Laos 3

Donderdag 20 november

Het ontbijt van vanochtend was niet zo uitgebreid als in Nong Khiaw, maar het smaakte best. We waren al om 07:00 uur bij het ontbijt, want vandaag gingen we met de boot naar de Pak Ou grotten en daarvoor zouden we al om 08:00 uur opgepikt worden. 

Het verliep allemaal volgens plan en een paar minuten na acht stonden we al bij de pier waar de boot zou vertrekken. We waren niet de enige toeristen die de grotten gingen bezoeken en het werden er met de minuut meer. Tegen de tijd dat boten gingen vertrekken, stonden we schouder aan schouder te wachten op het startschot.

De boot waar we mee gingen was ongeveer een zelfde boot als waar we mee van Muang Khua naar Nong Khiaw waren gevaren, alleen gingen er nu maar zes personen in en zaten we op stoeltjes met kussen; wat een luxe!

We vertrokken als tweede boot, maar werden al snel ingehaald door andere boten; weer geen snelheidsduivel achter ons stuur, maar we hadden alle tijd.

Het landschap langs de Mekong was niet zo indrukwekkend als langs de Nam Ou, maar dat hoefde ook niet. De grotten van Pak Ou hadden die taak vandaag.

Na ruim een uur varen stopte de bootsman nog even bij een dorpje aan de rivier, maar dat was niet het soort dorpjes dat wij gewend waren. Dit dorpje bestond in eerste instantie uit allerlei kraampjes met toeristen-koopwaar en daarachter waren dan nog wat huizen en een tempel te vinden. Het was natuurlijk wel de bedoeling dat je eerst wat kocht.

Binnen een kwartier zaten we al weer in de boot. Het landschap werd mooier naarmate we dichter bij de grotten kwamen. Hier voegt de Nam Ou zich bij de Mekong, en hier zien we opnieuw die hoge, verticale kalksteen rotswanden zoals we die ook tijdens onze eerdere boottocht zagen.

Nog weer een een kwartiertje later kwamen de grotten in zicht. De bootsman legde aan en we waren zeker niet de enige die vandaag de grotten bezochten. De kapitein vertelde dat we 40 minuten hadden voor de bezichtiging. Dat leek niet veel, helemaal omdat we nog een behoorlijk trappartij moesten beklimmen. We gaven dus gas.


De twee beroemde grotten staan volgepakt met boeddhabeelden in verschillende stijlen en omvang. We gingen eerst richting de 'hoge grot' en nemen in een vijftal minuten de pittige betonnen trappen. Boven aangekomen zien we een bewerkt houten portaal waarachter een 50 m diepe grot ligt. Het is al snel zo donker dat de zaklamp aan moet. Er staan honderden, misschien wel duizenden Boeddha opgesteld. Sommige in een nis, andere tegen de wand en sommigen op een verhoging. Het lijkt er al honderden jaren zo te staan.

De 'lage grot' is meer een overhangende rots. Nadat je het trappetje hebt beklommen stat je oog in oog met een paar honderd Boeddha's die in rijen staan opgesteld tegen de achterwand van de grot waardoor er een mooi schimmenspel ontstaat.

We blijven zo lang mogelijk in de grot, maar willen de bootsman en onze medereizigers niet laten wachten dus 40 minuten nadat we uit de boot sprongen, zijn we weer terug.

Omdat we terug stroomafwaarts gingen, waren we in een uurtje weer terug in Luang Prabang. Het was inmiddels 13:00 uur, dus: lunchtijd. Onder het genot van een heerlijke panini, genieten we aan de waterkant nog wat na.

Na deze recuperatie gaan we terug naar het hotel om verse batterijen te halen. 

Daarna gaan we op weg naar de bekendste tempel van Luang Prabang: de Wat Xieng Thong. Deze tempel, die op slechts een paar minuutjes lopen van ons guesthouse ligt, is een klassieker onder het lokale design van tempels. De daken van het het hoofdgebouw lopen door tot dicht bij de grond en er is een levensboom in mozaïek uitgevoerd op de achtergevel. Toen het Zwarte Vlag leger in 1887 alle tempels in Luang Prabang verwoestte, is de Wat Xieng Thong (deels) gespaard gebleven. Rondom het centrale gebouw staan een aantal stupa's en kleine kapelletjes 

Nadat we onze ogen uitgekeken hebben bij de tempel lopen we weer richting de hoofdstraat. Daar komen we al snel langs een andere tempel waar ook een school voor monniken is. We lopen over het terrein en loeren de lokaaltjes in. De monniken die geen les hebben proberen een praatje met ons te maken, maar veel Engels beheersen ze nog niet. Onze gids in Luang Namtha vertelde ons dat dit de goedkoopste manier is voor ouders om kinderen op school te krijgen; als monnik in een klooster is het nl. gratis.

We lopen de hoofdstraat helemaal af en gaan het terrein van het voormalig Koninklijk Paleis op. Opnieuw zijn we net te laat om kaartjes te kopen, dus we kunnen nu niet naar binnen. De buitenkant van de gebouwen is echter al meer dan de moeite waard. Morgen gaan we wel naar binnen.

Na dit blitz-bezoek aan het tegenwoordige museum slenteren we terug door de hoofdstraat en halverwege gaan we op een terrasje zitten om aapjes te kijken. Er zijn beduidend minder toeristen in Luang Prabang dan gisteren, valt ons op.

Wanneer de bodem van de fles Beerlao weer bereikt is besluiten we toch maar even de Phou Si op te gaan. Deze heuvel domineert het oude stadscentrum en i geliefd bij zonsondegang-fanaten. De heuvel is gekroond met een 24 m hoge, gouden stupa. Wij beklimmen de heuvel vanaf de Wat Siphoutthabat Thipparam en komen langs heiligdom waar de voetafdruk van Boeddha wordt beschermd. We kijken in de donkere ruimte en kunnen alleen maar constateren dat Boeddha op heeeeeeeele grote voet moet hebben geleefd. Op de weg omhoog komen we nog verschillende beeltenissen van Boeddha tegen en boven op de heuvel hebben we een mooi uitzicht op Luang Prabang. We wachten tot de zon ondergaat, maar door iets te veel bewolking wordt het geen spektakel.

Vrijdag 21 november

De wekker ging al om 05:40 uur, want we wilden vanochtend de Tak Bat zien. Elke dag bij zonsopkomst gaan de monniken blootsvoets door de straten van Luang Prabang waarbij inwoners van Luang Prabang balletjes sticky rice in hun bedelkom leggen. Het is een stille, meditatieve ceremonie waarmee de monniken hun belofte van armoede en menselijkheid demonstreren.  

Het is nog donker wanneer we naar de Wat Xieng Thong lopen. Op het terrein van de tempel is echter niets te doen, dus we lopen door naar de hoofdstraat. Daar zien we inwoners van Luang Prabang klaarzitten met een mandje rijst om uit te delen aan de monniken. Hier moeten we dus zijn. We zien dat verderop in de hoofdstraat de busjes met toeristen worden leeg gekieperd; hopelijk blijven die daar staan. Rond 06:15 uur lopen de eerste monniken langs de gulle gevers van rijst en ze worden daarna gevolgd door tientallen, honderden monniken die hetzelfde traject volgen. Wanneer we iets verder de hoofdstraat inlopen blijkt deze ceremonie al een behoorlijke toeristen-attractie te zijn geworden. Ondanks alle verzoeken om op discrete afstand te blijven wanneer je foto's maakt van de ceremonie, zijn er altijd hoopjes toeristen die geen last hebben van fatsoen; ze kruipen bijna in de rij monniken om zo hun beste foto te schieten, het is tenenkrommend! 

Wij lopen de andere kant weer op en gaan op zoek naar een rustiger plek waar we de ceremonie kunnen zien. We komen uiteindelijk uit bij de westelijke ingang van de Wat Xieng Thong. Hier zijn we met een handjevol andere toeristen die allemaal wel enige afstand houden. Hier kunnen we het ritueel van nabij meemaken, zonder het te verstoren. Rond 07:00 uur gaan we weer terug naar het hotel en kruipen nog even ons bed in.

Om 08:30 uur gaan we ontbijten, waarna we direct onze bustickets bij de eigenaresse van ons guesthouse kopen. In tegenstelling tot wat er in ons programma staat, gaan we niet naar Phonsovan. De busrit naar Phonsovan duurt 8 a 9 uur, terwijl het slechts 280 km is. Bovendien gaat het grootste deel van de rit heen-en-weer over hoofdweg 7 en duurt  de terugrit naar Vientiane zelfs 11 uur. Als we dat allemaal optellen bij onze eerdere bus-ervaring in Laos, dan moeten we concluderen dat dit een monsterrit wordt. Het alternatief ligt voor de hand: Vang Vieng. Deze plaats ligt ongeveer halverwege tussen Luang Prabang en Vientiane, maar daarover later meer.

Vanochtend gaan we eerst op zoek naar wat kaarten om naar het thuisfront te sturen. Ze gaan vandaag nog op de bus, dus houd je brievenbus in de gaten. We begrijpen dat dit bijna net zo spannend is als een bezoekje van Sint en Piet, maar laat het niet ten koste van je nachtrust gaan!

Na deze aanslag op ons vakantiebudget, lopen we naar de ochtendmarkt en maken daar een rondje. Hier zien we ook de (levende) kikkers die gisteren bij Tamarind op de kaart stonden. Nu we ze gezien hebben, zijn we blij dat we daar niet voor gekozen hebben. Het typische Laos eten wat we daar gehad hebben was overigens voortreffelijk, maar wat verwacht je anders van een tent die bijna elke avond vol geboekt is.

Na de markt lopen we naar het Koninklijk Paleis Museum. Dit bezoekje was er gisteren niet van gekomen, maar nu kregen we de kans om even binnen te loeren. Het meest bijzonder pronkstuk dat hier staat is de Pha Bang. Dit is een 83 cm groot Boeddhabeeldje waar de stad naar vernoemd is (oorspronkelijk heette de stad Muang Sua). Volgens de legend is het beeldje in Sri Lanka gegoten in de eerste eeuw A.D. Tot twee keer toe is het kleinood meegenomen door Siamese plunderaars, maar sinds 1867 is het in Laos.

Na het museumbezoek is het tijd om de inwendige mens te verwennen, dus we gaan naar onze favoriete cappuccino-bar en gaan daar even zitten op de lounge-set.   

Het is inmiddels na enen als we besluiten nog even naar de andere kant van de Nam Khan te gaan om daar te lunchen. We gaan naar de gammele bamboebrug, betalen 500 kip en schommelen naar de overkant. Hoewel de dag behoorlijk bewolkt begon is het inmiddels bloedje heet geworden. We wandelen een paar kilometer en bezoeken een tempel, maar na een half uurtje vinden we het wel genoeg en gaan terug richting de bamboebrug. Bij de bamboebrug is een restaurantje wat goed aangeschreven staat, dus daar gaan we lunchen. We zitten in de schaduw van een paar grote bamboeplanten; heerlijk!

Na de lunch gaan we weer terug via de bamboebrug naar hartje Luang Prabang, maar blijven daar niet hangen en gaan gelijk door naar de Mekong. Je zou met een veerpontje de Mekong over moeten kunnen en andere kant van deze rivier had je bij een hooggeleg tempel een mooi uitzicht over Luang Prabang. Het veerpontje was snel gevonden en samen met een auto, een tiental brommers en evenzoveel Laotianen maken we de overtocht van 3 minuten. Aan de overkant nemen we een sorngtsaew en laten ons bij de Wat Champhet afzetten. We hadden achteraf beter kunnen gaan lopen, want het pad is zo slecht dat lopen sneller was geweest. We beklimmen de trap naar de tempel en dat is zelfs om 16:00 uur nog geen makkie. De tempel stelt helemaal niets voor, maar het uitzicht is mooi: de Mekong, Luang Prabang en Phu Si zijn goed te zien. Nadat we de trap weer afgerold zijn, gaan we iets verderop nog bij een andere tempel kijken. Daar is net een dienst aan de gang en we gluren van een afstandje mee. Altijd indrukwekkend zo'n dienst, vooral door het bijzonder geluid van de 'zingende' monniken.

Hierna gaan we dezelfde weg weer terug, nemen de veerboot die net aanlegt als wij aan komen lopen en wachten aan de andere kant van de Mekong op de zon die wegzakt achter het gebergte. Gisteren was de zonsondergang vanaf Phu Si een beetje teleurstellend, maar deze zonsondergang bij de Mekong was een plaatje.

's-Avonds lopen we nog een keer over de nightmarket, die nu in volle omvang is opgebouwd. Ongelooflijk wat een spullen en allemaal bedoeld om toeristen te verleiden: houtsnijwerk, sieraden, t-shirts, pantoffels, tassen, parasolletjes, bijzonder drankjes, ga zo maar door. Er leek geen eind aan de markt te komen. Het was trouwens een verademing om over deze 'toeristenmarkt' te lopen, want waar meestal om je gunsten wordt gevochten op dergelijke markten, werd je hier met rust gelaten en pas wanneer je iets wilde weten kwamen ze in actie; zo kan het ook dus.

We eten nog een keertje Laotiaans, dit keer bij Le Petit Nid en het smaakt wederom voortreffelijk. We zijn bijna twee weken onderweg, maar het eten verveelt nog niet.

Zaterdag 22 november

Het was tijd om afscheid te nemen van Luang Prabang. De zakken weer ingepakt, ontbijtje naar binnen gewerkt en om 08:30 uur kwam de sorngtaew aanrijden die ons naar het busstation zou brengen. Op het busstation halen we onze bustickets (incl. lunch-voucher) op en gooien de bagage in de reeds gereed staande VIP-bus. Dit keer dus voor het eerst in een echte grote-mensen-bus. Iets na 09:30 uur rijdt de afgeladen bus het busstation af. We zetten ons schrap voor een uurtje of 6 bussen.

Het scheelt nogal of je in een mini-van over de wegen van Laos rijdt, of in deze bus. We staan niet bij elk gat in de weg stil en merken het nauwelijks wanneer er op stukken weg geen asfalt meer aanwezig is. Af en toe moet de bus behoorlijk klimmen want het is bergachtig. Die bergen zijn fantastisch groen, maar dat is niet zo gek net na de regentijd. Rond 13:00 uur zien we de omgeving wat veranderen. In de verte duiken de typische contouren van karst gebergte op; we gaan de goeie kant op!

Naarmate de tijd vordert zien we steeds meer van die kalksteen-pukkels en rijden er uiteindelijk zelfs tussen. Links en rechts van de weg rijzen de stijle bergwanden hoog omhoog. Net als we denken dat we goed op schema liggen moet de bus halt houden vanwege wegwerkzaamheden. Ze zijn een landslide-gevoelige bergwand aan het afgraven en een enorme berg zand ligt nu net even op de weg waar wij overheen moeten. Het oponthoud duurt een half uur en we merken dat onze chauffeur z'n best doet om de vertraging goed te maken.

Tegen drieën wordt er dan nog een lunchstop ingelast. De hele bus kan nu gebruik maken van de lunch-voucher. Wij sluiten ook aan in de rij bij deze voedselbank en we zien dat iedereen een enorme hondebak soep met noedels krijgt aangereikt. Wij pakken de bonnenmaaltijd ook aan en slurpen een beetje van de soep. Een beetje tot onze verbazing blijkt de inhoud van die oversized soepkom verdomd lekker te smaken.

Na de lunch is het nog een uurtje rijden en tegen 16:30 uur rijden we het busstation van Vang Vieng op. We stappen in een sorngtsaew en laten ons bij het hotel afzetten. We zijn gearriveerd in wat tot voor kort het 'drugscentrum'  van Laos was.

Vang Vieng wordt wel omschreven als een landschapsscene in een oriëntaalse zijdeschildering. Het dorp ligt gedrapeerd langs de Nam Song rivier met op de achtergond de serene rotsen van het karstgebergte en een tapijt van rijstvelden. Vang Vieng kende echter lang tijd ook een veel duistere kant. Tot 2012 was Vang Vieng de drugshoofdstad van Laos en op elke hoek van de was wiet, opium, coke of welke drugs dan ook te krijgen. Bij elke bar en zelfs restaurants werden speciale happy-drankjes en happy-gerechten aangeboden waar dan een bepaalde hoeveelheid drugs in was verwerkt. De laatste jaren vielen er helaas regelmatig doden, mede door het drugsgebruik, wat de overheid heeft doen besluiten om met ijzeren vuist in te grijpen; drugs werd verboden en alle uitbaters zonder vergunning werden gesloten. Inmiddels worden er weer gezinnen en oudere toeristen (50+) gesignaleerd in Vang Vieng. De stad is zichzelf aan het herontdekken waarbij de buitenactiviteiten de de boventoon voeren. Ook wij gaan morgen op de actieve toer; stay tuned!

Zondag 23 november

We zouden om 09:00 uur opgepikt worden voor ons dagje bezigheidstherapie voor toeristen. Om 09:15 nog geen sorngtsaew, maar niet zenuwachtig worden; we zijn in Laos. Niet veel later komt onze taxi met kajaks boven op het dak al aanrijden. We stappen in en rijden tot zo'n 15 km buiten Vang Vieng. Daar stappen we samen met een (nog) ouder Frans paar uit en gaan we met onze gids Boun op pad. Boun is zo'n honderd kilo en loopt op flip-flops, dus we hoeven niet bang te zijn dat het heel lastig wordt.

We gaan op weg naar onze eerste grot en lopen eerst over een betonnen brug naar een Hmong dorpje. Boun vertelt dat de overheid deze oorspronkelijke bergbewoners heeft verplaatst naar laag gelegen gebied, zodat hun kinderen naar school kunnen en dat ze niet elke paar jaar hoeven te verkassen omdat de grond uitgeput is. Het zal wel, maar iets zegt ons dat de overheid daar ook andere voordelen bij heeft. Het is ongeveer anderhalf uur lopen naar de eerste grot en de zon scheen venijnig in de nek. Het zou weer een hete dag worden. 

Bij de Tham Loup grot krijgen we een hoofdlamp uitgereikt en nadat we even uitgerust hebben gaan we op pad. We klauteren via wat gammele trapjes naar de ingang van de grot en wanneer we onze hoofdlampen aan doen zien we gelijk de meest fantastische formaties stalactieten en stalagmieten. We lopen dieper de grot in over een glibberige bodem en zien steeds mooiere en vreemdere vormen verschijnen. Heel makkelijk is de wandeling niet. We gebruiken handen en voeten en moeten soms onze buik inhouden om ons ergens tussendoor te wringen. Zolang we zien dat Boun erdoor komt, gaan we er vanuit dat het voor ons geen probleem is. Na zo'n half uur houden we weer even halt en Boun vraagt ons de lampen uit te doen. Het is pikdonker en je kunt je voorstellen dat het goed mis gaat wanneer je batterij er hier mee ophoudt. We gaan via een deels andere route terug naar de ingang van de grot en na zo'n drie kwartier zien we weer daglicht.

De Tham Hoi grot ligt enkele honderden meters verderop en is een hele andere grot. Bij de ingang van de grot staat een meer dan levensgrote Boeddha. Boun vertelt dat tijdens de bombardementen van de Amerikanen de Laotianen hun toevlucht zochten tot de grotten en dat ze daar ook hun Boeddha's een veilig onderkomen gaven. We lopen een paar honderd meter de grot in en zien bijna geen stalactieten en stalagmieten. Deze grot was tot enkele tientallen jaren nog een ondergrondse rivier en dat is nog goed voor te stellen. De grot is meer een lange tunnel en op de bodem liggen keien zoals je die ook op een rivierbodem ziet.

Na een half uurtje zijn we de tweede grot weer uit en gaan we op weg naar onze lunchplek, vlakbij de Tham Nam grot waar we daarna in zullen gaan. Boun bereidt een fantastische lunch met rijst, shashlik-stokjes, brood en banaantjes toe.

Wanneer de voerbakjes leeg zijn is het tijd voor de Tham Nam grot. Deze grot is eigenlijk het best vergelijkbaar met de Tham Hoi grot die we hiervoor hebben bezocht, alleen gaat er hier nog wel een ondergrondse rivier door. We gaan dus in zwemkleding richting de ingang van de grot, zoeken daar een binnenband uit en dobberen langs een touw naar de ingang van de grot. Het water is ijskoud, dus het is wel even doorbijten. We gaan door een smalle spleet de grot in en trekken ons voort aan een touw langs de wand van de grot. De tunnel is 2 tot 4 meter breed en ook dit is weer een prachtige grot die we op een heel bijzonder manier bezoeken. Na een paar honderd meter komen we bij een grotere waterplas en Boun stelt voor dat we even gaan zwemmen. Wij schudden ons hoofd en hebben het al koud genoeg half op de band en blijven daar lekker inhangen. Boun neemt wel een verfrissende duik en aan het zijn kattengejank te horen heeft hij het behoorlijk koud. Nadat Boun weer in de band geklommen is gaan we terug naar de ingang van de grot. Dit hadden we nog niet eerder meegemaakt.

We bezoeken nog een laatste grot, de Tham Xang grot, wat olifantgrot betekent. Die naam heeft de grot te danken aan een stalactiet die verdomd veel weg heeft van een olifant. De grot is verder niet zo bijzonder als de vorige drie, behalve dat ook hier weer verschillende Boeddha-beelden staan en het grenst aan een klooster waar op dit moment maar 1 monnik leeft

De olifantgrot ligt naast de Nam Song rivieren en na de bezichtiging steken we de rivier over waar onze sorngtsaew staat te wachten met de kajaks er bovenop. Het is tijd voor onze laatste dagactiviteit: kajakken op de eerder genoemde rivier. We rijden een paar kilometer terug richting Vang Vieng en daar laten we ons vervoer te water. Boun geeft nog wat korte instructies en dan gaan we op weg.

Al snel komen we er achter dat de rivier niet helemaal glad is, ondanks dat de regentijd al is afgelopen. Al snel moeten we al onze kajak-kunsten inzetten om een stroomversnellinkje door te komen. Boun schreeuwt vanuit zijn boot wat instructies en we komen er ongeschonden doorheen. Het water slaat echter over de kajak heen dus onze kleding is kleddernat. Gelukkig zitten de camera's in een droogzak. We genieten van de steile bergwanden waar we tussen varen, maar moeten we ons af en toe concentreren op onze kajak-techniek wanneer er weer een versnellinkje komt. Slechts 1 keer dreigt de boot om te kantelen, maar we houden het droog (voor zover er nog wat droog te houden is).

Na een paar kilometer wordt het drukker op de rivier en voegen de toeristen in die zijn gaan tuben. Ze hangen met hun reet in de binnenband en drijven zo de rivier af naar Vang Vieng. Voor dit slag toeristen zijn er een soort apres-ski hutten langs de rivier aanwezig waar ze zich steeds voller laten lopen met alcohol, de drug die hier nog wel ruimschoots verkrijgbaar is. De muziek knalt uit de speakers die overal in de bomen hangen. Voorheen werd er bij deze gelegenheden ook drugs 'getankt', waardoor er meerdere doden zijn gevallen.

Het is al tegen vijven wanneer we onze kajak naar de kant sturen in Vang Vieng. Deze relatie-stress-test hebben we weer overleefd! We bedanken Boun en gaan de straat op in onze natte kleding. We lopen nog even naar het bureautje waar we dit tourtje geboekt hadden, want we hebben gelezen dat je voor maar 80 dollar een ballonvlucht kunt maken boven deze streek. Helaas zijn de mandjes voor morgen uitverkocht. Omdat de zonsondergang aanstaande is lopen we nog een keer terug naar de rivier om daar de zon achter het gebergte te zien wegzakken. 

Maandag 24 november

Vandaag gaan we naar de hoofdstad van Laos: Vientiane. Het is maar een busritje van 4 uur, dus dat valt mee dit keer. Tegen tienen worden met een lokale bus opgehaald en samen met 20 andere Vientiane-gangers worden we vervolgens op een busstation afgeleverd waar we moet overladen naar onze VIP-bus. We rijden nog een laatste keer door de stoffige hoofdstraat van dit Sodom en Gomorra van Laos en laten het prachtige landschap achter ons.

De weg zit vol met gaten, dus echt hard gaat het niet. Gelukkig heb je daar in zo'n grote bus niet veel last van. Beetje muziek luisteren, boekje lezen en voor je het weet ben je in Vientiane. We worden om 14:15 uur gedropt op het noordelijke busstation vanwaar we met een sorngtsaew naar het centrum worden gebracht. Nu nog even zoeken naar ons hotel. Gelukkig zien we een paar honderd meter verderop in grote rode letters BIS op een gebouw staan en als we iets beter kijken blijkt het inderdaad ons IBIS hotel te zijn. We lopen erheen, checken in en staan sinds lange tijd weer eens in een 'echte' hotelkamer

Nu we zo lekker op tijd in Vientiane zijn, kunnen we nog wel even een rondje maken. Eerst bij de JOMA bakkerij een hapje eten, dan via de boulevard naar de fontein Nam Phu en vervolgens langs de oude stupa That Dam naar het winkelcentrum (!) Talat Sao. Vientiane is echt een andere wereld; grote gebouwen, druk verkeer, neon-verlichting, roltrappen en hoge gebouwen, dat hadden we nog niet gezien in Laos. 

We gaan het winkelcentrum ook nog even naar binnen om te kijken wat hier te krijgen is. Het aanbod blijkt voornamelijk te bestaan uit nep-produkten met een duur westers merkje erop. Van D&G tot CC en van Lacoste tot Kipling. Nadat we een paar verdiepingen van het winkelcentrum hebben gezien, gaan we weer terug richting het hotel. Als we wat tijd overhouden, komen we hier zeker terug.Via de tempel Wat Sisaket en het presidentieel Paleis lopen we terug. We gaan naast ons hotel op een terras zitten en bestellen een verkoelend drankje. Dat hadden we wel weer verdiend vandaag. 


 

Laos 2

Zaterdag 15 november

De buren boven ons waren al vroeg op. Ze moesten waarschijnlijk een bus halen. We vonden het wel vreemd dat de douche zo bleef door kletteren; we hadden de deur toch horen dicht gaan. Toen we onze oren wat beter open deden, bleek het een hele andere douche te zijn. Het water kwam met bakken tegelijk uit de hemel. Als dit net zo'n buitje zou zijn als wij gisteren hadden, dan zou het snel over zijn, dus we draaiden ons nog een keer extra om. Een klein uurtje later kwam het water nog steeds naar beneden storten, dus we begonnen ons toch echt zorgen te maken. Ook bij het ontbijt en de uurtjes daarna ble
ef het stortregenen, tot het rond een uurtje of 11 ineens stopte met regenen. 
Dit was het teken; we pakten onze camera's en gingen op weg. Eerst even pinnen. Opnieuw een miljoentje uit de flappentap. Wanneer je steeds dit soort grote bedragen moet pinnen, is het maar goed dat door de banken in Laos serieus wordt nagedacht over de veiligheid, hoewel dat nadenken soms wel heel letterlijk wordt genomen. Een bewaker die aan de binnenkant van zijn ogen zijn strijdplan aan het bedenken is, geeft ons niet al te veel vertrouwen. Met het pak geld op zak gaan we door naar een touragent om de bustickets te boeken. Tot onze opluchting blijkt er een rechtstreekse bus naar Muang Khua te gaan, dus geen drie uur overstaptijd in Oudomxai voor ons.
Onze volgende stop is de markt van Luang Namtha. Dit zou normaal gesproken een kleurrijk spektakel moeten zijn, maar door de regen van vanochtend was het er erg rustig. Kleurrijk was het overigens nog wel, door de parasolletjes die boven kraampjes stonden. We konden wel op ons gemak het brede aanbod bekijken; van ossepoten tot pepertjes en van meervallen tot balen rijst, het was er allemaal. Na het bezoek aan de markt keerden we weer terug naar ons hotel en omdat de grijze lucht inmiddels begon te breken, was het tijd voor een rondje Luang Namtha. 
Eerst een scooter huren en dan op weg naar de waterval die je gezien moest hebben, zei men. Na een kwartiertje brommen op onze scooter, hield de asfaltweg er mee op en kwam er dezelfde natte, rode klei voor in de plaats die het ons gisteren zo moeilijk had gemaakt. Al snel waren we erachter dat we het er ook op een scooter niet best vanaf brachten. Slippend en glibberend gingen we van links naar rechts op het pad. Na een paar honderd meter besloten we om de scooter aan de kant te zetten en de de laatste 3 km te gaan lopen. Ook dit ging ons niet fantastisch af op onze Teva's, maar het ging beter dan gisteren. 
Na een paar honderd meter kwam er een busje achterop en Diana bedacht zich niet, hield het busje aan en vroeg of ze ons mee konden nemen. De vrouw naast de bestuurder twijfelde, maar de twee toeristen die achterin zaten vonden het geen probleem (en wie betaalt, bepaalt). Het bleek een Nederland echtpaar te zijn dat op een iets luxere en snellere manier Laos doorkruist. Het bleek dat zij ook echte globetrotters zijn, dus gespreksstof genoeg. 
De waterval was een beetje een teleurstelling. Qua omvang te vergelijken met die in Loenen, maar goed, je moet niet alles vergelijken met Iguazu. Ook de 3 km terug kruipen we weer bij onze landgenoten in het busje en we laten ons bij ons scootertje weer afzetten. 


We trappen het felgroene apparaatje weer aan en gaan op weg naar onze volgende bestemming: That Luang Namtha. We rijden slechts 1 keer een verkeerde weg in en een paar minuten later staan we al bij deze blinkende stupa. Omdat de stupa hoog op een helling staat heb je hier een mooi uitzicht over Luang Namtha. We betalen de 5 dubbeltjes entree en maken een rondje om de stupa, daarna gaan we op weg naar de volgende halte: The Boat Landing Guesthouse. Bij dit luxe toeristenonderkomen op een paar kilometer buiten Luang Namtha kunnen we mooi even de inwendige mens aandacht geven. 


We rijden langs rijstvelden, door kleine dorpjes en komen langs klei-afgravingen waar de klei voor de bakstenen-fabriekjes wordt gewonnen.  De omgeving is erg mooi en regelmatig staan we stil om even een fotootje te maken. Rond een uur of vier zijn we bij het guesthouse waar we even op het terras gaan zitten. Het lijkt wel een Khmu-dorp zo uitgestorven is het hier, maar de toeristen die hier verblijven zullen ook wel een uitstapje maken.

Na deze break gaan we op weg naar That Phum Phuk. We crossen weer tussen de rijstvelden door en wanneer we er zijn, blijkt dat we eerst nog even 157 treden omhoog moeten. Normaal gesproken zou je zeggen: 10x op 75% omhoog, 10 minuten herstel en dan 10x op 100% omhoog, maar ach, het is vakantie. Boven aangekomen, lopen we eerst langs de restanten van de originele stupa die tijdens de 2e Indochinese oorlog door de Amerikanen is gebombardeerd. Ernaast staat de replica die in 2003 is voltooid. Deze stupa is niet zo fraai als de andere stupa die we vandaag gezien hebben, maar het verhaal erbij is wel spannender.

Als we weer beneden zijn is de zon bijna achter de heuvels verdwenen en in een t-shirt op een scooter crossen is dan zelfs hier best frisjes. We genieten nog een laatste keer van de fantastische  omgeving als we terug rijden naar Luang Namtha, Daar aangekomen leveren we de scooter weer in, doen wat boodschappen bij de buurtsuper voor de busrit van morgen en bestellen opnieuw een heerlijke maaltijd bij Zuela.

Zondag 16 november


We hadden vandaag een dagje bussen voor de boeg, maar gelukkig hadden we ons kaartje voor de rechtstreekse VIP-bus naar Muang Khua al in de zak. Tijdens het ritje van 7 uur zouden we lekker de tijd hebben om een tijdschrift te lezen en wat muziek te luisteren.
Maar niet alles gaat altijd als verwacht. Het begon nog goed, want de sorngtsaew kwam netjes om 07:00 uur aanrijden om ons naar het busstation te brengen. Toen we op het busstation op zoek gingen naar de bus die ons naar Muang Khua moest brengen, bleek die er nog niet te zijn. Even vragen bij het loket dan maar. Diana kreeg daar spontaan een telefoon in de hand gedouwd en aan het andere eind van de lijn hing de man waar wij onze bustickets hadden gekocht. "De rechtstreeks bus gaat vandaag niet" vertelde hij. We moesten maar een bus naar Udomxai nemen en daar overstappen op een bus naar Muang Khua. We kregen nog wel ons geld terug van de duurdere VIP-tickets. Dat was de eerste domper van de dag en nummer twee kwam er gelijk achteraan. De bus naar Udomxai gaat pas om 08:30 uur, dus we hadden nog een uur op ons bedje kunnen blijven liggen.

De bus naar Udomxai bleek weer zo'n 20-zitter te zijn, waar alles en iedereen behoorlijk op elkaar gepropt zit, dus lezen of muziek luisteren was er niet bij. We vertrekken op tijd, maar de rit was geen pretje. De chauffeur leek net z'n rijbewijs te hebben, want hij reed erg onzeker. Voor elke bocht de poot van het gas en op elke hoek en bij elke andere beweging op straat een tik op de claxon; gek werd je er van. Tegen twaalven en met wat extra grijze haren arriveerden we in Udomxai om daar te constateren dat de bus naar Muang Khua net een kwartier geleden was vertrokken: domper drie. De volgende bus vertrekt bovendien pas om 15:00 uur, dus we zitten 3 uur vast op dit waardeloze busstation: domper vier.

Een bakkie nasi en wat drankjes verder, begeven we ons dan toch maar naar de plek waar onze bus moet vertrekken. Er staat op dat moment zo'n lelijke Hyundai Starex geparkeerd, maar als we vragen wanneer de bus naar Muang Khua zal arriveren, wordt ons verteld dat die 11-persoons mini-van onze bus is. Wij pakken snel onze tassen, want er lopen al behoorlijk wat mensen om die 'bus' heen en er zitten zelfs al mensen in, terwijl het pas 13:30 uur is. Ook wij weten een plekje te bemachtigen in de mini-van en dan begint het wachten. Om 14:30 uur maakt de chauffeur dan aanstalten om te vertrekken. Is ook niet zo gek want zijn 'bus' zat al meer dan vol. Het dak volgeladen met tassen en koffers en 12 man erin; meer kon de Hyundai niet hebben. Om 14:45 uur zitten we dus zwetend te wachten tot onze chauffeur de motor start, maar dan begint er ineens een man met hem te discussiëren. Voor zover wij de gebarentaal kunnen volgen, wil die man ook naar Muang Khua en hij is op tijd dus hij wil mee. Ze lopen met z'n tweeën naar het kantoor en als ze even later terug komen, blijkt dat hij z'n zin heeft gekregen. We gaan echter niet meer met de Hyundai, maar met zo'n 20-zitter waar we vanochtend ook mee zijn gekomen. Dit betekent wel dat alle bagage moet worden overgeladen naar de grotere bus en het betekent ook dat we zeker wat vertraging zullen hebben: domper 5.

Aan de chauffeur van de grotere bus is te merken dat hij niet erg warm loopt voor het extra ritje. Hij had waarschijnlijk gedacht dat hij klaar was en bij moeders een bakkie kon gaan drinken. Op z'n dooie akkertje loopt hij met z'n papieren van de bus naar het kantoortje en weer terug. Vervolgens brengt hij nog een pakketje naar een bus die naar Vientiane gaat en steekt hij nog een sigaret op. Hij kletst nog wat met mensen op het busstation, loopt nog en keer naar het kantoortje en dan lijkt hij er toch echt klaar voor te zijn. Inmiddels is de bus voller en voller geworden; mensen, maar vooral goederen stapelen zich op (die laatste precies voor onze voeten). Tegen 16:00 uur vertrekken we dus met bijna een uur vertraging naar Muang Khua. Tel er drie uurtjes bij, dan komen we daar dus in het donker aan: domper nummer 6.

We rijden het busstation af, steken de weg over en dan ineens schreeuwt nog iemand wat naar de chauffeur; iets met 'falang' en wij concluderen gelijk dat er nog een toerist mee moet. De chauffeur laat de bus ter plekke staan, stapt uit en wandelt op het zelfde dooie akkertje terug naar het busstation. Inmiddels steekt er een toerist op de fiets de straat over, op weg naar onze bus. Hij laat aan Rob op z'n smartphone zien waar hij heen wil en dat is niet Muang Khua, maar Muang Houn. Rob legt uit waar de bus heen gaat en de toerist op de fiets gaat weer terug naar het busstation. Even later komt de chauffeur ook weer terug lopen van het busstation. Hij vertelt dat de toerist niet naar Muang Khua wil, maar dat wisten we dus al. Dan nog even langs huis om voor de chauffeur een schone onderbroek te halen en dan gaan we echt op weg. Oh nee, ook nog even tanken, maar dan gaan we toch echt op weg.

Het valt uiteindelijk allemaal mee. De pitstop duurt maar een half uurtje. We stappen allemaal weer in en we gaan weer op weg, maar nog wel steeds in slakkengang. Ook deze chauffeur blijkt weer niet van het pittige type. Als een oud wijf stuurt hij de bus over de weg en voor ons gevoel rijden we nog geen 30km/u; zo kan het nog een lange rit worden. Bij elke bocht gaat het gas eraf, bij elke tegenligger op de rem; we zijn binnen het uur al helemaal opgefokt. Alsof het allemaal nog niet genoeg is, zet hij na ongeveer een uur rijden ineens de bus stil aan de kant van de weg en loopt een paar rondjes er omheen. Vervolgens komt hij de bus in en pakt een v-snaar uit het bagagerek; het zal toch niet? Het zal dus wel: de motorklep gaat open en het gesleutel begint. Wij maken ons direct zorgen over onze overnachting. Zijn de hotels in Muang Khua nog wel open als we daar zo laat aankomen: dompertje 7.

Het begint dan al snel donker te worden en tot onze verbazing gaat de chauffeur dan juist harder rijden. Hij lijkt de schroom van zich af te gooien en durft af en toe wel 50km/u te rijden. We bedenken ons nu dat hij 's-avonds aan de koplampen van de tegenliggers al van ver kan zien of er iets aankomt, terwijl hij overdag niet weet wat er de volgende bocht weer om komt suizen. Er wordt nogal eens een onveilige inhaalactie uitgehaald. Dat verklaart waarschijnlijk z'n rijgedrag overdag.
Rond 18:45 uur zijn we Paksam, waar we even een rookpauze krijgen. Hier zien we dat het nog 36 km naar Muang Khua is. Dat moet toch lukken in een uurtje. Na een paar minuutjes gaan we weer verder en nadat we onderweg nog wat medepassagiers eruit hebben gegooid, rijden we dan rond 20:00 uur Muang Khua binnen.
We gooien snel onze bagage op de hotelkamer en net als we de kamer willen verlaten, valt de elektriciteit in het dorp uit. Op de tast een zaklamp gepakt en dan alsnog op zoek naar een eettent. Gelukkig is er nog wat open, want zo'n 12-urige reisdag maakt wel hongerig.

Maandag 17 november

We hebben heerlijk geslapen, maar dat is niet zo gek na de bus-martel-tocht van gisteren. Dat de vriendelijke eigenaar van ons guesthouse de plastic hoezen om de matrassen had laten zitten maakte zelfs niets uit.
Vandaag geen bus-, maar een boottocht op het programma. We gaan naar Nong Khiaw met een long-tail boot. Voordat we op weg gaan naar de rivier, maken we nog een rondje door Muang Khua. Dat je daar zo'n 3 minuten voor nodig hebt, zegt alles over dit dorpje. Op weg naar de rivier pikken we nog even een ontbijtje en tegen negenen kopen we onze kaartjes voor de boot. De boot vertrekt om 09:30 uur, dus we hebben nog wat tijd om rond te kijken.
Rond 09:15 uur stapten we met 14 personen aan boord. Stoelen zijn er niet op zo'n boot. Je moet gaan zitten op een 15 cm brede plank die zo'n 15 cm boven de bodem, over de hele lengte van de boot is gemonteerd. Ach, het is maar zo'n 5 uur varen.

De bootsman draait de boot en geeft gas. Met veel lawaai gaan we op weg. We volgen de Nam Ou rivier stroomafwaarts. De omgeving is prachtig groen en de hellingen zijn steil en hoog. Het water van de rivier is meestal spiegelglad, maar af en toe komt er een kleine stroomversnelling op onze weg waar de bootsman vakkundig doorheen manoeuvreert. Hier en daar zien we een klein dorpje waar kinderen in de rivier spelen en de ossen hun broodnodige bad nemen en een keer of drie komen we een soort baggerboot tegen waarmee ze goud proberen te zeeven uit het zand op de rivierbodem.

Omdat we in een openbare boot zitten, stoppen we ook een paar keer om mensen en goederen aan boord te nemen; alsof de boot nog niet vol genoeg is! Bij de tweede stop komt er zelfs een echtpaar aan boord dat in de authentieke kledij van hun minderheid en de man heeft een tweetal papegaaitjes op een stokkie bij zich.
Na zo'n drie uur begint de omgeving wat te veranderen. De steile wanden blijven, maar doen nog dramatischer aan door het verweerde uiterlijk van het karst gebergte. Het is een prachtige tocht en ondanks de houten kont, gaat dit ons beter af dan de busrit van gisteren.

Rond 13:00 uur leggen we aan bij Muang Ngoi. Dit kleine dorpje is alleen per boot bereikbaar en hier gaat een aantal van de toeristen van boord. We denken daarna ruim te kunnen zitten, maar helaas; er komt meer aan boord dan er van boord is gegaan.
Het is dan nog zo'n anderhalf uur varen naar Nong Khiaw en op dit laatste stukje krijgen we een paar keer te maken met een 'stevige' stroomversnelling waar er behoorlijk wat water de boot in spettert. Die attractie zat gewoon bij het bootticket in.

Om 14:30 uur leggen we aan in Nong Khiaw, we pakken onze rugzakken en lopen naar een songtsaew die ons bij ons hotel afzet. Dit onderkomen is duidelijk van een ander kaliber dan de schuren waar we tot nu toe in sliepen. Diana haalt opgelucht adem.
Het Mandala Ou Resort heeft zelfs gratis fietsen ter beschikking, dus wij springen op de damesfietsjes met mand en rijden naar de brug vanwaar je een mooi uitzicht zou hebben. We komen er gelijk achter dat ook Nong Khiaw geen wereldstad is. Als je je een beetje kwaad maakt ben je in 10 minuten het dorpje door gefietst.
Vanaf de brug is het inderdaad genieten van de prachtige omgeving: het ruige karstgebergte met de Nam Ou er doorheen slingerend is wel een plaatje waard.

Dinsdag 18 november

Dit hotel was echt van een ander kaliber; de bedden waren niet te hard, de lakens roken fris gewassen en er was wat extra ruimte in de kamer om je spullen neer te leggen. Bovendien was de kamer gezellig en stijlvol ingericht. Dat alles is er dan wel de schuld van dat we vanochtend pas om 07:30 uur wakker werden. Bij het ontbijt allerlei zaken die we ook nog niet eerder in Laos hadden gezien; kaas, ham, salami,  pate, croissants, daar waren we wel even druk mee..

Na het uitgebreide ontbijt was het heel verleidelijk om nog even bij het zwembadje te gaan liggen, maar pakten de fietsen en gingen op pad. Eigenlijk is de omgeving hier de grootste attractie, dus we zouden op de betonnen brug kunnen gaan staan en zo een uurtje van de omgeving kunnen genieten, maar we pakten het iets gecompliceerder aan.
We gingen eerst op weg naar de Phatok grotten. In de grootste van de twee grotten die we zouden bezoeken, waren de lokale autoriteiten ondergebracht tijdens de tweede Indochinese oorlog. We stalden onze fietsen bij het hutje dat voor de ticketoffice moest doorgaan en nadat we onze entree hadden voldaan, staken we een klein riviertje over op weg naar de eerste grot. We werden vergezeld door een klein jochie dat waarschijnlijk wat bij wilde verdienen als gids.

De ingang van de grot was op 30 m hoogte, dus we moesten eerst via een 'moderne'  betonnen trap omhoog. De treden waren bovenaan zo smal dat je er net met je tenen op kon staan, maar we bereikten de gemeentehuis-grot ongeschonden. Aan de hand van bordjes kon je zien wat, waar in de grot zat. Er stonden bordjes met 'Police', 'Administration', 'Commander' en er was zelfs een gedeelte waar een provisorisch ziekenhuis was ondergebracht.
In de kleinere grot was de bank van Luang Prabang gehuisvest. Deze grot was nog eens 300 m verder lopen over een listig paadje. De grot was niet zo hoog, maar je moest je wel 75 m door een smal gangetje wurmen om bij het 'loket' te komen. Wel bijzonder om te zien dat het leven dankzij deze grotten 'gewoon' door kon gaan.

Nadat we hadden afgerekend met onze gids, pakten we onze fietsen en gingen op weg naar de tweede attractie van Nong Khiaw: een viewpoint bovenop een kalkstenen pukkel. Om de top van deze pukkel te bereiken moesten we anderhalf uur over smalle paadjes, glibberige trappetjes, scherpe rotsblokken omhoog waarbij we af en toe de  eenvoudige bamboe leuningen of touwen langs de paden hard nodig hadden.

De beloning was een fantastisch uitzicht op de omgeving. Rondom ons het hoog oprijzende karst gebergte, ver beneden ons Nong Khiaw en de meanderende Nam Ou rivier. We nemen even de tijd om hiervan te genieten, maar als we heel eerlijk zijn, dan hebben de rustpauze ook wel even nodig om bij te komen van de beklimming.
Na een klein half uurtje te hebben zitten genieten op de top, gaan we weer naar beneden. Dit gaat gelukkig een stuk sneller en in drie kwartier staan we weer beneden.
We springen weer op onze fietsjes en gaan richting down-town Nong Khiaw. We maken even pitstop voor een fruitshake en gaan daarna terug naar ons hotel. We kiezen er voor om de rest van de dag de omgeving vanachter het mini-zwembad te bekijken; ook wel eens lekker!

Woensdag 19 november

Vandaag moesten we weer verkassen, maar we hadden geen haast want de mini-van naar Luang Prabang zou pas om 10:00 uur vertrekken. Dat komt natuurlijk fantastisch uit, want dan konden wij ons bij het uitgebreide ontbijtbuffet volproppen. Rond 08:30 uur kon er niet veel meer bij, dus fietsten we even naar het busstation om de hoek om alvast bustickets te kopen, Volgens de man achter het loket zou het busritje naar 4 uur duren, maar na onze eerdere ervaring hanteren wij nu het motto 'eerst zien, dan geloven'.
Terug bij het hotel namen we nog een bakkie voordat we onze rugzakken gingen pakken. De rekening bij het resort betaalden we in euro's, want daar wilden we wel vanaf. Het is in Laos over het algemeen heel makkelijk om te pinnen, dus waarom zou je met al die cash blijven lopen. Om 09:45 uur hesen we de rugzakken op onze schouders en liepen de volle drie minuten naar het busstation.

De Hyundai Starex stond in de volle zon op te warmen voor onze rit. De rugzakken gingen op het dak en wij wachtten op het teken dat we in konden stappen. Dat teken kwam rond 10:15 uur, dus met een lichte vertraging gingen we op pad. De weg zat vol gaten; die kon wel een likje asfalt gebruiken. Echt lekker opschieten was er niet bij. Toch viel de rit uiteindelijk wel mee, want na anderhalf uur kwamen we op beter asfalt terecht en trapte de chauffeur behoorlijk door. Om 13:45 uur stonden we al op het noordelijke busstation van Luang Prabang. Met een sorngtsaew lieten we ons bij ons hotel afzetten en ook dit keer was de Directeur Hotelreserveringen tevreden; airco, ruime badkamer, tafeltje, stoeltje en uitzicht op de Khan rivier.

Nadat we onze zooi op de kamer hadden gegooid zijn we Luang Prabang ingelopen en wat een ander Laos is dit. Overal cafe's, restaurants, bars en heel veel toeristen. Wat daar de gevolgen van zijn merkten we toen we besloten even te lunchen; de prijzen zijn hier aanzienlijk hoger dan we gewend waren. Daar staat dan tegenover dat de tentjes waar je wat eet of drinkt er wat gezelliger uitzien.
Na de lunch lopen we verder door de hoofdstraat en komen eerst langs een schooltje waar het net speelkwartier is voor een deel van de school. Wat een herrie maakt dat spul in Laos (of zou dat hetzelfde zijn in Nederland?). In de klas is ziet het er redelijk geordend uit, maar een electronisch schoolbord hebben ze nog niet van gehoord. Wanneer we een paar foto's maken door het openstaande raam, zijn de ratjes wel afgeleid.

We lopen verder en slenteren over het terrein bij de Wat Suwannaphumaham met z'n prachtige gouden gevel, lopen vervolgens door de poort van het Koninklijk Museum dat gesloten blijkt te zijn en gaan via de nightmarket naar de Mekong. Daarna lopen we langs de tuinmuur van het Koninklijk paleis naar de Wat Pa Huak, aan de voet van de heuvel Phu Si, waar de monniken het terrein oranje kleuren. Ondanks dat Luang Prabang veel groter is dan de dorpjes die we hiervoor bezocht hebben, is ook hier alles te voet te bereiken. We gaan daarna op zoek naar reisbureautje waar we een tochtje willen boeken naar de Pak Ou grotten. In Luang Prabang hoef je dan niet lang te zoeken. En passant pinnen we nog een miljoentje en nemen dan plaats op een terras aan de rand van de hoofdstraat om toeristen te bekijken. Toch wel lekker om ook weer even in een wat meer bewoonde wereld terecht te komen.

Laos 1


Grotere kaart weergeven



Zaterdag 8 november

Het is een beetje een ritueel geworden; huis aan kant, rugzakken pakken, 10 keer controleren of we niets vergeten zijn om vervolgens veel te vroeg klaar te zitten, in afwachting van de 'taxi'. Dit jaar werden we weer met het bakkie van Henny naar het station gebracht.
Van de NS kregen we een gratis omleiding via Utrecht, waar we als bonus ook nog eens 10 minuten extra mochten wachten; we wisten dat we gematst waren.
Het inchecken op Schiphol verliep voorspoedig en met net 22 kilo bagage voor de komende maand hadden we wel weer een laagterecord te pakken. Waarom het dit keer zo weinig was blijft gissen, maar we dachten zelf aan het ontbreken van de nougat-blokjes. Op weg naar de gate hebben we eerst een heerlijk pizza'tje verorberd waarna we de lange wandeling naar E17 hebben ingezet. Onderweg kwamen we langs kertstbomen en mega Delfts Blauw. Ach, het brengt je al gelijk in de vakantie-stemming!

Etihad lat er geen gras over groeien; mooi op tijd boarden en ook mooi op tijd de lucht in. We zien op het beeldschermpje voor ons dat we niet over de Oekraine hoeven, dus dat is een opluchting. Wel vliegen we over de grens tussen Iran en Irak, ook niet echt de meest vredelievende landen.

Piloot Pedro brengt ons in 6 uur en een kwartier naar Abu Dhabi en het is een goed verzorgde vlucht. Veel slapen doen we niet, maar dat komt in Bangkok wel. In Abu Dhabi haasten we ons naar gate 34. we hebben niet genoeg tijd om op de luchthaven wat te eten, maar het is wel lekker om even de benen te strekken. Ook nu weer op tijd boarden en op tijd de lucht in en ook weer goede verzorging aan boord, Piloot John Johnsen (wederom een typisch Arabische naam) heeft een half uurtje minder nodig dan Pedro om ons in Bangkok te brengen. Wanneer we in Bangkok de aankomsthal uitlopen, valt er een klamme deken over ons heen; dat zal nog wel even wennen worden.

Maandag 10 november

Ondanks de lange reisdag was het niet gelukt om goed te slapen; de jetlag speelde ons nog parten. We waren net goed en wel in slaap, toen om 5 uur de wekker alweer ging. Geen getreuzel, want onze vlucht naar Chiang Rai stond gepland om 07:35 uur. De shuttle-bus van het hotel bracht ons weer naar de luchthaven. Inchecken, nog even een broodje met een bakkie thee naar binnen werken en dan naar de gate. Het fraai beschilderde toestel van Bangkok Airways stond al op ons te wachten. Ook hier weer alles keurig op tijd en na een vlucht van iets meer dan een uur, waar zelfs nog een koude bami met aardappelsalade geserveerd werd, stonden we om 08:50 uur al op Chiang Rai International Airport.

Vanaf de luchthaven was het 10 minuten met de taxi naar het busstation. De bus die rechtstreeks naar Luang Namtha zou gaan, vertrok pas om 12:00 uur. We hebben geen zin om meer dan twee uur op dit busstation te wachten, dus we nemen de bus van 10:00 uur naar Huay Xai. Huay Xai, dat eigenlijk altijd Bokeo wordt genoemd, ligt net over de grens in Laos. Daar zien we dan wel weer verder. Het ritje naar Bokeo verloopt voorspoedig en om 12:30 uur staan we aan de Thaise kant van de 4e friendshipbridge over de Mekong. Het uitstempelen bij de grens gaat snel en ook het visum voor Laos werd, aan de andere kant van de brug, snel in ons paspoort geplakt. We rijden nog een paar kilometer en om 13:15 uur worden we al gedumpt op het busstation van Bokeo.

Bij het busstation van Bokeo eten we een fried rice (nasi) en wachten dan tot onze bus naar Luang Namtha vertrekt. Het is hier gruwelijk warm en we trekken zoveel kleren uit als fatsoenlijk is. Om 15:00 uur vertrekt dan onze oude 16-zits bus naar Luang Namtha en we zetten ons schrap voor de rit van 4 uur. Het is gelijk te merken dat we de grens over zijn gegaan (of we willen het graag zo zien). Het lijkt allemaal net een tandje minder; minder grote wegen, minder grote dorpjes, mindere chauffeur, maar het voelt wel gelijk veel beter. De omgeving waar we doorheen rijden is fantastisch met veel bergen, uitgestrekte bossen en overal authentiek aandoende gehuchtjes. Het is al donker wanneer we bij het busstation van Luang Namtha aankomen en daar springen we snel in een sangthaw (pick-up met houten banken achterin) die ons naar downtown Luang Namtha brengt. De beschikbare hotelletjes zijn niet zo veel bijzonder, maar we doen het maar mee. Morgen gaan we naar Muang Sing dat 60 km verderop ligt.

Dinsdag 11 november

Na een behoorlijke nacht slapen, werden we gewekt door de lokale haan. Dat had de eigenaresse van ons guesthouse goed geregeld. Op het weer had ze waarschijnlijk wat minder invloed, want het miezerde toen we buiten kwamen. We gingen eerst op zoek naar de lokale bakker voor een ontbijtje. De baguettes en croissants waren niet helemaal wat we er van verwacht hadden, maar smaakten best.
Na het ontbijt gingen we op zoek naar een trekking-buro om te informeren naar de verschillende trekkingen die hier mogelijk zijn. In de hoofdstraat zagen we twee Akha-dames heel geïnteresseerd kijken naar een reclame bord waarop foto's te zien waren van de verschillende uitstapjes naar de bergvolkeren. Ze leken druk te discussiëren over de 'echtheid' van de tafereeltjes. Toen ze ons zagen gingen ze weer over tot de orde van de dag: souvenirs verkopen aan toeristen. Omdat Diana haar gang kon gaan met de fotocamera, heeft ze uiteindelijk 2 armbandjes gekocht van de vrouwen.
We zijn uiteindelijk bij Forest Retreat Laos naar binnen gelopen en tot onze verrassing werden we in het Nederlands aangesproken. Dat was wel heel handig! We bespreken de mogelijkheden en weten nu welke trek we willen gaan maken, maar besluiten toch om vandaag eerst naar Muang Sing te gaan. Dit kleine dorpje op 60 km van Luang Namtha is bekend van de grote ochtendmarkt die er elke dag is. De mensen komen van heinde en ver om hier hun waar te verkopen.

De bus naar Muang Singh zou om 11:00 uur vertrekken, dus we pakten onze spullen van de kamer en lieten ons met een songthaw bij het oude busstation afzetten. Het busje vertrok om weer mooi op tijd en de rit naar Muang Sing was prachtig. De weg liep parallel met de rivier, door het heuvelachtige landschap en in anderhalf uur waren we in Muang Sing. Omdat de lokale songthaw chauffeur ons probeerde af te zetten, besloten we te voet op zoek naar een hotel te gaan. Heel principieel, maar in deze hitte hadden we vooral onszelf daarmee. We checkten uiteindelijk in bij Phou Iu 2 guesthouse en namen er eerst wat te drinken en te eten.

Nadat de inwendige mens weer wat gerust was gesteld, gingen we bij de afdeling 'fietsen' van het guesthouse kijken. We wilden vanmiddag nog wel wat van de omgeving zien en dan is een fiets heel geschikt. Er stonden een paar acceptabele mountainbikes in de receptie en daarmee gingen we op weg naar Adima guesthouse, dat zo'n 10 km buiten Muang Singh ligt en van waar je een Akha dorpje kunt bezoeken. De fietsen zagen er in de showroom mooier uit dan dat ze fietsten. Diana had na een paar kilometer de bovenbenen al in de fik staan, dus een fietswissel was noodzakelijk. Rob op de fiets van Diana en vice versa; dat ging een stuk beter. Na zo'n drie kwartier kwamen we bij Adima guesthouse en daar hebben we eerst een versnapering genomen, want het viel toch niet mee op deze fietsen door het geaccidenteerde terrein.

Na de broodnodige suikers uit een Coca Cola, gingen we op weg naar het Akha-dorpje dat vlak achter Adima guesthouse bleek te liggen. Het dorpje bestond voornamelijk uit de huizen-op-palen die je hier zoveel ziet, maar helaas waren veel van de inwoners nog aan het werk in de fabriek (of op de rijstvelden). We liepen een paar rondjes door het dorp waarbij we vergezeld werden door sabaidee (hallo) roepende kinderen, die om de een-of-andere reden steeds hun handje op hielden. Blijkbaar waren wij niet de eerste toeristen die hier rondliepen (misschien wel de eerste die de kinderen geen snoep of geld gaven).

Tegen vieren stapten we weer op onze stalen ros en reden terug naar Muang Singh, ditmaal vooral down-hill dus dat ging wel lekker. Bij ons guesthouse zijn we op het terras gaan zitten en hebben een lekkere beerlao aan laten rukken; het leek wel of de fles bier uit de vriezer kwam! Omdat het aanbod van restaurants in Muang Singh minimaal is, eten we bij ons guesthouse een heerlijke roerbak-maaltijd. We gaan daarna al weer vroeg naar ons mandje, want de lokale markt is heel vroeg op z'n mooist.

Dinsdag 12 november

We hadden de wekker op 05:30 uur gezet omdat we niets wilden missen van de markt. Toen we echter een kwartiertje later het terrein van het guesthouse wilden verlaten, bleek alles nog op slot te zitten. Er was nergens iemand te vinden, dus er zat niets anders op dan maar weer even het bed in te duiken. Toen we het om 06:30 uur nog eens probeerden was het slot van het hek en konden we eindelijk naar de markt. Het was geen best weer; het miezerde en er lag een dikke laag bewolking over het dorp. veel triester konden we het niet treffen.
Bij de markt was het een drukte van jewelste. Scooters vlogen van alle kanten het marktterrein op, vrachtwagentjes reden af en aan en er werd druk onderhandeld over de prijs van de waren. Ook hier is weer van alles te koop en we kijken onze ogen uit bij de 'versafdeling' waarbij je je vooral afvraagt hoe vers het is.
Ondanks het kleurloze weer, was de markt een kleurrijke boel. Hoewel de meeste marktlui in alledaagse kledij rond liepen waren er ook vrouwen gekleed in authentieke klederdracht van bergvolkeren. We lopen een paar rondjes over de markt, schieten wat plaatjes en kopen een mini-mutsje als souvenir. Omdat Diana niet helemaal tevreden is met de uitvoering van het mutsje, laat ze er nog wat extra attributen op naaien. Na anderhalf uur op de markt lopen we weer terug naar ons guesthouse en zijn daar nog mooi op tijd voor het ontbijt.

We besluiten om vandaag al terug te gaan naar Luang Namtha, maar niet voordat we de stupa That Xieng Thung hebben gezien. We huren dus weer dezelfde mountainbikes als gisteren en gaan op weg. De eerste 6 km gaat lekker, maar wanneer we rechtsaf slaan voor de laatste beklimming naar de stupa moeten we toch echt afstappen; veel te steil! We lopen de laatste 850 m naar de stupa met de fiets aan de hand. Wanneer we eindelijk boven zijn, lijkt het wel of we op een festivalterrein zijn aangekomen waar alle bezoekers net weg zijn. Overal ligt afval; plastic zakken, etensbakjes, kunstbloemen, flesjes, tegels (?), noem maar op. Dit zijn de overblijfselen van het festival waar wij ook heen dachten te gaan, maar helaas waren we verkeerd geïnformeerd over de festivaldatum. Erg rouwig hoeven we niet zijn, want als we even later de opper-monnik spreken, vertelt hij ons dat het heeft geplensd tijdens het festival. We maken een rondje over het stupa-terrein. Het is uitgestorven, blijkbaar is iedereen na het festival met verlof gegaan.

Nadat we voldoende boeddhisme hebben gesnoven, nemen we afscheid van de opper-monnik en stappen we weer op onze fiets. De eerste 850 m gaan nu zo hard dat we continu in de rem moeten knijpen, maar vanwege onze donatie aan de stupa hadden we waarschijnlijk een engeltje in de buurt. We zijn om 10:30 uur al weer terug bij het guesthouse, dus dat betekent dat we nog makkelijk de bus van 11:30 uur kunnen halen. We pakken onze spullen, checken uit en lopen naar het busstation. Bij het busstation blijkt echter dat de informatie bij het guesthouse niet correct was; de bus gaat pas om 12:30 uur! We proberen ons dus een uurtje extra te vermaken, maar dat valt op zo'n klein busstation nog niet mee.

De busrit terug is in anderhalf uur gepiept en terug in Luang Namtha gaan we naar het hotel waar we de eerste nacht ook sliepen. We eten een broodje bij Zuela guesthouse en gaan daarna naar Forest Retreat Laos om de trek te boeken. Omdat het allemaal in het Nederlands kan, zijn we er snel uit; het wordt de Ban Nalang trek. Morgen om 09:00 uur vertrekken we bij het kantoortje van F.R.L. Nadat we trek geboekt hebben drinken we daar nog wat en gaan dan naar de supermarkt om een kaart te kopen van Luang Namtha e.o. zodat we vast een route kunnen uitzetten voor zaterdag.

Donderdag 13 november

We gingen bij Forest Retreat Laos ontbijten en daar aangekomen hoorden we dat we met z'n vijven zouden zijn vandaag. Daardoor ging de prijs natuurlijk wat omlaag en dat is voor Hollanders altijd prettig. Tijdens ons ontbijt zagen we onze eerste metgezel aankomen; een Belgische man die in z'n eentje door Laos aan het reizen is. Wanneer onze laatste groepsgenoten er om 9 uur nog niet zijn, laat het zich raden welke nationaliteit ze hebben: Italiaans! Het blijkt wel een bijzonder Italiaans stel te zijn, want ze wonen al 3 jaar in Nederland. Hij is professor filosofie bij de TU in Delft.

We stappen samen met gids Air in onze privé Songtsaew die ons eerst naar de markt brengt. Air gaat wat inkopen doen voor onze lunch. Daarna gaan we op weg naar de startplaats van de trek, op zo'n 45 minuten van Luang Namtha. We zadelen onze rugzakken op en gaan op pad.
Het begin van de trek is een beklimming van de eerste categorie, dus dat valt niet mee. Bovendien heeft onze gids de vaart er goed in en kijkt hij nauwelijks om hoe het ons vergaat. Een ervaring die je bij sommige hardlooptrainers ook kunt opdoen. Inmiddels is de zon door de wolken gekomen, dus het is lekker dat we in de schaduw onder het bladerdek lopen. Het is anders veel te warm om dit soort gekkigheid te doen.

We worden omgeven door bomen en grote palmvarens en bij veel van die planten heeft Air wel een medicinale uitleg. Zo proeven we de bast van een boom, wat een goed middel tegen diaree zou zijn, staan er om ons heen planten die tegen malaria kunnen helpen en krabt hij wat van de boom waar Tijgerbalsem van gemaakt wordt. Voor de doe-het-zelvers wijst hij aan welke palm gebruik wordt om rotan meubeltjes van te maken. Al-met-al een hele leerzame ochtend.

Om half twaalf krijgen we dan een lunch voorgeschoteld. We krijgen allemaal een homp plakrijst in een bananenblad aangereikt en op de provisorische tafel van varenbladen gooit Air nog wat zakken  hondenkots (a.k.a. pompoen-brokken) leeg en tovert hij uit een ander bananenblad wat omeletten. Als toetje wordt er een trosje bananen neer gegooid. Eet smakelijk! Je zou het niet verwachten, maar het smaakte verrukkelijk. Dat we waren uitgehongerd na die stevige wandeling, zal echter wel een rol hebben gespeeld.

's-Middags lopen we nog een stuk door het bos, waarbij we steeds een klein riviertje moeten oversteken. De ene keer over keien, de andere keer via een gammel bruggetje. Bij een setje verraderlijke stapstenen stapt de Nederlandse vrouw uit het gezelschap (jullie kennen haar wel) met een voet in het water; dat wordt soppen de laatste kilometers.
Wanneer we het bos uitzijn lopen we nog even tussen de rijstvelden, waarna we al snel bij het Khmu-dorp Ban Nalan Neun zijn.

Het is net 14:00 uur en op dit tijdstip is het een dooie boel. De meeste inwoners zijn nog aan het werk op het veld. We rusten even uit bij onze lodge en laten het zweet uit onze kletsnatte shirts verdampen. Wanneer we weer een beetje op adem zijn gekomen, gaan we toch maar even op zoek naar wat leven in het dorp.
Gelukkig is het niet helemaal uitgestorven. Er lopen kippen, eenden, varkens en honden door het dorp en hier en daar lurkt een oude vrouw aan haar pijp. Natuurlijk zijn er ook altijd kinderen om mee te 'spelen'. Die digitale camera's maken de kinderen helemaal wild; zo vaak zien zij zichzelf niet op een beeldscherm(pje). Het valt op dat deze kinderen helemaal niet lopen te schooieren. Blijkbaar wordt dit dorpje nog niet zo heel vaak bezocht door toeristen.
's-Avonds wordt ons eten klaar gemaakt door een paar vrouwen uit het dorp, waarbij Air de helpende hand biedt. In het 'restaurant' krijgen we opnieuw sticky rice, maar dit keer met een tomaten-achtige-saus, kip-met-groenvoer en nog wat groens. Het klinkt misschien niet smakelijk als je het hier leest, maar dat was het wel! Na het diner genieten we nog een uurtje van de prachtige sterrenhemel en gaan dan slapen op onze W-Line matrasjes van 3 cm dik; welterusten!

Vrijdag 14 november

We hadden met Air afgesproken dat we om 07:00 uur zouden opstaan, want het zou een lange trek-dag worden. Dankzij de fantastische matrasjes waren we echter ruimschoots voor 07:00 uur wakker. Het ontbijt dat geserveerd werd bestond opnieuw uit een homp sticky rice, maar dit keer vergezeld van een prachtige omelet. Dit moest voldoende energie geven voor de 6 uur durende trek-dag.
Na nog een laatste ronde door het dorp, vertrokken we in rij de jungle weer in. We volgden nog een tijdje de loop van de Nam Ha rivier tot we om 10:30 uur een prachtig rijstveld moesten doorsteken. Kort daarna kwamen we bij het Khmu-dorp Ban Nalan Tai. De timing was perfect; we hadden net onze rugzakken afgedaan, toen het begon te regenen. Het regende maar een 10-tal minuten, waarna we even op ontdekkingstocht gingen in het dorp. Inmiddels weten we dat je op een doordeweekse dag niet te veel reuring hoeft te verwachten en dat was ook hier het geval; wat kippen, een oude vrouw op krukken, wat gillende kinderen en dat was het wel. Tijd om verder te gaan.

Door een wat meer open terrein liepen we in al een half uur naar het volgende dorpje: Ban Nam Koy. Dit is een Lanten-dorp en dit bergvolk houdt zich nog wat meer aan de oorspronkelijk kledingvoorschriften dan de Khmu. De vrouwen lopen hier nog in een indigo tuniek met een paarse sjerp om het middel. Dat doet het wel goed op de gevoelige plaat (of beter: gevoelige sensor).  Nadat we ons hier uitgeleefd hadden begonnen we aan de klim waar Air ons al twee dagen voor waarschuwt.

De klim is inderdaad belachelijk steil; het lijkt wel of we tegen een muur moeten opklimmen. Hartslag en bloeddruk schieten omhoog en uiteindelijk wij ook natuurlijk.
Na een stief uurtje, stonden we hijgend op een vlak gedeelte waar we ook gelijk onze lunch nuttigden. Dit keer werd de zak hondenkots (a.k.a. gestampte aubergine), de bamboescheuten, Chinese kool en de vertrouwde hompen sticky rice op een aantal bananenbladen gelegd. Ook nu weer bleek dat het veel lekkerder was dan de beschrijving doet voorkomen.

Na de lunch liepen we nog een uurtje omhoog, waarna het eindelijk gedaan was met de klim. Hartslag en bloeddruk konden zich echter opmaken voor een hele nieuwe ervaring: Laos-skiën, zoals Air dat noemde. Maar hoe leg je uit wat dat is? Men neme een glijbaan uit een tropisch zwemparadijs x 100 en leg daar een laag kletsnatte klei in, vervolgens probeer je daarover naar beneden te lopen en je hebt Laos-skiën. Mega gevaarlijk, maar ideaal als je wat wilt breken. Lang ging het goed met het Nederlands paar in de aflevering van Dancing on Clay; een Rietberger, een flic-flac gingen fantastisch, maar toen werden ze wat overmoedig. Bij de dubbele Sjoukje Dijkstra gingen ze samen onderuit in de roestbruine klei; dat werd geen podiumplek meer. Enigszins teleurgesteld legden ze de laatste kilometers naar beneden af; 'een ervaring rijker, maar een illusie armer', zoals dat zo mooi heet.

Toen we na zo'n 6 uur uiteindelijk de weg weer hadden bereikt, probeerden we zoveel mogelijk klei van onze schoenen en broeken te verwijderen, in afwachting van de songhtsaew die ons naar Luang Namtha terug zou brengen. Gelukkig liet deze niet lang op zich wachten en we kropen 'moe maar voldaan' (alweer zo'n holle frase) achterin deze taxi.
Om 15:00 uur waren we weer terug bij Forest Retreat Laos waar we met z'n vijven, onder het genot van een bakje thee, wat stoere verhalen uitwisselden. Belgische Bruno bleek een super-gezellige reisgenoot te zijn, die overal van genoot en onze Italiaanse laatkomers bleken uiteindelijk heel on-Italiaanse, vriendelijke nep-Italianen te zijn die ook nog eens heel blij zijn met Nederland.