Cambodja week 1


Grotere kaart weergeven

Maandag 16 november

De Hennie-taxi was mooi op tijd, maar bij de NS (Nooit Stipt) liep het anders. De trein naar Amsterdam CS was vertraagd, waardoor de , ook al te late trein naar Schiphol afgeladen vol was. We moesten dus staan met onze bagage want niemand toonde respect voor de twee 7-heuvelen lopers met hun vermoeide benen.
Op schiphol worden we geholpen door een stagiaire die nog nooit van Siem Reap had gehoord. Dit is niet bevorderlijk voor de snelheid.
Uiteindelijk hadden we om half 11 ons eerste bakkie koffie te pakken (sponsered by C & M).
Het boarden verliep soepel en op tijd. We hadden de stoelnummers 35-f en 35-g gekregen, maar toen we eenmaal zaten bleven de 3 stoelen naast ons leeg en op het moment dat werd omgeroepen "arm the slides", zat Rob al op de 3 vrije stoelen h,j enk. Nog even checken bij de steward maar het was oké. Dat zag er dus goed uit voor deze lange vlucht.

Om 12:07 uur gooit de piloot de Boeing 747, luisterend naar de swingende naam "Shak Alam", in zijn achteruit en roept hij om dat de verwachte vliegtijd 11 uur en 20 minuten bedraagt. We gaan er maar eens breed voor zitten.
Om 12:22 uur komen we los van Hollandse bodem en zetten onze horloges op Cambodjaanse tijd: 18:22 uur.
We worden goed verzorgd op vlucht MH 0017 en 4 films, 2 CD's , wat hazenslaapjes, 2 maaltijden en veel drankjes later zijn we in Kuala Lumpur. Om 06:32 uur lokale tijd (dat is 23:32 uur in NL) raken de wielen het asfalt.
We hebben hier meer dan 4 uur de tijd voordat onze volgende vlucht naar Siem Reap vertrekt en beginnen eerst maar met een bak koffie bij Starbucks en gaan ook nog even Burger King langs voor vitaminen.

Dinsdag 17 november

We vertrekken om 11:20 uur, 20 minuten later dan gepland, maar arriveren om 12:00 uur Cambodjaanse tijd in Siem Reap en dat is weer 5 minuten vroeger dan gepland. De klok is weer een uurtje achteruit gezet.
Om Cambodja in te komen hadden we in Kuala Lumpur al 3 x een formulier ingevuld met dezelfde gegevens, maar dat was nog niet alles want in Siem Reap kwamen er nog 2 formulieren bij; een gezondheidsverklaring i.v.m. de Mexicaanse griep en een formulier waar onze pasfoto op werd geniet. Ons paspoort gaat met visum door de handen van 7 douaneambtenaren en het eind van deze lange balie krijgen we onze papieren weer terug.
Onze tassen rolden voorbeeldig op de bagageband en bij de uitgang van de luchthaven stond een jongen met een bordje "Rob and Diana" te wachten. Dat ging lekker.

Het is erg warm en vochtig in Siem Reap en dat is wel even wennen, zeker als je er net 23,5 uur reistijd op hebt zitten.
Het hotel heeft gelukkig airco dus daar kunnen we even bijkomen.
's Middags doen we niet zoveel meer. We lopen wat door het centrum van Siem Reap tot er een hoosbui op ons dak valt. We gaan op een terrasje zitten en eten en drinken wat. Morgen gaat het echt beginnen.

Woensdag 18 november

We hebben vannacht onze jetlag eruit geslapen. 's Ochtends constateren we dat kolonialisme ook goede kanten heeft; zonder de Fransen hadden we nooit stokbrood bij het ontbijt gehad.
Na het ontbijt charteren we een tuk-tuk voor een halve dag om een eerste ronde langs de tempels van Angkor te gaan maken. We halen eerst ons 3 daagse entreeticket, kost 40 US dollar en dat is best veel voor Cambodjaanse begrippen, maar er valt ook veel te onderhouden op dit enorme complex.

Als eerste bezoeken we de Bayon tempel. De tempel met de glimlachende gezichten in het centrum van Angkor Thom is één van de beroemdste bouwwerken van Angkor. De meer dan 200 geheimzinnig glimlachende gezichten op de 54 torens geven de tempel zijn grote aantrekkingskracht. Een fantastische tempel, maar het valt op dat je hier bijna overal op mag klauteren. Lijkt ons niet bevorderlijk voor het behoud van de tempel.
We merken ook dat Angkor enorme kuddes toeristen aantrekt; het is een ware plaag, maar tegelijkertijd onmisbaar omdat het zorgt voor de nodige inkomsten.
Na de Bayon tempel bezoeken we nog Baphuon met de koninklijke binnenplaats en bijbehorend zwembad, allen onderdeel van de stad van Angkor Thom.

Hierna is het alweer tijd om terug te gaan, want we willen ook nog even langs Angkor Wat.
Het valt op hoe rustig het is bij deze tempel op deze tijd van de dag. We doen hier wat eerst indrukken op, maar om deze tempel echt te bewonderen heb je veel meer tijd nodig. Gelukkig hebben we nog 2 dagen.

's Middags lopen we weer in Siem Reap en dit keer gaan we naar de andere kant van de rivier en eten daar wat. Na deze lunch lopen we over het terrein van de Wat Bo en de Wat Dom nak, maar beide zijn uitgestorven. De monniken doen hier blijkbaar een siësta en dat is niet zo verwonderlijk met deze temperatuur.
Hierna lopen we nog even de markt over. Het is een grote lelijke markthal waar de warmte van de afgelopen dagen lijkt te zijn opgestapeld. De marktkooplui hebben er duidelijk last van want ze liggen bijna allemaal uitgeteld op hun kraam tussen de koopwaar; de poelier legt zijn vieze voeten naast een paar geslachte kippen en de groenteboer ligt tussen de bananen.
Na dit ronde Siem Reap ontvluchten ook wij de warmte en gaan naar het hotel. We bestellen vast de boottickets naar Battambang voor a.s. zaterdag en gaan dan bij het zwembad van ons hotel "Auberge Mont Royal" liggen; best zwaar dat backpacken.
's Avonds eten we wat aan Pubstreet. Klinkt erg toeristisch en dat is het ook. Een straat met alleen maar restaurants en bars. Wel erg gezellig 's avonds, zo moet het er in Salou ook ongeveer uitzien denken wij.
We weten nu ook waar het Dr. Fish concept vandaan komt. Op elke hoek van de straat zie je hier een opblaasbaar kinderzwembadje met daarin een school kleine visjes. Voor 3 dollar mag je je voeten een kwartier lang in het aquarium hangen en worden de overtollige huidcellen van je voeten opgegeten; dat zijn duidelijk andere prijzen dan bij de Zwaluwhoeve.
Hierna kruipen we nog even een Internetcafé in en werken onze weblog bij.

Donderdag 19 november

We hebben nog 2 dagen om de wereldberoemde tempels van het machtige Khmer rijk te bezoeken. Angor was van de 9e tot de 14e eeuw de hoofdstad van dit rijk dat op het hoogtepunt niet alleen het huidige Cambodja omvatte maar zich uitstrekte van het zuiden van China tot Vietnam, Thailand en Birma.
De tempels die in deze periode in- en om de stad verrezen zijn het hoogtepunt van de bouwkunst van Zuidoost-Azie. Niets in Europa is ook maar enigszins vergelijkbaar met deze monumentale bouwwerken.

Vandaag gaan we eerst verderop in de straat een paar fietsen huren. We hebben niet veel keus want ze zijn allemaal van het type damesfiets met mandje, made in China. Kost ook maar 1½ dollar per dag dus we mogen niet klagen.
Het is ongeveer een half uur fietsen voor we de 1e tempel in zicht krijgen. Het is Angkor Wat, maar we laten deze vandaag links liggen (of eigenlijk rechts). Omdat we hier op een ander moment nog een keer gaan kijken. We fietsen door de Southgate de stad van Angkor Thom in en door de Northgate er weer uit. Als eerste tempel bezoeken we Preah Khan, een van de grootste complexen van Angkor. Preah Khan is de tijdelijke residentie van de koning geweest totdat Angkor Thom klaar was. Daarna was het vooral een klooster en centrum van onderwijs. Er woonden 10 duizenden mensen waaronder monniken, docenten, ambtenaren (!), en meer dan 1000 danseressen.
Na dit bezoek fietsen we door naar Neah Pean een grote vierkante vijver met eromheen 4 kleinere bassins. Via spuigaten in kleine paviljoens stroomde het water van de grote vijver na de kleine bassins. De spuigaten hebben de vorm van het hoofd van een mens, leeuw, paard en olifant.
Als we terug zijn bij onze fietsen is het tijd om even te lunchen. Gelukkig wordt hier aan alle kanten aan je getrokken om je een eettent binnen te krijgen. Een bordje fried rice doet wonderen en na de lunch fietsen we met lichte zadelpijn naar Mebon, een tempel die in de oostelijke Baray ligt. De oostelijke Baray was ooit een enorm irrigatiereservoir van 2 bij 7 km, maar staat nu droog en heeft plaats gemaakt voor rijstvelden.

We vervolgen onze fietstocht en gaan naar Ta Phrom. Deze tempel is nog steeds overwoekerd met enorme wurgbomen, hoewel overwoekerd; ze hebben er een paar van die bomen laten staan voor de toeristen. Toen de Franse onderzoeker Mouhot het Angkorcomplex in 1860 ontdekte had de natuur het complex veel meer in zijn greep.
Hierna gaan we Bayon en hebben ons circuitje dus afgerond. Tegenover de Bayontempel is het voor een aantal monniken net tijd om in gebed te gaan; een uitgelezen mogelijkheid voor een paar mooie foto's. Diana wordt zelfs door de monniken uitgenodigd om van dichtbij foto's te maken, ze moet dan wel even haar schoenen uit doen.

Het is inmiddels 17.00 uur en we besluiten nog even te gaan kijken bij de plek voor een mooie zonsondergang: Phnom Bakheng. Een stevige klim brengt ons naar een tempel op een berg, maar de zonsondergang hebben we wel eens mooier meegemaakt. Nog voor de zon achter de horizon wegzakt zijn wij alweer op onze fiets gesprongen en fietsen het laatste stuk naar het hotel in het donker. Na deze survival fietstocht van 40 km. door Angkor, gaan we op een drafje naar Pubstreet en genieten van een paar sapjes tijdens Happy Hour dat hier in sommige bars de hele dag duurt.

Vrijdag 20 november

We zien vanochtend dat de Cambodjaanse zon de contouren van onze T-shirts in roodbruine kleur op ons huid heeft getekend.
Na het heerlijke ontbijt lopen we even de stad in, het is al weer erg warm om 10.00 uur 's ochtends. We drinken een voortreffelijke cappuccino in hotel de la Paix en nemen daarna een pedicure behandeling door onze voeten in een zwembadje met mini-piranha's te laten zakken; vreeeeemd gevoel! We kunnen ons lachen niet inhouden.
Na deze schoonheids-behandeling zwerven we nog wat door de stad. We maken wat foto's en kopen een zak lychees van een vrouw die haar bromfiets er vol mee heeft hangen. Daarna gaan we terug naar het hotel en trekken onze zwemkleding aan. Het water van het zwembad is ijskoud zodat we weer wat bijkomen van de drukkende warmte.

Om 14:00 uur gaan we dan nog één keer naar Angkor om de Bayon tempel en Angkor Wat te bewonderen. Aan het eind van de middag is Bayon nog veel mooier en, veel belangrijker, ook veel rustiger. We genieten van nog een rondje door deze tempel met de lachende gezichten en gaan dan naar Angkor Wat. Hier is het heel wat anders, niet wat het licht betreft, maar wel qua toeristen. Angkor Wat wordt op dit tijdstip overspoelt door de Touristis Groupos Japonica, oftewel enorme groepen Japanse toeristen. Uit alle poortjes, gangetjes, halletjes, putten en daken komen ze te voorschijn. Zeer vermakelijk maar beroerd als je een foto wilt maken.

Terug in Siem Reap drinken we wat bij de Red Piano, een bar die teert op het feit dat Angelina Jolie tijdens de opnames van Tomb Raider een graag geziene gast was. Ze hebben hier dan ook een cocktail naar haar vernoemd.
's Avonds eten we een typisch Cambodjaanse maaltijd Amok en na gisteren al Lok Lak te hebben gegeten, beschouwen ons nu als experts van de Cambodjaanse keuken.
Het eerste oordeel over deze keuken is in ieder geval heel positief.

Zaterdag 21 november

We zijn al om 05:45 uur bij het ontbijt, omdat we om 06:00 uur al opgehaald worden voor onze boottocht naar Battambang. Ondanks dat je hier pas vanaf 06:00 uur kunt ontbijten gaan ze gelijk een gelijk een fijn ontbijtje voor ons bereiden.
De bus is mooi op tijd, maar we zitten nog geen 2 minuten op onze plek of we moeten overstappen op een grote bus. Bagage overgegooid, kont in de stoel gedraaid en inderdaad, 2 minuten later mogen we er weer uit. Dit keer bij een restaurantje van een vage kennis van de chauffeur. Proberen ze toch nog een paar ontbijtjes te slijten.
De buschauffeur gaat ondertussen meer toeristen ophalen bij andere hotels. Enfin, om 7:30 uur stappen we uiteindelijk op de boot naar Battambang; niets eens slecht gezien de omwegen.

We merken al na 5 minuten dat we te zomers gekleed zijn voor zo'n open boot en Rob gaat in de stapel bagage, boven op het dak van de boot, op zoek naar onze rugzakken en vist er 2 warme jassen uit. Dat is veel beter.

De boottocht is fantastisch. We varen langs wetlands en zien overal grote watervogels wegvliegen. Deze mooie natuur wordt afgewisseld met drijvende dorpen en paalwoningen waarvan de bewoners druk doende zijn in hun kano's.
Na verloop van tijd wordt de vaargeul erg smal en komen de struiken en bomen heel dichtbij. We moeten zelfs dicht op elkaar kruipen in het midden van de boot om te voorkomen dat de takken midden in ons gezicht slaan.

Om 14:00 uur meren we aan in Battambang. Deze bootreis annex excursie van 6½ uur was zijn geld meer dan waard. Er staat een luxe 4WD met de naam van ons hotel te wachten. Diana spreekt de chauffeur aan en we kunnen instappen. Dat scheelt weer een ritje met de tuk-tuk. We checken in bij het hotel waar we al een paar keer mee gemaild hadden en laten ons daarna door een tuk-tuk in de stad afzetten. Een schok!!! Dit is het tegenovergestelde van Siem Reap.
Dit ziet er meer uit als een stad in het afgelegen noordwesten van China. Geen Pubstreet of Dr. Fish maar vooral veel onleesbare Cambodjaanse teksten.
Om deze nieuwe wereld even tot ons te laten komen besluiten we wat te lunchen bij een restaurant op de hoek. De ambiance is het net niet: de vloer fungeert als afvalbak en de plastic stoeltjes zijn, sinds de aanschaf 23½ jaar geleden, niet schoongemaakt. We bestellen toch maar wat fried rice; daar kan weinig mis meegaan, toch!?!?
Na een onverwachte heerlijke lunch lopen we wat langs de rivier Stung Sangker en bezoeken een klooster. We wennen redelijk snel aan de sfeer van deze stad.
Aan het eind van de middag nemen we een sapje bij La Villa, een hotel dat door een Frans stel wordt gerund. Oorspronkelijk wilden we hier slapen maar dit is tot 4 december volgeboekt. We zien waarom. Laten we niet klagen, wij zitten ook niet slecht in ons moderne fabriekshotel van 20 US dollar per nacht.

's Avonds eten we nog een Cambodjaanse specialiteiten bij een restaurant waar alleen maar Nederlanders blijken te zijn: 12 mensen uit een groep van Sawadee die hier een kookcursus volgen en een stel dat vanuit Vietnam deze kant op is gereisd. We raken met deze twee aan de praat en ze geven ons nog een paar tips voor de komende weken, als beloning krijgen zij ook wat tips voor Siem Reap van ons.
Terug bij het hotel maken we vast een afspraak voor morgen met een tuk-tuk chauffeur. Hij gaat ons voor 15 US dollar een hele dag rondrijden in de omgeving van Battambang. We weten niet zeker of hij wel heel ervaren is.....

Zondag 22 november

We hadden om 09:00 uur afgesproken met onze tuk-tuk reisleider en zaten daarom alweer om 08:15 uur in de ontbijtzaal. Hier geen stokbroodje met omelet maar een Cambodjaanse rijsttafel voor 10 personen (nr. 171).
Gelukkig voor ons stond er ook een broodrooster en wat sneetjes wit brood.
Na dit uitgebreide ontbijt gingen we kijken of onze chauffeur er al was, en ja hoor, hij kwam ons zelfs tegemoet lopen.
Ons eerste doel vandaag was om de 358 treden naar Wat Banan te beklimmen. De 5 torens in Angkor Wat stijl zijn wat vervallen, maar omdat we tijdens de beklimming van de trap en de bezichtiging van de tempel werden begeleid door 2 zeer minderjarige meisjes werd het een gezellige tempeltour. We lopen wat rond de torens, schieten wat plaatjes en rennen vervolgens de trap weer af. We rekenen af met onze animeer-meisjes en gaan op weg naar de volgende beklimming.
We scheuren over kleine paadjes, langs verdwaalde boerderijtjes en tussen de rijstvelden en gedragen ons als Sinterklaas die net het land is binnengekomen; zwaaien, groeten, lachen naar de kinderen van Battambang en omgeving. We zijn alleen ons strooigoed vergeten.

Als we bij Phnom Sampeau aankomen wordt de tuk-tuk bij een eettentje geparkeerd; is vast een vriend van een vage kennis van de buurman van onze chauffeur. Het zal wel de bedoeling zijn dat we daar straks lunchen.
We beklimmen deze heuvel waarop de Wat Sampeau staat via de asfaltweg en moeten concluderen dat de 7 heuvelenloop van vorige week een lachertje is vergeleken bij deze wandeltocht hier omhoog.
De Wat Sampeau is een mooie nieuw uitziende tempel en dat heeft vast te maken met de donaties van de Cambodjanen in het buitenland die kunnen worden gebruikt voor de onderhoud van dit complex.

De uitzichten vanaf deze heuvel zijn fantastisch, je kunt helemaal tot Battambang kijken en het is één en al boerenland waarop vnl. rijst en sinaasappels wordt verbouwd. Van deze produkten uit de omgeving van Battambang wordt gezegd dat ze de beste van het land zijn. Misschien wel een leuke locatie voor "Boer zoekt vrouw overzee", hoewel we nog geen Cambodjaanse Wietsze zijn tegengekomen.

Nadat we de tempel van alle kanten hebben bekeken, en Rob nog even uitgebreid met een monnik heeft staan beppen gaan we weer naar beneden. Onderweg bezoeken we nog een grot waar een monumentje is opgericht ter nagedachtenis aan de vele Cambodjanen die hier zijn vermoord door de Rode Khmer. Het monument bestaat uit een glazen kist, met daarin botten en schedels van enkele van de slachtoffers die hier zijn doodgeslagen en vervolgens in de grot werden gedumpt.

We lopen door naar onze tuk-tuk en toevallig is het net lunchtijd. We eten er wat bij die vage kennis en na de lunch stappen we weer in onze koets en gaan op weg naar de bamboe-trein.
We rijden onver de NH 57, een weg die in 2011 geasfalteerd moet zijn door een chinese aannemer. Na een half uur hobbelen over dit erg brede zandpad zijn we dan ook bedekt met een laag oranje stof; we zijn hier duidelijk 2 jaar te vroeg over heen gegaan.

De bamboe-trein is niet meer dan 2 assen met treinwielen en daarop een bamboe-bodem en een klein buiten-boordmotortje dat de achteras aandrijft. Deze "trein" rijdt op een enkel spoor en wanneer er een tegemoet komende trein aankomt is deze light trein zo afgebroken en van de rails af. Tegenwoordig wordt deze trein vooral gebruikt om toeristen te vermaken.

Wanneer we hebben plaastgenomen en het motortje is aangeslingerd komt het karretje langzaam op gang om vervolgens steeds harder te gaan. Het is een beetje hetzelfde gevoel als in de Python van de Efteling te zitten, maar dan zonder de uitgebreide veiligheidsmaatregelen en op rails die zo krom zijn dat het eigenlijk een wonder is dat het karretje er niet steeds afstuiterde.

De snelheid is duizelingwekkend op slechts 30 cm. afstand van de rails en we zijn opgelucht als we op het eindstation aankomen.

Na deze Cambodjaanse versie van een pretpark attractie gaan we op weg naar Wat Ek. Opnieuw een Angkoriaanse tempel, maar deze is wel in heel sneue staat. Onderweg er naartoe komen we nog door een dorpje waar ze gespecialiseerd zijn in het maken van rijstpapiertjes waar loempia's van gemaakt worden: erg belangrijk dorp dus!

Terug in het hotel proberen we de resten van de laag stof weg te spoelen, maar dat valt nog niet mee, en we moeten behoorlijk schrobben.

's Avonds hebben we gereserveerd bij La Villa, het hotel waar we ons eerder al verlekkerd hebben. We eten er in Zuid-Franse sfeer een heerlijke Cambodjaanse maaltijd. Ook spreken we de eigenaar nog even. Hij vertelt ons dat het de afgelopen 1½ jaar niet zo koud is geweest. We vragen ons later af over welk land hij het heeft. Want het wordt elke dag zo'n 30 graden in Cambodja.
Als we terug willen gaan naar ons hotel moeten we ons best doen om een tuk-tuk te vinden. Het valt ons dan ook op hoe uitgestorven het is op straat. Zo'n zondagavond is over de hele wereld ook hetzelfde.

Maandag 23 november

Vandaag hebben ween soort van rustdag. We slapen eerst wat uit en gaan dan na het ontbijt nog even de stad in. We wandelen daar wat over de markt en flaneren vervolgens over de "boulevard" en bewonderen de franse koloniale gebouwen die hier staan. Klinkt overigens wat chiquer dan het is. Na een stevige espresso bij La Villa gaan we op zoek naar een bus-maatschappij die ons morgen naar Phnom Penh kan brengen. We hoeven niet echt te zoeken want de tickets worden op elke hoek van de straat verkocht en het lijkt erop dat de bussen ook op elke hoek van de straat passagiers oppikken.
's Middags we wat zonnestralen bij het zwembad. Als Rob de handdoeken haalt bij de poolboy kijkt deze hem wat vreem aan en vraagt: "are you not cold?". Het zal wel aan ons liggen, maar met 30 graden kun je toch niet van "cold" spreken.
We leggen de handdoeken op onze bedjes en gaan met onze nog on-gezonde lichamen in de zon liggen. Het lijkt wel vakantie!

Als we 's avonds omkleden om de stad in te gaan zien we dat we weer veel te onbenullig in de zon hebben gelegen; dat is een leuk gezicht zo'n setje kreeften op stap.
We eten bij White Rose wat je een typisch Cambodjaans restaurant mag noemen: diverse kleuren plastic stoeltjes, wat bijeen geraapte tafels, en altijd weer lekker eten. Ook dit keer weer veel te veel om te kunnen kiezen: van fried rice tot lok lak, van amok tot sweet en sour chicken, van alles met cashew noten en heel veel met ananas. Ook free wifi staat overal op de kaart en uithangborden, maar dat hebben we nog niet geprobeerd.

Cuba 5

Het is woensdag 12 november en we gaan vandaag naar Ciego de Avila om daar z.s.m. door te gaan naar ons all-inclusive resort Sol Cayo Coco. Voor het eerst in ons leven krijgen we zo'n armbandje om, maar eerst moeten we nog zien weg te komen uit Bayamo. We slaan wat koekjes en sapjes in voor de rit van 7 uur die we voor de boeg hebben en gaan om 10:00 uur naar het busstation. Het wordt weer afwachten of er lege plekken zijn op de bus naar Havana.
We hebben wederom geluk want we kunnen mee op de bus van 10:00 uur. Waar we gewend waren in de Viazul bus vooral tussen de toeristen te zitten, zaten we dit keer alleen maar tussen Cubanen. Dit lijkt weer eens op het openbaar vervoer zoals we dat op onze reizen gewend zijn.
Voor de rest een standaard busritje; een vrouw kotst in het middenpad en sproeit daarbij Rob z'n linkervoet onder, op de tv boven het gangpad wordt een waardeloze vechtfilm van Jean Claude van Damme vertoond die nog is nagesynchroniseerd in het Spaans ook en de buschauffeur jaagt met 100 km per uur over de landweggetjes.
In Ciego de Avila laten we ons afzetten bij hotel Santiago Havana, en hoewel de naam anders doet vermoeden had dit hotel net zo goed in Dnjepropetrovsk kunnen staan. Het ultieme voorbeeld van een Russisch staatshotel. Diana kiest een kamer uit en het is een schoonheid in zijn eenvoud. Shutters voor de ramen, maar dan het type dat je in een gevangenis zou verwachten, de muren netjes strak als in de isoleercel en meubeltjes die zo bij Leen Bakker vandaan kunnen komen. Tot onze verbazing geen bloedvlekken in de lakens en over de wc bril zo'n papieren strip met "disinfected" erop, maar daar geloven we niets van. In de kamer naast ons zit een gezin met kinderen. Natascha en Iwan spelen er lustig op los, maar geen brullende vader die een fles wodka door de kamer smijt zoals je misschien zou verwachten. De kamerdeuren zien er nogal beschadigd uit. De één lijkt te zijn behandeld met agent-orange en de ander heeft net een modderbad gehad.
Wat zullen we hier heerlijk slapen........................................................ als het hotel niet op de kruising van 2 drukke wegen had gestaan. Gillende remmen, knetterende uitlaten, toeterende gekken en stammende stereo's maken het lastig om in slaap te komen. Dan doe je toch even de ramen dicht, dachten we, maar die hadden ze dus niet in dit hotel.

Donderdagochtend gaan we op zoek naar de beste (en vooral goedkoopste) rit naar Cayo Coco. We vinden uiteindelijk een taxichauffeur die ons voor zo'n 50 euro naar ons resort wil brengen. We gaan al om 10 uur op weg en hopen dat ze niet zo moeilijk doen over een early check-in. Als we even voor 11 uur aan de balie staan zien we op een bordje staan dat de check-in tijd 16:00 uur is. We doen tocht een poging en ze doen hier dus helemaal niet moeilijk, althans niet over de check-in. Er is nog wel iets te regelen met de rekening, want hoewel wij denken 2 dagen geleden via internet geboekt en betaald te hebben vragen ze ons toch om te betalen. Bovendien wordt ons euro special offer omgerekend naar CUC tegen een heel slechte wisselkoers waarmee het helemaal geen special offer meer is. Uiteindelijk wordt verteld dat het wordt opgenomen met het hoofdkantoor, dus dit wordt vervolgd.

We krijgen dus wel ons gele bandje om en behoren nu officieel tot de carnivoris alcoholicus ammariles, oftewel de vretende, zuipende geelband. Om te bewijzen dat we er ook echt bijhoren gaan we naar het beachcafe en bestellen 2 vleesspiezen, een salade en een pina colada. We gaan ook nog even langs bij de duikschool maar daar horen we dat er de afgelopen dagen niet is gedoken vanwege de sterke wind. De medewerker vraagt ons om morgenochtend terug te komen om te kijken of het dan wel mogelijk is.
De hotelkamer is overigens fantastisch, maar het hotel kan aan de buitenkant wel een likje verf gebruiken. Deze hotels hebben verder niet zoveel te maken met Cuba. Hier is alles in overvloed terwijl we in Cuba hebben gemerkt dat het allemaal erg beperkt is. Het is net of we hier in een andere wereld terecht zijn gekomen.
's Middags liggen we heerlijk aan het strand en genieten zo af en toe van een sapje. Gelukkig hebben we de Columbus nog die we van John en Charissa hebben meegekregen. Kunnen we ons alvast oriënteren op de vakantie van volgend jaar.
's Avonds bij het buffet schamen we ons een beetje en hebben we medelijden met de rest van het land als we de volle bakken met voer zien. Als je bijv. in Trinidad een gemengde salade nam kreeg je 6 schijfjes komkommer en 5 schijfjes tomaat, hier liggen bakken vol met komkommer en tomaat, maar ook witte kool, rode kool, eieren, uitgebakken spek, meerdere soorten sla, selderij, kidneybeans, kappertjes, wortels, paprika, gegratineerde stokbroodjes, croutons, zilveruitjes, verschillende soorten dressings, verschillende soorten olijfolie, meerdere soorten azijn en dan hebben we het alleen nog maar over het saladebuffet waarvan we waarschijnlijk ook nog dingen vergeten zijn. Dan is er een bakplaat waar 4 verschillende soorten vlees en vis worden gebakken, een bakplaat voor een oosterse maaltijd, een oven voor pizza en nog veel meer pasta's en is er nog een buffet met allerlei vleeswaren als rosbief, parmaham. chorizo etc. Dan is er nog een buffet met warme groente en natuurlijk het ijsbuffet met verschillende soorten ijs en allerlei taartjes. Teveel om op te noemen dus. Het is niet zo gek dat Cayo Coco alleen maar toegankelijk is voor toeristen, als de rest van Cuba dit ziet komt er vast een volksopstand.
Ondanks de grote tegenstellingen hebben geelband 014172 en 014173 het nodige tot zich genomen. We blijven Hollanders hè, we hebben ervoor betaald. Behalve dat alles in overvloed aanwezig is smaakt het ook voortreffelijk. Klein nadeel van deze 4 dagen is dat Berry ons zeker 1,5 jaar moet afbeulen om weer op gewicht van 21 oktober te komen.

Vrijdag begint ongeveer waar we donderdag waren opgehouden, met eten. Dit keer een ontbijtbuffet waar we geen opsomming van zullen geven want dat kost teveel tijd. Een paar uurtjes later is er dan een lunchbuffet dat bijna een kopietje is van het buffet van gisteravond.
Vandaag overigens weer geen duiken, dus pakken we een bedje op strand. Geeft Rob mooi de gelegenheid om de biografie van Che Guevara eens te lezen, maar of hij die 479 pagina´s deze vakantie doorkomt is nog maar de vraag.

Zaterdag kunnen we dan eindelijk duiken. We maken 2 duiken maar merken dat de invloed van het weer nog zichtbaar is. Het zicht is niet meer dan 15 meter. Het ontvangstcomité onderwater was wel van formaat, eerst een baars van bijna 1 meter lang die ons minuten lang bleef volgen, waarna we een ontmoeting hadden met een behoorlijk agressieve murene van wel 2 meter lang. Verder was er veel waaierkoraal en het gebruikelijk zeebanket. Hoewel we vanochtend wakker werden van de regen hebben we vanmiddag na het duiken nog lekker op het strand liggen bakken.
´s Avonds eten we bij Don Diego een á lá carte restaurant want dat hebben ze hier ook nog. Ook hier is het eten fantastisch maar wel in een heel andere ambiance dan bij het buffet.

Het is zondag en dat is alweer onze laatste dag in Cayo Coco. We leggen dit plekje eerst nog even vast op de gevoelige chip want dat zouden we bijna vergeten. We liggen tot 2 uur weer aan het strand want dan slaat het weer om; het begint hard te waaien en niet veel later is de zon verscholen achter een dik pak wolken. We gaan nog maar even op een terrasje zitten en proberen wat informatie te krijgen over de treinverbinding vanuit Moron. Lokale Cubanen raden het ons echter af omdat deze trein stopt bij elk dorpje, ieder huis en verder voor iedereen die z'n hand opsteekt en dan gaan we er vanuit dát er een trein komt.
´s Avonds eten we weer á lá carte bij een Italiaans restaurant want die hadden we nog niet gehad.

Wanneer we maandag wakker worden zien we dat het nog steeds bewolkt is, het lijkt erop dat we het verblijf hier goed gepland hebben want we moeten straks geen uitchecken. Maandag, dat betekent ook dat het minder dan een week is voordat................
We gaan even geld wisselen (dit is waarschijnlijk de meest voorkomende zin in dit blog) en dan naar de receptie om onze schuld hier af te lossen. Dit loopt allemaal niet zoals we wensen. We worden eerst van een kastje naar een muur gestuurd, vervolgens weer terug naar het kastje, om weer naar een andere muur gestuurd te worden. Eind van het verhaal is dat de medewerker aan de receptie ons wel begrijpt maar dat hij de telefonische orders uit Havana moet opvolgen. Dit is typisch een voorbeeld hoe het gaat bij een centralistisch, communistisch model, maar hoe vaak gaat het in Nederland ook niet zo. Beslissingen nemen op de werkvloer is in Cuba in ieder geval ten strengste verboden.
Om 12:30 uur gaan we met de taxi terug met de taxi naar Ciego de Avila om daar de bus naar Santa Clara te pakken. Dat geeft ons nu nog wel de gelegenheid om een laatste gratis Cuba Libre te nemen. Dan nemen afscheid van de Engelsen en Canadezen die de hoofdbewoners van dit hotel zijn. Vooral ´s avonds was dit genieten wanneer ze hun veel te dikke lichamen in prachtige avondkleding hadden gestoken. Bloemetjesgordijnen en glimmende jurken, het leek net of ze helemaal klaar waren om aan boord te gaan van de Titanic.
Onze taxi brengt ons naar het busstation van Ciego de Avila waar we de bus nemen naar Santa Clara. Santa Clara is gelegen aan de voet van het Escambray gebergte en onze busrit voert ons langs dit gebergte afgewisseld met eindeloze suikerrietvelden. We zijn weer terug in het echte Cuba.
In Santa Clara trekken we in het enige hotel van de stad, mooi gelegen aan het centrale plein. Het voelt hier een stuk kouder aan dan de voorgaande weken in Cuba. Of dit te maken heeft met de overgang naar het koude seizoen of dat het komt dat Santa Clara zo dicht bij het gebergte ligt zullen we de komende dagen wel achter komen.
´s Avonds eten we bij een restaurant waar de drankober wel heel nadrukkelijk probeert dure drankjes te slijten. Ook al hebben we al meer dan 3x gezegd dat we een water en een bier willen, ze blijft vragen of we misschien een Mojito willen. Erg komisch allemaal.

Dinsdagochtend laten we ons eerst door een bicitaxi afzetten bij het Che-monument. Santa Clara wordt ook wel Che-city genoemd omdat hier alles in het teken staat van de man die hier in 1959 de belangrijkste slag tijdens de revolutie won. Behalve dit monument vind je hier het mausoleum waar zijn stoffelijke resten in 1987 zijn herbegraven, na te zijn overgebracht uit Bolivia. Che is nl. net als ons in Bolivia in een hinderlaag gelopen. Ook vind je in Santa Clara de geblindeerde trein die dictator Batista met honderden soldaten op hun had afgestuurd.
Op de weg terug naar het hotel vraagt Diana aan een taxichauffeur voor een ritje naar Remedios. Zijn prijs is goed dus we besluiten direct in zijn gammele Lada, vol met benzinedampen te stappen om ons naar het kleine plaatsje te laten brengen. Remedios zou net zo iets moeten zijn als Trinidad, waar we 4 dagen zijn geweest, maar dit valt toch wel een klein beetje tegen. Remedios is een leuk gehucht maar veel langer dan 3 uur heb je er niet nodig.
Terug in Santa Clara checken we onze mail en zoeken op internet naar een hotelletje in Havana, maar dat gaat niet zo makkelijk als je tenminste een normale prijs wilt betalen.
's Avonds eten we in het restaurant van het hotel op de 10e verdieping. De ober wordt het slachtoffer van el guerillero de las cuentas, oftewel de rekening guerillero (=Diana) die het direct in de gaten heeft als een ober probeert zijn zakgeld aan te vullen. Het is elke keer weer hetzelfde als we een rekening krijgen en het is vooral leuk om te zien hoe paniekerig ze reageren als ze gesnapt worden.

Woensdag gaan we eerst ons hotel in Havana boeken. Beetje boven het budget, maar vooruit je mag je zelf wel eens verwennen. Hierna zijn naar het treinstation gegaan om het toch nog maar eens te proberen. De trein naar Havana gaat helaas pas om half 4 dus dat wordt te laat. Als de bus vol blijkt te zijn kan het een alternatief zijn.
De rest van de dag slenteren we wat door de straten van Santa Clara, we zoeken het monument van de geblindeerde trein (el tren blindado) dat de plek markeert waar Che met 18 man een zwaar bewapende en gepantsterde trein met 350 man van dictator Batista versloeg, we wandelen nog wat door de winkelstraten en verbazen ons toch weer over de vreemd gevulde etalages. Er ligt een helm, een spijkerbroek, een borstel en een stekkerdoos. We maken er wat foto's van want dit is nog heel erg Cuba.
Aan het eind van de middag genieten we op een bankje in de zon van de drukte rondom het parque Vidal. Op de achtergrond zingt een gitarist wat Cubaanse levensliederen. Dit is een erg gezellig plein waar het steeds erg druk is met Cubanen i.p.v. alleen maar toeristen.
's Avonds eten we in een restaurant dat in een prachtig groot koloniaal pand is gevestigd. Hier ontdekken de eerste kerstverlichting. In dit restaurant hebben ze maar 1 menukaart. Deze gaat van tafel naar tafel zodat iedereen zijn beurt moet afwachten, ach overal is wel wat, maar de rekening is wel in 1 keer in orde en dat mag wel vermeld worden. Als we daarna nog een bakkie espresso nemen in onze favoriete koffieshop, komt daar ook een zwerver aan een tafeltje zitten. Deze zwerver stinkt zo enorm naar braaksel, diarree, en pies dat een medewerker van de koffieshop hem begint te sprayen met een wc-verfrisser. Omdat dit ook nog niet helpt wordt hem uiteindelijk vriendelijk doch dringend verzocht de koffieshop te verlaten. Wij besluiten even later maar hetzelfde te doen want de spuitbus had nog niet echt geholpen.

Donderdagochtend hebben we de wekker gezet want we mogen de bus naar Havana niet missen. Havana, waar we ruim 4 weken geleden onze trip naar Cuba ook zijn begonnen. We hebben nog 2 dagen in deze fantastische swingende stad.
De rit met de rijdende koelkast verloopt voorspoedig al doet de pieslucht uit de wc achter in de bus vermoeden dat er elk moment iets kan ontploffen. In Havana nemen we een taxi naar het mooie statige hotel Sevilla, waar we een ruime kamer krijgen toegewezen.
We gaan wat lunchen in Havana Vieja en genieten van de gezellige drukte en muziek op elke hoek van de straat. Heerlijk om hier nog 2 dagen te mogen zijn.
We merken wel dat het iets koeler is dan toen we hier een maand geleden begonnen; het koude seizoen zal dus echt wel aangebroken zijn. Koud is dan overigens wel betrekkelijk, want de temperatuur zal toch nog wel boven de 20 graden liggen.
We kiezen Hanoi voor ons avondeten (het restaurant). Behalve dat we hier voor het eerst een soort nasi eten, komt er weer een nieuw hoofdstuk bij het rekeningen verhaal. Dit keer maken ze het wel heel bont: we krijgen een rekening die zo'n 25% te hoog is en nadat we zeggen dat de rekening niet klopt, loopt de ober naar achteren en is 2 seconden later al terug met een volledig nieuwe en correcte rekening. Ze maken er blijkbaar gelijk 2, proberen het met de hoogste en als het niet lukt ligt de juiste al klaar. Komisch!

Zaterdag 21 november (Rene is vandaag jarig) lopen we over de Malecon van Havana Vieja naar Vedado. De Malecon is een 8 km. lang zeemuur en tijdens zware storm slaan de golven hard tegen en over deze muur. Tussen de muur en de 1e gebouwen ligt een 4-baans weg. Tijdens onze wandeling naar Vedado hadden we zo mooi de gelegenheid wat Amerikaanse sleeën te spotten. Vedado is een buitenwijk waar vooral hotels, restaurants en het uitgaansleven te vinden is, maar de belangrijkste historische sites zijn in Havana Vieja en Havana Centro.
In Vedado drinken we wat bij hotel Nacional en daarmee volgen we in de voetsporen van Winston Churchill, Frank Sinatra, Lucky Luciano en Errol Flynn. Op de terugweg slaan we spontaan ergens af en zigzaggen terug naar het Capitolio. Dit gebouw is een kopie van het Capitool in Washington maar dan met veel meer detail. Hierna gaan we wat eten in Havana Vieja en daarna lopen we ook kriskras door deze wijk. Niet meer op zoek naar de highlights maar gewoon door straatjes waar je geen toeristen ziet. Aan het eind van de middag drinken we wat op een terrasje en het valt ook hier op hoeveel westerse (oude) mannen met een jonge Cubaanse op stap zijn. Het is een bekend probleem en ook zeker niet gewenst door de Cubaanse overheid maar er wordt niet veel tegen gedaan. Deze Cubaanse schonen zijn ook zeker niet verlegen en als man alleen heb je soms sneller een vrouw dan een biertje op tafel.

Het is zover: zondag 22 november, de onvermijdelijke terugvlucht naar Amsterdam, dus nemen we afscheid van Cuba. Het Cuba van muziek en dans, sigaar en suikerriet, Fidel en Che, Chevrolet en Buick, Escambray en Sierra Maestra, Viazul en Astro, maar vooral van het fantastische vriendelijke cubaanse volk!

Cuba 4

De bus vertrekt vanochtend al om 7:45 uur en het is verdomd lastig om een taxi rond dit tijdstip te krijgen. Uiteindelijk regelt iemand van het hotel een kereltje met een auto.
De bus draait vanuit Santiago een 4-baans snelweg op, dat hadden we sinds Havana niet meer gezien.
Het is maar van korte duur want binnen een half uur gaan we de landelijke route weer op. Het is erg mooi in deze omgeving: bergachtig, veel palmen en grote bomen, maar ook akkers vol met bananen, sinaasappels, suikerriet en zelfs rijst. We slingeren 4 uur lang door deze omgeving af en toe afgewisseld met een stukje ruige kust. Dit is de mooiste route tot nu toe.
We gaan via Guantanamo waar ook nog passagiers op de bus komen. Ze hebben geen lange baarden en dragen geen oranje pakken dus de Amerikanen zullen de bewaking van Gizmo nog steeds op orde hebben. Bij een rookstop onderweg kopen we 2 chocoladerepen van een vrouwtje, vers, want cacao wordt hier ook verbouwd.
Om 12:45 uur zijn we in Baracoa waar we een hotelletje hebben geboekt vanuit Santiago. Er stond niet bij dat je voor dit hotelletje eerst 96 treden moest beklimmen met je volle rugzak. Gelukkig is er wel een lekker zwembad bij.
Omdat we nog steeds niet weten of we ons visum moeten verlengen gaan we naar het officina de immigracion. In principe is een visum een maand geldig, maar van 22 oktober tot 22 november zijn 32 dagen. Bij het het kantoortje horen we echter dat 22 in en 22 uit geen probleem is en dat we ons visum niet hoeven te verlengen. Scheelt weer 50 CUC.
Hierna gaan we nog even bij Cubatur binnen omdat we graag naar El Yungue willen. Dit is een 569 meter hoge "tafelberg" die je in 2 uur kunt beklimmen. Bij Cubatur adviseren ze ons om morgenvroeg terug te komen omdat we dan kunnen zien hoe het weer ter plekke is.
We lopen nog even over de boulevard en maken nog wat foto's bij de zee. Daarna tellen we weer de 96 treden en strijken neer op een ligbedje bij het zwembad. Het valt niet mee hier!
's Avonds eten we een gebakken visje bij een paladar en liggen op tijd op bed; de vochtige warmte is slopend.
Zaterdagochtend gaan we naar Cubatur om te kijken wat er vandaag mogelijk is. De tocht naar El Yungue lijkt niet mogelijk te zijn omdat er regen wordt verwacht als gevolg van de tropische storm Paloma.
We kiezen daarom voor een trip naar nationaal park Humboldt, een van de laatste regenwouden van de Caribean en sinds 2001 een Unesco site vanwege zijn bijzondere ecosysteem. Met doodsverachting doorstaan we de rit erheen, maar het is de moeite waard. Fantastisch begroeide berghellingen, wijdse vergezichten, kleinste kikker die we ooit gezien hebben en een bad in de rivier.
Het is een wandeling van 3 a 4 uur en op de terugweg wordt de dodemansrit met de taxi even onderbroken voor een bezoekje aan, wat het mooiste strand van deze oostkust moet zijn. Helaas ligt het strand vol met ¨wrakhout¨ dankzij Ike en dat maakt het een stuk minder idyllisch dan verwacht.
Terug in Baracoa horen we dat de bus uit Santiago vandaag niet heeft gereden en dat het zo goed als zeker is dat er morgen ook geen bussen gaan. Dit allemaal dankzij de duif, Paloma genaamd. Morgenvroeg maar even naar het busstation.
Volgens de berichten gaat Paloma vannacht om 2 uur via Holguin over het land en blijven we hier in Baracoa buiten schot.
Je ziet hier, en eigenlijk in heel Cuba nog overal plakband over de ramen zitten. Dat hadden ze er na Ike nog niet afgehaald. Lijkt heel verstandig.

Als we zondagochtend wakker worden beseffen we dat het dak er vannacht niet afgewaaid is. De duif heeft ons in ieder geval gespaard, net als Mitch 15 jaar geleden.
We zetten de tv aan hoe het in de rest van het land is, maar vreemd genoeg zien of horen we niets. Na het ontbijt eerst maar eens naar het busstation. Daar wordt ons verteld dat er vandaag weer geen bussen gaan, maar morgen waarschijnlijk wel. Ze adviseren ons morgen om 8uur weer op het busstation te zijn. Zitten we dus een dag extra in Baracoa, de plek waar Columbus in 1492 voet aan wal zette en hier een houten kruis in de grond plantte. Dit kruis wordt hier overigens nog steeds bewaard in de kerk.
Het is voor ons nu even onmogelijk om Baracoa over de weg te verlaten, maar tot 1964 was het sowieso onmogelijk om Baracoa over land te bereiken en ging alles over zee, valt een extra dagje dus eigenlijk wel mee.
De hele ochtend vallen er buien, geen idee of dit het gevolg is van Paloma, want dat staat er niet bij. Geeft ons in ieder geval de gelegenheid eens een boekje te lezen, bijv. over het leven na je 40e, de weblog bij te werken en wat mail te versturen.
Rob gaat proberen de baard van 2,5 week er af te hakken en we bedenken ons dat het allemaal veel erger kan, bijv. regen op een camping.
´s Middags klaart het al weer aardig op en maken we een strandwandeling. We wilden eigenlijk tot Playa Blanca lopen maar we horen dat ook dit mooie strandje geruïneerd is door Ike.
Terug bij het hotel gaan we nog even bij het zwembad liggen om te genieten van de namiddagzon.

We waren vanochtend al om 7 uur wakker, op hoop van zegen gingen we naar het busstation. Dit keer was er iemand aanwezig op het officina de Viazul. Ze vertelde ons daar dat er nog een lijst lag met reizigers die zaterdag al terug wilden en wij zouden boven aan de lijst van zondag komen. Let wel, het is nu maandag. We moesten dus maar hopen dat er toeristen die voor zaterdag hadden gereserveerd op een andere manier Baracoa hadden verlaten zodat wij konden doorschuiven. Volgens de medewerkster van Viazul maakten we een goede kans en anders plakken we er nog een dagje aan, zou slecht was het hier ook niet. Columbus zei in 1492 al dat dit het mooiste land was dat hij had gezien. Wij hebben waarschijnlijk iets meer gereisd dan Columbus(!), maar denken dat Baracoa in ieder geval op het mooiste stukje Cuba ligt.
Terug bij het hotel enorm gebunkerd bij het ontbijtbuffet want als het meezit vandaag hebben we nog een lange rit voor de boeg. We willen in Santiago nl. gelijk de bus naar Bayamo nemen. Na nog wat geld te hebben gewisseld gaan we de rest van de ochtend bij het zwembad liggen, het weer is fantastisch vandaag. Het lijkt af en toe wel vakantie.
Om 12.00 uur lunchen we nog wat en gaan dan bepakt en bezakt op weg. Voor de laatste keer die 96 treden, dan nog een minuutje of 10 in de brandende zon door de straten van Baracoa. We voelen ons net die gozer uit de Axe reclame, het zweet komt met bakken tegelijk. Als het allemaal maar niet voor niets is. Bij Viazul hangen 2 fantastische airco´s maar ze doen het helaas niet. Het zweet lijkt niet meer te stoppen.
Precies om 13:15 uur begint de verkoop van de tickets en tot onze grote opluchting kunnen we mee. Nadat het busvervoer 2 dagen heeft stil gelegen vanwege Paloma, kunnen we onze weg weer vervolgen. Maar we hebben nog niet eerder in zo´n volle bus gezeten.
Om 19:10 uur zijn we in Santiago en om half 8 gaat de bus naar Bayamo. Snel in de rij voor buskaartjes en de bagage van de ene bus naar de andere. Voor we het weten zijn we weer op weg. De laatste uren leven we op de borrelnoten die Danthe ons heeft meegegeven, want op de busstations is niets te krijgen.
De buschauffeurs stoppen regelmatig om een familielid, vage kennis of extra lading goederen mee te nemen. Meestal krijgen ze daar dan wat eten of iets dergelijks voor terug. Deze chauffeur doet het weer helemaal anders. Hij stopt om een jonge meid mee te nemen, geeft het stuur over aan de andere chauffeur, neemt plaats op de bijrijdersstoel en neemt die meid op schoot. Hij slaat zijn arm om haar heen en begint haar af te lebberen. Hij probeert zelfs even haar huigje te toucheren met zijn tong. Dit tafereel gaat door tot de passagiere er uit moet, dan neemt hij het stuur weer over en vervolg vrolijk fluitend zijn weg. Zo heb heb je helemaal geen OV chipkaart nodig.
Uiteindelijk zijn we mooi op tijd in Bayamo waar we een aantal dagen geleden ook al waren toen het zo regende. Toen besloten we gelijk door te gaan, hopelijk hebben we nu meer geluk.

Als we dinsdagochtend wakker worden in hotel Telegrafo zien we gelijk dat heel ander weer is dan een week geleden. De lucht is strakblauw en de temperatuur is al behoorlijk opgelopen. Na het ontbijt wachten we op het mannetje van Cubanacan want we willen een tochtje naar de Sierra Maestra boeken. Hoewel hij er om 9:00 uur had moeten zijn gaan we om half 10 maar even de stad in want hij houdt er blijkbaar zijn eigen openingstijden op na. Bayamo is een klein en rustig dorp aan de voet van het Sierra Maestra gebergte. Dit gebergte met een max. hoogte van 2000m. heeft een nog onbedorven natuur. Bayamo is ook de stad van Carlos Manuel de Cespedes. Deze advocaat kwam in opstand tegen de Spaanse overheerser en werd daarmee de eerste revolutionair die de onafhankelijkheid uitriep in 1868. Bayamo is ook de geboorteplaats van Perucho Figueredo de componist van het huidige volkslied dat voor het eerst in Bayamo werd gespeeld.
Wanneer wij van onze wandeling door Bayamo terugkomen is de medewerker van Cubanacan wel aanwezig, maar de ontmoeting wordt een teleurstelling. Met de mentaliteit die je van een medewerker van een staatsbedrijf kan verwachten deelt hij ons mee dat er eigenlijk niet mogelijk is. Hij zegt dat vanweg Paloma de bewoners van de Sierra Maestra zijn geëvacueerd en dat deze eerst terug moeten. Er zit dus niet veel meer op dan de Sierra Maestra tijdens een volgende trip naar Cuba te bezoeken.
We vragen de Cubanacan hork of hij voor ons dat wel even de bustickets naar Ciego de Avila wil reserveren. Hij pleegt een telefoontje en komt ons vertellen dat er de komende week geen plekken zijn op de bus. Wanneer we zelf even later de receptioniste met Viazul laten bellen voor bustickets wordt haar verteld dat we morgen gewoon naar het busstation moeten komen en dat we dan waarschijnlijk wel meekunnen. De Cubanacan hork had er duidelijk geen zin in vandaag.
De rest van de dag vermaken we ons een beetje in Bayamo, eigenlijk vluchten we van de ene schaduwplek naar de andere en van de ene airco naar de andere. Het is ook nooit goed.
Het valt ons op hier hoeveel rijen er staan, een rij bij de supermarkt, een rij bij de banken, een rij bij de ijssalon, overlal rijen wachtende mensen. Het lijkt erop dat iedereen zijn overheidssalarisje weer heeft ontvagen en weer spullen wil kopen.
´s Middags boeken we via internet een resort in Caya Coco, waar we een paar dagen willen verblijven. Nu moeten we alleen nog op de bus zien te komen.

Cuba 3

De wekker gaat om 6:30 uur, maar als we ons willen wassen blijkt er geen waterdruk te zijn. Kan gebeuren. Om 7:00 uur lopen we met onze rugzakken op naar het busstation. Onderweg komen we langs de lokale bakker die net de deuren opent. Gelijk maar even 8 witte bolletjes meegenomen voor het "ontbijt".
We rijden met de bus landinwaarts via Santi Spiritus en Ciego de Avila naar Camagüey. Onderweg zien we grote velden met suikerriet, een produkt waar deze regio in de 17e eeuw groot mee is geworden. In de buurt van Camagüey zijn de gevolgen van Ike weer zichtbaar; metershoge palmbomen liggen als lucifershoutjes verspreid op het grasland. Om half 2 zijn we in Camagüey en we laten ons door een taxi naar hotel Colon brengen. We hebben wel weer eens een hotelletje verdiend. Het hotel is gehuisvest in een oud koloniaal gebouw. Onze kamer heeft 5 meter hoge plafonds en een klassieke inrichting, helemaal in stijl. We gaan eerst wat eten bij een restaurant om de hoek en bestellen daar wat tapas. Na deze heerlijke gerechtjes gaan we op onze 1e verkenningsronde door Camagüey.
Hoewel Camagüey de 3e stad van het land is en meer dan 300.000 inwoners heeft, komt het toch heel gezellig en compact over. Wederom gekleurde huizen een paar leuke parkjes en een handvol mooie kerkjes.
In tegenstelling tot Trinidad zie je hier bijna geen toeristen maar des te meer bici taxi's. Elke 2 minuten wordt je aangesproken of je misschien met het meest economische vervoermiddel wilt worden vervoerd. Helaas voor hun hebben wij een nog economischer vervoermiddel onder aan onze benen. Maar niet alleen de bici taxi´s ook de normale fietsen zie je hier veel in het verkeer. Is het gevolg van de abrupte beëindiging van olie subsidies van de russen in de 90'er jaren. De Cubaanse regering koos toen voor de fiets als alternatief voor het transportsysteem dat gebaseerd was op Oost-Europese bussen en lelijke Russische Lada s die die bovendien nogal wat bijdragen aan de luchtverontreiniging. Om te voorkomen dat het hele transport op zijn kont zou komen te liggen kocht de Cubaanse overheid 1,2 miljoen fietsen in China.
's Avonds eten we weer bij een peso restaurant en ondanks dat de ober ons probeert af te zetten (lukt natuurlijk nooit bij Diana) zijn we voor een heerlijke maaltijd rond de 3 euro kwijt.

Het is 3 november en oma wordt vandaag 94 of 95 (we zijn de tel kwijt). Diana belt haar even vanuit het hotel.
Vandaag is de lucht weer veel blauwer gekleurd dan gisteren, toen we zelfs een verdwaalde bui hadden.
Na alweer geld gewisseld te hebben gaan we eerst op weg naar de markt nabij de rivier. De receptioniste in het hotel had ons al gewaarschuwd dat de markt niet zo uitbundig en vol is als voor Ike, omdat veel oogst verloren is gegaan.
Ze krijgt gelijk, want behalve knoflook, knoflook en knoflook is er slechts wat kool, verdwaalde knollen en hier en daar een ananas te vinden.
Na het bezoekje aan de markt, gaan we kris-kras door Camagüey. Wat we in andere plaatsen ook al zagen zien we hier ook weer: bij veel winkels staan de mensen buiten in de rij. Het aanbod is beperkt, en wanneer er dan iets is binnengekomen komt iedereen er op af. Vandaag lijkt het of er een containertje matrassen is gearriveerd. Overal in de stad komen we Cubanen met matrassen tegen; matrassen achter op de bici taxi, matrassen op het hoofd, matrassen opgerold op de bagagedrager, matrassen op de brommer en matrassen onder de arm.
We hebben vandaag Camagüey goed kunnen verkennen. De Tinajones, grote potten klei, waar vroeger vanwege de schaarste het regenwater werd opgevangen, waren nauwelijks meer te vinden, terwijl Camagüey er zo bekend om is. De kronkelende straatjes zijn wel een enorme uitdaging. Wanneer je 2x een verkeerde zijstraat inloopt ben je de weg kwijt. Dit was ten tijde van de piraterij ook de bedoeling.
Dachten we gisteren nog dat er hier zoveel gedronken werd in het weekend, vanochtend was het toch echt maandag maar vanaf een uurtje of 9 hebben we ze al weer gesignaleerd met een fles bier of rum gezellig babbelend en dat gaat zo de hele dag dan door. Zuipen kunnen ze hier wel.
Het mocht de pret niet drukken en het ging zeker niet ten koste van de schoonheid van Camagüey. Boven verwachting gezellig en vooral ook mooi koloniaal. Prachtige kerken, gekleurde gebouwen en allemaal op loopafstand. De Cubanen zijn ook erg gek op softijs. Bij de meeste ijssalons sta je eerst buiten in de rij te wachten voordat je kunt likken. Hier in Camagüey heb je daar de overtreffende trap van Coppelia. Een halve Kwantumhal waar de hele dag rijen voor de deuren staan om naar binnen te mogen om een ijsje te bestellen. Wij wilden dat ook proberen en tijdens een daluur zijn wij ook naar binnen gegaan. Je haalt dan eerst aan een balie net zoveel coupons als je bolletjes ijs wilt, vervolgens ga je bij een tafeltje zitten, haalt de serveerster je bonnetjes op en wordt even later je ijs bezorgd. De ambiance is niet veel, maar het ijs is prima.
´s Avonds kiezen voor een gezellig restaurantje op loopafstand van het hotel.
Camagüey heeft een enorm aanbod aan de bars en restaurants in tegenstelling tot andere steden. Dit betekent overigens niet dat alles wat hier op de kaart staat ook te krijgen is. Wat dat betreft is het overal hetzelfde: eten wat de pot schaft.

Vandaag gaan we door naar Bayamo een dorp ten noorden van het Sierra Maestra gebergte. Wij waren gisteren al even naar het busstation geweest voor kaartjes, maar toen vertelde de cheffin dat we vandaag tussen 11.00 uur en 11.30 uur terug moesten komen. Wij vandaag netjes op tijd op het busstation, vertelt dat hondehok dat we pas kaartjes kunnen kopen als de bus uit Trinidad is gearriveerd. Zitten we dan in het sfeerloze stationsgebouw van Camagüey.
Wanneer de bus arriveert blijken er zat vrije plekken te zijn dus we kunnen mee. We zitten nog maar net in de bus en het begint te regenen en niet zo´n klein beetje. Het houdt bovendien bijna de hele rit aan. In Bayamo druppelt het nog wat maar de bici taxi chauffeur vertelt ons dat het hier al 5 dagen regent. We zullen morgen zien of het nu wel zal ophouden of dat we op het verkeerde moment op de verkeerde plek zijn.
We vernachten in hotel Escuela Telegrafo, een hotel dat gerund wordt door studenten van de hogeschool voor toerisme. Wat ons betreft zijn ze al geslaagd, zowel in de keuken als voor de service.
Wanneer we ´s-ochtends gaan ontbijten bij ons hotel zien we dat het nog steeds niet best is buiten. Het regent niet meer maar het is erg somber buiten. We besluiten maar gelijk door te gaan naar Santiago de Cuba want we zijn in Bayamo om een dag of 2 naar de Sierra Maestro te gaan en daar wil je na een aantal dagen niet wezen.
Om 9 uur zijn we alweer op het busstation, maar voor het eerst deze vakantie heeft de bus een half uurtje vertraging. Uiteindelijk arriveren we nog heel behoorlijk op tijd in Santiago. Hier trekken we opnieuw in een hotel waarmee de score hotel vs. casa in het voordeel van de hotels is. Het weer is hier aanmerkelijk beter, nog wel bewolkt maar de zon is er af en toe weer bij.
We informeren naar een dagtochtje naar het oude fort El Morro, maar uiteindelijk maken we een deal met een eigenaar van een prachtige oude Chevrolet uit 1956. Deze rood met goud gekleurde bolide zal ons morgen bij het hotel ophalen. We kopen nog even onze laatste ansichtkaarten en wandelen door het centrum van Santiago.
Ook deze stad ademt weer een heel relaxte sfeer uit. Bijzonder aan Santiago is dat hier het oudste gebouw van Cuba staat en dat hier het balkon is vanwaar Fidel op 2 januari 1959 de overwinning van de revolutie uitriep. Bovendien is Santiago de bakermat van de Cubaanse son, de zo swingende muziek die je hier overal hoort en deze stad is onder de macht van de Spanjaarden jarenlang de hoofdstad van Cuba geweest.
´s Avonds eten we buiten bij het 4 sterren hotel Grand Casa met uitzicht op het drukste plein van Santiago. Dit mooie moment wordt echter wreed verstoord als de plaatselijke ongedierte bestrijdingsdienst met een soort omgekeerde bladblazer achter op een vrachtwagen een enorme rookwolk door de straten aan het verspreiden is. Deze chemische rookwolk, die waarschijnlijk bedoelt is om het kleine ongedierte te bestrijden, vult onze eetgelegenheid en we kunnen elkaar niet meer zien zitten aan de andere kant van de tafel. Gelukkig hadden wij het eten net naar binnen gewerkt.

Om half 9 is onze chauffeur al present. Het valt ons nu op hoe goed de goudkleur van zijn Chevrolet kleurt bij zijn mondvol goud. Hij zegt ons dat hij eerst nog even moet tanken en iets verderop stopt hij bij een huis waar hij een jerrycan benzine ophaalt. Als hij de auto weer wil starten laat de accu hem in de steek. Hij vertelt dat hij gisteren met vrienden naar muziek uit de autoradio heeft geluisterd, dus de accu zal wel leeg zijn. Hij trommelt wat bekenden op en gezamenlijk duwen ze de auto weer op gang. Onze chauffeur heeft een bijzondere rijstijl; elke keer wanneer hij bergafwaarts gaat zet hij de motor uit om benzine te sparen. Bovendien heeft hij de radio knetterhard aanstaan en je ziet de mensen omkijken als we langsrijden.
We zijn mooi op tijd bij castillo El Morro, een van de best bewaard gebleven Spaanse forten, en kunnen het bezichtigen voordat de busladingen toeristen worden uitgespuugd. Het fort is erg fotogeniek en heeft een mooi uitzicht op de oceaan en de baai van Santiago. Het is erg warm vandaag en we zweten ons een ongeluk.
Na het fort brengt de Chevy ons naar de veerboot voor de overtocht naar Cayo Granma, een piepklein eilandje in de baai van Santiago vanwaar we mooi uitzicht hebben op het fort. Helaas moeten we meer dan een uur wachten op de eerste overvaart, maar het eilandje is schattig. We lopen het in 10 minuten rond en voordat we teruggaan met de ferry moet Diana eerst haar dorst lessen, en omdat er niets anders te krijgen is koopt ze een fles cola van 1,5 liter en zet die aan haar mond. Erg charmant! Hierna zet de ferry ons weer over en laten we ons door de Amerikaanse bak terugrijden naar Santiago. Onderweg komen we nog wel een keer stil te staan omdat de paar druppels benzine in die enorme benzinetank niet meer bij de motor komen wanneer de weg te steil omhoog loopt, maar goed even wat zuigen aan een of ander slangetje en starten maar weer.
Wanneer we 's middags op een terrasje zitten zijn we allebei het slachtoffer van een spotprent-tekenaar. Diana mag niet eens klagen, maar de baard die bij Rob wordt getekend komt niet echt overeen met het geval dat de afgelopen 2 weken aan zijn kaak gegroeid is en bovendien lijkt hij op de tekening wel 50+ volgens Diana.
Terug op onze hotelkamer zetten we toevallig de tv aan en horen we de Piet Paulusma van Cuba iets zeggen over Paloma. De satellietbeelden maken duidelijk dat er wéér een orkaan op Cuba afkomt. Deze duif lijkt op het midden van Cuba te gaan schijten, maar we moeten de komende dagen maar zien welke baan de orkaan gaat volgen.

Cuba 2

We werden vanochtend wakker met zware regenval. Bij de ochtendinspectie valt ons op dat de in Viñales ontvangen muggenbeten beginnen te lijken op waterpokken. Geen fris gezicht, maar wat doe je eraan. De vuurrode blaasjes-achtige plekken zullen vanzelf wel weer verdwijnen, tóch? Voor ons is het slechte weer een mooie gelegenheid om de weblog even bij te werken.
Om 11:30 uur vertrekken we weer naar het busstation van Viazul voor de rit naar de zuidkant van Cuba. Bij Viazul hetzelfde verhaal, bagage netjes ingecheckt en op tijd vertrokken met 2 chauffeurs aan boord. Enige aanmerking zou kunnen zijn dat de chauffeurs tíjdens het rijden van plek verwisselen, maar het gaat wel goed.
Binnen de 4 uur die voor deze rit staat, arriveren we in Cienfuegos en omdat het geplande hotel te duur is (we blijven backpackers hè) zijn we maar weer in een vlakbij gelegen casa particular getrokken waar we dit keer een eigen huisje hadden, maar helaas nog niet onder de zon want ook hier is het zwaar bewolkt en door de regen die deze middag was gevallen stonden de wegen blank en moeten we soms door enkelhoog water baden.
's Avonds gaan we met de paard en wagen taxi naar de stad om een hapje te eten. We gaan uiteindelijk binnen bij een lokale gelegenheid waar de gerechten in de peso nacional zijn geprijsd. Deze peso is de munteenheid waar de lokale cubaan alles mee betaalt, terwijl wij met de convertible (CUC) moeten betalen en om even te verduidelijken hoe de verhouding ligt: er gaan 25 pesos in één CUC.
Het kost in zo'n restaurant dan echt helemaal niets; een karbonade, een cordon-bleu achtige verschijning, wat rijst, een komkommersalade, sapje en een biertje voor maar liefst 3 euro en dat is dan inclusief de fooi. Zo kunnen we het wel even volhouden.
Terug naar de casa nemen we een fietstaxi en bij ons huis aangekomen nemen we nog even een drankje bij de overbuurman. Dan gaan we naar bed en hopen dat het weer morgen beter is zodat we het koloniale centrum van Cienfuegos kunnen gaan ontdekken.

De weergoden lijken ons gunstig gezind vandaag, want de lucht is weer fantastisch blauw gekleurd. We eten ons ontbijtje bij de dame des huizes en gaan dan eerst even naar Punta Gorda, de uiterste punt van Cienfuegos, om daar de baai van Cienfuegos te bewonderen. De palmen komen met dit weer in ieder geval beter tot hun recht en het water waar we gisteren tot aan de enkels in stonden is magischerwijs verdwenen.
Na even uitgewaaid te zijn op de Punta lopen we naar het centrum van Cienfuegos. Deze middelgrote stad heeft een mooi koloniaal hart waar veel kleurrijke huizen in goede staat verkeren. Natuurlijk is er ook nog veel te restaureren maar nu de geldkraan van Unesco opengaat zal dat wel goedkomen.
We lopen naar het parque José Marti en nadat we dit statige plein hebben bewonderd en vastgelegd nemen we een bakkie Cubaanse koffie. Zonder het in de gaten te hebben maakt een oud Cubaans mannetje een karikatuur tekening van Diana en die moeten jullie echt zien wanneer we weer thuis zijn.
Na de koffie halen we de bustickets voor de trip naar Trinidad. We hebben besloten het programma iets te wijzigen. Omdat het duiken bij Rancho Luna vanwege de vele wind erg onzeker is gaan we vanuit Trinidad wat proberen te regelen, maar of dat duiken wordt weten we nog niet maar vandaar uit zijn er veel mogelijkheden voor dagtochten.

In de namiddag nemen we plaats op een terrasje vlakbij onze casa, met uitzicht op de baai van Cienfuegos en blijven daar net zolang tot de zon ondergaat.
´s Avonds nog maar eens naar het lokale restaurant waar we gisteravond ook waren. We vinden het inmiddels al heel normaal dat de helft van wat er op de kaart staat er niet is. Een gemiddelde bestelling opnemen gaat in de restaurants in Cuba als volgt:

Diana: doe mij maar jugo de pina
Ober: sorry hebben wij niet
Diana: doe mij maar jugo de naranja
Ober: sorry hebben wij ook niet
Diana: doe dan maar naranja
Ober: maar wij hebben wel cola
Rob: doe mij dan maar een cervesa bruja
Ober: sorry hebben wij niet
Rob: doe dan maar weer een cervesa polar
Ober: no problema
Diana: doe maar witte rijst bij de kip
Ober: sorry geen witte rijst
Diana: doe dan maar van die lokale rijst
Ober: oké
Rob: doe er ook maar een koolsalade bij
Ober: de koolsalade is op maar we hebben wel komkommersalade
Rob: oké doe maar


De Hanos in Cuba heeft zijn zaakjes nog niet helemaal voor elkaar maar alles went en ondanks alles smaakt het steeds prima. Na het eten nog een bakkie Cubaanse koffie bij cafe Palantino en vervolgens wandelen we de 2,5 km over de boulevard naar onze casa. Het was een prachtige dag.

De bus naar Trinidad zou vandaag pas om 12:40 uur vertrekken, dus hadden we 's ochtends nog wat tijd om door de straatjes van Cienfuegos te slenteren, even de mail te checken en nog een paar van die lekkere kopjes koffie achterover te slaan.
De bus vertrok met een 10-tal minuutjes vertraging maar toch arriveerden we mooi op tijd in Trinidad. Helaas zat ons 1e keus casa vol, maar iets verderop vonden we een goed alternatief.
Trinidad is weer een stuk kleiner dan Cienfuegos en het doet hier allemaal nog wat authentieker aan met z'n keien-straatjes. Door het stralende weer doen de felle kleuren op de mooie koloniale gevels pijn aan de ogen.
We informeren naar de mogelijkheid voor dagtochtjes in de omgeving maar besluiten morgen eerst naar Playa Ancon te gaan.
's Avonds eten we bij een restaurant waar wederom muziek gespeeld wordt. Het zal erg kaal zijn als we straks in Nederland gaan eten zonder deze lokale sterren.

's Ochtends ruilen we eerst van Casa; als je maar lang genoeg volhoudt kom je uiteindelijk wel in de casa waar je graag wil. Hierna weer eens geld wezen wisselen, de koers is inmiddels wat verbeterd dus dat is in het voordeel van de "big spenders". Terug naar de casa kregen we een prive-optreden van 5 oude knarren die een stukje Buena Vista Social Club naspelen. Het klinkt fantastisch, ze hebben een tip verdiend.
Vandaag gaan we dus naar het strand. Om 11:00 uur nemen we de shuttlebus naar Playa Ancon en daar aangekomen zien we dat het water er toch heerlijk azuurblauw uitziet, dat hadden we tot op heden nog niet zo gezien. We lopen eerst naar de duikschool en horen daar toevallig een Nederlands stel praten over hun eerste duik die ochtend. We raken aan de praat en horen dat het duiken hier niet zo super is: weinig vis en niet al teveel koraal.
We besluiten maar een Duitse kuil te graven en gaan op onze handdoek liggen. Het duiken moet maar wachten tot er een betere locatie komt.
Het nietsen op het strand bevalt best ..... voor een uurtje of twee. We laten ons met de shuttle van 3 uur weer terugbrengen naar Trinidad en boeken daar gelijk een uitstapje naar Topes de Collantes, een berggebied met veel watervallen. Daarna slenteren we lekker door Trinidad en de camera blijft maar klikken. We genieten van de zonsondergang op het dak van een museum en gaan dan een hapje eten. Onderweg halen we nog een pot aardbeienjam omdat de gebakken eieren bij het ontbijt zo langzamerhand toch een beetje beginnen te vervelen.
We eten 's-avonds voor de verandering eens bij een pizzeria. Als we het drinken willen bestellen blijkt dat ze alleen maar bier hebben, dat maakt de keus eenvoudig. Terwijl we zitten te wachten op de pizza lopen er honden het restaurant binnen één ervan gaat uitgebreid in de plantenbak, ín het restaurant zitten schijten, zo te zien kan hij wel een diarree-remmer gebruiken. Smakelijk eten!
Het eten smaakt overigens voor geen meter, en we zijn al snel weer gevlucht uit deze zogenaamde pizzeria. Aan de overkant zit een El Rapido (snackbar) waar we een halve liter ijs bestellen om het tekort aan calorieën goed te maken.
Als we voor het slapen gaan nog even een douche nemen merken we dat we ook deze keer weer verbrand zijn, we zijn ook geen zonne-mensen.

Vanochtend moesten we om 8:45 uur op de hoek van Zequera en Meseo zijn omdat daar ons uitstapje naar Topes de Collantes zou beginnen. Uiteindelijk worden we om 9 uur naar parque de Cespedez gebracht omdat daar de tot toeristen-vervoerder omgebouwde truck voor ons klaar staat. We zijn met z'n vieren vandaag, samen met nog een Nederlands stel.
Het zou een ritje worden van zo'n 3 kwartier en door het enorme stijgingspercentage van de smalle weg rijdt de chauffeur vrijwel het hele stuk in de kleinste versnelling; veel harder dan stapvoets gaat het niet . De dieselwalmen slaan in de open bak waarin wij zitten. Heerlijk, dat doet weer denken aan die goede oude diensttijd.
Aangekomen bij het informatiecentrum stond onze gids ons al op te wachten. De gids vertelt ons dat we een hike gaan maken naar de Carboeni waterval, een rondje van zo'n 6 km. Maar eerst gaan we naar een koffiehuis voor een bakkie verse leut. Na dit heerlijke bakkie starten we met de toch naar de waterval. Het eerste deel gaat vnl. bergafwaarts en onderweg staan we even stil om een paar bijzondere vogels te bewonderen. De kolibries zijn hier in de meerderheid. Na 1,5 uur bereiken we de 62 meter hoge waterval. Altijd weer een spectaculair gezicht. Na de fotoshoot kunnen we onderaan de waterval nog even zwemmen in een poel waar het water zich verzameld. Helaas is het water maar een paar cm. koud. Na de verfrissende duik gaan we weer vol goede moed op weg, dit keer bergopwaarts. Om 14:00 uur zijn we weer terug bij de truck die ons vervolgens naar onze lunchstop brengt. Na de lange wandeling en de verfrissende duik smaakt deze lunch extra lekker. Na de lunch klimmen we weer in de truck voor de terugtocht over de achtbaan van asfalt.
Bij terugkomst in Trinidad maar weer even naar het busstation om tickets naar Camagüey te halen. We hadden het gisteren ook al geprobeerd maar toen was de kassa die de tickets moest uitspugen kapot. Ook nu blijkt de kassa nog niet te werken maar we kunnen de kaartjes gelukkig reserveren.
We strijken neer op het terras van bar Daiquiri en nemen een hard verdiende mojito.
Dat gaat er in als ketellapper.
's Avonds eten we bij restaurant Trinidad Colonial waar weer veel lekkers op de kaart staat. Jammer genoeg hebben ze de helft niet in huis maar er blijft gelukkig genoeg over.

Op onze laatste dag in Trinidad gaan we al weer vroeg op pad. Eerst postzegels halen en dan euri's wisselen. Dat laatste lukt niet bij de Cadeca waar we meestal wisselen, dus moeten we op zoek naar een andere bank. Na het wisselen gaan we nog even een paar overzichtsfoto's van Trinidad maken. Vanaf een toren bij een voormalige villa van een suikerbaron hebben we bij het zachte ochtendlicht een ideale geschuttoren. Hierna gaan we terug naar onze casa, schrijven nog wat kaarten, trekken vervolgens de zwemkleding aan en gaan de middag weer in onze kuil op het strand liggen. Wat hebben we het toch zwaar.
's Avonds eten we bij een paladar, een privewoning waar eten wordt geserveerd. De bediening is een beetje John Cleese-achtig en we zitten gezellig op een patio met een multivrucht met rum. Het eten smaakt super.
Als we terug zijn in onze casa pakken we alvast de rugzakken want we moeten morgen al om 7:00 uur op het busstation zijn.

Cuba 1


Grotere kaart weergeven

Martinair had kosten nog moeite gespaard voor onze vlucht naar Havana. De "koningin Beatrix" was speciaal voor deze vlucht gespoten in de kleuren waarmee deze maatschappij 50 jaar geleden was begonnen. Martin's Air Charter vertrok mooi op tijd en de piloot beloofde ons een vlucht van 10 uur en 37 minuten. Dit lijkt lang en dat is het ook. Maar dankzij Rene zaten wij wel op de beste stoelen in het vliegtuig: 21a en 21b hadden minimaal 2 x zoveel beenruimte als degenen die voor 49 euro comfort class hadden geboekt.
Gelukkig zaten er veel Russen aan boord want die toverden het middendeel van het vliegtuig om tot een gezellige stamkroeg waar zij hun voorraad taxfree drank wegspoelden. Geheel tegen alle regels in en na een paar waarschuwingen van de purser hielden ze er dan toch maar mee op. Een enkeling zagen we daarna nog wel met blikjes Heineken naar de wc lopen en we denken niet dat ze het goudgele nat door de wc gingen spoelen, althans niet voordat het ook de blaas was gepaseerd.
Het ging allemaal heel snel op Aeropuerto José Marti, de luchthaven van Havana: visa afstempelen, even lachen voor de foto, tassen van de band plukken en voor we het wisten zaten we al in de taxi naar hotel Sevilla. Als we meteen de sfeer van het Havana uit de tijd van Hemingway hadden willen proeven, hadden we natuurlijk in een mooie Plymouth of Cadillac uit 1951, het jaar waarin Hemingway The old man and the sea schreef, dit ritje moeten maken, maar de Lada-taxi was ook niet slecht.
In het hotel hebben we nog even een drankje genomen en zijn toen gaan slapen. Ons lichaam stond nog ingesteld op Nederlandse tijd en daar was het inmiddels 02:30 uur.

's Nachts zijn we omgeschakeld, maar om 07:00 uur Cubaanse tijd (13:00 uur bij jullie) waren we toch echt uitgeslapen. Het ontbijt was goed en daarna zijn we eerst de bustickets naar Viñales gaan reserveren. Het kantoortje van Viazul ligt erg ongelukkig buiten het centrum maar gaf ons wel mooi de gelegenheid om Havana te voet te ontdekken. Het warme vochtige klimaat gaf ons wel het gevoel alsof we met een klamme deken om onze schouders liepen.
Havana staat vol met mooie koloniale gebouwen, hoewel er ook veel vergane glorie tussen zit. Er hangen ook veel billboards op de gebouwen, maar in plaats van reclame voor een of ander internationaal merk, staat er dan een revolutionaire leus op als: Hasta la victoria, Siempre!
Op straat zien we veel oude Amerikaanse sleeën waar het verhaal van de vergane glorie ook voor geldt, maar het blijft een fantastisch gezicht om de mooie gekleurde bakken door de avenida's te zien rijden. Ook de aanwezigheid van de gele VAD-bussen in het verkeer is opmerkelijk en sommige hebben de nederlandse bestemming er nog op staan; Zelzate, Hilversum en Amersfoort is hier toch een heel eindje uit de buurt.
's Middags willen we even binnenwippen bij de Bodeguita del Medio, de stamkroeg van Hemingway, maar het is er zo vergeven met dagjestoeristen dat we dat later nog maar eens proberen. De rest van de middag slenteren we door de straatjes van Cuba en genieten van de Caribische sfeer steeds vergezeld van alom aanwezige salsamuziek.
's Avonds eten we bij la Bodega de Murulla waar we tijdens het eten worden begeleid door een Cubaans cocktailtrio die ook die heerlijke salsa muziek spelen. Trouwens je kunt geen bar of restaurant binnengaan of er staat wel een cocktailduo, trio of kwartet muziek te spelen. Na het eten gaan we nog even langs de Bodeguita del Medio en deze keer kunnen we zonder problemen een mojita bestellen; een heerlijk slaapmutsje.

Vandaag onze vuurdoop voor het vervoer per Cubaanse bus. We moesten ons een uur voor vertrek melden bij het Viazul busstation. Door het drukke verkeer en de in staat van ontbinding verkerende Lada-taxi waren we iets te laat maar we mochten toch mee. De Cubanen zijn blijkbaar niet zo moeilijk.
De bus vertrok netjes op tijd, iets wat we op onze vakanties niet gewend zijn. De stoelen in de bus zijn ook helemaal goed; het leek wel of je op een pluche bank zat.
Minpuntje was de airco, het was net of we met de koelwagen van Mora werden vervoerd en nu weten we ongeveer hoe Irene Moors zich moet hebben gevoeld. Gelukkig hadden we onze jassen bij ons en onze bergschoenen aan. Onderweg zien we de schade die Ike heeft veroorzaakt, bomen ontworteld, daken verdwenen en arm-dikke bamboe geknapt als een rietje. Tegen dit natuurgeweld is weinig bestand.
Na 4 uur chillen zijn we op plaats van bestemming waar we worden opgewacht door hordes vrouwen die een casa particulare runnen. Het was vechten om de toeristen en wij hebben gekozen voor Teresa van Villa Victorina y Teresa. Het patiobungalowtje oogt gezellig met een paar schommelstoelen onder de veranda, maar omdat we geen tijd willen verspillen hebben we snel onze spullen in de kamer gegooid en zijn teruggelopen naar het centrum van dit piepkleine dorpje waar we eerst de bustickets voor de terugreis hebben gekocht en in al ons enthousiasme gelijk een wandeltochtje voor de middag geboekt.
Om 15:00 uur 's middags gingen we met Youri op pad. Helaas begon het na 5 minuten te regenen van het type "tropische bui" en dat kwam de te lopen route niet ten goede. Glibberend en glijdend met kilo's klei onder de schoenen probeerden we overeind te blijven. Na een uur stopten we bij een tabaksboertje, want in dit tabaksgebied van Cuba, mocht deze sigaar-rol-les niet ontbreken. De sigaren werden vers gerold en we hebben er goed aan getrokken, een mooi gezicht zo'n grote knar in je mond. Na deze les in sigaar-rollen zijn we weer terug geglibberd naar Viñales. We hebben nog maar weinig kunnen genieten van de bijzondere omgeving maar daar hebben we morgen nog een hele dag voor.
Terug bij ons huis verruilen we onze met modder besmeurde schoenen en kleren voor schone om vervolgens in de schommelstoel bij te komen terwijl Teresa de maaltijd bereidt. Deze maaltijd is overigens het beste wat we tot op heden hebben gehad: een heerlijke gefrituurde kip met rijst en zwarte-bonensaus vergezeld van komkommer en mini frietjes. Ter afsluiting was er nog een fruithapje.

De zaterdagochtend begon veelbelovend met zonnig weer. Als eerste wilde we van het uitzicht over Viñales e.o. gaan genieten en daarvoor liepen we 2 km. omhoog naar hotel La Ermita. Vanaf hier kregen we een goed beeld van het bijzondere landschap. Na het nuttigen van een locale frisdrank gingen we weer bergafwaarts.
Omdat het weer gisteren niet meewerkte hebben we nog een klein stukje van de route overgedaan en het ziet er met zonlicht toch veel beter uit.
Terug in Viñales hebben we onze vochthuishouding weer op peil gebracht en nadat we het gevecht van de casa-eigenaressen om de verse toeristen uit Havana hadden gadegeslagen besloten we voor de middag fietsen te gaan huren.
We gingen eerst noordwaarts en fietsend krijg je gelijk een betere indruk van dit bijzondere landschap met de Mogotes overal om je heen. Deze hoekige heuvels zijn ontstaan doordat de ondergrondse rivieren de kalksteen, waaruit dit gebied voornamelijk bestaat, heeft weggesleten. De grotten die hierdoor zijn gevormd stortten vervolgens in wat leidde tot dit karakteristieke landschap.
In deze omgeving vind je ook de schuilplaatsen van de slaven die waren gevlucht van suikerplantages. Dit zijn meestal grotten die in de Mogotes zijn ontstaan en in één van deze grotten hebben we een kijkje genomen. Vervolgens gingen we terug naar Viñales om onze fietstrip westwaarts te vervolgen. De reis ging naar een bijzonder stukje kitsch: de Mural de la Prehistoria, een 120m brede en 60m hoge muurschildering die de evolutie moet verbeelden, Rob zou bijna gaan geloven......
Hierna gingen we weer terug naar Viñales en we waren er geen minuut te vroeg want we hadden onze fietsen nog maar net geparkeerd of de sluizen boven ons gingen open. Nadat we het meeste water hadden afgewacht gingen we weer op weg naar onze casa en toen merkten we dat we de zon die we vandaag hebben gezien behoorlijk had toegeslagen. We hadden er een mooi setje Eef Klopman-armen aan overgehouden. Terug bij de casa hebben we weer plaats genomen in de schommelstoelen in afwachting voor ons diner-voor-twee.

Zondag is rustdag en daarom kruipen we maar in de schommelstoelen. Voor de Cubanen is zondag wasdag als je naar de volle waslijnen in de voortuintjes van de casa's kijkt. Rond 10:30 uur lopen we nog even naar de hoofdstraat en onderweg zien we dat zelfs de zondagsmis in een casa gehouden kan worden. Ook de mis bij de kerk van Viñales vindt op een alternatieve plek plaats. De plastic kuipstoeltjes staan nl. vóór de kerk opgesteld omdat de kerk teveel in verval is geraakt. We komen er toevallig achter dat de klok niet alleen in Nederland een uur terug is gegaan maar ook Cuba doet hier aan mee.
Na het bijwonen van de mis genieten we nog van Cuba's volkssport nr. 1: honkbal. We aanschouwen de lokale helden op een achteraf veldje en na 1 slagbeurt gaan we terug naar de casa om onze spullen op te halen voor de terugreis.
De bus is wederom mooi op tijd en rond 17:30 uur komen we aan in een regenachtig Havana waar we snel onze hotelkamer opzoeken en vervolgens een hapje gaan eten in de stad.

Ethiopie 7

Vanaf Jinka naar Key Afar is de weg bekend terrein. In Keya Afar bezoeken we de markt waar veel Banna volk rondloopt. De mannen dragen veel gekleurde kraaltjes wat het leuk doet op de foto. De vrouwen dragen een halve kalebas op hun hoofd en ook dat ziet er kittig uit.
Na Key Afar een stukje hobbelweg dat we nog niet gezien hebben. We lunchen in Weyto in het restaurant waar we op de heenweg ontbeten hebben. We nemen maar weer eens rijst met Shiru en wat tomatensaus: heerlijk!
Vanaf Weyto naar Konso is wederom bekend terrein en na Konso gaan we rechtsaf richting Yabelo. In Konso informeren Yabi en Abel nog even naar een stammenconflict in deze buurt, maar we zullen er geen last van hebben.
Het gebied waar we doorheen rijden wordt bevolkt door de Borena een nomadenvolk met grote kuddes vee van soms wel 1000 stuks. Ook zien we veel kamelen die tot de veestapel van de Borena behoren. De Borena mannen lopen bijna allemaal met een wapen, blijkbaar hebben ze dat nodig voor het lopende conflict.
Yabi scheurt alsof de duivel hem op de hielen zit, we weten niet of het stammenconflict hier de oorzaak van is of dat hij extra punten wil halen in deze klassementsproef van het WRC in Ethiopië.
Het gebied waardoor we heen rijden lijkt iets op dat tussen Turmi en Omorate; veel acaciabomen en struiken krijgen soms wat kleur van de termietenheuvels die overal bovenuit steken.
Om 17:30 uur zijn we in Yabelo waar we het helaas weer zonder warm water moeten stellen. Morgen maar weer in Awassa.

Onze organen krijgen tijdens de rit naar Awassa minder te verduren dan de afgelopen dagen want vanaf nu is het asfalt. We scheuren in 5 uur naar Awassa en stoppen slechts voor een ananassapje.
De omgeving is prachtig maar we zien niets nieuws: acacia's, koffiestruiken, suikerriet en valse bananenbomen, termietenheuvels, kamelen, koeien, hutjes, kleurrijke bevolking en dorpen die van bovenaf op één grote metalen golfplaat lijken.
In Awassa kan na meer dan een eindelijk de baard eraf (bij Rob) want er is warm water bij de wastafel.
Awassa is een grote stad en hier zien we weer die dingen die we lang niet gezien hebben: taxi's, internetcafé's, brede straten en druk verkeer.

's Middags lopen we met Abel langs het Awassameer. Hier vindt je de meeste vogels die elders in Ethiopië ook voorkomen en we worden weer een stuk wijzer..........
Abel wijst ons nog op een groot hotel dat aan de waterkant gebouwd wordt. Is van Gebre Selassie zegt Abel. We hadden gedacht dat er geen droog brood te verdienen was met hardlopen. Misschien toch een carrière-switch.
Nadat we zijn uitgekeken op de vogels gaan we met Abel naar zijn 2-kamerstudio om onze foto's over te tanken. Hij vindt ze erg mooi en loopt er al vanaf het begin af aan over te zeuren dat hij ze graag wil hebben. Helaas kost het ons te veel tijd om een kaartje van 1 GB over te tanken dus we bleoven hem een DVD met de foto's toe te sturen.
's Avonds eten we niet bij het hotel want er is keuze zat in Awassa en we eten bij een restaurant dat is aangeraden door de reisleidster van Koning Aap (Belgie).

Voordat we naar Addis rijden bezoeken we nog even de vismarkt van Awassa. Het is weer eens volledig anders dan we ons voorstelden. Geen grote vissersboten of kratten met vis in ijs, maar vissers met roeibootjes die de hele nacht op het meer hebben gelegen en 's-ochtends terug roeien om de gevangen vis te verkopen. De koers was 6 vissen voor 1 birr vandaag.
Je kunt ze trouwens gelijk eten als je wilt, als een haring, rauw (zonder uitje met chili).
We lopen met Abel nog even verder langs het water en krijgen ons laatste college watervogels.Terug bij het hotel nemen we afscheid van Abel. Hij woont in Awassa en we vinden het niet nodig dat hij op en neer naar Addis gaat om ons op het vliegveld te droppen.
We douchen nog even en om 10:00 uur staat Yabi klaar om ons naar Addis te rijden. De rit brengt weinig nieuws en nog een stevige lunch in Debre Zeit aan het meer komen we om 16:00 uur in Addis aan.
We moeten nog even snel een paar souvenirs op de kop tikken en gaan met Yabi naar de Merkato. We hebben al veel bazaars gezien in Noord-Afrika maar dit slaat alles. Men zegt dan ook dat dit de grootste is. Het lukt ons hier om 1 souvenir te kopen en rijden vervolgens naar het stadion om het laatste souvenir te scoren.
Om 18:00 uur zijn we weer terug bij af: het Ghion hotel. We drinken wat en sturen een laatste email.

Eind van een fantastishe vakantie in een fascinerend en mysterieus land met een vriendelijke bevolking.
Net na 20:00 uur zet Yabi ons af bij Bole airport voor vlucht KL 543 naar Amsterdam.

Ethiopie 6

Om de hitte een beetje te vermijden gaan we weer vroeg op pad. Over een stoffige weg rijden we naar Weyto waar we een ontbijtje nemen; voor de verandering een gebakken ei met brood en kaneelthee.
Voordat we ontbijten stoppen we nog even om de waga's te bekijken. Dit zijn houten grafmonumenten die op de graven van de "helden" van het dorp werden gezet. Ze lijken wel wat op kleine Paaseiland beeldjes. Omdat de waga's geliefd waren bij de antiquairs werden ze uit de dorpen gestolen en om dit verder te voorkomen zijn de laatste waga's centraal bij één gemeenschapshuis geplaatst.

Na het ontbijt hebben we onze eerste ervaring met een lokale stam: de Arebore. Ter hoogte van het dorp springen de jongeren als Boliviaanse struikrovers naar de jeep. We hebben nauwelijks de deuren open of het gaat van "me photo, me photo, 1 birr, 1 birr, 2 birr...."
Abel heeft veel moeite het dorp in toom te houden en stuk voor stuk nemen de dorpelingen poses aan in de hoop dat je een foto maakt want dan kunnen ze gelijk afrekenen. Abel probeert met één van de stamoudsten een afspraak te maken over hoe we dit dorpje een beetje kunnen bekijken, maar heeft weinig succes (dat deze ouderling om 11:00 uur al dronken is helpt niet echt).
De foto's maken hier gaat net zoals je op de markt de mooiste vis uitzoekt of bij de slager de beste biefstuk. Er wordt een koppeltje modellen op een rijtje gezet, je wijst aan welke je wilt fotograferen, de rest gaat aan de kant, je maakt de foto en kunt gelijk afrekenen. Beetje gênant gebeuren. We zitten dan ook alweer snel in de jeep.

Rond 12.30 uur komen we aan bij onze lodge en de teleurstelling is groot bij het zien van deze bouwval, maar ach eigenlijk hadden we niet veel anders verwacht, in Jinka zal alles beter zijn (toch?). We lunchen bij een tourist hotel in Turmi en voor de verandering nemen we spaghetti. Dat smaakt in ieder geval goed. In de namiddag gaan we met Abel bij een Hamar familie op bezoek. Moeders komt net thuis als wij aan komen lopen en we maken kennis. Veel stelt het communiceren niet voor want het plat apeldoorns lijkt niet veel op het hamar en engels helpt je hier ook niet veel verder. We worden uitgenodigd in de hut en ze zet gezellig koffie, of eigenlijk slap aftreksel daarvan want ze gebruikt niet de koffieboon maar de schil van de koffieboon. Even later komt ook pa binnen en we kwebbelen er wat af. We vragen hoeveel vrouwen hij heeft, waar dat leuke bankstel vandaan komt en of ze nog van plan zijn uit te bouwen. De tijd vliegt en voor we het weten is het al weer tijd om te gaan. We nemen afscheid, bedanken voor de gastvrijheid en het kalebasje koffie en lopen terug naar de lodge. Dankzij de vriendschap van Abel met de heer des huizes was dit bezoek gelukkig geen toeristische attractie. Terug bij de lodge zijn we ineens een stuk milder over deze bouwval, de hamar moeten het met nog veel minder doen.
Als we 's avonds eten bij het touristhotel barst de hemel open en hoewel de regentijd eigenlijk voorbij is krijgen we toch nog een enorme bak water.

's Ochtends zien we dat er ook vannacht nog een tropische bui is overgekomen. Op weg naar het touristhotel voor ons ontbijtje moeten we de nodige plassen ontwijken. Het is nog bewolkt, maar de zon doet al wel voorzichtig zijn best.
We moeten vanochtend eerst 5 kwartier rijden dus die bewolking komt ons best goed uit. We gaan naar Omorate een plaatsje op 30 km. van de Keniaanse grens en gelegen aan de omo-rivier. Aan de andere kant van de rivier woont de Dassanech stam die we ook met een bezoekje gaan vereren. De weg naar Omorate is hobbelig en droog maar Yabi heeft de vaart er goed in. De omgeving wordt gedomineerd door stekelig struikgewas met hier en daar de karakteristieke acacia met zijn platte kruin. Metershoge termietenheuvels steken als schoorstenen omhoog tussen het struikgewas. Voor ons duiken dik-dik's, gazelles en bavianen het struikgewas in.

Als we bij de omo-rivier aankomen steken we over in een uitgeholde boomstam. Er is niet veel ruimte, maar ons bevallige billetjes passen in deze "boot". Er stabiel vaart zo'n stammetje niet, maar al na een 5-tal minuten zijn we aan de overkant van deze 50 meter brede rivier.
Bij de Dassanech geen overval en geen geschreeuw om foto's en birr's. We lopen een paar minuten en komen bij het dorpje van deze nomadische stam. De hutjes zijn veel eenvoudiger omdat ze elke paar maand verkassen. Geen plaats voor een open haard of een zolder waar de spullen bewaard kunnen worden zoals bij de hamar waar we gisteren waren.
We lopen wat rond in het "dorp", schieten wat plaatjes (waar we overigens wel voor moeten betalen maar het gaat veel gemoedelijker) en keren vervolgens terug naar de rivier om ons weer in de boomstam te wurmen. We dobberen naar de overkant en gaan terug naar Turmi waar we nog de maandagmarkt zullen bezoeken.
In Turmi aangekomen lunchen we eerst nog bij het touristhotel. Er is weinig variatie in restaurantjes: er is het touristhotel of het touristhotel. Je zit hier dan ook in een uithoek van de wereld en we moeten niet teveel noten op onze zang hebben.

Na de lunch gaan we naar de lokale hamarmarkt. Een betrekkelijk kleine markt, maar waar het vol is met de Hamar met hun prachtige haardracht. De vrouwen mixen een kleiachtig goedje door hun haar waarna ze pijpenkrulletjes draaien en het haar er uitziet als koperkleurige dreadlockjes. De mannen mogen ook een beetje kleien met hun haar, maar dan moeten ze wel eerst een groot wild dier of een man van een andere stam gedood hebben.
Na de markt gaan we even terug naar onze eigen lodge en nemen een ijskoude douche, best lekker nu het weer tegen de 40 graden loopt.
Voor het avondeten zijn we weer paraat in het touristhotel en het is er weer vol met toeristen vanavond en dat is niet zo gek want dit is de enige tent die pasta en rijst serveert. We krijgen van Yabi en Abel een kadootje: een ministoeltje, annex plasstoel, annex neksteun, annex make-up doos, annex sleutelhanger, annex sexhulpmiddel (geïnteresseerden kunnen later om uitleg vragen). Er leuk, hadden we zelf ook al naar gekeken en het is iets wat hier door de mannen overal wordt meegedragen.

Via een zanderig weggetje door de met de bos bedekte heuvels van het hamargebied, rijden we vandaag eerst naar Dimeka om de kleurrijke dinsdagmarkt te bezoeken. We zijn helaas te vroeg voor de markt en kijken even rond hoe deze opgebouwd wordt. Om 11:00 uur rijden we door en na Key Afar te hebben gepasseerd klimmen we langzaam naar de koelere en groenere hooglanden van Jinka waarbij we het gebied van de Banna-stam passeren.
De lodge in Jinka is van redelijke luxe: een boiler (dus warm water) en een wc mét wc-bril die nog doorgetrokken kan worden ook. We lopen even door Jinka en bewonderen de landingsbaan midden in het dorp. Op deze grasstrook van zo'n 30 meter breed landt elke week een vliegtuig. Je mag hopen dat ze dan al het vee er vanaf gehaald hebben.
's Avonds blijkt de lodge de zaakjes toch zo goed voor elkaar te hebben. De handdoeken zijn nog nat vanwege de nachtelijke regenbuien die we hier als een staartje van de regentijd beleven en blijkbaar hebben ze hier geen grote voorraad handdoeken. In het restaurant blijkt bovendien alle frisdrank uitverkocht te zijn en dat je dan even een paar flesjes in het dorp kan halen komt niet bij ze op.

De volgende ochtend blijkt dat het weer behoorlijk geregend heeft 's nachts. We zijn benieuwd hoe de paden in Mago National park zullen zijn.

Om 8:00 uur staat de jeep weer klaar bij de lodge en we gaan op weg. Voorzichtig rijdt Yabi door de kleine stroompjes die vannacht zijn ontstaan. Het Mago National park is heuvelachtig en groen, maar veel wild zien we niet. Een paar dik-dik's wat bavianen en een aantal roofvogels zijn het enige wil dat we spotten, maar het "wild" waar we vanochtend voor op pad zijn gegaan is de koortslipstam, de Mursi. De Mursi zijn de bekendste van alle Ethiopische volkeren dankzij een aantal tv documentaires. De bekendste tradities zijn de heftige stokgevechten door de mannen en de lipplaat die de vrouwen dragen.
We zijn vanochtend gelijktijdig op pad met de groep van Koning Aap Belgie en even later blijkt ook dat we naar hetzelfde mursi-dorp gaan. Bij het dorp aangekomen is er ook nog een groep bejaarden Italianen gearriveerd.

De Mursi doen hun best om gefotografeerd te worden en hebben vanochtend extra hun best gedaan achter de make-up spiegel. Gelukkig is het ook hier niet zo erg als bij de Arbore, onze eerste kennismaking met de Zuid-Ethiopische stammen een paar dagen geleden, maar wel even afrekenen naar elke foto. We tikken ook nog even een originele lipplaat van één van de Mursi-vrouwen op de kop en laten haar met een enorme hanglip achter.
Wanneer we door onze 1 birr biljetten heen zijn stappen we weer in en gaan op weg. Als we de ramen van de jeep opendoen schieten de tsee-tsee vliegen als F16's onze jeep binnen op zoek naar vlees. We waren al voorbereid dat ze in Mago National Park in grote getallen voorkomen maar op de heenweg hadden we er geen last van gehad. Nu waren we wel even bezig met het verjagen en doodmeppen van deze killer-fly.
In Jinka bezoeken we nog het etnologisch museum dat hier door een Duitser is opgericht. Het geeft een prachtig overzicht van alle volken, gewoontes en gebruiksvoorwerpen.
's Avonds nemen we een heerlijke hamburger bij het hotel waarna we een warme douche hebben en gaan slapen voor de lange reisdag naar Yabelo.