Oman week 2

Vrijdag 12 november

Vandaag geen druk programma, maar de hele dag de tijd om Sur e.o. te verkennen. Omdat het Al Faisal hotel geen ontbijt serveert, moesten we gelijk downtown. We hadden gisteren een bakker gezien en hebben daar een paar 'zachte' broodjes gehaald. Vervolgens naar het restaurant waar we al een keer 's-avonds gegeten hadden en daar een omelet laten bakken. Bakkie thee en een jus'tje erbij en dat was ook weer geregeld.

Na het ontbijt gaan we eerst naar de Dhow werf om eens te kijken hoe ze hier al eeuwen lang die vermaarde boten in elkaar flansen. Er ligt één Dhow in aanbouw op het droge en een paar in het water lijken net af. Al met al nog geen handvol. Het lijkt erop dat er niet zoveel vraag meer is naar een Dhow. We lopen wat over het werfje en zien dat er vooral veel afval ligt; beetje vergane glorie.

Na dit bliksembezoek gaan we naar Ayjah, een klein dorpje dat via een brug met Sur is verbonden. Hier lijkt vooral de chic-de-friemel te wonen. Mooie huizen staan rondom een baai te pronken. Het draait in Ayjah vooral om het fort(je), maar het is vandaag vrijdag en dan is dit bouwsel niet geopend. Handig om te weten: vrijdag hier is wat bij ons zondag is.
We wandelen wat door het dorpje en gaan even naar de vuurtoren om van daar over Sur te kunnen kijken. Ligt er toch ook wel mooi bij zo aan de zee met op de achtergrond het oostelijk Hajjar gebergte.

Allebei de camera's vertonen wat kuren vandaag. Waarschijnlijk ook last van de warmte. De videocamera begint spontaan te zoomen als er wordt gefilmd en de fotocamera geeft hele vreemde lila vlakken op de foto's. Gelukkig is het maar van korte duur; de videocamera gedraagt zich weer normaal na een flinke beuk op het camerahuis en de fotocamera gaat na enige tijd vanzelf weer normaal doen. We hoeven dus niet zo lang na te denken over de cadeautjes die we aan de goedheiligman gaan vragen.
Omdat een aantal foto's van de werf mislukt zijn gaan we nog wel even terug voor een herkansing; we zijn nu toch in de buurt.

De temperatuur is tegen 11:00 uur al weer opgelopen tot over de 30 graden dus gaan we eerst maar even naar een drankpost. Lekker in de schaduw uitkijken over zee.
Voor je het weet is het al weer lunchtijd en dat moet je wel serieus nemen. Twee heerlijke broodjes en anderhalve liter water verder, gaan we terug naar ons hotel, of eigenlijk het tegenover gelegen Sur Beach hotel, om met ons netbook gebruik te maken van de gratis wifi. Even wat gas terug op het heetst van de dag; we beginnen al aardig in te burgeren.
We hebben nog wel even de receptionist van ons eigen hotel aan het werk gezet; of hij even een tweetal hotels willen bellen of er ruimte is de komende dagen.

We zitten ruim een uur in de lobby van het andere hotel van de gratis straling te genieten, als het weer eens tijd is om wat te gaan doen.
De receptionist van ons hotel heeft de hotels gebeld en kamers gereserveerd, dus dat is ook weer geregeld; we zijn er maar druk mee.
Daarna gaan we weer naar Sur om ook hier wat rond te wandelen. We lopen wat door de souq, wat hier veel meer een winkelstraat is, en gaan zo af en toe een zijstraatje in. Het valt op dat hier wel 90% van de vrouwen in pinguïn-kledij loopt. Veel meer dan in Muscat en zelfs Ibra. Van jong tot oud helemaal in het zwart. Des te vreemder dat het hier bol staat van de vrouwenkledingzaken met allemaal kleurrijke jurken. Het zal bij de mensen thuis wel een hele nadere wereld zijn.

's-Avonds eten we bij Zaki, een lokaal fenomeen als het om de gegrilde kippetjes gaat. We laten allebei een halve aanrukken met wat rijst en salade en we kunnen alleen maar zeggen dat hij de juiste kippetjes uitzoekt; het is heerlijk.

Zaterdag 13 november

Vandaag gaan we naar Ras al Jinz om daar ei-leggende schildpadden te spotten. De rieten hut is al gereserveerd dus we hebben geen haast. Eerst weer even naar Sur-city voor een ontbijtje. Dit keer niet naar de bakker om broodjes te kopen, maar we bestellen naan, van die lokale pannenkoek-broodjes. Samen met een glaasje jus, een kopje thee en een eitje is het net of je in een luxe hotel ontbijt. Met onze buikjes vol gaan we terug naar het hotel om de tassen te halen.
Nog even onze weblog bijwerken en rond 10:00 uur rijden we weg. In Sur gooien we de tank vol en dat is weer genieten: 55 liter super voor 6,7 Rial (ruim €13).
We rijden voor de laatste keer langs de corniche van Sur, over de brug naar Ayjah, maar dan bij de rotonde rechtsaf naar Ras al Jinz. Het is maar 40 km vanaf hier, maar we willen onderweg ook nog even langs Ras al Hadd. Net buiten Ayjah worden we even opgehouden door een army-checkpoint, maar toeristen worden niet gezien al Al Qaida-leden, dus we mogen doorrijden.

Ook dit keer weer perfect asfalt, dus met een half uurtje staan we voor de afslag naar Ras al Hadd. Als we die kant op rijden merken we wel dat het een dooie boel is. We rijden helemaal door naar het Ras al Hadd Beach hotel in de hoop dat daar nog wat te beleven is, maar ook hier geen reuring. Dan toch maar gelijk naar Ras al Jinz dat 15 km verderop ligt. We willen gelijk even naar het Visitors Centre om op de lijst te komen voor de schildpad-spottings. Vlak voor het Visitors Centre zien we de hutjes waar we vanavond slapen; ziet er basic uit.

Bij het Visitors Centre schrijven we ons in voor de avond-schildpadden en voor de ochtend-schildpadden. Het is momenteel laagseizoen voor die beestjes, dus zo hebben we dubbel kans. In het Visitors Centre hebben ze ook een 13-tal hotelkamers, maar die zijn erg duur en meestal volgeboekt. Diana probeert het toch en vraagt of ze vol zitten. De receptioniste zegt dat er 12 kamers vol zitten en dat de laatste kamer niet werd aangeboden omdat de airco niet goed werkt. Dat bood natuurlijk wel perspectief voor Diana. Ze vraagt wat die kamer moet kosten en of ze deze even mag zien. De manager loopt met haar mee en onderweg begint het afdingen. Als ze teruglopen lijkt de deal beklonken; bijna de helft van de prijs af voor deze kamer. Dat de airco regelmatig uitvalt zullen we niet zo veel last van hebben.
We gaan 's-middags nog twee keer naar het strand waar vanavond de schildpadden verwacht worden. Die schildpadden weten wel welk strand ze uitzoeken voor het uitkakken van die eieren (soms wel zo'n honderd). Het is een fantastisch. Alleen de obligate palmboom ontbreekt. We ontdekken een spoor dat van een schildpad moet zijn geweest die hier als laatste de eieren heeft gedeponeerd. Ook zien we een grote hoeveelheid kuilen. Dat kan twee oorzaken hebben: Duitsers of schildpadden. In dit geval gokken we op het laatste.
We hangen de rest van de middag wat rond in het Visitors Centre.
Tegen 18:30 uur worden we opgeschrikt door het geluid van kinderen. Het zal toch niet (weer) waar zijn? Ja hoor 5 stel met kroost neemt intrek in de overgebleven kamers. We hebben nu al medelijden met de schildpadden die juist vandaag aan land gaan om een kuil vol te gooien.

Om 20:30 uur verzamelen we in de grote hal voor ons eerste bezoek aan de nestlokatie.
Nu maar hopen dat ze de beestjes gebeld hebben dat het vanavond een goede avond is om eieren te leggen.
We zitten in groep 1, samen met alle kinderen en hun ouders. Eerst nog even een briefing, waarbij nogmaals benadrukt wordt dat er geen camera's mee mogen en dat er niet gesproken mag worden. Onder leiding van een gids gaan we naar het strand waar we vanmiddag ook al geweest zijn (met die kuilen). Er gaat een tweede gids vooruit om te zoeken naar een ninja-turtle.
De tweede gids heeft er al snel een gevonden en hij geeft een signaal aan de andere gids dat wij kunnen komen; we hebben geluk.
Een aanstaande moeder van de groene zeeschildpad ligt in een kuil en perst er met de nodige moeite, zo lijkt het, de laatste eieren uit. De laatste van zo'n 100, want dat is ongeveer het aantal dat de zeeschildpad in één keer op het strand deponeert, of eigenlijk in het strand want de eieren komen uiteindelijk onder een meter zand te liggen. De eieren zijn van het formaat pingpongbal en al net zo wit. Nadat moeders de laatste pers heeft gegeven begint ze met het bedekken van deze mega-leg. Eerst bedekt ze de eieren behoedzaam met haar voorpoten waarna ze met haar achterpoten, in grote halen het gat begint te vullen. Ze zal hier anderhalf á twee uur mee bezig zijn.
We laten haar even met rust en gaan aan de waterrand op zoek naar kroost van een ander nest dat net is uitgekomen en de weg naar zee zoekt. We hebben weer geluk want na een seintje van één van de gidsen zien we een hele crèche op weg naar zee sprinten. Een grappig gezicht, maar als je weet dat slechts 3 van de 1000 kleuters ooit als grote groene zeeschildpad door de oceanen zal zwemmen, kijk je er toch een beetje anders naar.
Iets verderop zien we een andere groene zeeschildpad, die net de zware klus geklaard heeft terug naar zee kruipen; met een paar laatste slagen duikt ze in de golven: missie volbracht!
We gaan nog even afscheid nemen bij mamma 1 en zien dat ze al aardig opschiet. Nog een klein beetje zand erover en ze kan ook een frisse duik nemen. We mogen niet klagen, we hebben eigenlijk al het mogelijk gezien, al is het dan niet in grote getale. Bovendien hebben de kinderen zich voorbeeldig gedragen, hoewel een aantal het einde niet bewust meer heeft meegemaakt.
Om 22:30 uur zijn we terug op de kamer en duiken gelijk het bed in. Wekker gezet, want morgen is het weer vroeg dag.

Zondag 14 november

Om 03:45 uur kraait ons elektronische haantje alweer. De bezoektijden voor de kraamafdeling zijn in de ochtend nl. van 04:00 uur tot 06:00 uur.
Hoewel we natuurlijk niets méér kunnen zien dan we gisteren al gezien hebben gaan we toch, want dit keer mag de camera wel mee. Als de zon zich aan begint te dienen mag er nl. wel gefotografeerd worden.
Zelfde ritueel als gisteren: briefing, wandeling, zoeken, en seintje dat er eentje is gespot.

Ook dit keer weer een schildpad met persdrang want de pingpongballetjes vallen in grote getale in de kuil. Als dit vrouwtje begint met het toedekken van de scharreleitjes gaan we weer op zoek naar peuters. Slechts één wordt er gevonden; misschien wel van de groep die gisteren al naar zee is gegaan; niet alle kids zijn even snel van begrip. Nog weer even terug naar de hardwerkende moeder, want nu de zon zich heel voorzichtig laat zien is het enigszins mogelijk plaatjes te schieten, maar het houdt niet over. Omdat we vanochtend iets langer zijn blijven hangen, zien we dat deze moeder uit de kuil kruipt en op weg terug naar gaat. Dit hoofdstuk hadden we gisteren nog niet meegemaakt.
Nadat ook zij het ruime sop heeft gekozen, is het tijd om terug te gaan. Omdat de rest van de groep nog blijft staan kwijlen bij de zonsopkomst kruipen wij snel in de auto bij de gidsen en racen terug naar het hotel. Nog even een uurtje slapen en dan weer op voor een langere rit.

Om 07:30 uur zijn we al weer in het restaurant voor en ontbijtje. Dat wordt hier geserveerd; wat een luxe. Na het ontbijt de auto weer vol gepropt, nog wat laatste e-mails gelezen in de lobby, en dan gaan we op weg naar Shannah waar we ferry nemen naar Hilf. Dit is zo'n 280 km waarvan een deel onverhard, maar we weten niet hoeveel er onverhard is (?).
Vanaf Ras al Jinz gaan we eerst naar Al Ashkharah. Onderweg komen we door een aantal kleine dorpjes waar steeds weer hele vervelende verkeersdrempels liggen. Je moet ze bijna wel nemen in de eerste versnelling. Dit is natuurlijk niet goed voor het daggemiddelde, want we zouden liever met 100 km/u door de dorpjes jagen.......
De waar- schuwings- borden met kamelen staan er ook niet voor niets. Af en toe toch maar gas terug nemen als er een kameel in zicht komt; zo'n beest laat zulke nare strepen achter in de lak.
Helaas is de bewegwijzering in dit deel van het land ook niet helemaal optimaal. Bij een grote rotonde waar helemaal niets staat aangegeven gaan we recht, waar we links hadden moeten gaan (blijkt later) en Al Ashkharah herkennen we van de plaatjes uit de boeken en niet door de borden met de plaatsnaam erop. Voor de lol gaan we weer een keertje tanken en we nemen een kleine versnapering in het bijgelegen 'restaurant'.

De route is wel heel mooi. Aan de linkerkant steeds het azuurblauwe water van de Arabische zee en aan de rechterkant een meer gevarieerd landschap met eerst een grillig en kleurrijk gebergte, daarna een soort steppe-landschap dat langzaam overgaat in woestijn, een bijzonder mooi stukje woestijn waarvan de duinen langs de weg ons direct weer doen denken aan de overnachting 4 dagen geleden.

Dan komen we bij Qurun, waar volgens onze kaart het laatste stukje asfalt ligt en dan is het zeker nog 60 km naar de ferry.
De 'men at work' hebben aardig doorgewerkt het afgelopen jaar, want we kunnen lekker blijven gassen. Er staat wel een groot bord dat ons duidelijk maakt dat we vanaf dat punt op eigen risico verder rijden, maar het asfalt glimt ons nog steeds tegemoet. Dat glimmen is af en toe zo erg dat je het idee hebt dat het asfalt ophoudt een overgaat in zand, maar elke keer blijkt dat weer een luchtspiegeling te zijn.
Uiteindelijk moeten we ongeveer 5 km. voor de afslag naar Shannah van het asfalt af en de onverharde parallelweg op.
Als we richting de aanlegplaats van de ferry rijden zien we dat er nog eentje ligt te wachten. Als we arriveren wordt met drukke handgebaren duidelijk gemaakt dat we nog mee kunnen. Auto achteruit de ferry op, naast de schapen en een andere landcruiser en de ferry kan gaan.
De overtocht duurt zo'n anderhalf uur en omdat de zee redelijk kalm is, is er geen vuiltje aan de lucht.

Op het eiland Masirah verblijven wij in Hilf, de grootste stad van het eiland.
Nadat we ons hotel hebben betrokken verkennen we het eiland een beetje. Het eiland meet 63 km x 18 km dus we moeten niet te fanatiek op pad gaan want dan zijn we in een uurtje klaar. Het eiland heeft een ruig, bergachtig binnenland en wordt omgeven door een gordel van maagdelijke stranden. Een mooie plek om onze witte benen maar eens in de zwembroek steken.
We zien ook hier dat alles aangekleed wordt voor Eid, het suikerfeest van Oman. Het is een beetje te vergelijken met wat er in Nederland gebeurd wanneer het Nederlands elftal voor een groot toernooi moet spelen.
Eid betekent dus het einde van de ramadan, een periode van vasten voor de moslims. Het is ons echter tot nu toe nog niet opgevallen dat ze aan het vasten waren, maar goed.
's-Avonds eten we een heerlijke chili-chicken in het gezellige hart(je) van Hilf en gaan niet te laat naar bed. Het kost toch altijd veel nachtrust als je in de kleintjes zit.

Maandag 15 november

Vandaag hebben we de tijd om het eiland rond te racen. Er ligt een asfaltweg rondom het eiland dus dat moet een makkie zijn.
We rijden eerst naar het noordelijk puntje van het eiland, maar daar is niet veel meer dan een militaire basis. We gaan nog wel een keer de weg af en via een stuk onverhard naar het strand, maar dat kan nooit het mooiste gedeelte van het eiland zijn.
We gaan vervolgens zuidwaarts en daar wordt het steeds fraaier. We gaan weer een keer het strand op en schieten een paar kamelen (met de D70).
Halverwege het eiland maken we de doorsteek naar de oostkant van het eiland. We hebben de zwemkleding aangetrokken en de handdoeken bij ons dus we zijn op zoek naar een strandje dat goed genoeg is voor ons.

Na een paar uur zien we een plekje dat er fantastisch uitziet: wit zandstrand, een smaragd groene zee en een paar rotsjes fraai gesitueerd aan de rechterkant van het strandje.
Na een paar fotootjes te hebben gemaakt spreiden we onze handdoekjes uit en gaan even in het zonnetje liggen. Af en toe dompelen we onze tenen in het zeewater om af te koelen.
Na een uurtje is ons enige flesje water op en we kijken om ons heen of er een snackbar in de buurt is. Niets van dat alles natuurlijk.
Er zit dus niets anders op dan in de auto te stappen en verderop te gaan kijken of er iets te krijgen is. Je mag hier toch overal met de auto het strand op, dus een nieuw strandje is wel te vinden.
Maar goed, een uur later zijn we terug in Hilf want onderweg is dus nergens iets te krijgen. Je ziet op de rest van het eiland geen restaurant, coffeeshop, ijscoman of wat dan ook. Hier liggen nog wel wat mogelijkheden om geld te verdienen aan toeristen.

In Hilf vullen we ons vochttekort aan en geven we onze maag wat te doen bij een restaurant. Even lekker rustig bijkomen onder een luifel. Hoewel rustig, elk restaurant of coffeeshop is hier ook een soort Mc Drive. Zit je net lekker van een broodje te genieten, komt er een auto aangescheurd, toeteren en de bediening vliegt naar buiten. Bestelling opnemen en even later wordt er een plastic zakje met eten naar de auto gebracht.

Aan het eind van de middag rijden we nog even naar een stukje van het eiland waar we nog niet geweest zijn, maar dat voegt niet veel toe. We crossen nog wel ergens het strand op voor een leuk plaatje, maar geen spektakel.
Wanneer we 's-avonds downtown gaan om een hapje te eten, merken we dat de eilandbewoners steeds meer bezig zijn met het Eid feest. Alles wordt versierd: mensen zijn uitgedost met sjaaltjes en buttons, auto's zijn soms helemaal ingepakt in de nationale driekleur en zelfs de huizen zijn behangen met doeken en vlaggen. We zijn benieuwd wat dat morgen wordt.

Eid heeft voor ons ook nog wel gevolgen. Omdat de Omani zelf ook vakantie hebben zitten alle hotels vol. Misschien moeten we morgen wel in de Prado slapen, maar dat zien we wel als we in Sinaw zijn.
Bij het restaurant is, net als gisteren, geen menukaart. Volgens de eigenaar doen ze daar in Hilf niet aan omdat het hier veel te klein is (?). We snappen niet wat dat met elkaar te maken heeft, maar uiteindelijk lukt het weer om een lekkere hap op tafel te krijgen.
Als we na het eten terug in het hotel zijn, merken we dat we in dat uurtje aan het strand toch wel behoorlijk geraakt zijn door Mr. Sun. Toch nog maar goed smeren voordat we gaan slapen.

Dinsdag 16 november

Vandaag verlaten we het eiland Masirah weer en gaan op weg naar Sinaw. Een belletje naar Sinaw Resthouse heeft ons toch nog de naam van een ander hotelletje opgeleverd en als we die vanochtend terug bellen, blijken ze nog een kamer te hebben. Dat valt dus weer mee; hoeven we niet in de auto te slapen.Vanochtend willen we nog even wat Eid-sfeer proeven dus we rijden weer naar het centrum van Hilf.
Het is direct goed te zien hoe anders het vandaag is. De winkels zijn nog gesloten en de mensen lopen er op hun paas-best bij, of eigenlijk hun Eid-best.
De meisjes lopen in kleurrijke, glimmende jurken en zijn extreem opgemaakt. De jongens hebben ook allemaal hun zondagse witte jurk aan, meestal met een kuma. Ze schieten met confetti pistolen en spuiten bussen scheerschuim leeg wat grote witte vlokken geeft die worden gedragen op de wind.
De kinderen willen allemaal graag op de foto, dus het kwijl loopt bij Diana uit de mond. Ze krijgt van één van de meisjes zelfs een ringetje aangeboden: lief he!

De mensen zijn ook druk bezig met de voorbereidingen van het grote feestmaal. Hier en daar hangt zelfs een geslacht lam bij de voordeur. Wanneer wij, al druk plaatjes schietend, door het dorp wandelen wordt er vanuit een deuropening naar ons geroepen: "Hello, hello, how are you? Come, come here". We zwaaien eerst beleefd en roepen dat we fine zijn, maar de man blijft roepen en aandringen dat we moeten komen. We lopen uiteindelijk naar hem toe en zien dat de hele familie is opgedoft voor het feest. Ze staan in een halve cirkel om hem heen en groeten ons vriendelijk. De man des huizes nodigt ons uit om verder te komen en we zien ook daar een schaap op de patio hangen; twee man is druk bezig het beest in stukken te snijden. We kijken even hoe ze te werk gaan en dan vraagt de andere man of we zin hebben in koffie of thee. Het staat wat onbeleefd om dit af te slaan, dus we accepteren het aanbod en wachten tot af. De man instrueert wat vrouwen en gebaart ons vervolgens dat we naar binnen moeten gaan, we twijfelen, maar volgen hem dan toch de kamer in en iedereen gaat mee.
De vrouwen gaan aan de ene kant van de kamer op een kussen op de grond zitten en de mannen aan de andere kant. Wij passen ons natuurlijk aan deze lokale gewoonte aan. Er wordt een grote schaal met zoetigheden en fruit in het midden geschoven en we krijgen een kopje Omani koffie in de hand gedrukt. De schaal met lekkers komt nog dichterbij en we moeten wat nemen.
Ook hier mogen we foto's maken en filmen; vandaag is alles oké.
Na wat heen en weer gebebt te hebben is het voor ons toch tijd om te gaan. We moeten de tassen nog inpakken en een ferry zien te krijgen. Het was een fantastische Eid-ervaring en ook nu bleek weer hoe gastvrij de Omani zijn. Ook als niet-moslim mogen wij meedoen aan hun feestelijkheden.

Zoals gezegd gaan we de tassen pakken en checken uit. Nog even de stad in om te pinnen en iets drinken. Dan gaan we op weg naar de haven om te horen hoe laat de volgende ferry gaat. Net als op de heenweg wordt er weer druk naar ons gezwaaid als we aan komen rijden. We moeten opschieten, auto achteruit draaien en doorrijden. Als onze auto goed en wel op z'n plek staat wordt de oprijplaat opgetrokken en gaan we op weg.D
e zee is dit keer een stuk ruiger en zo af een toe krijgt de auto een grote plens zeewater te verwerken. Diana moet weer aan de Herald of Free Enterprise denken, maar dat doet ze eigenlijk standaard bij elke boottocht.

Om 12:00 uur zetten we weer wiel aan wal en we rijden zo direct een zandstorm in. Het is net of je een mistbank inrijdt, maar nu krijgt de auto er een gratis scrub-behandeling bij. Wanneer de weg meer in westelijke richting draait hebben we bijna geen last meer van de zandstorm en geven we weer een extra dotje gas.
Het eerste plaatsje dat we binnen rijden is Hiji en daar stoppen we gelijk voor de lunch. Je weet maar nooit of er verder nog restaurants open zijn; het is wel een feestdag. Na de lunch gooien we ook gelijk de tank weer vol en gaan op weg naar Sinaw.

De weg naar Sinaw is 200 km. lang saai. Links onmetelijke vlakten zand en rechts onmetelijke vlakten zand, hier en daar een kameel en dat was het dan wel. Dit was het minst boeiende deel van de reis tot nu toe.
We rijden om 16:00 uur Sinaw binnen en de stad is groter dan wij gedacht hadden. Na even zoeken vinden we ons hotel. We laden de boel uit en rijden terug naar het centrum van Sinaw voor een snelle ontdekkingstocht. Helaas is ook hier de feestdag niet onopgemerkt voorbij gegaan, want het is er bijna uitgestorven. De Omani vieren feest bij elkaar en alleen de Indiërs en Pakistani die in dit land een groot deel van de arbeid doen, zijn op straat. Vrouwen zie je helemaal niet meer in het straatbeeld. Diana is de enige vrouw die in Sinaw op straat loopt!Gelukkig zijn het ook de Indiërs en Pakistani die de restaurants runnen, want zo krijgen wij in ieder geval nog wat te eten vandaag.

Woensdag 17 november
Voor vandaag staat er eigenlijk maar één ding op het programma en dat is een bezoekje aan de oude stad Sinaw. Voorwaarde is wel dat we die vinden.
Het ziet er vanochtend nog steeds verlaten uit in Sinaw. Iedereen lijkt z'n roes van de feestdag uit te moeten slapen. We vragen een aantal keer de weg naar de oude stad, maar zonder succes. Uiteindelijk weet iemand ons ongeveer in de juiste richting te sturen en na wat heen-en-weer rijden, slaan we uiteindelijk de juiste weg in en zien we de eerste restanten van de oude stad.

De oude stad bestaat uit lemen huizen en blijkt rondom een palm-oase gelegen; met een beetje fantasie kun je je voorstellen hoe het er hier honderd jaar geleden moet zijn geweest. De meeste gebouwen hebben de tand des tijds maar nauwelijks doorstaan en staan op instorten, maar er is nog voldoende over om een goed beeld te krijgen. Doordat de buitenlaag hier en daar is verweerd, kun je zien dat de muren zijn gebouwd van een combinatie van grote kiezels en leem.
De lemen huizen zijn groter dan je die normaal gesproken ziet. De huizen zijn hier vaak twee verdiepingen, maar er zijn ook torens en grote centrale gebouwen. We wandelen een uurtje door de oude stad en zien dat er ook in deze tijd nog mensen wonen, in moderne huizen wel te verstaan.

Hoewel het ochtend is zijn we na deze wandeling al weer behoorlijk op temperatuur gekomen en besluiten we eerst in de stad wat te gaan drinken voordat we terug gaan naar het hotel.
Daar gaan we even in de lobby zitten, waarop een medewerker ons een bakkie koffie aanbiedt. Geen gewone koffie, maar een bakkie dat smaakt naar kruidnagels; is weer eens wat anders.
In de tussentijd wast Rob de voorruit van de auto even, want de vliegen die onze auto niet hebben kunnen ontwijken komen zo te prominent op de video.
We lunchen even later weer in de stad waarna we op onze kamer weer deelnemen aan het siesta-ritueel. Daar kun je best aan wennen.

's-Avonds is er duidelijk meer leven in de stad. De straten zijn weer vol met auto's en er lopen zelfs weer vrouwen op straat. We zoeken een 'terrasje' vanwaar we dit alles een goed kunnen bekijken. Wanneer we even later zien dat dé supermarkt van Sinaw de deuren weer heeft geopend, kunnen we het niet nalaten om even het prijspeil op te nemen. Ondanks de dure Rial zijn de levensmiddelen over het algemeen goedkoper dan bij Appie, maar dat konden we ook al merken aan de prijzen in coffeeshops en restaurants.
We kopen wat snaaigoed voor in de auto en twee yoghurt voor bij het ontbijt en gaan dan een happie eten.

Donderdag 18 november

Vandaag gaan we naar Nizwa, maar we rijden nog een laatste keer door Sinaw om te kijken of er vandaag al weer een markt is. Helaas is dat niet het geval dus gaan we maar op weg naar Nizwa. We zien nog wel een hele rij kerels in hun Omo-witte jurken staan, sommigen met het zondagse dolkje op de buik. Het wordt ons niet duidelijk waarom deze groep zo fraai gestreken staat te wachten, maar een leuk plaatje is het wel.

Nog maar net buiten Nizwa begint het landschap al weer een stuk fraaier te worden. De uitgestrekte vlakten zand maken plaats voor de eerste bergjes.
Het is maar 120 km naar Nizwa en een klein deel van de route is zelfs weer 4-baans, dus we zijn er snel.
Het is direct duidelijk dat Nizwa van een andere categorie is: veel meer reclame, veel meer winkels, veel meer restaurants en vooral ook veel meer toeristen. We komen zelfs langs een Pizzahut en ons hotel blijkt naast de Hungry Bunny gelegen.

We zijn zo vroeg dat onze kamer nog niet gereed is, dus besluiten we eerst maar het fort van Nizwa te bezoeken. De tassen blijven in de auto.
Het fort ziet er gelikt uit, te gelikt misschien zelfs, het lijkt op het 1001-nacht gedeelte van Disneyworld. Alleen Mickey en Minny ontbreken nog.
We dwalen wat rond door het fort en zoeken de beste plaatsen voor de mooiste foto's. Vooral de doorkijkjes naar de al even glimmende moskee zijn fantastisch. Regelmatig wordt er Nederlands gesproken om ons heen of vliegen er Japanners door het beeld. Welkom in het toeristische gedeelte van Oman. In een hoekje van het fort wordt door een stel mannen met baarden en zwaarden een optreden gegeven met zang, dans en muziek. We blijven er een tijdje hangen want de muziek is lekker ritmisch.

Rond het middaguur rijden we terug naar het hotel en checken alsnog in. Tassen op de kamer en dan gaan lunchen bij buurvrouw konijn; ze hebben er zelfs softijs!
Na deze westerse lunch weer terug naar het centrum van Nizwa. Eerst even op zoek naar een cyber-cafe, want de afgelopen dagen konden we niet op het internet. Mailtjes beantwoord, weblog bijgewerkt en dan op zoek naar wat (zeg maar: heel wat) ansichtkaarten en postzegels zodat we onze naasten een pennenstreek kunnen sturen (mooi gesproken).
We drinken nog een koolzuurhoudend drankje van een bekende Amerikaanse fabrikant en dan weer naar het hotel, want op het heetst van de dag is het goed postzegels likken op je airco slaapkamer.

Voor het avondeten laten we ons dit keer adviseren door de Lonely Planet dus we gaan naar Al Zuly Restaurant, maar omdat we wat aan de vroege kant zijn slenteren we eerst nog wat door de oude straatjes van Nizwa, achter het nieuwerwetse fort. Het is er heel rustig, in tegenstelling tot in het fort en vóór het fort. De straatje zijn erg smal en als er toevallig een auto aankomt moet je gauw in een nis van een muur duiken, anders wordt je zeker geraakt door de buitenspiegel van de auto. Van de meeste auto's zijn die spiegels aan het uiterste tipje beschadigd, door het regelmatig schampen van de muur.
We drinken een jus'tje bij het fort waar het vanochtend nog zo vol was met toeristen en nu de rust lijkt te zijn terug gekeerd. Dan nog even de kaarten op de bus doen en maar weer afwachten hoeveel er dit jaar aankomen.
Bij Al Zuly Restaurant is nog niet veel te doen, maar we gaan toch zitten. Vanaf het tafeltje op de stoep voor het restaurant hebben we zicht op een verlicht fort en moskee: prachtig!
We bestellen een chicken curry met rijst, naan en een beetje salade.
Langzaam loopt het vol bij Al Zuly en het lijkt er op dat meer toeristen zich hebben laten adviseren door Lonely Planet.
Het eten smaakt voortreffelijk en na nog een kort bezoek aan het internetcafé, gaan we terug naar het hotel.

Oman week 1


Grotere kaart weergeven

Vrijdag 5 november

De Henny-taxi was weer mooi op tijd. Om 06:30 uur draaide de Suzuki Alto de oprijlaan aan de Laan van Kerschoten op.
Nadat de tassen in de auto gepropt waren, gingen we op weg naar Apeldoorn CS. Het was guur op het station en omdat er bij spoor 1 geen gelegenheid is om te schuilen, stonden we op een donker perron, in de wind en de motregen te wachten op de Schiphol-trein. De trein was bijna op tijd en uiteindelijk begonnen we met een 5-tal minuten vertraging aan de eerste etappe naar Muscat.

Ondanks blad op de rails en tegenwind arriveerden we mooi op tijd op Schiphol. Roltrap op, langs Hema en La Place, nog een roltrap op en we stonden al bij Balie 11.Het inleveren van onze bagage ging ook voorspoedig (wat wil je ook met maar 24kg) en om 08:45 uur waren we klaar om door de douane te gaan. Toen we in de rij voor de douane stonden te wachten, bleek dat wij niet de enige topatleten waren die vandaag een vlucht moesten halen; naast ons stond Hilda Kibet met een instapkaart naar New York: de marathon van New York natuurlijk!
Even later kwamen we haar weer tegen bij de foodcorner; nooit gedacht dat het voor een top-atleet verantwoord is om 's-ochtends om 09:00 uur een Big-Mac te nemen (zitten natuurlijk wel heel veel vitaminen in zo'n blaadje sla en tomaat); moeten wij ook maar eens proberen.
Om te voorkomen dat we wegens smaad worden aangeklaagd, moet ik er bij zeggen dat ik door de drukte niet helemaal goed kon zien wat ze nam, het kan ook een soepje geweest zijn.

Omdat er weer eens onduidelijkheid was over de passagiers aan boord van onze Airbus 330, gingen we ongeveer 30 minuutjes te laat de lucht in, maar door een iets kortere verwachte vliegtijd zouden we op tijd in Abu Dhabi aankomen.
Aan boord weer het vaste tafereel: tijdschriftje lezen, filmpje gluren, paar nootjes, wc bezoeken, vegetarische maaltijd met noedels naar binnen werken en regelmatig de oogjes dicht.
Enfin, 6 uurtjes later, 19:49 uur lokale tijd zet Piet Loot de A330 voorzichtig, met een snelheid van 250km/u, aan de grond. Buiten is het 28 graden, maar wij worden verzocht in het vliegtuig te blijven zitten; over een uurtje gaan we alweer verder.....
Daar was gelukkig niets aan gelogen; binnen het uur hingen we al weer in de lucht en 45 minuten later stonden we aan de grond in Muscat. Ruim binnen de 8 uur naar onze vakantiebestemming, zo dichtbij zijn we nog niet vaak geweest.

Nadat we ons visum hadden gekocht en de bagage opgehaald stond er een jonge Omani in een witte jurk met een bordje met de tekst: Peterson, Villa Shams. Kon niet missen dat zijn wij!
Na 20 minuten rijden over een 6-baans snelweg arriveerden we bij ons verblijf voor de komende 4 nachten. Frau Hilde bracht ons naar de kamer en wij doken gelijk ons bed in; het was hier inmiddels 23:30 uur.

Zaterdag 6 november

Na een goede nachtrust had Frau Hilde een heerlijk eigengemaakt ontbijt klaarstaan: eigengemaakt brood, eigengemaakte jam, eigengemaakte jus, eigengemaakte eitjes en eigen gekochte Nutella.
Het smaakte allemaal heerlijk en na de tandjes gepoetst te hebben gingen we op weg naar downtown Muscat. Bij de kamerprijs is een auto inbegrepen, dus we stapten in onze witte Toyota Yaris Sedan en gingen op weg.
Frau Hilde had ons verteld dat je voor het museum gratis kan parkeren en dat hoef je deze twee Nederlanders niet twee keer te zeggen.
Omdat het 's-ochtends om 09:30 uur al niet uit te houden van de hitte zijn we na het ritje van 15 minuten in een auto zonder airco gelijk een coffeeshop met airco ingedoken.

Nadat we weer een normale lichaams-temperatuur hadden, gingen we op weg naar de vismarkt aan de overkant van de straat.
We waren eigenlijk al te laat voor het echte spektakel, maar het was toch wel de moeite waard. De vissers probeerden hun bijzonder vangst, van Merlijn-achtige tot garnalen en van Hamerkophaai tot inktvis, te slijten. Hier gaan we zeker nog een keer op een vroeger tijdstip heen.
We begonnen inmiddels al wel weer oververhit te raken, maar toch gingen we gelijk door naar de overdekte souq. Deze souq was eigenlijk veel te netjes; alles was keurig aangeveegd, de winkeltjes op orde, geen geschreeuw en al helemaal niet over de koppen lopen. Dit hebben we in andere landen wel eens gekker meegemaakt.
Het valt in Muscat sowieso op dat alles zo aan kant is. Geen afval op de stoepen, geen geschooier, gebouwen allemaal spic-en-span, trottoirs netjes betegeld, historische gebouwen strak in de lak, etc. Het lijkt wel nep!
We zijn inmiddels wel weer toe aan een versnapering en dat is gelijk een goede test om het prijsniveau te checken.
Bij de souq zijn een paar busladingen collega-toeristen gedropt die zich lijken te hebben verzameld op een terrasje dat speciaal voor hen is gemaakt; geen Omani te zien. Wij lopen iets verder naar een 'restaurantje' waar alleen een paar Omani zitten en zoeken daar een tafeltje. We bestellen een colaatje en twee falafel-sandwiches, en laten ze goed smaken. De schade is 1 OR, omgerekend €2; dat kunnen we wel een tijdje volhouden.
Na deze snack gaan we op weg naar Old Muscat, een wandeling van 3km. Waarom neem je dan niet de auto zul je denken............waarom wel? Het zijn in totaal maar 6km, normaal gesproken lopen we op een zaterdagochtend minimaal het dubbele.
Langs de kustweg zijn diverse kitcherige bezienswaardigheden te bewonderen, maar niet één komt in aanmerking voor een foto.

Old Muscat is nog sterieler dan Mutrah waar we vanochtend waren en hier zijn bovendien geen hotels of winkels te vinden. We bezoeken het paleis van de Sultan en bewonderen het nabij gelegen Ministerie van Financiën (doet ons denken aan iemand die in Nederland bij dezelfde instantie 'werkt'). Ook hier ziet het oude fort er weer uit alsof het vorige week is opgeleverd.
We genieten nog van onze lunch in Old Muscat, voordat we weer aan de wandeling terug naar Mutrah beginnen.

Terug in Mutrah mijden we onze collega-toeristen weer en gaan eigenwijs tussen de locals zitten. Een lekker koud biertje zou nu een perfecte beloning zijn, maar helaas doen ze in Oman niet aan alcohol. Op een elektronisch billboard zien we dat het 33 graden is: wat een hitte!
Modezaken doen ze ook niet aan. Elke man loopt in een witte jurk met op z'n hoofd meestal een kuma en de vrouwen worden in zwarte kledij gerold. Wel lekker als voor de rest van je leven weet wat je de volgende dag aan moet.
Rond 16:00 uur besluiten we de Yaris weer aan te trappen en na slechts één verkeerde afslag te hebben genomen arriveren we heelhuids bij ons onderkomen.

Op advies van Frau Hilde zouden we 's-avonds op een groot winkelcentrum gaan eten. 'Is niet moeilijk om te komen' zei Frau Hilde.' Twee keer links, voorbij de eerste rotonde en dan nog eens links. Je kan ook aan de rechterkant van de grote weg eten, maar daar is het wat meer basic, met van die witte tuinsetjes', zei ze ook nog. Het is ons toch weer gelukt de verkeerde afslag te nemen, want wij zaten 's-avonds gezellig op zo'n wit tuinsetje in een restaurant waar de afgelopen 23 jaar de ramen niet meer gewassen zijn. De ambiance mag dan geen voldoende scoren, het eten was heerlijk!
We waren toch een beetje chagrijnig dat we het grote winkelcentrum niet hadden gevonden, dus na het diner hebben we ons TomTom-gevoel gevolgd en zijn er toch gekomen. Niet te geloven wat je hier op zo'n winkelcentrum ziet: de duurste auto's staan uitgestald, winkels met te luxe horloges, maar ook veel winkels met makelij uit China; voor een handjevol Rial kunnen we onze rugzakken volproppen. Hebben we niet gedaan, maar wel een overheerlijke cappuccino genomen. De heerlijke bakkies waren overigens wel duurder dan het 'diner'.
Even later het gas van onze Yaris weer ingetrapt op weg naar Villa Shams van Frau Hilde.

Zondag 7 november

Voor een zondagochtend waren we al vroeg uit de veren, want we wilden nog een keer naar de vismarkt. Om 07:10 uur zaten we al weer in ons gebakkie op weg naar Mutrah.
De vissers waren op dit tijdstip de vis nog aan land aan het brengen en dat was een mooi tafereeltje; er lagen een paar grote hamerkophaaien bij, die we graag onderwater tegen waren gekomen. In de markthal was beduidend meer vis dan gisteren, maar van enige hectiek was geen sprake.
Na nog een paar foto's van de corniche in het mooie ochtendlicht te hebben gemaakt, gingen we weer terug naar Villa Shams voor ons ontbijt.
Met Frau Hilde nog een paar dingen besproken over de rest van onze trip. Ze regelt voor ons de 4wd waar we dinsdag mee de bergen in gaan, ze had nog een adresje in Sur om te slapen en nog een telefoonnummer van iemand die een nachtje in de woestijn kan regelen. We willen ook nog een goede kaart hebben en daarvoor verwijst ze ons naar Carrefour, een mega-supermarkt die op 10 minuutjes rijden ligt.

We zijn er gisteren ook achter gekomen dat de ferry naar Khasab niet langer twee keer week gaat, maar slechts één keer. We hebben ons schema dus gelijk al een beetje om moeten gooien en gaan op woensdag 24 november naar Khasab, waar we dan een extra dagje gaan duiken. Bovendien gaan we een dag eerder naar Dubai. We worden er dus niet echt slechter van.

Onze eerste bestemming vanochtend is het buro van de Ferry Company, want we willen onze tickets wel graag vastleggen, nu er maar één ferry in de week gaat. Helaas zijn we weer slecht voorbereid, want als we aan de balie staan vraagt de medewerkster om onze paspoorten en die liggen nog op de hotelkamer. Gelukkig kunnen we wel een reservering doen en dan gaan we vanavond nog een keer langs om ze te betalen.

Van het kantoortje gaan we naar de moskee van Sultan Qabous. Het is een half uurtje rijden vanaf Mutrah en ook bij de moskee is alles weer toppie-oppie in orde. Mooie ruime parkeerplaatsen, geen entree betalen en een fantastisch onderhouden moskee, of eigenlijk een mega-moskee. Sultan Qabous heeft niet op een paar Rial gekeken. Eén ding had de Sultan vergeten en dat is de kiosk met de huur-hoofddoekje. Nu moest Diana een blouse om haar hoofd draaien om de moskee in te mogen.
Na een rondje door de moskee en over de bakplaten er omheen, waren we wel toe aan verfrissing; het is nog geen 11:30 uur, maar we zijn nu al gaar.
Een colaatje doet toch wonderen, want even later zijn we al weer op weg naar de auto om deze naar de Carrefour te sturen. Net als de rest in Muskat zijn de snelwegen tip-top in orde. Brede 4- en 6-baans snelwegen slingeren kris-kras door het land.

Even later rijden we de parkeergarage bij de Carrefour in en lopen het grote gebouw in. Airco alom, dus het ziet er naar uit dat we hier wel even blijven.
We kopen een wegenkaart en een koeltas voor onderweg en eten iets verderop een quarterpounder bij de grote gele M.
Inmiddels zijn we voldoende gekoeld om weer op pad te gaan. We willen nog even naar Ruwi, net als Old Muscat en Mutrah, één van de 7 stadswijken van Greater Muscat. Ruwi wordt wel 'little India' van Oman genoemd i.v.m. de vele eetgelegenheden en winkels die hier zijn. Het valt ons allemaal een beetje tegen en we besluiten terug te gaan naar Mutrah om daar op een terrasje een lekkere koude verse sinaasappelsap te drinken.

Na dit shot vitaminen, scheuren we terug naar onze uitvalsbasis om de paspoorten op te halen. We moeten nog steeds de tickets voor de ferry bevestigen en we hebben daar de paspoorten voor nodig. Volgens de medewerker van het kantoortje zijn ze van 08:00 uur tot 20:00 uur open, dus we kunnen de hele dag langs komen.......maar niet heus.......
Staan we om 17:00 uur bij het kantoor van NFC is het kantoor gesloten. Nog een beetje tegen de deur geschopt, maar geen reactie. Dan maar weer even aan de corniche (boulevard) zitten.
Een uur later nog een keer die kant op, maar nog steeds gesloten. Schoppen tegen de deur hielp dit keer wel, want de deur werd geopend. De medewerker verontschuldigde zich; hij was even gaan eten.
Uiteindelijk de hele papierwinkel in orde gemaakt en wij met de tickets voor de ferry weer naar de corniche om een hapje te eten. We zitten urenlang naar de elektronische Gerrit Hiemstra te kijken en zien dat de temperatuur niet onder de 29 graden wil zakken; wat moeten wij toch afzien.

Maandag 8 november

Vandaag stond er niet veel op het programma. Er waren nog een aantal categorie B bezienswaardigheden en we moesten een paar boodschapjes doen voor de dag van morgen. We zouden wel zien vandaag.

Frau Hilde vertelde ons dat het Off-Road boek waar we naar op zoek waren, maar dat overal uitverkocht was, nog wel te krijgen was in het Radisson Blu hotel, dus daar zouden we vanochtend eerst heen gaan.
Na het ontbijt eerst nog even de mail gecheckt omdat we natuurlijk het e.e.a. te regelen hadden i.v.m. het gewijzigde ferry-schema. Het hotel in Khasab waar we al een aantal dagen geboekt hadden zat helaas vol dus we moeten wat anders zien te vinden. Een paar hotels gemaild en afwachten maar weer.

Dan gaan we eerst maar op zoek naar het Radisson Blu hotel. Frau Hilde had ongeveer aangegeven waar het zou zijn, dus op goed geluk gingen we links af.
Het viel gelukkig mee; maar één keer hoeven te vragen in ons beste Arabisch. Pittig hotelletje overigens, want de kamerprijzen beginnen bij 150 Rial, ex ontbijt (had ik al gezegd dat de Rial gelijk is aan 2 Euro?). Dit hotel is zelfs duurder dan de de wintersport-hotels die Diana en Charissa uitzoeken.
Het is boek dat we zoeken ligt daar wel in het kioskje, dus dat is in ieder geval gelukt.
We trappen de bak weer aan en gaan naar Mutrah omdat we daar het museum nog willen bezoeken. We parkeren de auto daar voor de deur en nemen eerst een bakkie cappuccino in het café waar we al eerder een consumptie genuttigd hadden. Het museum is leuk opgezet, met allerlei interactieve onderdelen waaronder quizjes. Het leukste was wel het grote wiel waar je aan kon draaien en waardoor je de wereldkaart door de miljoenen jaren heen kon zien veranderen; erg leerzaam (?).
Na dit bezoekje aan het museum zijn we doorgecrosst naar het Al Bustan hotel. Dit hotel is de creme de la creme van Oman. Ooit in opdracht van de Sultan himself gebouwd om een conferentie te houden voor alle Arabische wereldleiders en nu kan een gemiddelde toerist hier ook een kamertje boeken. Hoewel.......................de kamers beginnen hier bij 250 Rial ex ontbijtje, dus voor ons zal het er deze vakantie niet van komen.
Na een zuinig glaasje cola vertrekken we weer en gaan we een stukje scenic road verkennen, zodat we alvast een idee krijgen van de omgeving waar we morgen door zullen rijden. Het ziet er fantastisch uit, maar de kleine Yaris kan de heuvels maar nauwelijks aan.
Via de buitenom route gaan we terug naar Mutrah en genieten daar van een welverdiende lunch. Valt niet mee zo'n dagje niksen.
Aan het eind van de middag gaan we even terug naar het hotel om de rit van morgen uit te werken; we willen niet gelijk bij de eerste rotonde de verkeerde kant op gaan. We gaan gelijk even de Yaris aftanken en dat doe je hier, in tegenstelling tot Nederland, voor de lol. Een litertje regular kost 0,12 Rial; nog geen kwartje dus!
Met ons Off-Road boek en de wegenkaart van Oman mag het morgen eigenlijk niet fout gaan. We maken wat aantekeningen zodat we ongeveer weten waar we links of rechts moeten gaan.
Hierna gaan we opnieuw terug naar Mutrah voor een hapje en brengen nog een bezoekje aan de soeq.
Na wat oefenen met de Yaris, zijn we klaar voor onze eerste echte rit.

Dinsdag 9 november
We zaten al vroeg aan het ontbijt omdat we vandaag op tijd wilden vertrekken; we wisten nl. niet hoeveel tijd we nodig zouden hebben om in Ibra te komen.
Gelukkig was onze 4wd gisteren al gebracht, dus dat gaf geen extra wachttijd.
Na het ontbijt hebben we onze witte Toyota Landcruiser Prado eerst even gecontroleerd op beschadigingen, maar er was niets te vinden. Dat kon ook bijna niet met maar 2950km op de teller.

Na de rekening te hebben voldaan vertrokken we richting Qurayyat. De snelweg is een genot; nieuwe asfalt en bijna geen auto's te zien. We waren als snel bij Qurayyat en vandaar gingen we richting Fins, waar we de bergweg op moesten.

Al snel werd duidelijk dat dit geen makkie zou worden. De weggetjes zijn wel erg steil. We genieten van de uitzichten en maken hier en daar een foto en filmen wat. We vorderen maar langzaam en na zo'n 7 kilometer wordt het echt slecht. De ondergrond is hier erg los en de hellingen worden nog steiler. Je kunt bovenop de helling niet meer zien waar je naar toe rijdt, zelfs niet als je gaat staan en zo hoog mogelijk door de voorruit probeert te gluren. Net of je in het voorste karretje van de achtbaan zit, vlak voordat het over de eerste helling gaat. Het wordt een beetje 'op goed geluk'. De auto begint ook steeds meer te 'glijden' op de losse ondergrond. Na ongeveer 10 kilometer wordt het echt te gek; de helling is bijna niet meer te doen en de lucht van gebakken koppelingsplaten doet ons besluiten om te keren. Dit is te gevaarlijk en bovendien willen we niet terug hoeven lopen omdat de auto het begeeft.
Voorzichtig keren we om en gaan we terug naar Fins. Gelukkig hebben we al wel voldoende kunnen genieten van de prachtige onherbergzame omgeving.
Terug bij de snelweg gaan we richting Sur en bij het plaatsje Tiwi gaan we van de snelweg af om te lunchen. Tiwi heeft misschien 50 inwoners, maar gelukkig ook een 'restaurant'. We bestellen twee broodjes kip en een sapje. Dat sapje blijkt bij aankomst een oranje bananen-milkshake te zijn, maar smaakt heerlijk.
Nu we niet over het Salmah plateau naar Ibra kunnen, moeten we er omheen. Scheelt zeker 200km, maar zien wel iets van de prachtige kustlijn. Zo af en toe twijfelen we of we niet gewoon aan het strand zullen gaan liggen.
Na een lange rit zijn we tegen vieren in Ibra, maar dan nog een hotel vinden. De Omani zijn vriendelijke en willen je graag helpen, maar ze spreken niet allemaal even goed Engels. Uiteindelijk komen we bij het Ibra Hotel, maar de receptionist raadt ons aan een ander hotel te zoeken omdat er in zijn hotel tot diep in de nacht veel lawaai zal zijn. We vragen niet eens hoe dat komt en gaan op zoek naar het volgende hotel. Het wordt uiteindelijk Nahar Tourism Oasis. Eerst een lange oprijlaan en dan zien we aantal kermisattracties (?); wat zal dit nu weer zijn.Het lijkt een grote kale zandvlakte waar hier en daar huisjes staan. Diana vraagt aan de receptionist of hij nog kamers heeft en die zegt dat hij vol zit. Na een beetje zeuren blijkt hij ook nog kamers te hebben waar normaal gesproken alleen de locals in verblijven. We gaan even kijken en hoewel er geen ster voor dit hotel is te geven besluiten we toch maar te blijven; veel meer is er toch niet in Ibra.
's-Avonds bij het eten zien we wie al de andere 18 huisjes bezet houden: een stuk of 40 Amerikaanse (?) kinderen met een paar begeleiders. It's our lucky day!
Het eten gaat in buffetvorm en smaakt voortreffelijk. Als om 19:00 uur de kinderen terug naar hun huisjes gaan keert de rust terug en nemen we nog een bakkie thee. Wel grappig zo'n gratis voorstelling tijdens het avondeten.

Woensdag 10 november

Om 07:00 uur gaat de wekker al weer want we willen vandaag op tijd naar de markt. Even snel een ontbijtje naar binnen werken en op weg. Oh ja, we laten de bedrijfsleider van dit pretpark nog wel even het desertcamp bellen zodat we vanmiddag niet voor niets de woestijn in rijden. Hij zal straks even bellen en we horen het wel als we straks nog even terugkomen.
De souq is zo gevonden: volg de Ibra-meute! We parkeren onze Prado vlak bij een internetcafé; dat kan nog wel handig zijn als we straks even het net op willen. Zo vreemd dat hier geen free wifi beschikbaar is.......

We lopen eerst over de lapjesmarkt. Het is enorm druk en we struikelen bijna over de vrouwen die iets leuk proberen te vinden. Het lijkt erop dat dit de voormalige vrouwen-souq is, maar ze zijn niet zo streng meer. Hier zien we ook regelmatig vrouwen met van die snavelmaskers lopen; het ziet er leuk uit, maar als even later een verkoopster zo'n masker aan Diana aanbiedt, slaat ze beleefd af.
We lopen wat verder het dorp in op zoek naar meer handel en iets verderop komt de geur van geitenkeutels ons al tegemoet. Bij een enorme hal wordt het vee verhandeld. Vooral het verhandelen van het kleinvee is een leuke belevenis. Zo'n 50 mannen zitten in een grote cirkel en binnen in deze cirkel loopt degene die iets te verkopen heeft met zijn geit of schaap in het rond om de mannen er omheen tot een koop over te halen.
We blijven hier even hangen want het is echt grappig om te zien hoe de 'baasjes' hun beestjes aanprijzen terwijl de beestjes alleen maar weg willen van deze show.
Op weg naar de auto zien we ook de lokale wapenhandelaar. Z'n assortiment gaat van geweer tot aardappelschilmesje en de kopers keuren alles tot in het kleinste detail.

Terug bij de auto drinken we wat bij een coffeeshop en lopen het eerder genoemde internetcafe binnen. De verbinding is prima. We versturen een paar mailtjes en checken of het in Nederland nog steeds regent (en dat doet het). Dan rijden we terug naar ons hotel annex pretpark om te horen of het desertcamp gereserveerd is.
Gelukkig heeft hij het telefoontje gepleegd en heeft hij doorgegeven dat we vanmiddag komen. Op weg naar de woestijn dus.
We tanken nog even bij de Shell (geen airmiles) en gaan op weg. Omdat er een enorm ongeval is gebeurd op de hoofdweg, waar het halve dorp voor is uitgelopen, moeten we via de berm en ventweg rijden, maar met enige vertraging rijden we dan toch naar Al Mintrib waar we moeten afslaan voor onze tocht door het zand.
Als we in Al Mintrib zijn besluiten we daar gelijk te gaan lunchen. We zoeken weer een coffeeshop, wat ongeveer hetzelfde is als een snackbar in Nederland, en bestellen wat te eten. We zien op een tafeltje naast ons een Omani een bordje patat met mayo (!) eten en dat bestellen wij er ook nog snel bij. We willen nog even goed eten voordat we de woestijn in gaan; je weet maar nooit waar en hoe lang je stil komt te staan.

Aan het begin van de woestijn biedt een lokale 'gids' aan voor ons uit ter rijden zodat hij ons evt. kan helpen mocht het mis gaan. Na de ervaring gisteren in de bergen is het vertrouwen in de Prado zover gezakt dat we z'n diensten graag afnemen (en afnemen betekent natuurlijk betalen).
Her rijden door de woestijn gaat boven verwachting makkelijk. Je moet even wennen aan het continue schuiven van de auto, maar dan gaat het wel. Halverwege laat onze 'gids' nog even een flinke teug lucht uit onze banden lopen, zodat we beter op het zand blijven staan als we straks echt een duin op moeten. Ook die echte duin levert geen probleem op en even later arriveren we in 1000 Nights Desert Camp. Het had net zo goed 1001 Nights Desert Camp kunnen heten, want het ziet er allemaal fantastisch uit: mooie tenten met bedden, ruim restaurant, gratis drinken, biljarttafel, zwembad, lounge-hoek en heel veel woestijn.
Aan het eind van de middag wandelen we de woestijn-duinen in en ook hier zien die er imponerend uit. Je kunt je heel goed voorstellen dat je hier de weg kwijt kunt raken.
Bij het laatste daglicht gaan we terug naar het Camp om ons gereed te maken voor het buffet.
Nadat we eerst een soepje hadden weg geslurpt, moesten we even mee naar buiten om ons vlees op te graven. In Nederland hebben we een stoofpannetje, maar hier hebben ze een stoofgat in de grond. Ze wikkelen een lam in bananenbladeren, leggen dat in een gat in de grond, berg zand er overheen en na 24 uur heb je een heerlijk stukje vlees.
We gaan al vroeg naar onze tent want dit is onze kans om weer eens ouderwets te kamperen.

Donderdag 11 november
De tent begon al vroeg op temperatuur te komen, dus uitslapen was er niet bij. Om 07:15 uur gingen we al weer op weg naar het restaurant.
Tijdens het ontbijt hoorden we een meisje een Sinterklaas-liedje zingen; het was Myrthe, dochter van een Nederlands stel, die ook vanuit Oman de Sint wilde pleasen.
Na het ontbijt nog even de tandjes poetsen en toen mochten we weer het zand in. Als je er een beetje aan gewend bent geraakt dan is het wel gaaf om te doen. Op de terugweg namen we een iets afwijkende route waarin we een heuvel van ongeveer 50 meter af moesten: op goed geluk!
Onderweg maken we nog een paar fotostops en glijden af en toe wat van het rechte pad. Als we een uurtje later in Al Mintrib zijn gaan we eerst naar de lokale Kwik-Fit om onze banden weer op spanning te laten brengen.

Onze volgende stop is Wadi bani Khalid. Deze wadi is bekend om z'n mooie waterbaden en prachtige omgeving. Wanneer we hoofdweg afslaan rijden we gelijk het desolate gebergte tegemoet. De bergen variëren van wit naar bruin en van rood naar grijs je krijgt de indruk dat hier niets kan leven. Als we de eerste hellingen over zijn en dichter bij de wadi komen wordt het alsmaar groener. Palmbomen en struiken in overvloed waar er nog geen 5 minuten geleden geen grasspriet was te bekennen.
Uiteindelijk houdt de weg op en is er een parkeerplaats waar we onze auto parkeren. Vanaf hier lopen we naar de baden.
Het is nog rustig en als we bij een paviljoentje aankomen nemen we daar eerst wat te drinken.
We moeten daarna nog even verder over wat rotsen klauteren naar een klein watervalletje en een bad met helder turquoise water. Het ziet er idyllisch uit en het water is bovendien veel warmer als we verwacht hadden; we begrijpen goed waarom dit zo'n populaire plek is voor de Omani.
Even later besluiten we toch maar op weg naar Sur te gaan. We rijden dezelfde mooie weg weer terug en slingeren ons in een half uur naar de hoofdweg.

Om 13:30 uur zijn we in Sur en rijden naar het hotel dat Frau Hilde ons geadviseerd had. Het is nieuw, de kamers ruim en vooral niet duur dus we checken in.
We gaan 's-middags nog wel even Sur in, maar net als in de andere plaatsen houden de Omani tussen 13:00 uur en 16:00 uur een siësta, dus er valt niet veel te beleven. We gaan even bij een coffeeshop aan zee zitten en genieten van het uitzicht.
's-Avonds eten we bij een restaurant dat duidelijk zichtbaar gesponsord wordt door Pepsi. Het eten is heerlijk en ze proberen er echt iets van te maken.

Cambodja week 4

Maandag 7 december

Hoofdstuk 4 alweer van onze vakantie. Wat lijkt het weer snel voorbij te zijn gegaan als je terug kijkt.
Nog 2 dagen voor de boeg in Sihanoukville en eigenlijk niets meer op het programma. We bedachten ons vanochtend nog wel dat we even wat souvenirs moeten scoren voor onze verzameling want daar is het nog niet van gekomen.
We gaan naar de markt in het centrum van Sihanoukville, maar na er even te hebben rondgestruind, constateren we dat we niet kunnen vinden wat we zoeken; we willen eigenlijk iets Angkoriaans hebben. Hadden we natuurlijk 3 weken geleden moeten kopen in Siem Reap. We hebben nog niet zoveel ervaring met dit soort dingen, maar dat komt vanzelf als je wat langer reist.
Onverrichter zaken gaan we terug naar het hotel, trekken onze zwemkleding aan en gaan door naar het strand. Het strand is hier niet breed; tussen de strandbars en de zee zit misschien een strook van 3 meter zand, maar dat is ruim genoeg voor de ligbedjes. We gaan liggen en genieten van de rust, althans dat was de bedoeling, maar omdat er elke 2 minuten wel een meisje bij je bed komt staan die vraagt: "sir you want massage" of "sir you want manicure" of "sir you want pedicure" of "sir you want sex" (of is dat laatste gedroomd), lukt het niet echt om de luikjes even dicht te doen.
Ergens in de loop van de middag bezwijkt Diana uiteindelijk voor het aanbod van een pedicure behandeling voor 2 dollar. Het is hetzelfde als met de kapper; het resultaat is fantastisch.
Als om een uur of 16:00 uur de zee iets te ver onder de bedjes begint te komen is het tijd om terug te gaan naar het hotel om daar nog een baantjes te trekken in het zwembad.

Dinsdag 8 december

Laten wij even beginnen met een rectificatie op de berichtgeving van gisteren. Er wordt op het strand niet gevraagd: "sir you want sex!", maar "sir you want sex on the beach" en zoals iedereen weet (?) is sex on the beach een cocktail.
Dit n.a.v. van vandaag, want ook vandaag niet veel meer gedaan dan gestrekt op een bedje op het strand.
Er kunnen nog wel een paar varianten toegevoegd worden aan het lijstje van gisteren. Zo werd er ook gevraagd: "you want to buy a book", "sir you want lobster", "sir you want fruitsalad", "sir you want bracelet" en "sir you want sunglasses" en die laatste neppers kosten weinig.
Diana kan de verleiding opnieuw niet weerstaan en 's ochtends heeft ze een manicure gehad terwijl ze 's middags haar wenkbrauwen heeft laten epileren. Dat laatste gebeurde op Cambodjaanse wijze; met behulp van 2 touwtjes werden de haartjes er uitgerukt, dit leek meer op een marteltechniek uit de Tuol Sleng gevangenis, maar het gaat om het resultaat. Diana is helemaal als nieuw en klaar voor de terugreis.
Toen we rond een uurtje of 4 begonnen te sissen in de zon zijn we maar naar het hotel gegaan en hebben onze lichamen even tot rust laten komen in het zwembad. Zo ziet een gemiddelde stranddag er in Sihanoukville er nu uit.

We eten 's-avonds spicy meatballs bij The Mexican, het restaurant van ons hotel en hebben een déjà-vu naar Cyprus 1991(?) toen we samen met John en Charissa de brandweer moesten bellen vanwege een paar bordjes Chili Con Carne.
Spicy geeft vanavond onvoldoende weer wat wij voelen in onze mond; er had minimaal moeten staan veeeeeeery spicy meatballs. We bestellen witte rijst en water bij om onze mond te blussen. We eten wel netjes ons bordje leeg want het is te lekker om te laten staan.

Op veler verzoek hebben we nog wel wat zon naar Nederland gestuurd. Het leek ons niet zinvol als het al beter weer zou worden wanneer wij nog niet thuis zijn dus vrijdag of zaterdag zou er verbetering in het weer moeten optreden (zie txt 704).

Woensdag 9 december

Het is een beetje een trieste dag, deze 9e december. Vanochtend stappen we voor het laatst op een Cambodjaanse bus voor de rit naar Phnom Penh en daarmee begint eigenlijk onze terugreis.
Zoals verwacht is de bus op tijd en wij nestelen ons op de stoelen 1 en 2 van deze dubbeldeks bus. De rit verloopt zonder problemen en rond 13:30 uur zijn we weer terug in de hoofdstad.
We gooien onze spullen op de kamer want we willen nog wat plaatjes schieten waar we de vorige keren niet aan toegekomen zijn.
Als happy hour is aangebroken bij FCC, kantelen we daar onze laatste Angkor biertjes en geheel in stijl eten we in een eenvoudig restaurant een heerlijke amok en sweet-and-sour-chicken als galgenmaal. Een laatste cappucino drinken we bij Metro en na wat pielen op het internet gaan we slapen. De taxi zal er morgen om 08:30 uur zijn om ons naar de luchthaven te brengen.

Donderdag 10 december

De receptioniste van ons hotel heeft haar man in de aanbieding gegooid als taxi-chauffeur en hij brengt ons vanochtend naar de luchthaven van Phnom Penh.
Net als bij Albert Heijn gaan we ook hier in de verkeerde rij staan, want alle rijen stromen lekker door behalve.....
Uiteindelijk zijn ook wij ingechecked en na de vertrektax betaald te hebben gaan we naar de gate. We zouden bijna niet anders verwachten, maar alles verloopt soepel en op tijd, zelfs het vliegtuig komt precies om 11:10 uur los van Cambodjaanse bodem. De vakantie is nu officieel ten einde, hoewel.......we hebben Kuala Lumpur nog.

Met anderhalf uur zijn we al in Kuala Lumpur en wanneer we het vliegtuig verlaten hebben gaan we gelijk naar een ATM voor wat geld en daarna via Immigration (levert weer een stempel op in het paspoort) naar de KLIA Express, een trein die je in 28 minuten naar Kuala Lumpur brengt. Ondertussen hebben we nog wel even onze dagrugzak in een locker opgeborgen, zodat we lekker licht zijn.

De KLIA Express gooit je eruit op KL Sentral wat zoveel is als A'dam CS, maar dan alleen niet tegen het centrum aan. Hoewel we al een stuk aan de wandel waren hebben we op een gegeven moment toch maar de taxi gepakt en ons in China Town laten afzetten. Eerst een quarterpounder bij Mac en dan de markt op. In vergelijking bij de neppers-handel die ze in China Town aanbieden is het strand van Sihanoukville een lachertje. Wat een troep! Merk-T-shirts voor een euro, horloges voor twee en echte Dirk & Gerrit tassen voor nog geen tientje.

Als we ons rondje gemaakt hebben in China Town vragen we een taxi-chauffeur ons naar een mooie mall te brengen en het dropt ons bij Paviljon. Onze monden vallen open wat een enorme kolos van een winkelcentrum, waar alle merken die we in China Town tegen zijn gekomen in een eigen winkel worden verkocht. Te veel om op te noemen; hier heb je een week nodig om alle zaken aan elk zichzelf respecterend merk heeft hier een winkel.
Na een uurtje houden we het voor gezien en een taxi brengt ons weer naar KL Sentral. De taxichauffeur openbaart zich als een soort Wikipedia. Hij begint ons met allerlei feiten om de oren te gooien. Hij vraagt ons naar welke landen we in Europa op vakantie zijn geweest en hij weet van elk land een stukje historie of andere weetjes te vertellen. Hij vertelt dat hij al zijn kennis heeft opgedaan via de toeristen. Elke keer als hem wat vertelt werd schreef hij het op een briefje en plakte het bij het stuur zodat hij het uit zijn hoofd kon leren. Hij vraagt Diana ook nog even om zijn leeftijd te raden. Ze zit er bijna 10 jaar naast en hij zegt dat hij er zo jong uitziet omdat hij leeft volgens de gouden regel: " als je thuis bent moet je je geen zorgen maken over je werk, en als je op je werk bent moet je je geen zorgen maken over thuis".

Bij KL Sentral aangekomen springen we uit de taxi, bedanken hem voor de les en zijn nog net op tijd voor een wachtende KLIA Express. Rond een uurtje of 8 zijn we weer op KLIA. We halen onze rugzak uit de kluis en gaan weer via de douane naar de vertrekhal. Daar nemen een colaatje en door het raam zien we dat de 747 bij gate C22 al klaar staat. Theoretisch zouden we dus op tijd moeten vertrekken.

Vrijdag 11 december

Met een vertraging van zo'n 30 minuten vertrekt de MH016 naar Amsterdam en hebben wij 12 uur de tijd om nog even onze reis door Cambodja de revue te laten passeren.
Cambodja is een heerlijk land om door te reizen. Het is nog erg puur en soms ook basic als je het bijvoorbeeld vergelijkt met buurman Thailand, de bevolking is erg vriendelijk en is op veel plaatsen nog niet bezig met het exploiteren van toeristen; hier wordt niet gebedeld omdat dat een makkelijke manier is om aan geld te komen, maar hier wordt door landmijn-slachtoffers soms een aalmoes gevraagd omdat zij niet meer kunnen werken.
De markten zijn een feest voor de zintuigen en de tempels van Angkor kennen hun gelijke niet in de wereld. Het land is getekend door de wreedheden van Pol Pot en zijn Rode Khmer, maar is druk bezig dit achter zich te laten. Het straatbeeld in de grotere steden wordt bepaald door de vele scooters, mensen met monddoekjes en vrouwen die zich chique kleden in een Hello-Kitty-pyjama.

Cambodja heeft onze harten gestolen!

Cambodja week 3

Maandag 30 november

Week 3 is alweer aangebroken en we zijn dus ruim over de helft. De busmaatschappij regelt onze pick-up bij het hotel vanochtend, maar ze sturen om 6:00 uur slechts 1 moto voor ons én onze bagage. De chauffeur neemt de 2 grote rugzakken vóór zich en wij kruipen met onze dagrugzakken bij hem achterop. Kan net!
In tegenstelling tot de heenreis zitten we nu wel met andere toeristen in de bus en hebben we een chauffeur die iedereen die zijn hand op steekt of aan zijn kont krapt meeneemt. Ontelbaar vaak stoppen dus. Over het zandpad, war we op de heenweg 2½ uur over deden, doen we nu ruim 3 uur. Het helpt ook niet dat hij met elke potentiële passagier in discussie gaat over de bestemming of de prijs van het ticket.

In Stung Treng stoppen we kort voor een versnapering en vervolgen dan onze weg over het asfalt. Er was nog slechts 115 km. asfalt dat ons van Kratie scheidde en het ging allemaal veel vlotter omdat er geen extra passagiers meer opgepikt werden. Dat zou dus een makkie worden, lekker muziekje op het hoofd en lekker achterover , wat gebeurd er? Snel over naar Olav Mol. Niet te geloven, terwijl Ngy Lyheng Express comfortabel aan kop ligt in deze busrace gebeurd dit: een klapband, als ik het goed zie rechts achter, nee, nee, het is links achter. Dit gaat ze veel tijd kosten. Er is nog 75 km. te gaan, zijn ze op tijd in de pits om de andere bussen voor te blijven? Ngy Lyheng Express vervolgt de race, maar de snelheid is er helemaal uit.
Daar is de pits. We schakelen snel over naar Rob, want hij bevindt zich in de pits.
De bus komt tot stilstand en het team snelt naar buiten. Eén monteur kruipt onder de bus om de krik te plaatsen. De chauffeur haalt snel het reservewiel onder de wagen vandaan. Ben benieuwd naar de bandenkeuze. Slick, er komt gewoon weer een slick onder.
Verstandige keuze want de andere 5 banden zijn ook zonder profiel. De moersleutel gaat op het wiel en ratelt in no-time de moeren los. Snel het wiel er af en daar zien we de boosdoener, oh, oh, die band ziet er slecht uit. Het reservewiel wordt geplaatst en de lollypop kan omhoog............oh, die was al weg.
Heeft Ngy Lyheng Express haar leidende positie behouden, dat is nu de vraag. Snel terug naar Olav.
Ja hoor, de pitstop heeft slechts 30 minuten in beslag genomen en dat is voldoende om de concurrentie voor de te blijven. Ngy Lyheng Express is dit keer gewoon te sterk, zelfs met klapband.
De rest van de rit lijkt een formaliteit, dit zal Ngy Lyheng Express niet meer uit handen geven toch?
Nee, nee, wat nu? Twee kilometer voor Kratie moet Ngy Lyheng Express toch weer naar binnen. Dit kan geen geplande pitstop zijn. Wat is er aan de hand? Aaaah, de chauffeur moet volgegooid worden, en dit keer geen bandenwissel.
De voorsprong is inmiddels zo groot dat er geen paniek is bij het team en Ngy Lyheng Express is snel weer op weg om de laatste kilometers te volbrengen.
Neeeee, niet weeeeeer; Ngy Lyheng Express komt weer naar binnen. Is het nu dan helemaal over zo kort voor het einde van de race? Er moet getankt worden, hoe is het mogelijk, wat een tactisch gestuntel bij het altijd zo proffesionele Ngy Lyheng Express.
Met een volle tank arriveert Ngy Lyheng Express om 13:00 uur in Kratie. Wat een wedstrijd.

We doen onze rugzakken op en lopen naar het Oudom Sambath hotel. Dit keer geen luxe, maar spartaanse degelijkheid voor maar 7 dollar per nacht. We gooien onze spullen op de bijna schone bedden en maken een rondje door het dorp.
Als je even snel door dorpjes als Battambang, Banlung of Kratie loopt lijken ze best op elkaar: stoffige wegen, zenuwachtig getoeter van de scooters, een drukke markt centraal in het dorp, overal eetstalletjes en winkeltjes vol met prut en dan mogen we natuurlijk ook de altijd aanwezige tempels, de zgn. Wat, niet vergeten: Wat Motje, Wat Iser, Wat Kijkje om maar eens wat te noemen. Als je wat langer rondloopt leer je de eigen sfeer van de verschillende dorpen kennen.

We willen vanmiddag nog Irrawaddy dolfijnen spotten op de Mekong, dus charteren we een tuk-tuk om naar de 15 km. verderop gelegen locatie te komen vanwaar voormalige vissers met je het water op gaan.
De Irrawaddy dolfijnen zijn 150 kg. wegende, zeldzame dolfijnen, waarvan wordt gezegd dat er nog maar zo'n 60 exemplaren over zijn.
We zien al snel een aantal van deze dolfijnen, hoewel de kunstjes niet van het niveau Harderwijk zijn. Slechts even komen ze boven om lucht te happen en dat is het moment dat je de camera klaar moet hebben.
Wanneer de zon bijna in de Mekong duikelt gaan we weer terug naar Kratie. We laten wat kleding wassen en gaan in de stad een hapje eten.
Het was wederom een enerverende dag.

Dinsdag 1 december

Het is bijna niet voor te stellen dat het alweer december is. Het is hier elke dag 30 graden met een stralend blauwe hemel. Niet lullig bedoeld, maar soms klagen we er zelfs over......

Omdat we bij thuiskomst niet teveel moeite willen hebben om onze vriendjes van AV Veluwe bij te kunnen houden, kiezen we vandaag voor wat inspanning. We laten onze hotelbaas 2 fietsjes aanrukken en gaan op weg naar de lokale veerboot om de oversteek te maken naar Koh Trong, een eilandje dat midden in de Mekong ligt.

Om bij de veerboot te komen moeten we met de fiets eerst zo'n 100 traptreden afstuiteren; dus de spieren zijn opgewarmd.
We zien dat er, behalve veel lokalen met hun koopwaar van de markt, ook een toerist aan boord is. Wij gaan dus ook aan boord. Rob moet nog wel even de 2 fietsen op het metalen dak van de veerboot leggen; beetje extra body building kan hij wel hebben.
Zo'n boot vertrekt natuurlijk niet wanneer jij dat wilt, dus eerst zitten we 3 kwartier te garen onder het metalen dak voordat de kapitein op de toeter drukt en vertrekt.

Het eiland Koh Trong ligt op een ferme steenworp afstand, dus we denken dat we er met 10 minuten zullen zijn en gaan er maar even voor zitten. In tegenstelling tot wat we verwachten, varen we zuidwaarts i.p.v. westwaarts richting het eiland, maar dat zal wel met de stroming te maken hebben denken we. Als we echter na 15 minuten bij de zuidpunt van het eiland aankomen, beginnen we te vermoeden dat...................maar laten we niet te snel op de feiten vooruit lopen, want misschien legt hij wel aan de westkant van het eiland aan.

Dat deed hij dus niet en voor we het weten leggen we aan op de westoever van de Mekong om een passagier met vracht los te laten. Het begint er dus aardig op te lijken dat we op de verkeerde veerboot zijn gestapt.
Als we zo'n 10-tal stops verder zijn en wij samen met Sophie, de andere toerist, als enigen over zijn aan boord weten we het zeker. Als de kapitein voor de laatste keer aanlegt en dan ook zijn motor uitzet moeten we toch over op plan B. Gelukkig spreekt de kapitein erg goed Khmer en wij niet, maar met wat handgebaren en tekeningetjes begrijpen we van de kapitein dat we hier naar boven kunnen klimmen met de fiets, dan linksaf slaan en naar verloop van tijd kom je dan wel ergens waar je weer met een veerboot over kan. Klinkt hoopvol, toch?

We beginnen met zijn drieën zuidwaarts te fietsen op de westoever en al snel merken we dat er hier waarschijnlijk nooit eerder toeristen de verkeerde veerboot hebben gepakt, want we zijn een ware bezienswaardigheid; zelfs de ossen lijken ons na te kijken.
Het is hier allemaal nog erg puur en wat het meeste opvalt is de stilte die hier heerst. Het enige geluid dat je hoort zijn onze banden op het onverharde pad. We genieten met volle teugen van dit stukje ongerept Cambodja.
Als we aan het eind van een pad komen stoppen bij het huis van een lokale familie. We willen toch een keer oversteken naar Koh Trong, dus in ons beste Khmer vragen we hoe dat werkt met een veerboot hier. De man des huizes pakt een groot stuk bamboe, loopt richting het water, slaat een paar keer met een stuk hout op het bamboe en wonder boven wonder start er even later iemand aan de andere kant van het water de motor van zijn boot. Niet veel later is hij aan onze kant en wij klauteren snel met onze fietsen de schuine helling af richting het water. We laden de fietsen en ons zelf op de boot en gaan dan alsog naar het eilandje Koh Trong. Dat hadden we een uurtje geleden niet gedacht.

We verwachten op Koh Trong veel meer toeristen, maar dat valt mee, we lijken de enigen te zijn. Op dit eilandje zien we een paar fantastische tafereeltjes boerenarbeid. We weten niet zeker of we het goed hebben, maar volgens ons zijn ze aan het dorsen en wordt her en der het kaf van het koren gescheiden. We kennen in Apeldoorn iemand met wat boerenbloed in haar aderen, dus checken thuis of we de juiste terminologie hebben gebruikt.
Op het eilandje staan we net zo vaak naast de fiets om foto's te maken als dat we erop zitten. Het is een fantastishe rit over dit eiland, en als we het eiland rond zijn zien we dat er net een veerbootje aanlegt. Om bij die veerboot te komen moeten we nog wel 400 meter door duin-achtig gebied klunen, maar we wilden wat trainen dus dit wat perfect.

Het veerbootje doet er nog geen 10 minuten over om in Kratie te komen; 10 minuten die we vanochtend ook dachten te gaan varen maar dat werd bijna 5 kwartier. Als we in Kratie zijn gaan we de 100 treden met de fiets weer omhoog, waarmee wij onze portie gymnastiek wel weer gehad hebben.

Na al deze inspanning fietsen we eerst naar een terrasje voor een sapje, waarna we naar het hotel gaan om de dikke stoflaag van ons lichaam te douchen.
Als we weer buiten staan zijn we mooi op tijd voor de zonsondergang over de Mekong en gaan als een bejaard stelletje op een bankje zitten om de koperen ploert langzaam rood-oranje te zien worden, als hij verdwijnt achter het eilandje van vandaag: Koh Trong.
's Avonds eten we weer bijna voor niets bij U-Hong Guesthouse waar ze net een CD van Coldplay draaien. Ons hoor je nog steeds niet klagen hoor!

Woensdag 2 december

We verlaten de staatsgevangenis, alias hotel Oudom Sambath en stappen op de bus voor de reis naar Phnom Penh. Dit is niet wat we gepland hadden, maar de verhalen die we over Sen Monorom hebben gehoord zijn niet van dien aard dat we de lastige rit er naar toe willen maken. Dan gaan we liever wat langer naar het zuiden van het land.
In tegenstellingtot onze vorige busrit was deze slaapverwekkend. Bovendien duurde de rit ruim een uur langer dan verwacht en we waren we dus pasom 14:30 uur in Phnom Penh.
Hier gelijk weer op zoek naar een tuk, maar we zochten niet de meest ervaren chauffeur uit. Na 2 straten moest hij al vragen waar ons hotel was en verderop gebeurde dat nog een keer. Toen hebben wij hem uit zijn lijden verlost en aangewezen waar hotel Castle is; wij zijn per slot van rekening al 1 dag in Phnom Penh geweest, dus wisten de weg.

Hotel Castle is er weer één met de nodige luxe, dus we kunnen het er een nachtje van nemen in big-city Phnom Penh. In de lobby van het hotel staat een grote kerstboom met pakjes eronder; beetje vreemd is het wel met 30 graden.

's-Avonds gaan we eens op zoek naar een Italiaan; na 2 weken Khmer-food wil je wel eens wat anders en bovendien moeten we het pizza-trauma dat we vorig jaar in Cuba hebben opgelopen nog verwerken (zie Cuba 2). We gaan naar het, door de Lonely Planet aangeraden, restaurant Happy Herb Pizza en bestellen een spaghetti en een pepperoni pizza. Bevend wachten we op wat komen gaat.
We hebben alvast extra drinken besteld om in een geval van nood de boel weg te kunnen spoelen.
We hoeven niet al te lang te wachten op onze maaltjes en met bevende vork beginnen we met een klein hapje en......................het smaakt overheerlijk; handen, voeten, alles gebruiken we om dit feestmaal naar binnen te werken. Moe maar voldaan hijgen we even later uit, nog even een boertje laten en wij zijn van een trauma verlost.

Op de goede afloop gaan we bij de trendy bar Metro nog even een lekkere cappuccino en een dubbele espresso nemen en dan snel naar bed en snaveltje toe want morgen is het wederom vroeg dag als we doorgaan naar Kampot.

Donderdag 3 december

We waren de zon een slag voor vanochtend. Nog voordat hij zijn kruin boven de Mekong laat zien, hebben wij ons eerste broodje al gesmeerd. Vanaf het restaurant op de 6e etage van ons hotel, zien we onze vakantievriend ontwaken.

Er zou om 7:00 uur een pick-up geregeld worden door Sorya busmaatschappij, maar om 7:20 uur was er nog steeds niemand en de bus zou om 7:30 uur vertrekken. Dit was erg ongewoon voor Cambodja. Een telefoontje van het hotel naar de busmaatschappij stelde ons gerust; er was een minibusje onderweg. Niet veel later arriveerde dit minibusje en waren we weer op weg, maar niet direct naar het busstation er konden nog veel meer mensen in deze minibus. Uiteindelijk propten ze 16 toeristen + buschauffeur + bijrijder in een minibus met 9 stoeltjes. Ken net!

De grote bus van Sorya zit propvol, er moeten zelfs mensen op een krukje in het gangpad zitten. De rit verloopt verder soepel en we zien onderweg het landschap veranderen hoe zuidelijker we komen. De kalkstenen heuvels domineren de omgeving.
Om 12.30 uur zijn we in Kampot en nemen een tuk naar het hotel. Het eerste hotel is vol, het tweede te duur en bij de derde is het raak.

's Middags gaan we op zoek naar wat tour mogelijkheden en.............. Diana gaat naar de kapper. De grijze haren geven haar slapeloze nachten en zij moet geverfd worden. We gaan de "kapsalon" binnen en Diana vraagt wat het kost: 5 US dollar voor het verven en nog eens 1 US dollar voor highlights. Aan de prijs zal het niet liggen. Diana zoekt een kleur uit van Revlon en neemt plaats in de stoel. De kapsters gaan netjes en secuur te werk en Diana heeft er weinig op aan te merken. Na een klein uurtje moet ze mee naar achteren om uit te spoelen. In een soort van omgekeerde gynaecologen stoel wordt het haar gespoeld en gewassen. Na ruim een uur komt Diana stralend en als nieuw de deur uit. Het haar is in 1 x in de juiste kleur geverfd, het heeft maar 1 uur geduurd en het was goedkoop. We kunnen ons niet herinneren wanneer dat voor het laatst in Apeldoorn zo geweest is.

Na deze opknapbeurt laten we ons naar Phnom Chhnork brengen, een grot in een kalksteen heuvel. We laten ons gidsen door een kwartet kinderen. De grot is erg mooi met enorme stalactieten. De gidsjes wijzen ons allerlei beeltenissen aan in deze druipers. Zo laten ze een olifant, een adelaar, een schildpad en een kalf zien, maar je fantasie wel heel erg aanspreken om deze te herkennen.
De omgeving waar deze grot zich bevindt is waarschijnlijk net zo mooi als de grot zelf: eindeloze rijstvelden met af en toe een paar palmen en een verdwaalde boerderij. Heel veel volk aan het werk in het veld, want het is tijd om rijst te oogsten. Idyllische plaatjes!

Na een uur gaan we weer terug naar Kampot, maar niet voordat we afgerekend hebben met onze 4 gidsjes. Op de terug kijken we onze ogen opnieuw uit in de ze fantastische omgeving.

Als we terug zijn bij het hotel zien we dat de verf in Diana's haar goed gehouden heeft in de wind. We zijn benieuwd hoe het kussensloop er morgenvroeg uitziet.

Vrijdag 4 december

Vanochtend zag het kussensloop er nog steeds stralend wit uit, dus nu overweegt Diana een container van die Revlon verf naar Nederland te verschepen. Lijkt een lucratief handeltje.

Vandaag geen tuk-tuk of achter op een moto en ook geen inspanning op de fiets, vandaag huren we zelf een moto en racen ermee naar de vroegere badplaats Kep. Kep was in de franse koloniale tijd the-place-to-be voor de elite. Tegenwoordig is het vooral in de weekenden een plaats waar de rijken uit Phnom Penh naar toestromen. Kep is verder vooral beroemd om de vis en vooral om de Krab die hier gevangen wordt.

We huren voor 5 US dollar een Honda Wave en na wat uitleg over de werking van deze racemachine scheuren we Kampot uit, een grote stofwolk achterlatend.
Het is ongeveer 25 km. naar Kep en als we rustig aan doen zijn we er met een uurtje volgens de verhuurder. Gelukkig is het hier niet zo druk als in Phnom Penh en kunnen dus heerlijk genieten van de uitzichten om ons heen. Net als Rob de gashandel nog eens goed wil open draaien, stapt er een oom agent de weg op en die steekt zijn hand op. Rob brengt de moto tot stilstand en kijkt vragend naar deze wetsdienaar. De agent loopt om onze moto heen en zegt:"police control, 1 dollar". Onze mond valt open, maar omdat we vandaag nog in Kep willen komen betalen we deze afkoopsom aan de
correcte en integere agent. Er zijn nog een drietal agenten aanwezig en ze vinden onze zonnebrillen erg mooi en vragen of ze deze even op mogen zetten. Onze brillen gaan van hoofd tot hoofd en de agent die de dollar in zijn broekzak heeft gestoken geeft ons ook zijn gewone bril om te proberen. We zetten om de beurt zijn bril op en merken dat er gewoon glas in zit. Die bril is duidelijk bedoeld om een beetje indruk te maken. Nadat alle brillen weer op het hoofd van de rechtmatige eigenaar staan, geeft Rob weer gas en stuiven we door naar Kep.

In Kep zijn we nog net op tijd voor de krabmarkt. Er wordt gesleept met grote manden met krab die snel van eigenaar wisselen en er staan ook grote potten kokend water op het vuur waarin de krab wordt gekookt. We lopen een beetje rond over het marktje en als de drukte begint af te nemen gaan we op zoek naar Le Veranda, een resort dat hier ergens tegen de helling moet liggen en waar we door de eigenaar van La Villa in Battambang over getipt zijn. Na wat heen-en-weer gecross op onze moto vinden we uiteindelijk dit fantastische resort. En onder het genot van een cappuccino kijken we uit over de zee.

Nadat we ons even hebben gedragen als the-rich-and-famous van Kep gaan we nog een keer terug naar de krabmarkt. Dit keer niet om te kijken, maar om te proberen.
Als lunch bestellen we een kleine portie krab, in een restaurant op palen dat net boven de zee hangt.
Even later blijkt dat onze kleine portie krab uit 6 mooie rooie beestjes bestaat en dat terwijl wij dachten er ééntje te proberen. We krijgen 2 kraaktangetjes bij om de beestjes open te breken en zo bij het vlees te komen.
Diana eet een paar stukjes wit vlees maar deze manier van eten is aan haar niet besteed. Rob gaat vervolgens als 1-persoons kraagbeweging aan de slag en sloopt het halve dozijn beestjes om aan zijn lunch te komen. Moe maar voldoen legt hij naar enige tijd de tang naast zijn bord. Krab is heerlijk, maar je moet wel veel moeite doen om je stukje vlees te bemachtigen.

Rond 14:00 uur wordt de moto weer gestart en racen we terug naar Kampot. Onderweg zwaaien we nog even vriendelijk naar onze vrienden van de gendarmerie en zonder kleerscheuren arriveren we in Kampot.

Zaterdag 5 december

Op de verjaardag van de goedheiligman reizen wij van Kampot naar Sihanoukville, maar eerst genieten we in alle rust van een ontbijtje voor slechts 18.000 Riel.
We zitten buiten in het zonnetje dat door de bomen schijnt, het lijkt erop dat dit verwarmingselement hier nooit verdwijnt.
Om 11:00 uur gaan we met de minibus naar ons verblijf aan zee, en natuurlijk nemen we onze zwemkleding mee.
Veel hebben we in Sihanoukville niet gepland, wat zwemmen, duiken en lekker zonnen bij een strandtent.
Behalve wij en 2 Belgische toeristen wordt de minibus volgeladen met vracht; we kunnen onze benen nog net kwijt, maar we hadden niet anders verwacht.
De chauffeur geeft een dot gas, met volle vaart vooruit, maar Rob zit voor in het busje en bij hem breekt aan alle kanten het angstzweet uit.
Met 2 uur hebben we onze strandbestemming bereikt en het is gelijk duidelijk dat dit plaatsje niet op de rest van Cambodja lijkt.
Eerst naar het hotel, dan naar de duikschool niet ver van hier, volgende stop is aan zee achter een potje bier.
's Avonds eten we in het hotel bij een Mexicaan en daarna niet te laat naar bed omdat we morgen duiken gaan.
Genoeg van dat sinterklaas geshit, die ouwe kan ons van hier toch niet ontvoeren naar Madrid.

Zondag 6 december

De groep trouwe volgers van onze beslommeringen in Cambodja zal wel behoorlijk uitgedund zijn na gisteravond. We weten hoe onze familieleden en vrienden zich gedragen hebben afgelopen jaar dus velen zullen zich bevinden in een muffige zak in het ruim van een stoomboot op weg naar Spanje. Voor de enkelen die dit jaar wel zoet zijn geweest maken we het verhaal gewoon af.

Om 7:30 uur stonden wij bij duikschool Scuba Nation waar onze uitrusting al in een minibus was geladen. Het was 10 minuten rijden naar de vissershaven waar de boot ligt en we moeten tussen primitieve vissers-woningen doorlopen om er te komen.
Het wordt een privé-tochtje vandaag want wij zijn de enige 2 duikers op de boot. We worden vandaag begeleidt door Mick een divemaster uit Australië. Om 7:45 uur zetten we koers voor het eiland Koh Rong Samloum. De boottocht zal 2 uur duren en dat geeft ons mooi de gelegenheid onze rem-slaap af te maken die wederom wreed verstoord werd door de wekker. We nestelen ons op het dak van de boot en we worden al snel in slaap gewiegd door het geschommel op de golven.

Om 9:45 uur gooit de kapitein het anker uit aan de noordkant van het eiland en wordt onze uitrusting klaargemaakt voor de 1e duik, inderdaad: "wordt klaargemaakt", want wij hoeven zelf niets te doen.
Even voor 10:00 uur plonsen we in de warme zee en zakken naar zo'n 10 meter diepte. We merken al snel dat het zicht in deze wateren niet al te goed is. Met een metertje of 7 houdt het wel op. Het koraal is wel erg gevarieerd en de groep Batfish (zonder Robin) die nieuwsgierig rond ons komt zwemmen is best bijzonder. Verder bestaat het assortiment uit de standaard kleine visjes die je overal ziet, niets groots, niets speciaals. Aan het eind van deze duik van meer dan een uur ziet Rob nog een blue spotted stingray in het zand tussen 2 stukken koraal liggen, maar dat was het dan wel.

Als we weer op de boot geklommen zijn staat er een pan fried rice op ons te wachten. Dat gaat er natuurlijk wel in na een uurtje spartelen. Na de heerlijke lunch nemen we onze posities weer in op het dat en dommelen een beetje in de zon.
Om 12:30 uur gaan we ons opmaken voor een volgende duik en omdat we bij de 1e duik allebei last hadden van het beslaan van onze duikbril en dit model geen ruitenwissers heeft, heeft Mick de flacon Cambodjaanse Dreft erbij gepakt om de glazen te ontvetten. Hopelijk helpt dat, want elke 5 minuten je bril moeten laten vollopen is een leuke oefening voor beginners, maar daar zitten wij niet op te wachten.

De boot is inmiddels een stukje zuidelijker gevaren en we duiken op het rif met de naam "Last Chance". Een toepasselijke naam als je weet dat dit de plek is waar je het laatst kan duiken voordat de regentijd het zich onderwater helemaal verpest.
Het zich is op deze 2e duikstek iets beter, zo'n 10 meter, maar de onderwaterwereld lijkt veel op de 1e duik. Rob schrikt nog wel als hij een krab ziet zitten; als het maar geen verre familie is van de 6 schattige krabjes die eergisteren op zijn bord lagen, een krab kan zeer wraakzuchtig zijn.

Als we, wederom na meer dan 1 uur, weer boven komen drinken en eten we wat waarna we weer naar ons kraaiennest gaan. De terugtocht van wederom 2 uur is inmiddels ingezet.
Om 15:45 uur liggen we weer aan de kade en nog voor 16.00 uur zijn we bij het hotel. Dit was, ondanks het mindere zicht, een lekker dagje op zee.

Bij het zwembad van het hotel kunnen we constaren dat het kapsel van Diana de ultieme proef heeft doorstaan: 2 x één uur dompelen in zout water en tussendoor bakken in de felle zon hebben het geverfde haar geen kwaad gedaan. Diana gaat vanavond nog wat telefoontjes plegen i.v.m. de container die verscheept moet worden.

Cambodja week 2

Dinsdag 24 november

Vandaag gaan we op weg naar de hoofdstad van Cambodja: Phnom Penh. Vandaag gaan we ook voor het eerst met de bus op pad. Om 8:00 uur zijn we al op het busstation, want om 08:20 uur wordt er ingecheckt. Het is een prachtige paarse, enigszins vervallen, dubbeldeks bus waarbij de onderste stoelen zijn verwijderd zodat daar de bagage en andere vracht in kan.
De bus vertrekt mooi op tijd en we laten Battambang achter ons. De reis verloopt verder soepeltjes en met een plaspauze inbegrepen zijn we om 13:30 uur in Phnom Penh.
Tuk-tuks staan al te wachten om de buspassagiers verder te vervoeren.
We checken in bij het Scandinavia hotel en besluiten nog vanmiddag het Royal Palace met de Silver Pagode te bezoeken.
Op weg naar het koninklijk paleis maken we even een omweg naar het busstation van de maatschappij die ons donderdag naar Banlung moet brengen. Er zijn gelukkig nog 2 stoelen voor in de bus beschikbaar, want voor een busrit van 11 uur wil je wel lekker kunnen zitten.

Het complex van het koninklijk paleis doet een beetje denken aan dat in Bangkok. De gebouwen liggen er mooi bij. In de silver pagode is maar liefst 5800 kg. zilver verwerkt, waarvan het grootste gedeelte is opgegaan aan zilveren tegeltjes op de vloer.
Koning Sihamonie woont in delen van het paleis en die zijn helaas verboden terrein. Het lijkt er trouwens op dat er hoog bezoek komt op het moment dat wij er rondbanjeren, want opeens komen er zwarte auto's met geblindeerde ramen het terrein opscheuren. Eén van de auto's heeft zelfs een rood-wit-blauw vlaggetje; het zal toch niet dat Trix, of Lex en Max op bezoek zijn?

's Avonds eten we bij Friends, een restaurant waar straatkinderen de kans krijgen het horecavak te leren. Wat ons betreft slagen ze met vlag en wimpel!

Woensdag 25 november

Het is vanochtend voor het eerst bewolkt als we opstaan, maar dit sombere weer geeft waarschijnlijk wel de juiste sfeer bij wat we gaan doen vandaag. De tuk-tuk gooit er ons eerst uit bij het Tuol Sleng Genocide Museum. Deze voormalige school werd Rode Khmer omgebouwd tot gevangenis en het werd al gauw het centrum voor de gruwel praktijken van dit bewind. In de schoolgebouwen wordt op indrukwekkende wijze een kijkje gegeven in de donkere geschiedenis van Cambodja.
In schoolgebouw A staan in elk van de voormalige klaslokalen het roestige frame van het bed waarop de laatste 14 gevangen zijn gemarteld en gestorven. Boven het bed hangt een foto van hoe de Vietnamezen de lichamen van deze gevangen destijds hebben gevonden en dat zijn geen mooie plaatjes.
In gebouw B en C is een opstelling gemaakt met de foto's van de gevangen van de gevang gezette Cambodjanen toen ze de gevangenis binnenkwamen en zelfs een paar foto's van na de martelingen.
door zijn eenvoud maakt dit museum diepe indruk en blijf je je afvragen hoe het mogelijk is dat je je eigen landgenoten, buren en zelfs familie zoiets verschrikkelijks kunt aandoen.
Hierna gaan we naar de Killing Fields van Choeung Ek. Hier werden de gevangenen van de Tuol Sleng gevangenis die niet aan de martelingen waren bezweken heengebracht om te worden gedood en begraven in massagraven. Al met al geen vrolijk begin van de dag, maar je moet in deze zwarte periode uit de Cambodjaanse geschiedenis zijn gedoken om de pijn van het land te kunnen begrijpen.
Het bewind van Pol Pot en zijn Rode Khmer duurde uiteindelijk 3 jaar, 8 maanden en 20 dagen en ligt inmiddels ruim 30 jaar achter ons.

Na het bezoek aan de Killing Fields laten we ons afzetten bij Wat Phnom, de tempel die is gesticht door een weduwe met de naam Penh en waaraan de stad haar naam ontleent. De lokale bevolking komt hier veel voor geluk te bidden en je kunt ook een vogeltje vrij laten om vervolgens een wens te mogen doen. Diana laat er zelfs 2 vrij!
Hierna lopen we nog wat verder, langs de Amerikaanse ambassade, een paar veel te dure hotels, de Russische markt (die helaas gerenoveerd wordt) en we gaan zelfs een luxe shopping center in. Hier halen we gelijk wat versnaperingen voor de bustocht van morgen.
Als we naar ons hotel lopen worden we vlak bij het onafhankelijkheidsmonument tegen gehouden. Oom agent legt uit dat de premier van Laos een krans aan het leggen is; en wij maar dekken dat al die wegen vrij van verkeer zijn gemaakt omdat wij het oversteken van de weg in Phnom Penh zo lastig vinden. Het verkeer in Phonm Penh is namelijk een grote chaos. Bromfietsers en scooters schieten in grote getale als snelle kakkerlakken over de weg. We weten inmiddels dat je niet moet gaan wachten tot je over kunt steken, maar je moet gewoon gaan en ze vliegen dan van zelf aan alle kanten om je heen.

Voordat we 's avonds gaan eten drinken we een paar sapjes bij de Foreign Correspondents Club. Dit restaurant trok vroeger veel buitenlandse correspondenten, maar vooral de plek op het balkon op de 1e etage met uitzicht op de rivier is er één uit duizenden.
Uiteindelijk eten we ook maar bij de FCC want de dagspecial, Tenderloin Beef en een salade met balsamico dressing, kunnen we niet weerstaan.

Donderdag 26 november

We waren al weer vroeg uit de welbekende veertjes. Onze tuk-tuk chauffeur van gisteren zo om 06:30 uur bij het hotel komen om ons naar het busstation te brengen en hij was er ook nog. Had misschien ook te maken met het feit dat wee een deel van zijn "loon" van gisteren vandaag pas zouden betalen.
Bij het busstation bleek dat onze bus bij de Russische markt zou vertrekken; we werden dus snel in een minibus gegooid en erheen gebracht.
Ook deze bus naar Banlung vertrok weer mooi op tijd, of eigenlijk te vroeg. We hadden nog even snel een paar stokbroodjes en een paar oliebol-achtige staven gekocht dus we konden er een paar kilometer tegen.
We verlieten Phnom Penh zonder kleerscheuren en dat kan niet iedereen zeggen. De stad is berucht vanwege het bagsnatchen, waarbij ze op een scooter voorbij scheuren en je tas proberen mee te nemen, maar ook kleine gewapende overvallen komen voor. Een Frans stel vertelde ons in Battambang dat ze tot 2 x toe aan de beurt waren: eerst werd haar halsketting afgerukt en later werden zijn zakken gerold. Wij maken ons, als ervaren beroofden, natuurlijk niet meer zo druk over dit soort zaken.

De busrit is mooi, we zien boeren op het land werken zonder machines, rijden langs grote waterplassen vol met lotussen in bloei, zien vissers in smalle kanootjes die proberen wat te vangen, omen door kleine dorpjes waar altijd een markt aan de hoofdstraat is en nog veel meer. De tijd vliegt om, voor we het weten maken we al onze eerste stop, en tweede, en derde.....
Om 12:30 uur zijn we in Kratie waar we op de terugweg een paar dagen zullen blijven. Dit is gelijk onze lunchstop.
Van Kratie gaat het naar Stung Treng, vanwaar je door kunt naar Laos, maar wij slaan hier rechtsaf naar Banlung. Hier houdt de asfaltweg op en hobbelen we 2½ uur lang over een veredeld zandpad. De roodbruine stof van het weinige verkeer heeft de omgeving een herfstkleur gegeven. De buschauffeur heeft er behoorlijk de sokken ingehad, want een uur eerder dan gepland staan we op de hoofdstraat van Banlung om ons heen te kijken. Hier geen tuk-tuk's, dus we charteren 2 jongen met een moto om ons naar ons "resort" Terres Rouges te brengen.
Dit complex zit er fantastisch uit, maar dat zouden we, na een busrit van 10 uur, ook gezegd hebben van de woonkamer van boer Wim.

Vrijdag 27 november

Bij het ontbijt weer die heerlijke warme stokbroodjes. De franse eigenaar van deze hut heeft het personeel goed geïnstrueerd.
Na het ontbijt lopen we in 15 minuutjes naar down town Banlung en hoewel er een soort vierbaans-asfaltweg door het dorpje loopt, is Banlung een stoffig dorpje waar alles draait rond de centrale markt. Het doet een beetje aan als een dorpje uit het wilde westen, alleen zijn de paarden vervangen door bromfietsen en de revolvers door mobieltjes.
De markt hier is misschien wel de meest gevarieerde die we tot nu toe gezien hebben. Er wordt veel vis verkocht en af en toe springt er eentje uit de emmer voor je voeten, maar gouden en zilveren sieraden, gereedschap, varkenskoppen met staart in de bek, antibiotica, groente en fruit, platgeslagen ratten op een houten frame gespijkerd en nog veel meer. Hier geen gefrituurde kakkerlakken en tarantula's zoals op de Chinese markt in Phnom Penh, maar misschien hebben we die gewoon gemist.

We kijken in de stad rond welke tour we hier zullen maken. De natuur in deze provincie is prachtig, zoals we tijdens de bustocht al zagen, maar een bezoekje in een klein dorpje in de omgeving is ook een bijzondere ervaring.
De 3-daagse trek lijkt fantastisch, maar dan moeten we aan meer geld zien te komen en dat is onmogelijk hier. Nog maar even verder rondkijken dan. Misschien dat we streeks bij het zwembad beter tot een beslissing kunnen komen.

We eten wat fried noodles bij de Coconut shake, een restaurant dat de naam draagt van het populairste gerecht op de kaart. Een menukaart is altijd weer grappig; zo hebben ze hier Fish and Ship, French toes, Carry, Beef Bar Bequest, Sweet en Sourer, maar we begrijpen best wat ze bedoelen.
In de middag liggen we dus aan het zwembad na te denken over het programma van de komende 2 dagen. En na een paar baantjes zwemmen en net zo vaak draaien onder de grote ronde grill, hebben we besloten morgen achter op de moto het gebied aan de andere kant van de rivier te verkennen (met een gids) en overmorgen pakken we wel weer de fiets en gaan op zoek naar het kratermeer. Toch nuttig een wat luxe hotel met zwembad, het is overigens niet alleen het zwembad dat dit hotel speciaal maakt. De kamers zijn honeymoon-proof, de tuin is leuk voor een trouwreportage en het uitzicht vanaf de lounge over het nabijgelegen mini-meertje geeft je het laatste duwtje.
Dit gaat trouwens niet over ons, maar er liep een pas getrouwd stel rond op het terrein.

Vanwege de verwachte muggen in dit gebied hebben wij bij het diner een wat afwijkende outfit aan: shirt met lange mouwen; broek met lange pijpen, en als klap op de vuurpijl, kersje op de taart, top of de bill een paar dikke wandelsokken in Teva slippers.
We worden inderdaad weinig gestoken, maar dat komt waarschijnlijk omdat de muggen de slappe lach hebben.

Zaterdag 28 november

Het is hier duidelijk geen Zuid-Amerika; ook vanochtend zijn onze 2 moto-drivers mooi op tijd om op pad te gaan. Als we de bebouwde kom van Banlung verlaten komen we in de rubberplantages. We stoppen even bij twee jongens die bomen aansnijden om zo de rubberstroom weer op gang te brengen. Het zijn over het algemeen oude bomen die niet zoveel rubber meer afgeven. Eigenlijk zou de boel omgekapt moeten worden voor jonge aanplant.
Langs de weg overal eenvoudige paalwoningen van het Kalai-volk. Op de terugweg zullen we hier even stoppen.
Omdat de onverharde weg erg droog is zitten we bij elke tegenligger en elke auto die ons inhaalt in een wolk stof te bijten. Het begint al snel te knarsen in onze mond.
Hier en daar staat langs de weg nog een woudreus overeind van het oorspronkelijke oerbos, maar het meeste is hier gekapt voor eigen gebruik of om plaats te maken voor landbouwgrond. Toch krijg je een aardig idee hoe het er hier 10-tallen jaren geleden uit heeft moeten zien.

Na ongeveer 1½ uur hobbelen zijn we in Voensai. We stappen van de motor met een vierkante kont en nadat we een colaatje hebben gedronken gaan we met een longtailboot over de Tonle rivier naar Kachon, het dorpje van het Tampuon volk (mét "u" dus). De uitzichten vanaf de rivier zijn schitterend. Hier voel je je nog veel meer midden in de wildernis. Af en toe komt er een andere longtailboot langs, maar voor de rest niets!
Na zo'n 3 kwartier komen we bij het dorpje en gaan aan wal. Dit volk bewaart altijd een lege doodskist onde het huis; best handig want dan hoef je de catalogus niet meer door te bladeren als er iemand overlijdt.
Het dorpje is verlaten, slechts hier en daar wat vrouwen en kinderen. De rest is in het oerwoud om te jagen; een lekker stukje zwijn of een mals hertenbiefstukje gaat er ook hier wel in.
De begraafplaats van dit volk is de echte attractie van deze ochtend. De graven lijken op kleine marktkraampjes met een beeltenis in hout van degene die overleden is. Er wordt bij een begrafenis ook altijd een os geslacht en de kop van dit beest wordt op een paal voor het graf gezet. Misschien ook wel een leuke variatie voor Nederland. Het laatste graf dat we zien is van de lokale bromsnor. Hij is vorig jaar overleden aan malaria. En wij nog twijfelen of we Lariam zouden slikken.
Nadat we het rondje door dit dorp hebben voltooid, varen we weer terug naar Voensai. Heerlijk met het gezicht in de zon over een kalme rivier. Ons maak je niet gek.
We lunchen aan de rivier en als we deze lunch naar binnen hebben gewerkt gaan we met de boot naar de andere kant van de rivier om door een klein chinees dorpje en een even klein laotiaans dorpje te wandelen. De dorpjes liggen gebroederlijk naast elkaar, maar het contrast is groot; de chinezen als gewiekste handelslui wonen in mooie grote huizen en bieden veel koopwaar aan terwijl de Laotianen een zwaar boeren bestaan leiden.
Rob steekt nog even de handen uit de mouwen en sjouwt samen met de gids een paar zakken rijst van 50 kilo naar een schuurtje. Is natuurlijk een kleinigheidje vergeleken met zijn zware bestaan bij de belastingdienst.

Om 15:00 uur zijn we terug in Voensai en beginnen we aan onze terugtocht.
Heel veel happen stof verder stoppen we nog even bij de Kalai gemeenschap die aan de kant van de weg woont. Er heeft hier net een soort healing sessie plaatsgevonden ten gunste van iemand die wat ernstige kwalen had en zelfs in het ziekenhuis lag. Er was een soort grote staande mobiel opgericht waaraan wat bamboe-kunstwerken hingen. Om de geesten gunstig te stemmen hadden ze een os ritueel geslacht. Verschillende onderdelen van dit beest lagen helemaal zwart gebakken boven een houtvuur zodat het vlees nog lange tijd bewaard kan blijven. Bovendien was er een grote kruik rijstwijn uitgetrokken waar ze al aardig aan handen genipt, want de oogjes van velen hingen op half 7.
Het laatste stukje stofweg zien we bijna geen hand voor ogen, en als we om 16:30 uur van de moto stappen zien we er uit als een stel roodbruine zandsculpturen. We gaan snel naar de slaapkamer, trekken onze zwemkleding aan en lopen in sprint naar het zwembad: eerst even weken.

Het één-gang diner gebruiken we bij de Coconut Shake om de hoek en als we erheen lopen zien we dat, net als in Battambang, er van alles te doen is op straat: een soort ballentent maar dan met darts op ballonnen gooien, veel eetstalletjes en overal kleedjes op de stoep waar je op kunt picknicken. Er is niets zo gezellig als een zaterdagavond in Cambodja.
Op weg terug naar het hotel weten wij ook nog een picknick-kleedje te scoren. We zitten daar heel romantisch, aan het kabbelend water van het meertje, een koud biertje, flesje water, gezellige TL-balken en Teva's met sokken. Wat wil je nog meer?

Zondag 29 november

Voor ons geen rustdag, althans geen hele. Eerst gaan we in alle vroegte nog een keer over de markt. Deze markt is erg fascinerend en je ziet hier nog veel vrouwen in authentieke kledij. Na de CF-card weer wat voller gepropt te hebben met foto's, huren ze een paar van die schattige damesfietsjes en gaan naar het kratermeer Yeak Lom. We kregen de fietsjes dit keer niet zo makkelijk mee als in Siem Reap en Rob gaat even snel naar het hotel om een kopie van het paspoort te halen. Wanner de vrouw van de fietsverhuur de foto op het paspoort ziet zegt ze: "much younger"; De baard die inmiddels aan Rob zijn kin bungelt maakt hem dus duidelijk niet jeugdiger; wat een teleurstelling. We springen dan alsnog op de fietsjes en zetten koers naar het kratermeer.
Dat was makkelijker gezegd dan gedaan, want het is hier niet bepaald een vlak parcours. We moeten af en toe stevig op de pedalen.
Wij zijn de eerste bij het meer, en het meer ziet er fantastisch uit. Het is bijna perfect rond en glimt in de zon. We rusten even uit van de fietstocht en lopen dan een stukje rond het meer. Na een uurtje besluiten we weer richting Banlung te gaan. Opnieuw die lastige berg-etappe, maar dan omgekeerd.
We gaan in Banlung even een internetcafé in en lunchen daarna bij restaurant A'dam.
Dan is ook voor ons de rustdag aangebroken en kruipen we op een ligbedje bij het zwembad. Pas als we een knapperig korstje hebben gekregen gaan we uit de zon en terug naar onze kamer. Het zal wel even duren voordat we weer een hotel treffen , met deze luxe.