is dat de aflossing van de militairen aan de grens met Eritrea. We hopen dat de situatie daar niet verergert maar gelukkig gaan wij vanaf nu alleen nog maar zuidwaarts.
's Avonds eten we bij een pizzeria in Mekele. De pizzeria wordt aangeraden in de Lonely Planet en we zien dan ook nog een paar toeristen zitten. We beseffen ons nog eens dat we eigenlijk maar weinig toeristen zijn tegengekomen in Ethiopië.
Ook in de pizzeria zijn de prijzen weer net zo laag als in de rest van het land. Een paar gemiddelden:
Cola 4 birr
Bier 6 birr
Thee 1 birr
Macchiato 2 birr
Ontbijt (2 personen) 25 birr
Lunch (2 personen) 25 birr
Diner (2 personen) 60 birr
Benzine (1liter) 5½ birr
En dat alles tegen een koers van 13 birr in 1 euro, reken zelf maar uit.

De vrije dag in Mekele besluiten we wat door de straten te slenteren, drinken een bakkie macchiato, lopen over de stoffige markt, bewonderen het monument voor de gevallen strijders tegen communisten, drinken een zeer verse jus en proberen de sfeer van Mekele zo goed mogelijk vast te leggen op de gevoelige plaat. We hebben allebei behoorlijk spierpijn van de klauterpartij van gisteren dus doen maar geen gekke dingen. Het museum van Johannes de 4e slaan we deze keer over, maar als weer hier weerkomen gaan we er zeker heen.
's Middags weten we nog de hand leggen op 25 postkaarten en even zoveel postzegels. Dit valt nog helemaal niet mee in Ethiopië, maar misschien zijn die wat makkelijker in Lalibela te verkrijgen. We kijken sowieso uit naar dit achtste wereldwonder.
's Avonds eten we in ons hotel en we merken dat het echt één van de betere hotels van de stad is. Dit is ook doorgedrongen in Duitsland want er schuift een groep van 30 Anbo-leden het hotel binnen. Zo zie je maar weer Ethiopie is voor iedereen toegankelijk.

Ethiopie 2

Om 8.00 uur stonden we weer fris met gepoetste tandjes bij het hotel van de buren, waar we opgehaald zouden worden voor onze boottocht over het Tanameer.
Mooi op tijd liepen we naar de aanlegplaats van de boten waar we nog even moesten wachten op een paar medereizigers. Helaas hadden ze tegen 2 Ierse toeristen gezegd dat ze om 8:30 uur aanwezig moesten zijn dus werd het toch nog even wachten, maar ach het is vakantie, we hebben de tijd.
Uiteindelijk vertrokken we met z'n achten: een Ethiopiër uit het zuiden van het land die een paar dagen de tijd had om het noorden te ontdekken, zoals gezegd het Ierse stel met bijpassende witte benen, een italiaan die voor de RAI werkt in Djibouti en de reputatie van zijn landgenoten schade aandoet door goed engels te spreken en bovendien erg vriendelijk te zijn en de twee meiden Sven en Richard uit Zwitserland die met een goed gevulde beautycase-rugzak voorbereid waren op het ergste.
Omdat de boot was uitgerust met een buitenboordmotortje van 15 PK duurde het zeker een uur voordat we had eerste eiland bereikt hadden. We bezoeken het locale klooster op deze idyllische plek en na het bewonderen van de prachtige kleurrijke bijbelse afbeeldingen gaan we door naar het schiereiland Zegi, waar we 2 van dergelijke kloosters bezoeken. Deze zijn nog een tandje mooier en we brengen hier wat meer tijd door.

De priester die hier rondloopt is een plaatje. Met een gele omslag en het orthodoxe kruis in zijn hand is hij precies de priester die je je voorstelt bij zo'n klooster. Bovendien wil hij graag een beetje bijbeunen en poseert voor een paar Birr als het next ethiopian topmodel. Inmiddels weten we ook waarom de andere toeristen een rugzak met proviand en water bij zich hebben, de Ethiopiërs zijn nog niet zo commercieel om her en der water en etenswaren te verkopen. We beginnen dus al aardige uitdrogingsverschijnselen te vertonen. We gaan met onze "speedboot" naar het volgende eiland om daar een mannenklooster te bezoeken, deze is dus verboden voor de dames en hoewel Sven en Richard even twijfelen, laten we alleen Diana en het Ierse meisje achter bij de poort. Als twee hondjes die niet bij de slager naar binnen mogen blijven ze achter.
Als laatste gaan we naar de uitlaat van het Tanameer, tevens het begin van de blauwe nijl. Typisch zo'n plek waar je aan voorbij gaat als je niet weet dat het hier is.

Om 14:30 uur leggen we weer aan bij de kade en nemen daar een colaatje op het terras, het vocht wordt direct door onze lichamen opgenomen.
Aan het eind van de middag lopen we nog wat te slenteren over de "boulevard" als twee jochies tegen ons beginnen te kletsen. Ze lopen met ons mee en vertellen honderduit. Als we ergens gaan zitten schuiven ze aan en we besluiten ze maar te trakteren. Helaas blijven we net iets te lang zitten want als we terug willen gaan naar het hotel scheurt de hemel los en wordt er een bak water uitgegooid waar we in Nederland jaloers op zouden zijn. We schuilen in een internetcafé en als het langzaam opdroogt gaan we door naar het hotel. De 2 jochies weten nog steeds van geen wijken en pas als we de deur van het hotel opendoen nemen ze afscheid van ons.

Het hoofdstuk Bahir Dar sluiten we af en we gaan op weg naar Gondar. Onderweg een herhaling van zetten: een lange slingerende weg, veel volk op weg naar lokale markten en alles temidden van een landschap met prachtige vergezichten. Naarmate we dichter bij Gondar komen wordt het bergachtiger maar dat hadden we verwacht gezien onze trekkingplannen. Onderweg zien we twee Europese meiden dezelfde weg per fiets afleggen, Het kost ze zichtbaar veel moeite en ze hebben nog een lange weg te gaan.

In Gondar bezoeken we eerst de koninklijke paleizen en deze liggen er prachtig bij; op een goed onderhouden complex zien we de kastelen in verschillende stijlen. Tijdens een korte bui lunchen we even en na de lunch gaan we naar het bad van Fasilades. Het zal er hier best mooi uit kunnen zien maar door alle restauratie werkzaamheden is het momenteel een zooitje. Door de lokale bevolking wordt geholpen met handmatig houwen van stenen. Het complex is behoorlijk overwoekerd door grote ficussen en heeft wel wat weg van de plaatjes die we van Angkor Wat hebben gezien. Als laatste willen we de Selassie kerk bezoeken maar daar aangekomen blijkt er een dienst in volle gang te zijn. We mogen niet storen en proberen het later nog een keer. Yabibal brengt ons naar het centrum waar we even een internetcafé induiken en we bij een lokaal theehuis een bakkie drinken. Aan het eind van de middag gaan we nog een keer terug naar de kerk en dit blijkt niet voor niets. Er is een ceremonie aan de gang waar we wel bij mogen zijn en het levert prachtige beelden op.
De tijd vliegt en we gaan terug naar het hotel om de tassen voor de trek te pakken.
's Avonds vragen we Yabibal om ons bij hotel Goha af te zetten omdat we daar willen eten. Hij heeft nog een afspraak met de gids en we spreken af dat hij ons na zessen oppikt.
Met Yabibal hebben we geen vergissingen met de tijd meer maar soms moeten we toch even tellen als iemand ons een tijdstip noemt. In Ethiopië hebben ze nl. een iets andere kijk op de klok. Voor Ethiopiërs begint de dag bij zonsopkomst en dat is dan 12:00 uur (bij ons is het dan 6:00 uur), heeft de zon 1 uur geschenen dan is het voor de Ethiopiërs dus 1:00 uur; klinkt best logisch (bij ons is het dan dus 7.00 uur) na 2 uur zonneschijn is het (je raadt het al) 2:00 uur etc.
Dit verhaal staat dus helemaal los van zomertijd, wintertijd of het tijdsverschil tussen Nederland en Ethiopië.
Als dit bezonken is moet je ook nog weten dat ze een andere kalender hanteren. Afgelopen 11 september 2007 was het voor de Ethiopiër 01-01-2000 (millennium!). Kunnen jullie het nog volgen?? Wij doen in ieder geval geen moeite meer maar voordeel voor ons is wel dat we in een klap 7 jaar en wat maanden jonger zijn (je kunt het overigens bijna niet zien). Waar waren we ook alweer gebleven..................

Tegen 18:30 uur was Yabibal bij het hotel en hij zei dat de gids van trek ons wilde spreken maar niet in het hotel. Hij stond achter het hotel op de parkeerplaats te wachten bij de jeep. Wat was dit nu weer? De aap kwam al snel uit de bekende mouw. De trek die wij zouden gaan doen was volgens hem niet mogelijk en na eerst een aantal smoezen te hebben aangehoord zijn we hierover maar eens flink in discussie gegaan. Hoe kan het nou dat we nog geen week geleden een aangepast trekkingprogramma hebben gekregen dat nu ineens niet meer mogelijk is? Om een lang verhaal kort te maken, we hebben gezegd Yared tours op de hoogte te brengen van deze idiote handelwijze van hen en zijn toen maar gaan eten.
De volgende ochtend om 7:00 uur stonden we startklaar en vertrokken naar Debark om daar de laatste formaliteiten voor de trek te regelen op het hoofdkantoor van het Semien National Park. Daar aangekomen hebben we kennis gemaakt met de gids en de scout die meegaan op de trek. De scout gaat mee voor de veiligheid en dat zag er vertrouwd uit: AK 47 onder de arm en een stoere pet op, helaas was hij de 70 al lang gepasseerd dus of dat veel indruk maakt......
Met deze gids hebben we nog even de discussie over de trek voortgezet en uiteindelijk konden we een acceptabele oplossing vinden voor de trek.
alles en iedereen ingeladen in de jeep vertrokken we richting Sankaber, onze lunchstop in het park.

Onderweg konden we al snel genieten van een fantastische omgeving en ook de eerste bavianen hadden we al snel te pakken. We konden ze rustig tot op een paar meter naderen, toeristen doen ze nl. niets. Ethiopiërs zijn ze niet zo blij mee zei onze gids en hij bleef op grote afstand.
In Sankabar stond ons tentje al opgezet maar dat konden ze weer inpakken. Het plan dat die eikel in Gondar had voorgesteld ging niet door en we zouden nu overnachten bij Chennek camp op 3600 meter hoogte. Naarmate we verder reden werden de uitzichten steeds waziger want we zaten inmiddels met onze hoofden in de wolken en nog voor we het campement hadden bereikt begon het zelfs te regenen. We besloten uiteindelijk maar dat we vandaag geen kilometers meer zouden gaan maken. Nadat het droog was geworden hebben we nog een paar afgronden in de omgeving bekeken en toen we terugkwamen bij het kamp was onze tent inmiddels opgezet. We hadden nog een paar uurtjes voordat het "diner" klaar zou zijn dus we namen maar een bakkie thee in de schaapskooi die dienst deed als restaurant.
Het diner was voortreffelijk, het is toch altijd weer knap hoe ze dat doen op 1½ gaspit. Na het diner nog een bakkie thee genomen en om 19.00 uur lagen we al in de tent, kracht opdoen voor de dag van morgen.
Na deze nacht wisten we ook dat onze slaapzakken niet bedoeld zijn voor temperaturen onder de 5 graden. Het had hier vannacht iets gevroren, maar ondanks dat we sokken, broek en jas hadden aangehouden in de slaapzak was het stervenskoud. Het ijs viel van de tent toen we 's ochtends de rits open deden. Snel de schaapskooi ingevlucht want daar brandde het kampvuur; eerst even ontdooien. Na een stevig ontbijt met french toast, pindakaas, hazelnootpasta en la vache qui ri, begonnen we vol goede moed aan de trek waarin we maar liefst 800 meter hoogteverschil moesten overbruggen (de Nationale Bond van Bergbeklimmers adviseert nooit meer dan 600 m. op een dag te doen). We hadden geluk want de zon scheen en de temperatuur liep snel op. De omgeving is prachtig en doet een beetje aan de Grand Canyon denken alleen dan viel groener. Prachtige rotsformaties en een diepe, heel diepe kloof. Volgens de hoogtemeter schoten we niet echt op. Na 1½ uur lopen waren we nog geen 200 meter gestegen dus we liepen achter op schema. Het was ook niet zo gek want we stonden vaak stil voor foto en video. om een uur of 10.00 uur kwamen we op 4100 meter bij een overslagplaats van goederen; hier werd de lading van de vrachtwagens gehaald en wordt het verder vervoerd met ezels, paarden en mankracht.
Een mooi spektakel met een prachtig decor.

We hadden ons einddoel, de Bwahit, nu ook duidelijk in het vizier, dit kon niet lang meer duren dachten we. Het laatste uurtje omhoog was echter zwaar afzien. Na deze overslagplaats moesten we nog ruim 300 meter hoogteverschil overbruggen en het had niet veel gescheeld of we hadden afgehaakt. Op karakter legden we de laatste tientallen meters af en de beloning op 4430 meter was wonderschoon. Een 360 graden uitzicht over dit fantastische gebied. We hebben hier even de tijd genomen om dit in ons op te nemen en voor de zekerheid ook maar vastgelegd met foto-en videocamera voordat we aan de afdaling begonnen.

Hoewel dalen altijd sneller gaat dan stijgen was ook dit nog een hele klus. In skitermen: een zwarte afdaling. Continue met de rem erop naar beneden op een ondergrond met bulten en kuilen. Bijna 1½ uur hadden we ervoor nodig, de knieën en bovenbeenspieren protesteerden hevig en onze koppen verbrand (wij gaan altijd zo goed voorbereid op pad....).
De kok was weer zo goed geweest om een 4-sterren luch te bereiden en daar waren we wel aan toe. Om 13.45 uur reden we terug naar Debark.

Ethiopie 1


Grotere kaart weergeven

Met een half uurtje vertraging vertrok vlucht KL 543 naar Addis. De service onderweg was boven de gemiddelde KLM standaard, maar misschien kwam dat ook omdat we met z'n tweeën vier stoelen tot onze beschikking hadden.

Op Bole Airport renden we naar het visum kantoortje waar ons visum snel geregeld was. Daarna naar het bankkantoor, maar dat nam meer tijd in beslag. Behalve dat het er hier nogal bureaucratisch aan toe gaat moest de bankier tussendoor ook nog even piesen. Ook de ambtenaren van de douane hadden geen haast maar na het nemen van deze 3 obstakels bleken onze tassen in ieder geval op de band te liggen.

Buiten stond Yabibal, onze chauffeur, met zijn oude landcruiser al te wachten en snel zijn we naar het hotel gereden. Na een inspectie van onze kamer (dit is een top-end 4 sterren hotel en we vermoeden dat ons nog wel wat staat te wachten) hebben we nog even snel een portie friet en een hamburger besteld en na deze weggespoeld te hebben met een St. George biertje en een coke zijn we rond 24:00 uur gaan slapen.

Het is toch altijd weer even wennen, acclimatiseren in een "nieuw" land; andere mensen, andere gewoonten, ander eten en een ander klimaat.

Dat laatste is overigens een verademing, de zon schijnt de hele dag maar toch wordt het niet snikheet op deze hoogte.

We zijn begonnen bij onze roots. In het National museum hebben we Lucy bewonderd (wat er over is van onze oudste voorouder). Eerlijk gezegd ziet de eerste mens er veel meer uit als een aap maar misschien komt dat omdat we niet gewend zijn aan vrouwen met haar op hun rug. Bovendien is Lucy maar liefst 3,5 miljoen jaar oud en bij een reconstructie van een skelet van 1,5 miljoen jaar oud moesten we toch sterk aan Clarence Seedorf denken. Na het National museum zijn we bij de Holy Trinity Cathedral gedropt. Het is wel erg luxe als je door je eigen chauffeur van attractie naar attractie wordt gereden (niet perse leuk, maar wel handig als je een liesblessure hebt). De Holy Trinity kathedraal is een van de heiligste plekken van Ethiopië maar we moesten Yabibal wel uitleggen hoe hij er moest komen, dan vraag je je toch af........

Via de St. George kathedraal zijn we vervolgens naar de piaza gegaan waar het een drukste van jewelste was met veel stalletjes waar vooral veel trash verkocht werd en restaurantjes en cafeetjes. Hier hebben we wat gedronken en zijn toen nader kennis gaan maken met een groot aantal van de 4 miljoen inwoners van Addis. Ze zijn vooral erg vriendelijk en we worden veel aangesproken. Ook de lunch nuttigen we in de buurt van de piaza,waarna Yabibal ons naar de Entoto mountains brengt. Hier bezoeken we nog een kleurrijke kerk en genieten van het uitzicht over Addis.

Terug bij het hotel nemen we nog een drankje op het terras maar zo gauw de zon achter de bomen zakt merk je pas dat je op 2400m. hoogte zit want het koelt snel af. We gaan terug naar onze kamer om onze tassen weer in te pakken, Yabibal pikt ons morgen om 7:00 uur al weer op.

Vroeg, om precies te zijn om 7:10 uur vertrokken we bij het hotel. We waren de ochtendspits in Addis net voor. De blauw-witte taxibusjes stonden in rijen te wachten om de mensen naar het werk te brengen. Het lijkt wel of er meer busjes dan mensen zijn: de hele weg kleurt blauw/wit.

Over een redelijk goede asfaltweg rijden we noordwaarts, onderweg zien we verschillende hardlopers tegen de berg op sprinten: dat is nog eens een heuvel training. De weg voert door een heuvelachtig landschap op zo'n 2500 m. hoogte en door doorsnijdt kleine plaatsjes waar het leven zich voornamelijk afspeelt aan beide zijden van deze weg. De Amhara boeren lopen met hun vee vanuit de omgeving over dezelfde weg de dorpjes in.

Onze eerste stop is bij het Debre Libanos klooster. Dit klooster ligt zo'n 4 km. van de grote weg. Het klooster is verlaten en we worden door de beheerder rondgeleid in de bijbehorende kerk, waar hij ons aan de hand van de glas in lood ramen een verkorte versie van het oude- en nieuwe testament vertelt.

Na het klooster slingeren we over de inmiddels onverharde weg naar de bodem van de blauwe nijl kloof. We steken via een oude brug, waar maar 1 auto tegelijk op mag, de rivier over. Ze zijn inmiddels een andere brug aan het bouwen maar onze oversteek verloopt zonder problemen.

Aan de andere kant van de rivier klimmen we via een zelfde slechte weg weer slingerend omhoog.

In Dejen stoppen we om te lunchen. We nemen injera, een typisch lokaal gerecht. Op een soort dienblad ligt een grote zurige pannenkoek waarop verschillende kleine porties vlees, aardappel of groente liggen. Je scheurt steeds een stukje van de pannenkoek af en pakt daarmee een beetje van de "hapjes". Niet slecht, zeker de pittige vleeshapjes niet. Na Dejen is het nog 1,5 uur rijden naar Debre Markos waar we overnachten.

's Avonds blijkt er een groep van Shoestring in ons hotel te overnachten en na het volgen van hun diner-perikelen zijn we blij dat we niet 4 weken met zo'n groep opgescheept zitten.

Na een stevig ontbijt vertrokken we weer mooi op tijd. We lieten Debre Markos al snel achter ons en vervolgden de weg waar we gisteren geëindigd waren. Ook vandaag weer door het heuvelachtige landschap dat verbazingwekkend groen is. Vraag een gemiddelde Nederlander naar Ethiopië en ze schetsen meestal een beeld van droogte en honger, maar het tegenovergestelde is waar, althans wat we tot op heden hebben gezien. Wij rijden weer door kleine dorpjes die aan de weg liggen: Mankuso, Buri, Tigo, Addis Alem, Tilili, Kosaber waar we stoppen en een heerlijke machiatto drinken; een heerlijke espresso met teveel melk waardoor het op cappuccino lijkt. Vervolgens door Linjibara, Addis Kidam, Durbele en we kunnen nog wel even doorgaan; allemaal vlekjes die niet eens op de kaart in de Lonely Planet worden vermeld.

Deze dorpjes bestaan uit allemaal lemen huizen met golfplaten daken en elk dorp heeft zijn eigen "specialiteit". Zo komen we door dorpen waar je overal suikerriet ziet liggen, een dorp dat vol ligt met vlechtwerk van riet, een dorp met knutselwerk van paardenhaar, een dorp met drank een dorp met stammen van bomen etc. Wederom zien we overal hetzelfde spektakel: de Amhara boeren met hun vee, hele stromen kinderen die blootsvoets hele afstanden afleggen om bij school te komen en vrouwen die gaan proberen hun groente te verkopen.

De Amhara mannen lopen vrijwel allemaal met een stok. vroeger gebrukten ze die om zich te kunnen verweren, maar tegenwoordig leggen ze die vooral in hun nek en laten hun handen erop steunen; een hele kenmerkende houding.

Dichter bij Bahir Dar zagen we een paar verroeste tanks langs de kant staan, overblijfselen van de burgeroorlog met de communisten. Wij bereiken zonder schade ons hotel. Nadat we zijn ingecheckt in ons hotel lopen we nog even over de palmen"boulevard" en lunchen ergens.

Daarna gaan we naar de watervallen van Tis Assat en hoewel het niet meer zo'n spectakel is sinds een deel van het water wordtgebruikt voor het opwekken van elektriciteit was het zeker de moeite waard. Het water komt nog steeds met donderend geweld naar beneden maar de waterval is niet meer zo breeds als vroeger. Aan het eind van de middag drinken we nog een bakje thee aan het water en 's avonds eten we in het buurhotel waar we de nederlandse groep van Shoestring weer tegenkomen.

Myanmar 6

Om 15.05 uur begon de pret. De bus zat al vol maar gaandeweg kwamen er toch nog steeds mensen bij die een plek in het middenpad kregen toegewezen.
Een viertal spanjaarden hadden het slechter getroffen dan ons, zij zaten op de achterbank: stoelen die niet acherover konden en de motor onder je voeten, lekker warm.
Om dit lange verhaal verder kort te houden, 14,5 uur later, stonden we weer in Yangon; of we niet weg geweest waren................

We hoefden niet te zoeken naar een taxi want er dienden zich al gelijk een horde chauffeurs aan.
Wij kozen de verkeerde, want toen we bij zijn auto kwamen zagen we dat dit apparaat rijp was voor de sloop of daar misschien wel vandaan kwam: geen binnenbekleding op de deuren, ramen waren open (of ontbraken) en konden niet bediend worden, alle apparaten in het dashbord waren verdwenen en bovenal hadden we last van de veren in de achterbank die in onze rug staken. Mechanisch klonk het ook niet allemaal even soepel maar wonder boven wonder worden waren we 45 minuten later op het busstation vanwaar we naar Pathein zouden gaan. We zochten dit keer de mooiste bus uit en gingen nog even een bakkie thee drinken.

Terug bij de bus zagen we de 4 spanjaarden weer die de hele nacht op de achterbank hadden doorgebracht, ze gingen dezelfde kant op en ook nu waren de goede plekken weg en konden ze alleen nog plaatsnemen op van die ienie mienie kinderstoeltjes in het gangpad.
Dat het uitzoeken van een mooie bus geen garantie boekt voor een goede chauffeur, bleek al snel. Wat een onbeschofte, agressieve smeerpijp. Hij toeterde naar iedereen die hem voor het gaspedaal kwam en als je niet ver genoeg aan de kant ging reed hij je de berm in. Net als veel andere mannen in Myanmar zat hij de hele tijd op een soort van pruimtabak te kauwen, maar als hij dan een klodder naar buiten spuugde kreeg het meisje dat achter hem zat de spetters over zich heen. Bovendien bleef het nodigde hangen in de rail van zijn schuifraam. Dit alles met een snelheid die voor deze wegen onverantwoord was. Maar goed alles went en we hadden toch tijd genoeg om te genieten van de prachtige omgeving.
Het landschap wordt gedomineerd door akkers waar rijst wordt verbouwd. Alle stadia waren te bewonderen: het oogsten, het bewerken van het land met 2 ossen en een houten ploeg erachter waar dan iemand opstaat om voldoende gewicht te geven, maar ook het aanplanten van nieuwe rijst. Zeer arbeidsintensieve landbouw waarbij nog geen machines worden gebruikt.

Na een enerverende rit kwamen we uiteindelijk om 11.00 uur aan in Pathein waar de bus naar Ngwe Saung net was vertrokken.
We namen een Star cola aan de overkant waar de spanjaarden aan het onderhandelen waren over een transfer met een pick-up naar Ngwe Saung. Ze vroegen of we meededen en dat was natuurlijk goed. Niet wachten op een volgende (volle) bus maar gelijk met z'n zessen naar Ngwe Saung. Eén uur en 45 minuten later dropten we de spanjaarden bij hun (shabby) hotel naar keuze en zette wij koers naar een paradijs op aarde. Althans zo voelde het wel na 22 uur achter elkaar onderweg te zijn geweest.
We hebben ons zelf getrakteerd op een hotel waar je het kwijl van uit de mond loopt. 's Middags nog even aan het zwambad gaan liggen om alvast te wennen, maar 's avonds vroeg naar bed om de afgelopen 24 uur te verwerken.

De volgende ochtend gaan we alweer vroeg naar het ontbijtbuffet, we zitten aan een tafeltje buiten, op het houten terras en kijken uit op het zwembad en de zee. Het ligt er hier allemaal vredig bij, heel anders dan de hectiek van de afgelopen 3 weken. Na het ontbijt zitten we nog even op het enorme balkon bij onze kamer en kijken uit op de prachtige palmentuin van het hotel. Honderden tienmeter hoge kokospalmen en recht voor ons tussen wat van die palmen door zien we de zee en horen de golfslag.

Vandaag 2 bedjes aan zee, het is geen strakblauwe hemel die we boven ons zien, maar het is ook onze eerste dag, dus rustig aan met de zon!
We wandelen wat langs de waterlijn en zien dat de kinderen hier zand-pagodes maken in plaats van zand-kastelen. Na de lunch wordt de bewolking zwaarder, maar we voelen ook dat dit voor ons een gelukje is want schouders en neus zijn al behoorlijk gevoelig.

We besluiten morgen te gaan duiken en passen 's midddags alvast onze duikuitrusting aan. Het is niet allemaal onze maat, maar we doen het er maar mee; we zijn te nieuwsgierig.
Om 17.00 uur gaan we terug naar de kamer en lezen op het balkon nog een tijdschriftje. De elektriciteit is ook hier op de bon en komt pas om 17.30 uur weer in bedrijf. Voorlopig genieten van het getjirp van de vele vogels die onzichtbaar in de palmen zitten.

's Avonds aten we weer in de stad. Er staan hier voornamelijk vis en andere zeevruchten op de kaart. Prijzen staan er niet bij, het zijn allemaal dagprijzen. Aan de tafel staat een koelie die met een waaier je enige verfrissing probeert toe te wuiven.
We kozen vanavond voor gegrilde vis. Het was ook duidelijk een vis: met kop, staart en vinnen, maar hij smaakte voortreffelijk.

Onze 2e dag in Ngwe Saung gaan we duiken, niet veel over te schrijven denk je dan, maar het begint al als we met de zodiac naar de boot moeten worden gebracht. De divemaster stuurt de zodiac tot 2x toe op precies het verkeerde moment tegen een golf in: alles was dus gelijk al nat.
We waren met z'n zessen vandaag. Een zwitsers stel, dat woont en werkt in Singapore, en een ouder duits stel. Wij zijn de enige die gaan duiken.
Onze duikboot is niet veel soeps. Veel losse stukjes hout maken hier blijkbaar ook een boot en daat betaal je dan 60 dollar voor. Na 1,5 uur zijn we bij de duik- en snorkelsite. Zonder briefing en zonder een duikcomputer/horloge plonsen we het water in voor de 1e duik. Een uitgebreide beschrijving van deze duik staat in ons duiklogboek, maar samengevat: warm water, matig zicht, behoorlijke visstand en niet echt kleurrijk koraal.
Voor de snorkelaars was het helemaal waardeloos geweest. Het zwitserse stel is al heel wat duiken gewend in Zuidoost-Azie, maar dit was helemaal niets.
De zwitsers zijn trouwens behoorlijke luxe beestjes, want hoewel ze met een taxi van Yangon hier naartoe vervoerd waren was dat zelfs niet goed genoeg. Er zat geen airco in deze taxi. Voor de terugweg hebben ze dus een busje geregeld met airco. We horen ook dat ze gelijk met ons terug gaan en hij biedt aan dat we voor de meerprijs van het busje met hun meerijden. Dit is maar 22 dollar terwijl we al gerekend hadden op een taxi van 100 dollar. Weinig bedenktijd nodig.
Er is op de boot niets te eten, geen lunchbox, geen versnapering, geen water, niets. Gelukkig hadden we nog wat sultana's bij ons.
Voor onze 2e duik gaan we een paar honderd meter verderop, bij een ander, nog kleiner eilandje liggen. Weer zonder briefing, maar dat had ook weinig zin gehad, want geen van de divemasters spreekt meer dan 3 woorden engels. Deze keer rollen we achterover van de zodiac het water in. Weer een korte samenvatting van de duik: nog steeds warm, nog steeds matig zicht, veel meer en grotere vis, een zeeslang en mooie grote brokken koraal. Zelfs nemo kwam voorbij. Erg bevredigend duikje, van maar liefst 1 uur en 20 minuten! Op de boot was men al ongerust geworden. We worden snel aan boord gehesen en gaan op weg naar het hotel.

Daar aangekomen gaan we nog even verhaal halen bij de general manager wat betreft de boot, verzorging en veiligheid. Uiteindelijk hoeven we de boot niet te betalen en krijgen we een korting voor het ontbreken van de lunchbox. Als we later aan het zwembad liggen krijgen we als traktatie nog een kokosnoot bezorgd met de complimenten van de general manager. Netjes opgelost!

De zonsondergang doet het erg goed vanavond, eind goed al goed.
Onze laatste dag in dit resort begint met een hoop gerommel, in de buik wel te verstaan. Tegen dit soort geweld blijkt de wc niet bestand.
Na enige tijd is de storm voorbij, maar is de fut er ook een beetje uit. De rest van de ochtend slapen we wat uit.
's Middags hebben we toch nog lekker aan het strand gelegen, het is een stralende dag en we durven bijna niet onder de parasol vandaan te komen. 's Avonds voorzichtig weer wat gegeten en bijtijds naar bed.

Onze eerste rem-slaap wordt wreed verstoord als er op de deur gebonst wordt. Het blijkt de divemaster te zijn waar we mee gedoken hebben, of we zijn duiklog nog even willen tekenen. Hierna pakken we draad weer op waar we gebleven waren.
De volgende ochtend staat het taxibusje op tijd klaar. Volgens onze zwitsere vriendin was dit nog niet veel soeps, maar het is maar net wat je gewend bent in Myanmar; voor ons was dit pure luxe!

In ruim 5 uur rijden we terug naar Yangon waar we 's avonds nogmaals de Shwedagon bezoeken, dit keer is deze pracht pagode mooi uitgelicht met schijnwerpers.
16 November, om met Frank S. te spreken: and now the end is near..........
We pakken nog 1x alle troep in en verschepen ons zelf naar de luchthaven voor de retourvlucht naar Amsterdam.

Myanmar 5

Het is inderdaad droog als we opstaan maar wel bewolkt, iets wat we deze trip nog niet hadden meegemaakt. We gaan vanochtend eerst naar de lokale markt en merken dan gelijk dat Bagan een stuk toeristischer is dan eerdere plaatsen. Busladingen toeristen worden gedropt en de lokale bevolking weet dat ze aan een leuke foto iets kunnen verdienen. Bovendien wordt je om de 13 seconden gevraagd of je postcards, houtsnijwerk, edelstenen of allerlei lakwerk wilt kopen.
We huren 2 fietsen en gaan proberen onze weg te vinden in het woud van pagoda's, stupa's en kloosters dat hier op een relatief klein gebied van 42 km staat. Bagan is een van de belangrijkste cultuurmonumenten van Azie. Het wordt wel vergeleken met Ankor in Cambodja en Borobudur in Indonesie.

Het is flink zoeken zonder een gedetailleerde kaart van het gebied maar toch lukt het om de belangrijkste paya's te vinden. De rest gaat op gevoel. Zie je vanaf de weg iets leuks dan fiets je erheen. De pagodes zijn over het algemeen niet meeer in gebruik maar een overblijsel uit vroegere tijden. Ze hebben dan ook niet de gladde pleisterlaag die de meeste pagodes normaal hebben. Deze ruwe bakstenen uitvoering is ook de charme van de pagodes in Bagan.
We beklimmen er een paar, stoten ons hoofd aan te lage doorgangetjes, genieten van de prachtige uitzichten en bewonderen de mooie boedda's die nog steeds in de meest pagodes te vinden zijn.
Om een uurtje of 3 besluiten we terug naar Nyaung U te fietsen. Morgen is er weer een dag en hopelijk een zonniger.

's Avonds eten we bij een restaurant met pizza en pasta op de kaart. Aan alles is te merken dat er hier een grote concentratie toeristen rondloopt. De pizza is voortreffelijk en ook de lasagna is smaakvol.

De volgende dag lijkt het inderdaad weer wat zonniger te worden. We besluiten vandaag eerst naar Mt. Popa te gaan. We charteren een taxi en om 09:00 uur gaan we op weg. De chauffeur jaagt er behoorlijk op los en op dit slingerweggetjes is het net of je in een achtbaan zit. Binnen een uur zijn we bij de berg.
Het is een prachtig gezicht, dit pagodecomplex dat de volledige top van een berg bezet. We klauteren weer naar boven en houden de brutale apen die hier huizen goed in de gaten. We ontwijken een paar apenkeutels, doen een donatie voor de pagode en bovengekomen genieten van het prachtige vergezich en de pagode zelf natuurlijk.
Na uurtje zijn we weer beneden, drinken nog wat en om 11:00 uur scheuren we weer richting Nyaung U. Klokslag 12:00 uur zijn we weer bij het hotel.
's Middags huren we weer fietsen want er is nog zoveel wat we niet gezien hebben, maar voordat we opweg gaan eten we een hamburger; ook dat is hier mogelijk.
Na deze lunch fietsen we over andere zandpaadjes, zien nog mooiere pagodes en genieten vanaf de top van een van deze pagodes van het mooiste uitzicht tot nu toe.
Om een uurtje of vier zoeken we een geschikte pagode om van de zonsondergang te genieten. We kiezen voor de Dhammayangyi paya, maar als we aankomen zien we dat we niet de enige zijn. Honderden toeristen beklimmen de steile trappen om vanaf het hoogste platform te kunnen genieten van de zon die verdwijnt achter de pagodes.
Als de rode bol verdwenen is fietsen we in de schemering terug naar het hotel.

Op de laatste dag in Bagan hebben we toch maar weer de fietsen van stal gehaald. Eerst even naar de markt en daarna nog naar de Shwezigon pagode gefietst. De zon liet hem zo glimmen dat we hem niet konden weerstaan.
De temperatuur liep al snel op tot tropische hoogte, dus veel meer hebben we dus ook niet gedaan.
Na een voortreffelijke lunch zijn we terug gegaan naar de kamer, de spullen bij elkaar geveegd en gewacht op de bus die ons in zo'n 14 uur naar Yangon moest brengen. We konden ons dus weer schrap zetten.

Myanmar 4

Na een taxirit van 50 minuten komen we aan bij de luchthaven van Heho. Een gemiddeld treinstation in een klein dorp in Nederland heeft meer faciliteiten, maar goed. We liepen naar de houten incheckbalie waarachter een medewerker van Bagan Air stond. Toen we vroegen waar en hoe we moesten inchecken kwam hij met het voorstel een vlucht eerder te nemen. Wij vonden het best en na nog een tweetal houten balies gepasseerd te zijn zaten we opeens al in de wachtruimte. Zo moet Schiphol er 100 jaar geleden ook hebben uitgezien. Op nog geen 50 meter van de landingsbaan zaten we te wachten op onze vlucht.
Strak op tijd kwam het 70 persoons propellorvliegtuig voorbij suizen. Een paar minuten later liepen we over de landingsbaan en zochten een plek in het vliegtuig. Je hebt hier geen toegewezen stoelnummers dus waar het vrij is ga je zitten. De vlucht verliep soepel en binnen een half uur waren we in Mandalay. We moesten zeker zolang wachten tot onze bagage er was en nog eens 2x zolang in een taxi om bij het hotel te komen. We waren net op tijd in het hotel om de laatste vrije kamer in te pikken net voor de neus van 2 duitsers.

Op onze eerste dag in Mandalay gaan we in alle vroegte naar de jetty waar we met de ferry naar Mingun zouden gaan. Helaas klopte onze reisbeschrijving niet en waren we een uur te vroeg. Toen we eiteindelijk om 09:00 uur vertrokken zaten ook Martha en Anna, de 2 spaanse dokters, aan boord. Ook zij waren na Inle deze kant opgekomen.
Na een uurtje dobberen bereikten we Mingun.
Grootste attractie hier is de nooit afgebouwde pagode. Het had de grootste van de wereld moeten worden maar nadat de regerend koning stierf is de pagode nooit afgebouwd. Ondanks dat is het een indrukwekkend bouwwerk.
Behalve deze kolos stonden er nog een aantal kleinere pagodes waaronder die op de kaft van de Lonely Planet staat. Ook hangt hier de op twee na grootste bell ter wereld.
Na de lunch ging de boot weer terug naar Mandalay waar wij gelijk doorgingen naar het paleis van Mandalay.
Dit paleis wordt omgeven door ruim 2 kilometer lange muren terwijl het koninklijke complex maar een klein gedeelte van het totale oppervlakte beslaat. Deze koninklijke gebouwen is ook het enige wat je hier als toerist mag bezoeken. Het was er vreemd genoeg erg stil, weinig toeristen, geen personeel of bewaking. De gebouwen lagen er mooi bij met hun goudgekleurde daken en donkerrode muren.
Na hier een uurtje rondgelopen te hebben besloten we naar Mandalay Hill te gaan. Hier wilden we van de zonsondergang genieten, maar het was nog een hele klim naar boven. De beklimming van deze heuvel nam uiteindelijk nog 1 uur in beslag. Nat bezweet kwamen we boven, want ook vandaag was het weer boven de 30 graden. We waren wel op tijd om te kunnen genieten van een dieprode zonsondergang.
Naar beneden ging een stuk vlotter en om 18:00 uur waren we bij het hotel.
's Avonds aten we, net als gisterenavond, bij Mann. Dit restaurant zou in nederland absoluut gesloten worden door de smaakpolitie maar het eten is er voortreffelijk. Vanavond aten we o.a. een portie loempia's voor 60 eurocent en dan krijg je 25 heerlijke loempia's voorgeschoteld met een voortreffelijk sausje erbij. Ook de sweet-and-sour chicken is om je vingers bij af te likken.
Hebben we ons vorig jaar verbaasd over de chinezen, dit jaar zijn het de italianen.
Deze Armani toeristen komen met veel branie deze lokale gelegenheden binnen en verwachten dat alles hen naar de zin wordt gemaakt. De hond van de baas liet echter precies weten hoe er over dit soort mensen gedacht wordt want hij piste naast hun tafel en liep weg alsof er niets aan de hand was.

De volgende dag hadden we een taxi geregeld. Geen blauwe mini-mazda maar een comfortabele Carina. Onze chauffeur leuk een beetje op een japanse kamikaze piloot uit een lachfilm. Stekels op z'n hoofd, dikke nek, 1.50 meter lang en erg goede ogen, want om door zijn brillenglazen te moeten kijken moet je wel héle goede ogen hebben. Belangrijkste was dat hij erg vriendelijk was en precies deed wat we hem vroegen.
Hij bracht ons eerst naar Amarapura en de U bein brug. De U bein brug is inderdaad zo mooi als men zegt. Vooral de lokale activiteit op deze brug maakt het interessant. Na hier een keer heen- en-weer gelopen te hebben gingen we naar het klooster van Amarapura om ook hier een lunch bij te wonen. Hoewel het klooster groter is en meer monniken huist dan dat in Bago, was het ritueel in Bago puurder. Daar was het alsof je stiekum stond mee te kijken bij de lunch, hier was het net of de leeuwen in een dierentuin hun dagelijkse portie biefstuk kregen en dan doel ik vooral op het gedrag van de toeschouwers en niet van de monniken.
We hebben het maar gelaten voor wat het was en zijn daarna doorgegaan naar Ava of eigenlijk Inwa zoals het tegenwoordig heet. Eerst met een veerbootje in 5 minuten de rivier over en daarna in een paardekar het complex rondgereden. De 2 kloosters waren de moeite waard: de ene om zijn prachtige gebeeldhouwde gevels, de andere om de teakhouten uitvoering.
Hierna gingen we voor de lunch naar het dorpje Sagaing vlakbij Sagaing Hill wat onze volgende stop zou zijn.
Het was een echt bamar lunch, veel groente, wat saus, rijst en een kip curry. Het smaakte voortreffelijk.
Na deze uitgebreide lunch gingen we door naar Sagaing Hill. We beklommen deze heuvel niet, zoals gisteren, te voet maar werden door onze taxichauffeur omhoog gereden; wat een luxe vakantie.
Vanaf de top van Sagaing Hill zie je dat deze heuvel vol ligt met stupa's en pagode's.
Na er hier een paar van bezocht te hebben was het tijd om ons op te maken voor de zonsondergang bij de U bein brug.
Na een keer over de brug geslenterd te zijn vonden we de ideale plek. Hier hebben we gewacht tot de zon in het water zakte.
's Avonds hebben we weer gegeten in onze stamkroeg waarna we nog even de weblog hebben bijgewerkt. Omdat we de volgende ochtend alweer vroeg weg moesten met de boot naar Bagan hebben we alvast de tassen ingepakt en de wekker gezet.

De volgende ochtend werden we gewekt door de telefoon; de taxi was er al. Ik had de wekker verkeerd gezet...................... snel aangekleed, spullen gepakt en naar de boot. Op de boot werd je ingecheckt en kreeg je je stoelen aangewezen. Het zijn een soort vliegtuigstoelen. Op het bovendek staan luie stoelen van bamboe maar die waren allemaal al bezet.
De boot vertrekt een half uur te laat voor een tocht van 9,5 uur.
Op de boot was een soort restaurantje waar je wat kon eten en drinken. Prijzen in dollars en dat waren we niet gewend.
De boottocht was niet zo heel bijzonder of het moet bij de tussenstops zijn geweest waar mensen tot hun middel in het water staan om een paar banaantjes te verkopen aan de reizigers. Voor de rest slingerde de boot zich over de meanderende Ayeryarwadi rivier.
Naarmate we dichter bij Bagan kwamen werd de lucht donkerder en een half uur voor aankomst regende het zelfs op deze, volgens de LP, droogste plek van Myanmar. Snel met de taxi naar ons hotel en weer ingecheckt, hopen dat het morgen droog is.

Myanmar 3

In Kalaw zitten we in een guesthouse van een lokale familie. Zeer vriendelijke mensen! Zoals de hele vakantie al, is ook hier het ontbijt weer voortreffelijk en gaan we goed gevuld wat regelen voor de trek.

Kalaw is veel minder hectisch dan Yangon of Bago, voeg daarbij het koelere klimaat op bijna 1300 meter en deze rustige dag kan niet meer stuk.

We hebben in Kalaw een leuke teashop ontdekt waar steeds verse gebakjes en cakejes te krijgen zijn. Omdat ook hier de zon weer volop schijnt zijn we daar regelmatig te vinden. Een bakkie thee met een paar loempias, bananencakeje en zandkoek kost bovendien nog geen 2 kwartjes. We hoeven ons dus geen zorgen te maken over het budget.

De trek boeken we bij Jimmy. Dezelfde vent die ons al stond op te wachten toen de bus aankwam. Hij komt vriendelijk over en heeft alle tijd om ons het e.e.a uit te leggen. Morgen starten we om negen uur en we zullen de trek samen met twee spaanse meiden maken.

's-Avonds eten we bij een nepalees eethuis dat in de LP wordt aangeraden. Er zitten die avond alleen toeristen, maar dat mag de pret niet drukken.
We zaten daar naast de naaimachine en strijkplank, waarop ze tijdens het eten nog even een plooi glad streken.

De volgende ochtend om negen uur gaan we van start. De twee spaansen hebben er ook zin in dus wat kan er gebeuren.
De omgeving waardoor we lopen ziet er uit als een bontgekleurde lappndeken; overal worden op kleine akkers andere gewassen verbouwd. Er moet ook aardig geklommen worden, maar niemand geeft een krimp en om 11:30 uur bereiken we onze lunchstop annex vieuwpoint al.
Een handige local had op deze prachtige lokatie een paar tafeltjes en parasolletjes in elkaar geknutseld van bamboe en kon daar een leuk zakcentje mee verdienen, na ons kwamen er nl. nog drie gezelschapjes een tafeltje uitzoeken. De lunch was eenvoudig maar voedzaam: chapatis met aardappelcurry wat op smaak gebracht met chilisaus.

Om 13:00 uur gingen we verder en even later kwamen we door een klein dorpje. Jimmy nam ons mee een lokaal huis in vooreen bakkie thee. De planning had niet beter kunnen zijn want een paar minuten later begon het te stortregenen. De vrouw des huizes moest op haar slippers naar buiten sprinten want ze had nog een lading thee te drogen liggen voor het huis.
In de tussentijd gingen er wat GGD-ballonen naar nieuwe eigenaartjes en niet veel later was de bui alweer voorbij.
De regen had geen goed gedaan aan de paden, ze waren glad en glibberig geworden. De zon doet hier gelukkig wonderen en het werd langzaam wel weer beter.
Later die middag liepen we nog een tijdje via het spoor tot we bij een klein stationnetje aankwamen. We trokken veel bekijks net als de dorpsgek die hier stond te zingen en dansen alsof ze voor Idols aan het oefenen was.
Ook hier zien we vrouwen die de groene cheroots roken, maar dit begint de normaalste zaak van de wereld te worden. Deze vrouw is touwens nog wel vastgelegd voor het nageslacht.

Tegen half vijf arriveren we bij het dorpje waar we zullen overnachten. De laatste honderd meters zijn erg slecht en met voeten vol klei en zand lopen we omhoog het huis in.
De kok die deze trek voor ons het eten bereid blijkt een ware kunstenaar te zijn. Vanuit het niets tovert hij de lekkerste maaltjes op tafel en we moeten uitkijken dat we niet te veel eten
De slaapplaats is niet veelmeer dan een paar dekens op een houten vloer. Net na negenen gaan we proberen te slapen en dat valt nog niet mee. Jimmy snurkt als een kettingzaag die een teakwoud aan het omzagen is en ook een spaanse heeft blijkbaar wat ademhalingsproblemen.

De volgende morgen merken we dat onze ruggetjes toch niet zo goed tegen die harde vloer kunnen, maar om 07:30 uur vertrokken we alweer voor wat een lange wandeldag zou worden.
Wederom een schitterende omgeving om door omringd te worden. Felgroene velden rijst lamborghini gele velden sesamzaad, donkerrode omgeploegde akkers en blauwgroene velden sojabonen, soms afgewisseld met velden verdroogde maisstengels. Niet alleen langs deze kleurenpracht soms ook er dwars doorheen. De oogst wordt vaak met een ossenkar vervoerd, het blijft onvoorstelbaar om je zo ver terug in de tijd te wanen.

Nog voor de lunch bezochten we een schooltje. De kinderen zagen ons blijkbaar al van verre aankomen want ze sprintten ons tegemoet. We zijn ook nog even het schooltje binnen geweest en hebben een stapel kleurpotloden achtergelaten bij de juf.
Kokkie heeft daarna in een dorpje nog een heerlijke lunch bereidt en vol goede moed gingen we daarna op weg. 's Middags was meer van hetzelfde en misschien nog mooier: kinderen op buffels, gekleurde velden afgewisseld met dennenbos, pittige klimmetjes, gladde afdalingen en pas tegen 17:00 uur zagen we het klooster waar we zouden overnachten. Na 8 uur wandelen waren we het wel zat en gelukkig was de matras die ons de nacht moest doorhelpen hier een stuk beter.

We sliepen in de zaal waar de jonge monniken hun liederen/gebeden zongen en dat zouden we weten ook. De volgende ochtend om 05:20 uur werden we gewekt door het gezang van onze roodgemantelde vrienden; prachtig om ziets mee te kunnen maken.
Hun dag was begonnen en die van ons dus ook.

Na ontbijt met nasi en koekjes gingen we om 07:30 uur weer op weg voor de laatste paar uurtjes naar het Inle meer. Door de tropische regenbui van gisterenavond waren de paden weer spekglad, maar dat werd snel beter. Deze dag geen nieuwe hoogtepunten of het moest de aankomst bij het Inle meer zijn. Eindelijk weer een lekker koud colaatje en wat rust voor de voeten.

In een longboat werden we over het Inle meer naar Nyaungshwe gebracht waar we ons zelf trakteerden op het meest luxeuze hotel in town. Nadat we ingecheckt waren zijn we eerst even het dorp ingelopen om een boottochtje voor morgen te boeken. Bij de buurman van het kantoortje waar we de boottocht hebben geboekt hebben we navraag gedaan voor een vlucht naar Mandalay. Deze vlucht bleek maar 32 dollar te kosten dus dat was geen moeilijke keuze als het alternatief 12 uur in een nachtbus is.
Het boottochtje van morgen zou om 08:00 uur beginnen dus erg laat hebben we het niet gemaakt.

Na een lekker ontbijtje zaten we om 08:00 uur in onze prive-longboat. Als eerste opweg naar de lokale markt van Kaungdaing en hoewel er al wel wat toeristenstalletjes waren te vinden was deze markt nog behoorlijk authentiek. In ieder geval goed genoeg voor een uurtje rondsnuffelen en een paar prachtige plaatjes. Daarna via de drijvende groentetuin (vnl. tomaten) na een tweetal op toeristen ingestelde handwerkfabriekjes. Waarschijnlijk hebben wij het snelheidsrecord in-and-out the shop gebroken. Via de straatjes van een vissersdorpje zijn we tegenover de grote pagode gaan lunchen. Na de lunch hebben we de pagode van dichtbij bekeken. Je kunt hier bladgoud kopen om op een boedistisch relekwie te plakken, dan is een goede toekomst verzekerd. Na dit tempelritueel op weg naar het jumping cat monastery. In dit klooster dat omgeven is door souvenirsstalletjes hebben de monniken uit verveling katten door een hoepel leren springen. Ook wij hebben een voorstelling bijgewoond, dus Karel staat nog wat te wachten als we weer thuis zijn.

Na deze acrobatische hoogstandjes gingen we weer terug naar Nyaungshwe, maar niet zonder onderweg nog een paar vissers op hun speciale manier aan het werk te hebben gezien.

Vandaag naar Taunggyi, maar de plannen zijn weer gewijzigd. Zouden we eerst in deze plaats slapen (we hadden al een hotel gereserveerd) hebben we gisteren toch maar besloten op-en-neer te gaan. Dit kwam ook doordat Mario en Lies, 2 Belgen uit Hasselt die we tijdens de trek al eens waren tegengekomen, op zoek waren naar andere toeristen waarmee ze hun taxi naar Taunggyi konden delen; dat zijn wij dus geworden.
Om 08:30 uur vertrokken we vanaf het hotel van deze twee Belgen.
Taunggyi bleek een mierenhoop van mensen te zijn. Aan het eind van de hoofdstraat was een veldje waar de ballonnen gelanceerd gingen worden en hieromheen was een braderie/kermis opgebouwd van enorme omvang.
Het ballonfestival ter ere van volle maan trok duizenden en duizenden mensen uit het hele land. Soms liep je in een mensenmassa waarin je geen kant op kon en je maar mee moest laten voeren. Nadat we een aantal keren langs alle kraampjes en kermisattracties waren gelopen, zijn we naar het veldje gegaan waar het allemaal zou gebeuren.
De eerste ballonen werden rond een uur of 13:00 uur opgelaten. Met veel gedans, muziek en geschreeuw worden grote fakkels aangestoken waarmee dan een soort vuurkorf onderaan de ballon wordt aangestoken. Met een man of 10 worden de ballonnen ondersteund om zo de warme lucht erin te laten lopen. De ballonen varieren in grootte van een een uit de kluiten gewassen opblaaskip tot ballonnen met de omvang van een luchtballon waar we in Nederland mandjes onder hangen met mensen erin. De meeste ballonnen hebben de vorm van een soort papagaaiachtige vogel, maar er zijn ook varkens, koeien, een driehoofdige kameel en een olifant. Ze gaan niet allemaal even goed de lucht in. Soms moet je rennen om aan een enkeltje Beverwijk te ontkomen wanneer er eentje in de fik vliegt en brandend naar beneden stort.
Aan het eind van de middag komen we Mario en Lies weer tegen en gaan we samen wat eten. Hij blijkt een beroemde drummer te zijn van de popgroepen Novastar en Hooverphonic. Zegt ons zo niets maar na de vakantie gaan we even een CD-tje huren. Zij is research mederwerkster bij de VRT en doet onderzoek naar achtergronden bij televisieprogramma's. Leuke jobs, maar haalt het niet bij belastingambtenaar.
's Avonds is het zo mogelijk nog drukker geworden op het festivalterrein. We bezoeken nog even de grote pagode alvorens het spektakel met de fire-balloons begint. Dit keer zijn het gewone ronde ballonnen zo groot als de eerder genoemde mandenballon maar zijn ze aan de buitenkant versierd met allerlei vuurwerk. In het duister van de nacht geeft dit een prachtig gezicht.
Nadat de laatste ballon omhoog is gegaan vertrekken we met de taxi terug Nyaungshwe. Rond een uur of 24:00 uur vallen we als een blok in slaap.
De volgende ochtend zijn we naar het cybercafe gegaan om de mail te lezen en de weblog bij te werken. Voor het eerst in Myanmar een normale internetverbinding. We zitten bij het cybercafe nog even buiten op het daktterras en genieten van de voorbijgaande boten. Vanmiddag de vlucht naar Mandalay.