Zuid Korea 4

Donderdag 20oktober


Vanochtend hoefden we pas om 09:00 uur de kaartjes voor de ferry op te halen,dus we hadden wel even tijd voor ontbijt. Aan de overkant van de weg zat degrote M, dus voor de verandering zijn we daar maar eens een ontbijtje gaaneten. Hun ontbijt-menu is zeer uitgebreid en we kiezen dit keer voorpannenkoeken.


Het is niet ver naar de ferry terminal, en de taxi levert ons er in een paarminuten af. Kaartjes ophalen en we kunnen plaats nemen in de wachtruimte. Determinal lijkt wel wat op een luchthaven, waar we voor de gate zitten tewachten.

Zoals altijd gaatook hier alles weer strak op tijd en nadat onze paspoorten zijn gecontroleerd(?) gaan we op weg naar de Pink Dolphin.


In vergelijking met de boot die we op de heenweg hadden, is dit maar een kleinbootje. We gaan aan boord en nemen plaats op onze stoelen; een enormeverbetering met de heenreis. Geen minuut telaat gaan we van de kade en kiezen we het ruime sop, op weg naar Mokpo.

Wanneer we dehavenmuren achter ons laten merken we al snel dat de zee behoorlijk ruig is.Als de boot op snelheid is, voelt het net alsof we in een kermisattractiezitten; we gaan van links naar rechts en duiken af en toe van bovenop een golfde diepte in. Hier is dit kleine bootje duidelijk niet voor gemaakt. De mensenom ons heen worden groen en nog geler en wij moeten zelf ook goed de horizon inde gaten houden. De kotszakjes zijn niet voor niets in zulke grote getalenaanwezig.


Na een een uur naderen we het eiland waar we een zullen stoppen om mensen vanboord te laten gaan en weer nieuwe passagiers mee te nemen, daar merken we datde zee rustiger wordt . Waarschijnlijk hebben we het ergste gehad en komen wenu meer in de luwte van de vele eilandjes te varen.

Na de tussenstop is de zee inderdaad veel rustiger en kunnen we een beetjeontspannen, we durven af en toe zelfs wat te lezen. De rest van de reis naarMokpo verloopt rustig en met een kwartier vertraging arriveren we in deze grotehavenstad.

Wij laten ons bijeen hotel in de nieuwe trendy wijk Hadong afzetten en gaan vervolgens Mokpoverkennen. Als de naam Mokpo bekend voorkomt, dan is dat waarschijnlijk door deFormule 1 wedstrijd die hier een week geleden is verreden. Het circuit ligt netbuiten de stad


We gaan eerst terug naar het oude centrum, omdat daar ook het treinstation is.We moeten nog even uitzoeken of we met de KTX (de Zuid Koreaanse HSL) naarDayang kunnen en waar we evt. moeten overstappen.

Dit is overigensmakkelijker gezegd dan gedaan. Eerst staan we een kwartier bij de verkeerdebushalte te wachten (op advies van een paar Koraanse meiden) en als wevervolgens met de taxi naar het station willen blijkt de chauffeur niet eenshet woordje ‘train’ te begrijpen; zelfs de internationale toevoeging ‘tjoek,tjoek’ door Rob hielp niet.

De vrouw bij deTourist Information spreekt goed engels en kan ons de informatie geven die wenodig hebben. Wij kunnen verder met onze tocht door Mokpo.


Op het plein voorhet station zijn oude mannetje bezig met een bordspel en het trekt veelbekijks. Het lijkt Mahjong te zijn, maar zekere weten doen we het niet. Despelers hebben nauwelijks in de gaten dat Diana foto’s aan het maken is en demannen die er omheen staan te kijken vinden het machtig interessant.

Daarna lopen werichting de haven om daar de vismarkt te bezoeken en alle anderevis-gerelateerde handel. Het is hier weer een beetje hetzelfde wat je ook in deandere plaatsen aan het water zag; veel gevangen zeedieren in grote aquaria,opengesneden vis die te drogen hangt aan stalletjes en bakken vol kleinere vis.


Aan het eind van de middag gaan we met de stadsbus terug naar de wijk Hadongwaar ons hotel staat en stappen uit bij het busstation. We willen nog even watandere mogelijkheden uitzoeken voor het geval we hier een dag langer blijven.


Wanneer we ‘s-avonds op zoek gaan naar een restaurant verbazen we ons over dehoeveelheid neon op de gebouwen. Dit was overdag nog niet zo opgevallen, maarhet lijkt nu net een echte grote stad.

We eten bij eenrestaurant met de naam New York New York en het doet er allemaal er westersaan. Belangrijkste is vooral dat de steak goed smaakt, hoewel het voor Robbeter was geweest wanneer hij niet zo stoer om de spicy saus had gevraagd.

Vrijdag 21 oktober

Wanneer we vanochtend vroeg uit het raam kijken, zien we dat het bewolkt is. Wemoeten besluiten of we vandaag hier blijven en naar het Wochulsan National Parcgaan of dat we de trein naar Dayang nemen. Gisteravond hebben we de weer-sitesnog bekeken en die voorspelden eigenlijk allemaal regen. De KTX gaat al om08:00 uur, dus veel tijd om erover na te denken hebben we niet. Na nog een paarkeer uit het raam te hebben gekeken besluiten we maar om naar het station tegaan omdat we denken dat het te slecht weer zal worden voor een trek.
Het is een beetje jagen, maar gelukkig is het rustig op straat dus de taxi kanlekker doorrijden. Om 08:30 uur staan we op het station en kopen onze treinkaartjes.

De KTX gaat niethelemaal naar Danyang. Wij gaan eerst met de KTX naar Daejeon, een plaats diewe in de eerste week al eens hebben aangedaan voor een overstap, en moeten daarover op een bus. Hoe en wat zien we daar wel weer.
We eten nog sneleen muffin en drinken een flesje jus leeg voordat we het perron opgaan. De trein staat al te wachten en wij zoeken ons rijtuig en vervolgens de juistestoelen. Het is een erg comfortabele trein en natuurlijk standaard voorzien vanwifi.

De reis naar Daejeon duurt 2 uur en een kwartier dus we gaan er maar eenslekker voor zitten. Eindelijk hebben we even tijd om wat te lezen. Dit is veruit de meest comfortabele rit die we tot nu toe hebben gemaakt.

Om 10:15 uur zijnwe in Daejeon en we laten ons met de taxi naar het busstation brengen. Integenstelling tot Nederland liggen het trein- en het busstation in Zuid Koreaniet bij elkaar in de buurt. Dit keer een taxiritje van 20 minuten.


We halentreinkaartjes naar Chungju, onze volgende stop, en die bus staat op het punt van vertrekken dus we sprinten erheen en zoeken een plekje in de bus. Dat gingnet goed.
De rit naar Gungju duurde anderhalf uur en als we daar op het busstation zijn,besluiten we eerst maar rustig een bakkie koffie te gaan drinken. Vanochtend zijnwe toch een beetje overhaast vertrokken, dus even onderuit hangen is wellekker.

 

Als we even laterbij het loket kaartjes gaan kopen voor de busrit naar Danyang, blijkt deze netvoor onze neus te vertrekken. Nu zitten we dus verplicht wat langer op ditbusstation. Dan maar gelijk wat eten.

Om 14:30 uur vertrekt de volgende bus naar Danyang en dit keer zijn we wel aanboord. Opnieuw een ritje van anderhalf uur. We rijden nu weer door een heleandere omgeving; om ons heen bergen met die roestig gekleurd zijn door deherfsttooi van de bomen. Tussen de bergen een groot meer dat we de hele reisvolgen.

Het is de heledag zwaar bewolkt geweest, een ideale reisdag dus, maar hopelijk verbetert hetweer een beetje zodat we vanuit Danyang nog wel een trekking kunnen maken.


Danyang is een veel grotere plaats dan we verwacht hadden. Het is van allegemakken voorzien (en dan bedoelen wij restaurants, bakkerijtjes en hotels)zodat we het hier wel even uit kunnen houden. We nemen een hotel in het LuxuryHotel en gaan naar de Tourist Information om wat gegevens te verzamelen voorons programma.


Daarna lopen we nog langs het busstation om de tijden voor debus naar Sokcho te checken.

Bij ditbusstation is een ‘museumpje’ ingericht over het WK2002. De foto’s zijn na 9 jaaral behoorlijk vaal geworden, maar de foto van Guus Hiddink is prominentaanwezig.


Ook vanavond kiezen we weer voor zo’n typisch Zuid Koreaans barbecue restaurant(we hebben inmiddels vaker in Zuid Korea gebarbequed dan de hele zomer inNederland). Dit keer nog authentieker, want we zitten in kleermakerszit op de grond. Helaas gooit die enorme taalbarriere bijna roet in datzelfde eten.Waar wij denken rundvlees te hebben besteld om te barbecueën, staat er ineenseen grote pot soep op tafel. Paniek, dit is niet goed, gebruiken we eindelijkeen woordje Koreaans dat we bij het vorige barbecuerestaurant hebben geleerd,blijkt het hier weer wat anders te zijn. Na wat handen en voeten in de strijdte hebben gegooid, krijgen we uiteindelijk toch wat we wilden en het smaakthier voortreffelijk.

Wanneer we na een uurtje grillen en bakken opstaan, merken we dat ons lichaam deze eethouding niet goed aan kan. Als twee bejaarden die net een dubbele heupoperatie hebben ondergaan, strompelen we het restaurant uit

Zaterdag 22oktober

Toen we vanochtend uit het raam keken, zagen we dat de regengod ook z’n vloek had uitgesproken over Danyang. Er kwam behoorlijk wat water naar beneden.
De regenjassen werdentevoorschijn getoverd en op ons gemakkie gingen we naar de bakker voor eenontbijtje. Onderweg kochten we ook nog even een paraplu.

Ondanks het slechte weer wilden we toch gewoon ons programma aflopen, maar deomstandigheden bepaalden wel dat we vanochtend eerst naar de Gosu Donggul grotzouden gaan, want dan loop je in ieder geval nog droog.

Op weg naar degrot stopten we nog even bij de Tourist Information omdat we daar nog even eenbelletje wilden plegen met Seoul om onze DMZ-tour te bevestigen. We mochtendaar een mobiele telefoon van een alleraardigste man gebruiken en toen weverder wilden lopen naar de grot, bood hij ook nog aan om ons er even heen tebrengen; erg fijn met de regen.

Bij de grot was het weer eens gezellig druk; het is weer weekend dus dan weetje het wel. We kopen een kaartje en gaan de grot in. Het is eenhonderdvijftigduizend jaar oude grot waar een enorm stelsel van metalenbruggetjes, wenteltrappen en andersoortig constructies in gemaakt is om ons erdoorheen te leiden. Samen met veel Zuid Koreaanse gezinnen lopen we achterelkaar aan door de grot. De grot is fantastisch met enorme stalagmieten enstalactieten, bijzonder formaties rotsgordijn en nog veel meer. Het is af entoe erg nauw en als je beetje claustrofobische aanleg hebt, zal het zweet jeuitbreken.
We proberen zoveel mogelijk gaten te slaan in de lange rij mensen door af en toe wat tetreuzelen en dan weer te versnellen, zodat we ook wat foto’s kunnen maken waargeen Zuid Koreanen op staan.

Na een uurtje staan we weer buiten en het regent nog steeds. We zetten deparaplu op en lopen terug naar Danyang voor een bakkie koffie. Wat verveeltregen toch snel!


Voor de middagstaat het Guinsa complex op het programma, maar we hebben geen haast om daarheen te gaan. Wie weet wordt het vanmiddag nog droog.


We lopen nog weleven naar het busstation om te kijken hoe laat de bus naar het klooster gaat,maar gaan daarna bij de Lotteria zitten voor een hapje fastfood.

We gaan tegen half twee naar het busstation, maar voor het eerst in dezevakantie heeft een bus vertraging, een half uur maar liefst. Het maakt ons nietzoveel uit want het regent nog steeds. Tegen half drie zet de bus ons af bij deparkeerplaats van het tempelcomplex. Hier moeten we eerst nog een stuk ‘klimmen’om bij de gebouwen te komen.

Het Guinsa tempelcomplex is heel anders dan we gewend zijn van boeddhistischetempels. De gebouwen zijn mega groot en bijna allemaal zijn ze te voorzien vanschuifpuien en glazen deuren zoals je bij grote winkels ziet. Het grootstegebouw op dit complex doet zelfs een beetje aan een modern stationsgebouwdenken. Het mooiste van het complex is eigenlijk z’n ligging; in een valleitussen twee bergen, omgeven door veel esdoorns die vuurrood verkleurd zijn.


We lopen wattussen de gebouwen door en na verloop van tijd beginnen we te wennen aan deomvang van de gebouwen en zijn we toch nog wel staat wat mooie foto’s te maken.Helemaal bovenaan het complex staat de tempel die is opgedragen aan de stichtervan deze sekte en dat is een plaatje, helemaal in goud geschilderd.

Rond een uur ofdrie houdt het op met regenen en kunnen de paraplu’s weer opgeborgen worden.Dat geeft al gelijk een veel beter gevoel.

Na anderhalf uurgaan we terug naar de parkeerplaats, waar de bus net is vertrokken. We kopen debuskaartjes voor de terugweg en nemen wat te eten en te drinken.


Als we even op een betonrand zitten worden we opeens aangesproken door onze ‘vriend’van vanochtend. Hij komt bij ons staan en vertelt dat hij wat vrienden naar hettempelcomplex heeft gebracht. We praten nog even met hem waarna hij druk begintte bellen.

Even later zienwe hem op de parkeerplaats lopen en hevig gebaren dat we bij hem moeten komen;we kunnen met hem mee terug rijden.

Hij zegt tegen Rob dat hij de buskaartjesterug moet brengen.

Bij zijn autoaangekomen blijken de twee vrienden, twee vriendinnen te zijn en met z’n vierenkruipen we in dezelfde auto waar we vanochtend al eens in vervoerd zijn. Wathebben we toch een vrienden in Zuid Korea.

Hij neemt deelseen andere weg dan de bus en het lijkt wel een speciale toeristische route voorons. Van haarspeldbocht naar haarspeldbochten en dit alles afgezet met een rodebies van esdoorns in herfsttooi. Onderweg stopt hij zelfs nog even bij eenuitkijkpunt zodat we de weg ook nog even van bovenaf kunnen bewonderen.


Terug in Danyang gooien we de paraplu’s en de regenjassen op de kamer en gaande stad in om wat te drinken. Gelukkig is het weer droog geworden en soms zienwe al weer stukjes blauwe lucht. Als het morgenvroeg droog is, dan blijven wein Danyang om de trek naar de 1439 meter hoge piek Birobong te doen, als hetmorgenvroeg weer regent gaan we door naar Sokcho.


Voorsorterend op de trek van morgen nemen we ‘s-avonds een spaghettischotel;ook wel eens lekker! Daarna nog een kopje koffie en dan zoeken we ons hotelmaar eens op. We moeten nog op zoek naar een hotel voor de laatste nachten inSeoul en dat valt nog niet mee.


Zondag 23 oktober

Het regende nietvanochtend, maar daar was ook alles mee gezegd. Overal waar we om ons heenkeken waren de bergtoppen verstopt in een dikke wolkendeken.


We hoopten dathet, net als gisteren, later op de dag iets beter zou worden, dus boekten dekamer nog een nachtje extra.

Na het ontbijthebben we wat proviand ingeslagen bij de supermarkt en zijn bij de bushaltevoor Darian gaan staan. Dit minuscule plaatsje is nl. het vertrekpunt voor deklim naar de Birobong top in het Sobaeksan National Parc. Na een half uur waren we het wachten zat en hebbeneen taxi genomen naar Darian.



De taxi-chauffeurzette ons netjes aan het begin van de klim af en om 09:30 uur gingen wij oppad. We waren hier op ongeveer 450m hoogte en stonden al bijna met ons hoofd inde wolken.
Het pad ging algelijk behoorlijk steil omhoog, dus we moesten gelijk aan de bak. De bossen omons heen zagen er weer schitterend uit; de vele esdoorns kleurden van geel totdonkerrood.


Na een half uurwerd het langzaam aan wat lichter en even later staken we onze hoofden zelfsdoor de wolken heen; het zonnetje scheen er heerlijk.


Het lopen wasinmiddels meer klauteren geworden, want van een pad was allang geen sprakemeer. Over een lawine van keien en rotsblokken gingen we stapje voor stapjenaar boven. Na 4,5 km ploeteren was er gelukkig nog een plekje waar we even opeen bankje konden uitrusten. Een slim echtpaar verkocht hier zelfs wat drinkenen eten.

Na een kortepauze gingen we weer verder en toen we ons op een gegeven moment omdraaiden,zagen we wel waar we het voor deden; een fantastisch vergezicht richting devallei waar we vandaan kwamen en de wolkendeken konden we nog over de stad zienliggen.

Gelukkig was hetnu niet ver meer en de laatste kilometer was ook weer wat beter begaanbaar. Op1439 meter hoogte hadden we uiteindelijk een 360 graden uitzicht opverschillende bergtoppen die door de enorme wolkendeken heen prikten en dichterbijgelegen valleien; we konden zelfs de Han-rivier zien.


We blijven eenhalf uurtje op de top en eten er onze meegebrachte boodschappen op. Om 12:45uur beginnen we aan de afdaling.

Wanneer we bij degrote keien en rotsblokken aankomen proberen we de juiste manier te vinden omhier overheen naar beneden te komen, maar het valt niet mee; veel te grotestappen en steeds weer uitkijken dat je niet zwikt of wegglijdt.

Wanneer we na2,5km weer bij de rustplek aankomen zoeken we er een plekje en nemen een baknoedelsoep; even bijkomen.

Wanneer we vanonze gedeelde bak soep zitten te genieten vindt een man ons er blijkbaar zoberoerd uit zien dat hij ons spontaan een reep chocolade toestopt en wij zeggengeen nee.

 

Naarmate wedichter bij de uitgang komen wordt het pad weer wat beter begaanbaar en kunnenwe de vaart er wat in houden. Waar we voor de klim 3 uur nodig hadden doen wede afdaling in twee uur. Uiteindelijk hebben we bijna 17 kilometer afgelegd enmeer dan 1000m hoogteverschil overbrugd. Als we de Koreaanse borden goed hebbenvertaald was de gemiddelde hellingshoek 15 graden.

 

We gaan op zoeknaar de bushalte en volgens de parkeerwachter van de nabij gelegenparkeerplaats gaat de bus om 15:40 uur. Toen we hem om 16:00 uur nog eensvroegen naar de bus, zei hij dat de bus om 15:40 uur uit Danyang zou vertrekkenen dat de bus dan om 17:00 uur hier zou vertrekken.

Inmiddels warener een aantal Zuid Koreanen bijgekomen die ook de bus wilden nemen, maar toenze de vertrektijden hoorden belden ze direct een tweetal taxi’s. Ze maakten onsduidelijk dat wij wel in de tweede taxi meekonden omdat die toch niet vol zat.

Toen de taxi inDanyang stopte en wij ons deel van de taxirit wilden betalen, werd onzeportemonnee door de Zuid Koreanen terug weggeduwd; daar wilden ze niets vanweten. Ondanks (niet te veel) aandringen zijn we de taxi maar uitgegaan enhebben ze tig keer bedankt.

 

‘s-Avonds eten wepasta om weer wat aan te sterken en gaan dan vroeg naar bed; we zitten erallebei wel een beetje doorheen na de inspanning van vandaag.

Maandag 24oktober

We hadden niet zo heel veel haast vanochtend want de bus vertrok pas om 09:15uur. Alle tijd om even te ontbijten, waarna we voor de laatste keer doorDanyang slenterden.

We hadden voorafniet veel verwacht van de plaats Danyang, maar dat is honderd procentmeegevallen. Het is een leuke compacte stad met alle benodigde faciliteiten enveel te doen in de omgeving.

We gaan vandaag naar Sokcho, met een overstap in Wonju. Wanneer we uit Danyangwegrijden miezert het zowaar; een goed moment om te vertrekken.


We doen eranderhalf uur over om in Wonju te komen en daar kopen we dan eerst de ticketsnaar Sokcho. We schrikken van de prijs, omgerekend een tientje per persoon; zoduur hebben we ze nog niet gehad!


De bus naarSokcho vertrekt over drie kwartier, dus we hebben mooi even de tijd om een bakkoffie weg te werken.
Om 11:35 uur stappen we in een bijna nieuwe bus. Misschien is dat de verklaringvan de duurdere kaartjes.

De rit naarSokcho duurt twee comfortabele uren. Het enige waar wij ons zorgen over makenzijn de donkere wolken die in de rijrichting van de bus mee lijken te drijven.


Rond 13:30 uur staan we op het busstation van Sokcho en gaan we op zoek naareen hotel. Het eerste hotel op ons lijstje blijkt vol te zijn en dan laten weons met de taxi bij het volgende hotel afzetten. Deze wordt afgekeurd doorDiana, dus we lopen naar de volgende. Wederom een afkeuring, dus door naarnummer vier. Het Ritz-motel komt door de selectie (niet te verwarren met hetRitz-hotel).

Nadat we detassen op de kamer hebben gegooid, gaan we Sokcho verkennen.


Sokcho ligt helemaal in het noordoosten van Zuid Korea, op slechts 60 km van de Noord Koreaanse grens, en grenst aan de oostkant aan de Japanse Zee en wordt aan de andere kant omgeven door het Seorak gebergte.

Sokcho is dus dé uitvalsbasis voor het Seoraksan National Parc, maar Sokcho is vooral ook eenvissersdorp. Met 90.000 inwoners kun je het eigenlijk ook weer geen dorpnoemen.

We beginnen vlakbij het hotel op een klein vismarktje, waar vooral toeristen komen kijken. Devis is er net iets te mooi uitgestald, maar wel leuk voor de foto. Vooral deinktvis die aan de waslijn hangt te drogen is een uniek plaatje.

Daarna lopen welangs het water naar de andere kant van de haven waar het ‘echte’ werk aan degang is: vrouwen zitten in groepjes bij elkaar en halen de vangst van de daguit de visnetten en de vissers zijn al weer bezig de netten in orde te makenvoor de volgende dag.


Na ook deze tafereeltjes van dichtbij te hebben gevolgd gaan we op weg naar hetSokcho van Paris Baguette en Lotteria. Ook Sokcho heeft veel winkels van deketens die wij in de afgelopen drie weken hebben leren kennen en is ook in diezin een echte stad.

We lopen watverder en stuiten op een klein veerpontje wat nog met de hand bediend wordt.Via een staalkabel wordt het van de ene naar de andere kant getrokken. Voor 15eurocent mag je mee overvaren en dat doen we natuurlijk. Het tochtje duurt noggeen 5 minuten, maar toch leuk.

Aan de anderekant van het water is de lokatie van een filmset te bezichtigen van wat eenhele populaire film in Zuid Korea is geweest. Er is niet veel te zien, maar heren der zie je levensgrote foto’s van de hoofdrolspelers waar je dan mee op defoto kan.

Dit fenomeen komje overigens door heel Zuid Korea tegen; de lokatie van filmsets van bekendefilms waar de Koreanen zich dan uitgebreid laten fotograferen.


We wandelen nog wat verder door naar de E-Mart, een soort Makro, maar dan zonderpasje. We lopen wat door deze mega supermarkt waar van alles te krijgen is. Deprijzen van de verschillende elektronica artikelen vallen niet eens zo heel veelmee; wel wat goedkoper dan in Nederland, maar geen tientallen procenten.

Rob koopt nog weleen t-shirt voor de laatste dagen in Seoul. De 10 kg die hij op de heenreis bijzich had was toch net te weinig voor een maand reizen.


Na dit winkeluurtje gaan we terug naar het centrum van Sokcho om een hapje teeten. Ook nu weer met de hand-ferry waar Rob de bootsman een handje helpt.

Het enige wat onsop de moment zorgen baart zijn de donkere wolken die zich samenpakken bovenSokcho. Als dat maar goed komt morgen.

 

Dinsdag 25oktober


We waren blij verrast toen we vanochtend zagen dat bijna alle bewolking wasverdwenen. Alleen boven het Seorak gebergte hingen nog wat witte wolkjes, maardat moest wel goed komen vandaag.

 

Even een ontbijtje en dan door naar de bushalte, want de stadsbus stopt preciesvoor de ingang van het Seoraksan National Parc.

Toen we uit debus stapten hadden we al snel in de gaten dat we under-dressed waren; alleeneen shirt met lange mouwen was vandaag eigenlijk niet voldoende. De koude nachten de wind die af en toe stevig blies gaven een winters gevoel. Vol vertrouwendat de zon vandaag voldoende kracht zou krijgen om ons warm te houden, liepenwe stug door.


Het Seoraksan National park wordt gezien als het mooiste park van heel Korea.Je vindt er vreemd gevormde rotsformaties, dicht woud, wilde beesten, heetwaterbronnen en tempels uit het Shilla tijdperk.


Wij kozen vandaagvoor de bijna vijf kilometer lange trek naar Ulsanbawi, een spectaculairerotsformatie van 873 m hoogte, bestaand uit zes gladde pieken waar zelfs vogelsniet op kunnen rusten (zeggen ze). Van hier heb je fantastische uitzichten,onder meer naar Sokcho.



We waren vandaag weer niet alleen, maar er waren minder Zuid Koreanen die onsbegeleiden dan in de andere twee parken. De trek begon redelijk eenvoudig en naeen mooie 18 m hoge bronzen Boeddha en een even zo mooi tempelcomplex, begonhet pad licht te stijgen. Ook nu weer mooie esdoorns in herfstkleur langs depaden.

Af en toe zagenwe ons einddoel al tussen de bomen door, een grijs/beige gekleurde rotsformatiewaarvan de zijkanten bijna loodrecht omhoog gingen.

Het betonnen padging over in keien, maar wel een redelijk vlak keienpad dus nog steeds ging hetlekker. Na 3 km kwamen we bij een klein tempelcomplexje waar een monnik net meteen dienst bezig was. Klonk fantastisch in deze al even mooie omgeving.

Bij deze tempelsligt een 16 ton zware kei die je met een paar man in beweging kunt krijgen.Elke Koreaan moet dit natuurlijk proberen en allemaal moeten ze er ook mee opde foto.


Wij vervolgden het pad en het werd zo langzamerhand iets meer klauteren, maarnog lang niet zoals het pad naar de Birobong twee dagen geleden. Op een gegevenmoment het bordje voor de laatste kilometer dus dat viel best wel mee vandaag.We zagen steeds meer van de rotsformatie waar we naar op weg waren, maar wevroegen ons wel steeds meer af hoe we daar omhoog zouden moeten komen; zou ereen kabelbaan zijn?

Nee die kabelbaankwam er niet maar wel een 400 meter lange, uit 808 treden bestaande, metalentrap die her en daar in de rots is bevestigd. De trap gaat op bepaalde stukkenbijna loodrecht omhoog.Nu zijn wij algeen helden op hoogte, maar dit is wel even twee keer slikken. We sprekenelkaar moed in: ‘we zijn nu al zover gekomen…….’, ‘wie A zegt moet B zeggen‘, ‘Koreanenkunnen heel goed lassen; heb je wel eens een Hyundai uit elkaar zien vallen’, ‘deinspectie van toeristen hulpmiddelen is pas nog wezen controleren want daar zieik een sticker’, ' kijk daar komt een vrouwtje van 70 naar beneden dan moeten wijhet ook kunnen’, …………… en dus klampen we ons vast aan de leuning en gaanomhoog, achter de onverschrokken Zuid Koreanen aan. Het is een hele klim enhalverwege moeten we opnieuw het hele rijtje opsommen om verder te gaan, maarde trap doet uiteindelijk waar hij voor gemaakt is en wij komen op het hoogsthaalbare punt, al is het met trillende benen.

Bovenop de rots kunnenwe nog iets toevoegen aan ons rijtje moed-smoezen: ‘ze hebben zelfs eenfotostudio boven gekregen via de trap’. Helemaal bovenop de rots kun je nl. eenfoto van jezelf laten maken, die vervolgens wordt afgedrukt op A4,geplastificeerd en die je vervolgens met een koordje om je nek krijgt gehangen.Je denkt waarschijnlijk: ‘wie doet dat nou’. Het antwoord is simpel: ‘ZuidKoreanen‘. Je zou eens moeten zien hoeveel er, stoer met zo’n foto van zichzelfom de nek rondlopen.


Wij laten deze traktatie aan ons voorbijgaan en nadat we wel wat foto’s van deomgeving hebben gemaakt, rapen we alle moed bij elkaar en beginnen aan deafdaling.

Via de trap naarbeneden blijkt makkelijker te gaan dan verwacht. Ongeschonden en in een mooietijd staan we rond 12:30 uur weer onderaan de trap; dit avontuur hebben weoverleefd. Op de terugweg stoppen we nog bij een foerageerpunt en nemen daareen gebakken eitje; dat hadden we wel verdiend. Zoals verwacht zijn ook delaatste kleine wolkjes verdwenen dus we zitten heerlijk in het zonnetje, al isde temperatuur nog steeds niet in overeenstemming met onze kledingkeuze.


Genietend van de omgeving om ons heen en af en toe terugkijkend naar derotsformatie die wij op kunstige wijze hebben bedwongen, lopen we terug naar deingang van het park. We overwegen nog om met een kabelbaan naar een anderuitzichtpunt te gaan, maar de wachttijd van anderhalf uur doet ons besluiten omterug te gaan naar Sokcho, waar we de voorbereidingen treffen voor de laatsteetappe van deze vakantie.


Woensdag 26 oktober

Daar stonden we dan om 09:30 uur op het busstation van Sokcho. Onze laatste busreis in Zuid Korea zou om 10:00 uur vertrekken, waarmee het cirkeltje rond is (of eigenlijk het 8’tje).
Het is erg druk op het busstation en als Rob de kaartjes haalt blijkt de bus van 10:00 uur al vol te zijn en moeten wij met de extra bus van 10:10 uur mee. De grote drukte wordt vooral veroorzaakt door een massa militairen die met verlof lijken te gaan. Hoe langer we de terugreis kunnen uitstellen, hoe beter.

Ook deze bus vertrekt weer op tijd en hoewel de buschauffeur nog wat tijd probeert te rekken door een koffiestop in te lassen zijn we om 12:30 uur weer terug in Seoul, de stad waar we onze reis vier weken geleden begonnen.
Het voelde allemaal wel vertrouwd en voor we het weten staan we alweer in de metro naar ons hotel. Het Hill House Hotel staat in de buurt van de N’Seoul Tower en die komt ons ook nog wel bekend voor van de eerste dagen.

Omdat we nog niet op de kamer kunnen, laten we grote rugzakken in de lobby staan en gaan we naar de nabij gelegen Namdaemun markt. Deze markt kun je nog het beste vergelijken met de Zwarte Markt in Beverwijk en het is er erg druk. Je kunt hier van alles kopen, van sieraden tot panty’s en van hondenkleding tot worstenbroodjes. We lopen wat over de markt en neuzen wat bij de stalletjes en net voordat we weer terug willen gaan naar het hotel ziet Rob een stal met leuke jassen. We graaien wat in de rekken en zien een leuk Jack. Even passen (Rob heeft hier zelfs XL) en wat afdingen en dan hebben we net als vorig jaar op de terugreis meer kleding bij ons dan op de heenweg.

Nadat we terug zijn geweest bij het hotel, rekken we de beenspieren nog een keer voor een wandeling naar het War Memorial Museum. Diana had plaatjes gezien van de stanbeelden bij dit museum en die wilde ze met eigen ogen (en camera) gezien hebben. Na een wandeling van ruim een uur komen we bij het museum aan en dan blijkt de plek waar de standbeelden staan omgeven te zijn met hoge hekken; ze zijn er de boel opnieuw aan het inrichten. We kunnen de standbeelden wel zien, maar slechts ten dele.
We besluiten nog wat over museumterrein te lopen en zoeken naar een gaatje in het hek, als we opeens een van de werklui het slot van een deurtje zien halen om naar binnen te gaan. Wij lopen snel achter hem aan en vragen of we misschien even naar binnen mogen voor één fotootje. Hij kan onze droeve hondenogen blijkbaar niet weerstaan, want hij gebaart ons naar binnen te gaan. Zo hebben wij toch nog even de gelegenheid deze beelden van dichtbij te bekijken en zelfs zonder hordes Zuid Koreanen op de voorgrond.
Voor de terugreis maken we gebruik van de metro, want morgen moeten onze benen ons ook weer een hele dag dragen. Door de vertraging van onze heenvlucht zijn er een paar bezienswaardigheden die we wel op ons lijstje hadden staan, maar nog niet hebben kunnen doen.



Zuid Korea 3


Donderdag 13 oktober

Vandaag laten we Boseong alweer achter ons en gaan naar Wando. We ontbijten bij de supermarkt en lopen dan naar het, aan de overkant gelegen, busstation. Als de man de tickets geeft blijkt dat de bus 1 minuut later zal vertrekken, dus we sprinten met onze bepakking naar het platform; gelukkig is het een heel klein busstation.
Zoals gewoonlijk vertrekt de bus precies op tijd en zijn we om 08:24 uur weer op weg.
We gaan eerst naar Ganjing, een ritje van een uur, waar we dan overstappen op de bus naar Wando die ook nog eens 45 minuten nodig heeft. Net voor 10:30 uur staan we op het busstation van Wando. Snel even inchecken bij Dubai Motel en dan een lekkere bak koffie bij Paris Baguette; de bakkerijtjes van deze keten zie je gelukkig in bijna alle steden. Onze volgende stop is de Ferry Terminal van Wando.

Wando ligt aan de zuidkust van Zuid Korea en is eigenlijk een eiland dat tegenwoordig met een brug aan het vaste land vast zit.
Wij stappen hier morgen op de veerboot naar Jeju en het lijkt ons handig om vandaag maar even de kaartjes te kopen. Een leuke wandeling langs de haven brengt ons bij de terminal. Binnen zie we niemand bij de Jeju-balie staan dus wij maar weer naar de Information Office.
Ze maken ons, aan de hand van een folder, duidelijk wat de vertrektijden zijn en wat het kost, maar ze kunnen ons geen kaartjes verkopen; daarvoor verwijzen ze ons naar de eerste verdieping van het gebouw.
Boven aangekomen worden we naar het juiste kantoortje verwezen, maar als we de betreffende medewerker met rooksignalen duidelijk maken dat we morgen naar Jeju willen maakt hij het X-gebaar met zijn vingers, wat in Zuid Korea altijd betekent dat iets niet kan. Wij dus maar weer naar beneden naar de dames van de Tourist Information.
We vertellen ons verhaal met alle handen en voeten die we hebben, maar ze begrijpt ons niet. Ze rammelt wat op haar computer en dan blijkt dat ze een vertaalprogramma heeft opgestart; da’s handig! Dan komt er ook nog een collega aangelopen die een soortgelijk app heeft opgestart op zijn smartphone. Met een beetje hulp van de techniek komen we er achter dat we vandaag geen kaartjes kunnen kopen voor de boot van morgen, maar dat we morgen een uur voor vertrek aan de balie moeten zijn; zeg dat dan…….

Na deze zoveelste Babylonische ervaring verlaten we het terminal-gebouw en gaan naar de overkant van de straat om nog maar eens aan een beklimming te beginnen, dit keer naar de Wando-tower.
Vierhonderdachtenveertig treden later staan we voor de nieuwste attractie van Wando: de futuristisch uitziende Wando tower, een uitkijktoren die er, volgens de Lonely Planet UFO-achtig uitziet, maar volgens ons zou het ook een donut op een tandenstoker kunnen zijn.
In de toren gaan we met de lift (!) naar de bovenste verdieping en genieten van het uitzicht. Van deze hoogte heb je een mooi uitzicht over Wando en de haven, maar vooral ook over de zee met de vele verspreid liggende eilandjes voor de kust. Het lijkt of er tussen een aantal eilandjes nog een deken van mist ligt; een fantastisch gezicht.
Een paar foto’s later staan we weer in de lift en beginnen aan onze afdaling naar zeeniveau.

Gelukkig had Diana ook nog wat gelezen over een trail aan de zuidkant van Wando, anders zouden we ons maar vervelen vanmiddag.
Omdat er alleen maar een weg naar het vertrekpunt van de trail gaat en we er dus niet te voet kunnen komen, het lopen langs dit soort wegen is een vorm van Russische roulette met de rijstijl van de Zuid Koreanen, laten we ons er door een taxi afzetten.
De trail start bij een grof kiezelstrand en als daar een gezellig barretje was geweest, waren we waarschijnlijk niet eens aan de trail begonnen, zo fantastisch zag het er uit. Geen barretje, dus geen excuus, lopen maar weer. We lopen door een strook bos dat aan het strand grenst. De trail is iets te veel aangelegd, waardoor je het idee had dat je door park Berg en Bos loopt; overal staan bordjes met uitleg over bomen en beestjes en allemaal in het Koreaans dus wij konden gewoon door blijven lopen.
Uiteindelijk blijkt de trail maar net iets meer dan een kilometer lang te zijn, dus voor we het weten staan we aan het eind van de trail weer op het kiezelstrand. Ook hier weer fantastische vergezichten over de zee met z’n vele eilandjes. Even later lopen we via het kiezelstrand terug naar het beginpunt van de trail.

Deze natuurtocht had ons niet veel tijd gekost, dus we konden al vroeg weer terug zijn in Wando om daar nog even op een terrasje aan de haven te zitten. We zijn naar de weg gelopen omdat we daar een bushalte hadden gezien, maar toen er na een kwartier nog geen bus was gesignaleerd hebben we maar een taxi aangehouden en ons in Wando af laten zetten.
Het enige terras in Wando bleek een plastic tuinsetje voor een supermarkt te zijn, dus daar zijn we toen maar gaan zetten. We zaten er lekker in het zonnetje en in de supermarkt stond goedkoop bier genoeg in de koeling; de gezelligheid moet van jezelf komen!
Toen de zon wat begon weg te zakken zijn we maar op zoek gegaan naar een leuk restaurantje, maar waar we al bang voor waren: die zijn hier niet.
Uiteindelijk zijn we niet met lege buikjes naar bed gegaan dus niemand hoeft zich zorgen te maken.

Vrijdag 14 oktober

Zachtjes tikt de regen tegen het hotelkamerraam…...........nou ja, zachtjes, er valt een behoorlijke portie water en dat is al een paar uur aan de gang.
We pakken onze plunje en gaan eerst naar de bakker, door de regen. Bij de bakker eten we een paar broodjes en drinken een bakkie thee en tegelijk proberen we wat op te drogen.
Na het voortreffelijke ontbijt gaan we door naar de Wando Ferry Terminal, nog steeds door de regen.
We zijn weer te vroeg, dus we moeten nog even wachten voordat we onze kaartjes kunnen kopen. Zoals met veel zaken in Korea die volgens een tijdschema gaan , begint de kaartverkoop exact op tijd.
Gelukkig geen problemen bij het kopen van de kaartjes, dus nu maar wachten tot ze gaan boarden. We zagen nog wel dat er geen stoelnummers op de kaartjes staan, maar toen we hier een vraag over stelden, zei ze dat het zo goed was.
Het regent buiten nog steeds, dus we hadden geen betere dag kunnen plannen voor deze reisdag.

Wanneer de hekken opengaan komt er een hele volksverhuizing op gang. Grote groepen Zuid Koreanen met dozen, zakken, bakken en wat ze nog meer bij zich hebben verdringen zich bij de loopbrug, die willen vast een goede stoel zien te bemachtigen.
Als we even later aan dek komen, zien we tot onze grote verbazing dat er helemaal geen stoelen zijn; alleen maar grote zalen waar iedereen op de grond gaat zitten. Hebben wij weer: een boot zonder stoelen.
Gelukkig zien we in de ruimtes rondom de zalen nog wel wat kleine zitjes staan, dus daar nemen wij intrek.

Wanneer de boot nog maar net de haven uit is, zien we ook wat er in die dozen, zakken en bakken zit: allemaal etenswaren, van vis tot druiven en van groenten tot octopussen. Ook de drank zijn ze niet vergeten, treetjes frisdrank en bier komen tevoorschijn net als de flesjes Soju (Zuid Koreaanse wodka).
Wij willen niet voor ze onderdoen en pakken ons rolletje koekjes te voorschijn. Er zal toch nog wel wat verkocht worden aan boord.

Wanneer de grote schranspartij is begonnen, worden wij niet vergeten. Eerst krijgen we een soort rubberen cake aangeboden en even later een volledige warme maaltijd met vis en ondefinieerbare groenten. De cake nemen we aan, maar de warme maaltijd weten we onderuit te komen. Even later legt een vrouw ook nog een tros druiven op ons tafeltje. Als je met Zuid Koreanen op stap gaat zul je zeker niet verhongeren.

Omdat het nog steeds slecht weer is kunnen we niet echt genieten van de omgeving waar we varen. Normaal gesproken zie je ontelbare kleine eilandjes om je heen, maar het is zo slecht dat je slechts een paar grotere eilanden kunt ontwaren.
Na drie uur varen wordt het weer onrustig aan boord en niet veel later zien we de contouren van Jeju aan de horizon. De overgebleven etenswaren worden weer vakkundig ingepakt en klaargezet om mee aan wal te nemen. Net zo graag als ze aan boord wilden, willen ze er nu weer af.

Wanneer we in Jeju aan wal zijn zoeken we een taxi en laten ons naar het busstation brengen. Het regent hier wel iets minder, maar toch. Jeju wordt door de Zuid Koreanen als hun Hawaii gezien en hier gaan dan ook veel huwelijksreizen naar toe. Onder deze omstandigheden is het hier echter even druilerig als ergens anders in Zuid Korea.
De aansluiting op het busstation is perfect en even later zijn we alweer op weg naar Seogwipo, onze eerste bestemming op dit eiland.
Het duurt een uurtje voor we op het busstation van Seogwipo staan. Even later nemen we de laatste vrije kamer in hotel Little France. Het is inmiddels 16:00 uur dus dit was een lange reisdag.

Als we even later de straat op gaan om de buurt te verkennen en wat informatie in te winnen over de bezienswaardigheden in de omgeving, is het zo goed als droog. We hopen dat dit een voorbode voor morgen is

Zaterdag 15 oktober

Toen we vanochtend door het raam keken, scheen de zon weer als vanouds; blijkbaar toch iets eenmaligs, die regen.

Wat ga je dan doen als je zo’n ‘idyllisch’ eiland bent: zwemmen in zee, wandelen over het strand, een cocktail drinken bij de strandbar of misschien naar één van de twee watervallen die vlakbij zijn? Nee, dan ga je naar de hoogste top van het land.
Die hoogste top is op Mt. Hallasan, een vulkaan die al bijna 1000 jaar niet meer is uitgebarsten. Het lijkt heel wat ,de hoogste top, maar in Zuid Korea is dat niet meer dan 1950m. De trail die wij gaan volgen om er te komen is bijna 10km lang en we moeten 1200 m hoogteverschil overbruggen. Volgens de boeken moet je daar minstens 6 uur voor uittrekken. Je raadt het waarschijnlijk al, we moesten er weer eens vroeg uit.

Om 07:15 uur liepen we al richting busstation, maar voordat we op de bus naar het beginpunt van de trail stappen, gaan we eerst naar de supermarkt om wat eten en drinken voor vandaag te halen en lopen we vervolgens bij Paris Baguette binnen voor een goed ontbijt.

We hebben de bus van 08:00 uur en om 08:30 uur staan we op de parkeerplaats bij de Songpagnak trail en we zijn niet alleen. Het is duidelijk dat dit outdoor gebeuren een nieuwe nationale bezigheid is. De parkeerplaats staat overvol en langs de weg staan nog tientallen auto’s geparkeerd.
Ze zijn allemaal weer in vol ornaat die Zuid Koreanen; vrouwen met fel gekleurde jasjes en bijbehorende broeken en daaronder de mooiste fel gekleurde bergschoenen en alles van de duurste merken. Op het hoofd hebben ze dan vaak nog een oversized zonneklep want ze willen ten koste van alles voorkomen dat ze een kleurtje krijgen; wit is het schoonheidsideaal.
De mannen zijn meestal iets minder kleurrijk gekleed maar hebben vaak nog wel wat extra accessoires zoals een stijlvolle rugzak of een bandana.

De route is goed aangegeven, maar bovendien is de eindeloze rij kleurrijke Zuid Koreanen niet te missen. Dit keer zouden we zeker niet verkeerd lopen.
De trail stijgt dit keer een stuk geleidelijker dan toen we naar de Buril watervallen gingen, maar het pad bestaat voornamelijk uit lavablokken van ongelijke grootte waardoor de enkels en vooral ook de achillespezen het zwaar te verduren krijgen. Af en toe is er een stukje van de trail gemaakt van planken en dat is dan even een aangename afwisseling.
De omgeving is ook dit keer weer erg mooi en de herfst doet steeds meer haar intrede; op de trail ligt al veel afgevallen blad, maar af en toe zien we nog een naar felrood verkleurde esdoorn en die zijn prachtig.

Hoewel ze toppie-oppie gekleed zijn, is het slecht gesteld met de conditie van de meeste Zuid Koreanen. Het is af en toe net alsof je de stoomboot van Sinterklaas voorbij loopt en het tempo waarin ze lopen maakt ze tot gekleurde betonblokken waar we steeds omheen moeten slingeren. En dan die skistokken; ik was het vergeten te noemen bij de uitrusting maar ze hebben bijna allemaal stokken bij hun uitrusting gekregen, maar weten niet goed hoe ze deze moeten gebruiken. Soms dragen ze de stokken onder de oksels (zoals je dat zou doen als je een berg af skiet); als je dan net achter ze loopt peuteren ze gratis je neus leeg, in het meest gunstige geval. Een andere geliefde houding is met de stokken opzij, waarmee ze eigenlijk aantonen dat ze helemaal niet weten wat ze met de stokken moeten en aangezien het pad meestal niet meer dan een meter breed is, is de horde dan helemaal onneembaar geworden.

Wij proberen op een schema van 18 minuut per kilometer (!) te lopen waarmee we bijna dubbel zo hard lopen als naar de Buril watervallen.
Vooral de laatste paar honderd meter waren meer een berg-beklimming dan een berg-wandeling, maar om 11:45 uur staan we aan de rand van de krater van de vulkaan. Zo’n krater is altijd weer een bijzonder gezicht. Eigenlijk zie je dan pas echt dat je op een vulkaan staat, want de rest van de tijd kan het ook een berg zijn geweest.
We waaien hier bijna uit onze jas en het is vrijwel onmogelijk de videocamera stil te houden. De temperatuur is waarschijnlijk de helft van beneden en na ongeveer een kwartiertje langs de rand van de vulkaan te hebben gelopen, houden we het voor gezien en beginnen aan de afdaling.
Het wordt dringen geblazen, want de kleurrijke massa komt ons nu tegemoet. Helemaal uitgeput lopen de Zuid Koreanen met de tong op de schoenen de laatste meters omhoog, waardoor ze ons niet naar beneden zien komen. Het is net zo’n ouderwets computerspelletje waarbij je moest proberen de munitie van de vijand te ontwijken; de Zuid Koreanen zijn de munitie en wij zijn aan het ontwijken.

Na een kilometer ontwijkend afdalen begint het rustiger te worden op het pad waardoor wij wat relaxter naar beneden kunnen, voor zover het pad dat toelaat.
Bij kilometer 7 (uit het oogpunt van de stijgende partij) is er een shelter waar ze tot onze grote vreugde  noodle soep verkopen. Na 4 uur lopen hadden we dat wel verdiend. Deze halve liter instant-soep kost hier maar een euro, maar was wel tien euro waard.

Wanneer we onze weg weer vervolgen, wordt er wat stennis gemaakt bij het pad. Iemand wil nog omhoog, maar de parkwacht stuurt hem terug.
Overal wordt op de borden aangegeven dat je na 12:30 uur niet meer voorbij dit punt omhoog mag en dan is het balen als je er net na enen aankomt.
Naarmate we verder afdalen wordt het steeds rustiger op de trail. De Zuid Koreanen zijn blijkbaar wat langer boven blijven zitten en er komen geen mensen meer omhoog omdat je toch niet langs kilometer 7 komt. Er is nu veel meer ruimte om te lopen, maar de achillespezen beginnen steeds heviger tegen te sputteren.
Na 6 ½ uur (incl. tijd aan de top en lunch) staan we weer op de parkeerplaats en gooien we er even een colaatje in; dat is lekker!
We lopen verder naar de bushalte en na enkele minuten is de bus er al en laten we ons heerlijk in een stoel zakken.

Om 15:45 uur waren we weer terug in Seogwipo en na onze spullen op de kamer te hebben gegooid, zijn we toch nog even naar de duikschool gelopen om te checken of we morgen meekunnen. Gelukkig is dat allemaal in orde. Hierna gaan we bij een barretje wat drinken.

Zondag 16 oktober

Vandaag geen trekking of andersoortige wandeling, de bergschoenen konden in het hotel blijven en de TEVA’s konden aan de voeten want er staan een tweetal duiken op het programma.

Om 09:00 uur moeten we bij duikschool Big Blue 33 zijn om onze uitrusting te passen, dus we hadden voldoende tijd om nog even een ontbijtje te pakken.

Toen we bij de duikschool aankwamen was het al een drukte van belang; onze mededuikers waren al bezig met hun uitrusting.
Ralph, de Duitse eigenaar van de duikschool laat ons nog wat papieren ondertekenen en vervolgens krijgen we van hem de spullen aangereikt. Het spul ziet er allemaal goed uit en dit keer kan Diana niet eens klagen over de slechte vrouwelijke pasvorm van de wetsuit; het is namelijk een speciaal dames-wetsuit.

Rond 09:30 zijn de spullen ingeladen in het busje en gaan we met 13 man op weg naar de haven. We zijn samen met 8 Russen; één uit Moskou en de anderen uit Wladiwostok. Daarnaast gaan James en Mike mee; James is een Engelsman die vandaag onze divemaster zal zijn en Mike is een Canadees die ook af en toe wat bijbeunt bij de duikschool. Last but not least, gaat ook Ralph nog mee.

Bij de haven aangekomen wordt alles weer uit het busje gehaald en is het wachten op de boot.
Wanneer we de boot in de verte zien naderen, moeten we wel even lachen; het blijkt een oude vissersboot te zijn waarmee we naar de duikstek gaan.
Alles wordt ingeladen en we gaan op weg. Over het algemeen ben je toch gauw een uurtje onderweg, dus we zetten ons schrap. Tot onze verbazing draait de boot al na 10 minuten richting een piepklein rotseilandje en legt daar aan. Voor we het weten zijn alle spullen uitgeladen en gaat de boot er weer vandoor; wij duiken dus blijkbaar vanaf dit eilandje.

De duikteams worden ingedeeld en wij duiken met James, Mike en de Rus uit Moskou, de rest gaat met Ralph mee.
Na een korte briefing tuigen we ons op en zijn we klaar voor onze eerste duik. Het is de bedoeling dat we van de rotsige kant van het eiland in het water springen.

Wanneer we in het water liggen merken we gelijk dat er een stevige stroming staat. James had ons gewaarschuwd bij de briefing, maar het valt toch altijd weer tegen.
We dalen af langs een koord om te voorkomen dat we richting China afdrijven. Op 12 meter is de stroming nog steeds stevig en we zwemmen er de eerste 10 minuten van de duik tegenin. Af en toe hangen we zelfs aan de kelp om weer te hergroeperen.
De onderwaterwereld is hier nog niet zo kleurrijk al is het wel aardig om eens tussen kelp te zwemmen; niet van die meterslange planten zoals ze bijv. voor de kust van Californie voorkomen, maar planten van maximaal een meter hoog.
Na 10 minuten krijgen we de stroming in de rug en kunnen we een beetje op adem komen. Aan deze kant van het eilandje is wat minder kelp maar wel heel veel paars en lila zacht koraal. Bovendien zwemmen hier enorme scholen kleine vis.
Wanneer we even later weer de bocht omgaan, krijgen we weer de stroming van voren en moeten we ons weer schrap zetten. James wijst ons de weg naar een touw waar we ons even aan kunnen vastgrijpen. Hij blijkt zelf inmiddels door z’n lucht te zijn, dus hij moet naar boven. Wij blijven samen met de Moskoviet nog even beneden en kijken nog wat rond op deze plek. Wanneer we de limiet van 50 bar bereiken gaan we langzaam via het touw naar boven, doen de safety-stop en klauteren het eiland weer op.

De lunch bestaat uit een klont rijst met stukjes ei, wortel en nog een paar lokale ingrediënten in zeewier gerold en het smaakt best. Na ongeveer anderhalf uur op ‘the rock’, verwisselen we de luchtflessen en tuigen ons weer op voor de tweede duik. James vertelt bij de briefing dat de stroming gedraaid is en dat we er tijdens de tweede duik minder last van zullen hebben.
De procedure is verder ongeveer gelijk aan de eerste duik en even later zijn we alweer onder water verdwenen. De onderwaterwereld is ongeveer hetzelfde als de eerste duik, maar er is dit keer nauwelijks stroming. Na 70 minuten steken we ons hoofd weer boven water.
De anderen zijn al veel langer boven en wij doen snel onze uitrusting uit waarna alles naar de waterkant wordt verhuisd. Even later is de boot er al weer en de hele volksverhuizing vindt in omgekeerde richting plaats. Om 15:00 uur zijn we weer bij de duikschool.

Die middag kopen we een stapel kaarten en gaan we bij een biertje de groeten doen. ‘s-Avonds eten we bij een Zuid Koreaans barbecue restaurant. Dit lijkt nog het meest op steengrillen, maar dan op een soort skotelbraai die in de tafel is verzonken. We eten er vlees van het zwarte varken; echt iets van Jeju en het smaakt heerlijk. Je braadt wat vlees, plaats dit op een blaadje sla, samen met wat gesneden groente, ui, paddenstoelen en kimchi, nog wat soja saus erbij en smullen maar!
Na dit smaakvol diner drinken we nog een bakkie koffie met een toefje slagroom, waarna we terug gaan naar het hotel.

Maandag 17 oktober

Vandaag gaan we van Seogwipo naar Seongsan aan de oostkant van Jeju, maar voordat we de bus nemen gaan we eerst nog een tweetal watervallen bekijken.
De Jeongbang waterval is op ongeveer twee kilometer wandelen van ons hotel en hiervan wordt gezegd dat het de enige waterval in Azie is die rechtstreeks in zee valt. We zijn er natuurlijk weer niet alleen want de Koreaanse ‘toeristen’ zijn er ook altijd. De hoeveelheid water die er in dit seizoen nog naar beneden komt valt ons helemaal niet tegen.

Na wat plaatjes te hebben geschoten gaan we naar de Cheonjiyeon waterval. Het is weer zo’n twee kilometer wandelen voordat we er zijn.

Bij deze waterval zien we ook een originele Dolharubang. Dit zijn standbeelden die uit lavasteen zijn gehakt. Niemand weet waartoe deze grappig uitziende beelden, met hun helm-achtige hoed, bolle ogen, platgeslagen neus en de handen op de buik, voor dienden. Er zijn nog 45 originele beelden, maar omdat het een symbool van Jeju is geworden zie je het mannetje overal: als telefooncel, op putdeksels, bij hekken, bruggen, maar vooral ook in de souvenirstalletje.
De tweede waterval is wat minder spectaculair gelegen, maar dit is wel meest waterrijke waterval van de drie die we gezien hebben.

Op weg terug naar het hotel gaan we nog even bij de wasserette langs om ons wasgoed op te halen, waarna we de tassen weer inpakken en uitchecken. Nog even een bakkie koffie en dan naar het busstation.

We hebben de bus van 12:00 uur naar Seongsan. Samen met ons stappen er twee Nederlandse jongens in; dit zijn de eerste Nederlanders in ruim twee weken.
Het is bijna anderhalf uur bussen naar Seongsan, maar dat komt vooral door de vele stops en de vele bejaarden die in- en uitstappen.
In Seongsan moeten we even zoeken naar het hotel. We vragen in een bank de weg naar het beoogde hotel en spontaan begint vier man zich met ons te bemoeien. Er wordt wat gediscussieerd, er wordt gebeld en uiteindelijk loopt er eentje met ons mee naar het hotel.

Daarna gaan we gelijk op weg naar Ilchulbong, de plaatselijke krater van een uitgestorven vulkaan, die als een schiereiland aan Jeju vastzit.
Voordat we de 180 meter hoge krater beklimmen gaan we nog even op zoek naar de Haenyeo, de vrouwelijke duikers die hier op octopussen en zeewier vissen. We vinden de vrouwen door de massa Koreanen achterna te lopen. De vrouwen hebben er een beetje een show van gemaakt, maar het geeft wel een goed beeld van hoe dit ooit gegaan moet zijn.
De vrouwen zijn gekleed in een zwart wetsuit, type Jacques Cousteau 1964, en dragen een bijbehorende ronde duikbril om het middel een riem met gewichten en ze zijn klaar om te duiken.
Wanneer de vrouwen in zee zijn lijkt het wel een beetje op whale-watching. Een grote menigte kijkt toe hoe zwarte lichamen in het water dobberen en af en toe de diepte induiken, waarbij de vinnen boven water uitkomen. Als het walvissen waren geweest was dit het ultieme fotomoment.

Na deze opvoering gaan we dan de Ilchulbong beklimmen samen met tientallen middelbare scholieren. Stapje voor stapje gingen we de traptreden omhoog, maar het was de moeite waard. Boven aangekomen hadden we een goed beeld van de krater, die aan drie kanten grenst aan zee.
Gelukkig moesten de scholieren om 16:30 uur bij de bus terug zijn, waardoor wij de krater ook nog even in rust konden bekijken.

Seonsang is zo’n dorp waar het overdag stervens druk is en dan ’s-avonds helemaal uitgestorven is. Het viel dan ook niet mee een geschikt restaurantje te vinden, maar uiteindelijk hebben we heerlijk gegegeten bij een restaurantje dat aan een woonhuis aangebouwd leek.
Het enige cafeetje waar je overdag nog koffie kon drinken bleek 's-avonds ook dicht, dus dat was vroeg naar de hotelkamer.

Dinsdag 18 oktober


Vandaag heeft de reisleider twee excursies gepland. Vanochtend gaan we naar het eilandje U-do dat op een korte boottocht van Seongsang ligt en vanmiddag naar de lava tube caves op een half uurtje bussen van Seongsang.

Gezien het tijdrovende programma sliepen we eens een keertje niet uit. Om 08:00 uur zaten we al bij Dunkin‘ Donut voor een ontbijtje. Bij dit ‘restaurant‘ kochten we een kop koffie en een jus, even daarvoor hadden we in de GS25 supermarkt al een gesneden cake en 3 bakjes yoghurt (dit was een 3-halen-2-betalen aanbieding). Het is in dit dorpje een beetje behelpen als het om het eten gaat.

Het was een kwartiertje lopen naar de ferry-terminal, waar we twee retourtjes U-do kochten. De boot was er al, dus we gingen aan boord; vertrektijd 09:00 uur.

Het is iets meer dan een kwartier varen naar U-do, dus dat viel wel mee. Vlak voordat we uit zouden varen werden er weer een handvol bussen met scholieren uitgeladen die ook nog mee moesten naar U-do. Wat hebben wij toch steeds met die scholieren, we lijken de rattenvanger van Hamelen wel; ze blijven maar achter ons aankomen. Het was in ieder geval wel gezellig aan boord.

Op U-do besloten we een scooter te huren zodat we onze tijd efficient konden besteden. Geld betaald en starten dat kreng. We hoefden niet eens een borg te betalen of paspoorten te laten zien. Ze zijn erg goed van vertrouwen die Zuid Koreanen.

Na een bocht of vijf stuiten we opeens op veel gedoe aan de waterkant. Het blijken Haenyeo te zijn die zich net aan het voorbereiden waren voor hun dagelijkse duik. Dit was voor ons een uitgelezen mogelijkheid om deze vrouwen nog eens ‘in het echt’ te zien en niet zoals gisteren bij een demonstratie.
Het was best een grote groep van deze vrouwelijke duikers die hier bijeen zaten. Het beroep is toch nog niet uitgestorven zoals je soms wel leest.
De vrouwen letten nauwelijks op de paar toeristen die stonden toe te kijken en, zo te horen, hadden ze onderling veel lol. Na een minuut of 10 waren ze allemaal gereed om te gaan duiken en gingen ze de zee in, op jacht naar octopussen, slakken en ander zeebanket. De vrouwen blijven wel twee uur in zee en maken in die tijd tientallen duiken tot wel 20 meter diep (!) waarbij ze wel 2 minuten hun adem in moeten houden. Ze hebben wat eenvoudig gereedschap bij zich, zoals een haak en een groot mes om schelpen los te wrikken, maar ook een netje waarin de vangst kan worden bewaard. Dit netje  hangt aan een drijver/boei die aan de oppervlakte blijft als zij duiken; fascinerend om te zien hoe weinig dit beroep is veranderd in al die tijd.

Wanneer de vrouwen vrijwel uit zicht zijn gaan wij verder met onze Tour d’ U-do. Op onze oranje gekleurde scooter scheuren we langs vuurtorens, lavastranden, een koraalstrand, akkers die net beplant zijn, kleine gemeenschapjes en alles met de prachtige donkerblauwe zee op de achtergrond.
Onderweg lopen we nog een stijle heuvel op om te kunnen genieten van de prachtige uitzichten, waaronder die op de krater Ilchulbong.
Na twee uur zijn we terug bij het haventje waar we begonnen zijn. We brengen de scooter terug en drinken wat aan de waterkant. Om 12:00 uur gaat de ferry terug naar Seongsang.

Wanneer we om 11:55 uur op de boot zijn, is het verdacht rustig. Zouden we dit keer zonder…………..maar dan zien we een colonne bussen de hoek om komen vliegen; in deze bussen zitten onze ratjes die ons dus ook op de terugreis gezelschap houden.

In Seongsang lunchen we even snel en gaan dan naar het hotel om de Teva’s om te ruilen voor de bergschoenen en een jasje op te halen voor het middagprogramma.
Even later zitten we al bij de bushalte en wachten op de bus die ons naar Manjanngul moet brengen.

Bij Manjanngul zijn de gelijknamige lava tube caves (vrij vertaald: lavatunnels). Deze lavatunnels worden gevormd wanneer bovenop een actieve lavastroom een ononderbroken korst ontstaat die steeds dikker wordt waaronder het gesmolten lava verder kan stromen. Als de aanvoer van lava dan stopt, blijven deze lange ondergrondse holtes achter.
Je kunt een lavatunnel nog het best vergelijken met de ondergrondse tunnel waar de metro doorheen gaat. De lavatunnel bij Manjanngul is tot 18 meter breed, tot 23 meter hoog en maar liefst 7,4 km lang. Wij kunnen de tunnel een kilometer inlopen en het is een erg imposant natuurverschijnsel.

Nadat we weer bovengronds zijn gekomen nemen we eerst wat te drinken voordat we beginnen aan de wandeling van 2½ kilometer naar de bushalte aan de grote weg.
Wanneer we even later nog maar net aan onze wandeltocht naar de bushalte begonnen zijn, stopt er een auto naast ons; de bestuurder vraagt waar we heen moeten en wij antwoorden dat we naar de grote weg moeten om daar de bus te nemen. Hij gooit zijn deuren open en zegt dat hij ons wel even bij de bushalte afzet. Dat scheelt ons mooi een wandeltochtje met dit warme weer.

‘s-Avonds eten we weer bij ons favoriete restaurant en als vaste klanten krijgen we het drankje van het huis aangeboden. Omdat het nachtleven ook vandaag weer niet op gang wil komen, besluiten we na een kop koffie maar terug ons hotel te gaan.


Woensdag 19 oktober

Vandaag moesten we weer verkassen; dit keer van Seongsan naar Jeju-si, de ‘hoofdstad’ van het eiland Jeju. Het is slechts vijf kwartier met de bus dus we hadden geen haast.
Na een stevig ontbijt zijn we  naar de bushalte gegaan, waar we maar heel even hoefden te wachten op de bus.

Iets voor tienen waren we op het busstation van Jeju, waar we een taxi hebben genomen naar ons hotel. Helaas konden we nog niet op de kamer. We hebben onze tassen in een kamertje achter de receptie gegooid en zijn eerst op zoek gegaan naar een koffieshop.
Na een lekkere bak koffie zijn we naar de ferry terminal gegaan, waar we vijf dagen geleden in de regen arriveerden. We wilden even kaartjes reserveren voor de Pink Dolphin, een wat luxere (mét stoelen) en snellere (3½ uur i.p.v. 5 uur) catamaran veerboot naar Mokpo.

Op weg naar de ferry terminal zijn we nog over een vismarkt gelopen waar ze de vis die gevangen was aan het verpakken waren. Vrouwen zaten op de grond bij kratten vol met vis, die ze netjes overpakten in dozen en ‘koelboxen’. Het was dus geen drukke markt met veel mensen die vis willen kopen, maar het leek er meer op dat hier de vis verpakt werd voor restaurants e.d.
Toen we even later bij het terminal gebouw aankwamen was dit zo goed als verlaten. Bij de infobalie maar even gevraagd waar we kaartjes voor de veerboot konden reserveren. We werden we naar kamer 103 verwezen. Door een lange lege gang (het leek wel een ziekenhuis) liepen we naar kamer 103, waar inderdaad iemand onze reservering in het systeem heeft gezet. Morgen om 09:00 uur kunnen we de kaartjes ophalen.

Voor de rest van de dag stond er eigenlijk niets op het programma en konden we een Jeju-si een beetje verkennen. Diana had nog iets gelezen over Yongduam Rock, een brok lava waar je een draak in kunt herkennen. Deze rots ligt op vier kilometer wandelen over een soort van boulevard aan zee, dus daar waren we nog wel even zoet mee.
Onderweg konden we genieten van de zee en de door lava gevormde kustlijn en met enige regelmaat werden we gestoord door een, naar Seoul of Busan vertrekkend vliegtuig. De vliegtuigen vlogen hier nog erg laag dus dat was best een mooi gezicht.

Als het niet zo druk was geweest bij de draak, waren we deze rots vast voorbij gelopen. Hoe we ons hoofd ook hielden en waar we ook gingen staan, wij zagen er geen draak in; te weinig fantasie of te weinig gedronken.
Omdat dit wel weer een bestemming is die op de verplichte bezichtigingen-lijst van de  Zuid Koreaanse scholieren staat, zag het hier weer zwart van de school-uniformen. Allemaal wilden ze met de draak op de foto, dus het viel voor ons niet eens mee om een foto te maken van de draak.
Er waren zelfs een paar scholieren die met Rob op de foto wilden en hoewel hij naar de rots bij zee bleef wijzen, omdat daar de draak stond, bleven ze aandringen op een foto met hem; vooruit dan maar.

Na dit culturele hoogtepunt van Jeju, zijn we teruggelopen naar downtown Jeju-si. We kwamen langs het Ramada Plaza hotel en toen konden we het niet laten om daar even binnen te kijken. Wat een joekel van een hotel en wat een luxueuze aankleding. Als je voor de enorme ramen van het atrium staat, waan je je op een cruisschip op volle zee.

Nadat we even hebben gezien waar we ook hadden kunnen slapen en in de lobby zuinig een colaatje met z‘n tweeën hebben gedeeld, zijn we doorgelopen naar het shoppingdistrict van Jeju-si. Net als in bijna alle andere plaatsen worden de straten gedomineerd door winkels voor outdoorkleding, sportkleding en mobiele abonnementen met de daarbij horende toestellen natuurlijk.

‘s-Avonds hebben we in de zwarte varken buurt een leuk steengrill restaurantje gevonden waar we weer lekker van dit zwarte varken hebben gegeten. Diana had dit keer weer een ander stuk van het varken gekozen en dat bleek een goede keus.
Verder was het een beetje het zelfde recept als bij de vorige grill avond; blaadje sla, wat prei in soja, taugé, kimchi erbij, wat paddenstoeltjes en een teentje knoflook: smullen maar!
Na dit heerlijke diner nog even koffie drinken bij een Starbuck na-aper. Hier is het zelfs gelukt koffie met een toef slagroom te bestellen en daar is echt hoge school handen-en voeten communicatie voor nodig.
 


Zuid Korea 2


Donderdag 6 oktober

Week 2 van onze vakantie is begonnen en vandaag verkassen we van Andong naar Gyeongju. Een tocht van ongeveer 2 uur.
Volgens de Tourist Information gaat de bus om 11:20 uur dus we kunnen een beetje uitslapen voordat we gaan ontbijten.
Na het ontbijt weer geld pinnen, niet omdat we alweer geld nodig hebben, maar meer omdat hier een automaat is die buitenlandse bankpassen accepteert en je weet maar nooit hoe lang het weer duurt voordat die gelegenheid zich weer voordoet.

We zijn al om 10:50 uur op het busstation en dat is maar goed ook, want de bus blijkt om 11:10 uur te vertrekken i.p.v. 11:20 uur zoals de Tourist Information ons vertelde.
Nog snel even een bak koffie naar binnen gewerkt en dan snel naar platform 2.
De bus van vandaag had luxe businessclass stoelen waarvan er maar drie naast elkaar konden in de bus. We begonnen al aardig te wennen aan dit soort stoelen en het zal wel erg tegenvallen als we weer economy moeten reizen, bijv. op de terugvlucht. In tegenstelling tot veel andere landen hoef je hier niet bang te zijn dat de bus vol zit; dit keer zitten er maar 5 passagiers in de bus!
Ondanks dat het maar een ritje is van 2 uur vindt de chauffeur het toch nodig om na een uur even een parkeerplaats op te rijden voor een stop van 15 minuten. Kon in ieder geval de blaas weer even geleegd worden.

Om 13:30 uur stonden we op het busstation van Gyeongju en gingen we op weg naar ons volgende liefdesnestje. Na een kleine omzwerving en een beetje hulp van een Zuid Koreaans stel, hebben we ons hotel dichtbij het busstation nog snel gevonden. Net als bij het vorige hotel, zat er alleen maar iemand achter een loketje om je sleutel te halen en te betalen en voor de rest alleen maar slaapkamers. We raken er aan gewend.
Dit hotel is wel uitgerust met de meest luxe wc-bril die we ooit gezien hebben (made by Samsung!). Er zit een soort armsteun aan met maar liefst 14 voorkeuze knoppen voor spoelbeurten; veel schoner kun je ’m niet krijgen!

Na een verantwoorde lunch bij McD. Zijn we naar het Tumuli Park gegaan. Dit park is eigenlijk een grote koninklijke begraafplaats want, net als in Gonju, bestaat het park vnl. uit grote heuvels (Tumuli) waar de royalties uit het Shilla tijdperk zijn begraven. Eén van de graven kon je in en binnenin was een soort dwarsdoorsnede gemaakt zodat je kon zien hoe een heuvel is opgebouwd.
De heuvels zijn voor ons een boeiende excursie, maar dat gold blijkbaar ook voor de scholen uit de wijde omgeving; kollones bussen kotsten lange rijen kinderen uit, die vervolgens onder begeleiding van juf, meester of leraar, lerares alle details over deze bijzondere periode uit hun geschiedenis kregen te horen. Spijtig voor de leerkrachten, maar over het algemeen hadden de kinderen meer interesse in de twee Nederlandse toeristen dan in de Tumuli.

Na een uurtje naar de scholieren te hebben gekeken, viel het ons op hoe ze allemaal op elkaar lijken. 
De één is wat dikker dan de ander maar de kopjes zijn vaak maar moeilijk uit elkaar te houden en als je ze dan ook nog eens allemaal in het zelfde schoolkostuumpje stopt wordt het wel erg lastig. De meiden leken bovendien allemaal gekloond te zijn van Ushi (hoewel zij Japans is); steil haar, rechte pony en een iets te grote bril op de neus.

‘s-Middags hebben we het centrum van Gyeongju onveilig gemaakt en daar geconstateerd dat ook hier een feest op het punt van beginnen staat. Dit feest gaan wij niet meemaken omdat wij dan al naar Busan zijn, maar oktober lijkt wel de feestmaand bij uitstek te zijn.
Deze avond eten we weer eens bij een ‘echt’ restaurant en het eten smaakt er vurrukkeluk.

Vrijdag 7 oktober

Vandaag stonden de Bulguksa tempel en Seokgurum grot op het programma, beide staan op de werelderfgoedlijst van de Unesco.


Voordat we op de bus stapten, zijn we toch nog even naar de Tourist Info gegaan om een telefoontje te (laten) plegen met een hotel in Busan. Diana had al geprobeerd om een hotel te boeken via de verschillende booking-sites, maar alles leek vol te zijn; zelfs de duurdere hotels.
Gelukkig had het Queens Hotel nog een kamertje vrij. Nu hoorden we ook waarom alle hotels vol zaten, het International Filmfestival Busan is o.a. dit weekend in de havenstad. De Nederlandse regisseur Joost van Ginkel debuteert hier met zijn film 170Hz. De prijzen voor de hotelkamers zijn daardoor ook extra hoog, maar er is eigenlijk geen alternatief.
Om 09:05 uur stapten we uiteindelijk op bus 11 naar Bulguksa. Waar we de sereniteit van een Boeddhistische tempel verwachtten kregen we de gekte van een dagje Efteling op een topdag. Zeker honderd bussen stonden op het parkeerterrein en bij het tempelcomplex zagen we wat er uit gekomen was: duizenden kinderen die shreeuwend door elkaar liepen en ons steeds lieten merken hoe goed hun Engels is: hello en how are you, voerden de boventoon, maar één van de meisjes riep zelfs i love you tegen Rob, waarna ze bijna gillend gek werd.
Het tempelcomplex was schitterend; mooie gebouwen, prachtig houtwerk, vele Boeddha’s en af en toe een monnik. De sfeer er omheen was vreemd met die enorme drukte, maar tegelijk ook wel weer leuk.
Nadat we onze trommelvliezen een uur hadden bloot gesteld aan de herrie van de schoolkinderen gingen we met bus 12 op weg naar de Seokgurum grot en de Sakyanuni Boeddha die in deze grot staat.
De bus slingerde via een soort bergweg omhoog en na een tiental minuten stonden we op de parkeerplaats van de tweede attractie van vandaag. We moesten nog een paar honderd meter omhoog lopen en ook nog een stenen trap op klauteren, maar toen waren we er dan. Er was een klein paviljoentje opgebouwd tegen de grot en toen we daar naar binnen gingen zagen we Mr. Boeddha staan, achter een grote spiegelende glasplaat; goed beschermd, maar geen gezicht!


We waren er met een paar minuten uitgekeken en zijn teruggelopen naar de parkeerplaats. Onderweg kwamen we nog langs een andere Boeddhistische tempel waar naast het gebouwtje grote stapels dakpannen lagen. Voor 10.000 Won kun je zo’n dakpan kopen en daar mag je dan een eigen boodschap op zetten. Het geld wordt gebruikt voor de uitbreiding en onderhoud van de tempels. Dit hadden we overigens al vaker gezien bij Boeddhistische tempels.  


De omgeving van de Seokgurum grot was wel erg mooi en vanaf de parkeerplaats had je rondom een fantastisch uitzicht op deze landelijke omgeving.
         
Niet veel later waren we via dezelfde slingerweg al weer afgedaald naar de parkeerplaats bij Bulguksa en daar hebben we maar even wat gegeten voordat we terug gingen naar Gyeongju.
We hadden op de heenweg al gezien dat de omgeving van Gyeongju er fantastisch uitzag met zijn rijstvelden omgeven door heuvelachtig landschap, dus in de bus besloten we, ergens midden tussen de rijstvelden, maar op de STOP-knop te drukken en van daar lopend terug te gaan naar Gyeongju. Dit is een goede keuze geweest want het was veel leuker om tussen de gelige rijstvelden te lopen dan er met de bus doorheen te scheuren.
Na ruim twee uur wandelen waren we weer terug in Gyeongju en we vonden dat we wel een McFlurry verdiend hadden.  

Zaterdag 8 oktober  

We liepen al om 07:30 uur bij de bakker binnen, maar dat was duidelijk veel te vroeg; alleen nog brood van gisteren. Toch maar wat naar binnen gespoeld met een bakkie thee.
Om te voorkomen dat de gereserveerde kamer aan onze neus voorbij zou gaan wilden we niet te laat in Busan zijn en 08:00 uur trokken we deur van Hotel Krikkesteijn achter ons dicht.
Nog geen kwartier later zaten we al in de bus op weg naar Busan, een ritje van nog geen uur.
In Busan zijn we overgestapt op de metro en 14 haltes en een half uur lopen later waren we bij ons hotel. De reservering was goed doorgekomen, maar we konden nog niet op de kamer. Tassen in een kamertje achteraf gegooid en terug naar de metro, op weg naar onze eerste bestemming: de Beomeosa tempel.  


We zijn inmiddels aardig thuis in het openbaar vervoer van Zuid Korea en in no-time zijn we weer aan de andere kant van de stad bij het grote tempelcomplex, eerst met de metro en dan nog een klein stukje met de bus. Tijdens het ritje met de metro loopt er een christelijke met een groot kruis op zijn pak door het rijtuig en nadat hij een aantal van zijn landgenoten had toegesproken, moest hij natuurlijk ook even de gelovige van de twee toeristen aanspreken. Hij stelt een paar moeilijke vragen aan Rob en die geeft blijkbaar de juiste antwoorden want bij de volgende halte verlaat de man met het kruis de metro weer.

Het complex doet wat te stads aan; er hangen overal spandoeken en andersoortig versiersels die je eerder in een winkelcentrum verwacht dan bij een tempelcomplex. De verschillende tempels zijn echter zeker de moeite waard, al is het maar omdat ze intensief gebruikt worden door de inwoners van Busan. In alle tempels staan mooie Boeddha’s en andersoortige wezens opgesteld en de beschilderingen van de plafonds zijn ook erg mooi.
Aan het eind van ons bezoek besluiten we hier maar even een dakpan te kopen ter ondersteuning van het onderhoud en nieuwbouw van dit complex.
We gaan terug naar de metro en 4 haltes verderop gaan we er weer uit voor een bezoek aan het Geumjeong fort. We lopen eerst een stukje, maar onderweg veranderen we het plan en besluiten met de kabelbaan omhoog te gaan. De opstapplaats voor deze kabelbaan is goed verstopt in een park, dus het duurde even voordat we die gevonden hadden.
Het ritje omhoog met de kabelbaan duurde nog geen 10 minuten, maar was wel de moeite waard omdat je een fantastisch uitzicht hebt over Busan. Boven aangekomen volgen we de bordjes naar de South Gate, maar na een half uur liepen we op een trail waarvoor we toch behoorlijke inspanning moesten leveren en kregen we het vermoeden dat we ergens een verkeerde afslag hadden genomen. We besloten het maar eens aan iemand te vragen, maar na wat langs elkaar heen praten waren we niet veel wijzer geworden. Het enige dat we begrepen was dat we hen maar moesten volgen en dat ze ons dan wel naar de metro zouden brengen. Het alternatief was om weer helemaal terug te gaan, dus we volgden het Zuid Koreaanse stel de rest van de trail. De omgeving waardoor we liepen was fantastisch en soms had je weer een mooi doorkijkje naar de mega-stad Busan.
Opeens stonden we weer op een weg waar het stel de auto had geparkeerd. We zijn in hun oude Hyundai Sonata gestapt en wat we dachten te hebben begrepen bleek juist, we werden netjes gedropt bij het dichtstbijzijnde metrostation; aardige jongens die Zuid Koreanen!

Het was inmiddels 16:00 uur en dus zijn we eerst maar even gaan inchecken bij ons hotel. De kamer was beschikbaar en onze tassen stonden er nog; wat wil je nog meer.
Hierna eerst maar even een broodje gegeten, want dat was er nog niet van gekomen door onze dwaaltocht.
Na de versnapering zijn we op weg gegaan naar Haeundae Beach. Als je zo dicht bij zee bent wil je natuurlijk even over het strand gelopen hebben, maar bovendien was dit één van de twee locaties waar het Busan International Film Festival (BIFF) zich afspeelde.
Het was er gezellig druk en vanwege het filmfestival stond het strand vol met tenten van sponsoren en andersoortige reclame-uitingen die bij zo’n festival horen. Er was ook een podium waar om de twee uur iets zou gebeuren, maar we moesten daar dan meer dan een uur op wachten en daar hadden we geen zin in.
In een restaurant bij Haeundae Beach hebben we nog wat gegeten waarna we terug zijn gegaan naar ons hotel. 

Zondag 9 oktober

Volgens de boeken moest je vroeg op de vismarkt van Jagalchi zijn want dan is er het meest te doen. Dat had dus weer tot gevolg dat we vandaag niet konden uitslapen.
We hadden eindelijk weer een hotel mét ontbijt, al was het dan wel self-service. Na een paar toast, een kopje jus en een kopje thee gingen we snel op weg naar de vismarkt.
Het was heerlijk rustig op straat en in de metro; de inwoners van Busan sliepen blijkbaar wel uit.
 

Rond 08:30 uur stapten we uit de metro op station Jagalchi en een paar minuten later stonden we op de gelijknamige markt. Hoewel de handelaren al volop bezig waren, waren  er nauwelijks mensen die al deze waar moesten gaan kopen. Dat had natuurlijk alles met de zondag te maken; maar goed, het gaf ons in ieder geval de gelegenheid om alles eens van dichtbij te bekijken. Behalve de ‘standaard’ vis die je zo in de pan kan gooien, werd hier vooral ook zo goed als levende vis verkocht en behalve vis ook allerlei schelpen, slakken, octopussen, wormen, kreeften, krabben en ga maar door. Je moest zelfs uitkijken dat je niet over een octopus struikelde, want ze waren nog zo levendig dat ze uit de bakken kropen en over straat glibberden.
In een grote hal was er ook nog een restaurant waar je tussen de bakken met zeedieren zat. Je kon ze zo zelf pakken en laten bereiden.
Na een uurtje hadden we wel genoeg vislucht op de nuchtere maag gehad en gingen we weer naar de metro.

We wilden revanche voor het mislukte bezoek aan het Geumjeong fort van gisteren, dus daar ging de reis heen. Dit keer geen wandeling en tocht met de kabelbaan, maar op dezelfde manier als de Zuid Koreanen dat doen: met de bus.
Toen we bij een cafeetje een bakkie koffie zaten te drinken zagen we al welke bus we moesten hebben. Bij de halte van bus 203 stond een lange rij wachtende en allemaal in vol ornaat. De zondag is voor de Zuid Koreanen zo’n beetje landelijke nordic-walking dag, dus iedereen had stokken bij zich, een rugzak om en fraaie outdoor-kleding van de bekende merken aan.

Gelukkig waren ze ook weer niet allemaal zó actief dat ze het ritje naar boven in de bus wilden staan dus wij konden voorkruipen voor een staanplaats in de bus.
Boven aangekomen was het een drukte van belang; het was net of we bovenop een mierenhoop stonden, maar dan wel mieren in kleurijke kledij.
Om te voorkomen dat we weer een verkeerd pad in zouden slaan hebben we maar weer gevraagd welke kant we op moesten en dit keer kwamen we inderdaad langs de resten van de verdedigingsmuur van het fort (het fort zelfs is er nl. niet meer) en even later bereikten we zelfs één van de vier poorten uit deze verdedigingsmuur.
We hebben hier even op een grote zwerfkei gezeten om uit te rusten van de pittige klim die we hebben moeten maken om de poort te bereiken, maar bovendien konden we zo genieten van al dat volk dat voorbij kwam.

Toen de inwendige mens had aangekondigd dat het lunchtijd was zijn we weer hetzelfde stukje naar beneden gelopen, waarna bus 203 ons weer netjes in de buurt van het metrostation heeft afgezet.
Omdat we verder niets meer op het programma hadden staan zijn we met de metro naar Gwangan Beach gegaan en hebben aan het strand wat gegeten.



Bij dit strand is ook de grootste hangbrug van Zuid Korea en die hangbrug wordt ‘s-avonds feestelijk verlicht, iets dat je niet mag missen. Er zat voor ons niets anders op dan de hele middag doorbrengen aan het strand; door het zand banjeren, op een terrasje wat drinken, bij het strand zitten, nog wat drinken, een hapje eten, totdat het eindelijk donker werd. Het viel allemaal niet mee …….
Toen eindelijk de lichten aan waren bleek dat niet alleen de brug feestelijk verlicht was, maar ook alle hoogbouw die hier aan het strand staat deed mee; het was net Hong Kong in het klein.

Je zou hier nog uren kunnen blijven zitten, maar aan alles moet een eind komen, zo ook aan deze heerlijke vakantie-middag. Terug naar de metro, via een bakkerijtje voor een bak koffie en langs een geldautomaat om de portemonnee te vullen, naar ons hotel om de spullen weer in te pakken voor der reis naar Jinju.


Maandag 10 oktober          

Vanochtend hadden we geen haast en konden zelfs een beetje uitslapen. Jinju was nl. slechts anderhalf uur met de bus.

Na het self-service ontbijt gaan we voor het laatst naar de metro om van daar bij het busstation te komen; om 09:45 uur laten we de miljoenenstad Busan achter ons, om precies anderhalf uur later in Jinju op het busstation te staan. 

Ook in Jinju hebben we geen haast want het hoogtepunt hier is het Jinju Namgang Lantern Festival (lampionnen-festival) en dat is pas leuk als het donker is.
We gaan eerst op weg naar de tourist-information om daar wat info te krijgen over Jirisan National Parc, maar helaas is het net lunchpauze en wij gaan daarom maar even een rondje maken in het naastgelegen fort. Hier zien we eerste kunstwerken voor het festival al staan; meer dan levensgrote poppen gemaakt als lampionnen. In het fort staan vooral ‘beelden’ van oude Koreaanse krijgers maar ook fantastische kraanvogels, spelende kinderen en allerlei bijbehorende attributen; zelfs de vuilnisbakken waren als lampion-model uitgevoerd. Dat kon nog wat worden vanavond, want dit was maar een klein voorproefje van wat er vanavond op de Namgang rivier.
Na even in de schaduw bij het fort te hebben gezeten gaan we voor de herkansing naar de tourist-information. 

De dames van de tourist-information kunnen ons heel behoorlijk te woord staan en we laten ons inlichten over een trail in het Jirisan National Parc, maar ook over de bussen ernaar toe en de bus naar onze volgende bestemming: Boseong.

We besluiten toch maar een dagje langer te blijven zodat we naar het Jirisan National Parc kunnen.
‘s-Middags verkennen we Jinju een beetje, maar eigenlijk is het daar veel te warm voor. We lopen nog wel even over de markt en kopen daar daar een Zuid Koreaanse wasknijpers; je zal ze maar nodig hebben. Al snel gaan we dan op zoek naar een plek waar we wat kunnen drinken en dat valt nog niet mee. Koffieshops word je mee dood gegooid, maar een leuk terrasje is ver te zoeken. Uiteindelijk lukt het wel natuurlijk.
Voordat we naar het avondprogramma van lampionnen festival gaan, eten we in de Zuid Koreaanse variant van een wok-restaurant. Hier zit de wok echter in de tafel gebouwd en komt de bediening steeds langs om aan tafel het eten te bereiden.      
Wij kiezen vanavond voor gemarineerde kip, maar uiteindelijk gaat behalve de kip, ook prei en even later de rijst met wat zeewier en een goedje in de wok. Dit is een typisch Zuid Koreaans en het is nog erg lekker ook!
Na dit heerlijke maal, dat bovendien spotgoedkoop was, gaan we op weg naar de rivier. Onderweg genieten we nog even van de show die een verkeersagent weggeeft bij het regelen van het verkeer; hij gebruikt Michael Jackson-achtige bewegingen om het verkeer in juiste banen te geleiden.

Als we bij de rivier komen weten we niet wat we zien. Tussen twee bruggen over de rivier, over een afstand van 500 a 600 meter, ligt het water vol met grote lampionnen die stuk voor stuk iets uitbeelden. Zo was er een gedeelte met figuren uit de Zuid Koreaanse geschiedenisboeken, maar ook een groot deel met dansgroepen, sprookjesfiguren en zelfs figuren die verre landen vertegenwoordigden. Zo stond er het Vrijheidsbeeld, Manneke Pis en een molen uit ons eigen Nederland. Te veel om op te noemen en eigenlijk moet je het gewoon zien.
Alle figuren zitten kunstig in elkaar en zijn stuk voor stuk fantastisch om te zien.
Behalve deze grote figuren kun je ook zef een klein lantaarntje in de rivier zetten waar je dan een wens op schrijft. Wij denken nog even na over de juiste tekst.
Na een paar rondjes over het festival terrein gaan we terug naar ons hotel. Als de dames van de tourist-information ons goed hebben voorgelicht, gaat de bus naar Ssang-sa morgenvroeg om 08:35 uur.

Dinsdag 11 oktober


We hadden voor vanochtend de wekker gezet want we wilden de bus van 08:35 uur naar Ssanggyesa niet missen. Nog even ontbijten bij Paris Baguette en dan snel naar het busstation.
Op de borden in dit busstation was geen letter te bekennen, alleen maar Zuid Koreaanse tekens, dus het was maar goed dat we gisteren wat informatie verzameld hadden.
Althans, dat zou je denken; toen we bij het loket kaartjes wilden kopen werd na een beetje handen-en-voeten communicatie al snel duidelijk dat er helmaal geen rechtstreekse bus naar Ssanggyesa gaat. Alle plannen konden in de prullenmand en we moesten overschakelen op plan B. Eerst met de bus naar Hadong en dan daar maar weer kijken wanneer de bus naar Ssanggyesa gaat.
Door alle commotie gaat de bus van 07:57 uur net voor onze neus weg, maar een kwartier later gaat de volgende bus naar Hadong al weer.

Een uur later zijn we in Hadong en daar blijkt inderdaad een bus naar Ssanggyesa te gaan, we moesten er wel drie kwartier op wachten. Elk nadeel heeft z’n voordeel, want nu konden we in Hadong op zoek naar een koffieshop en gelukkig is de keten Tous les Jours ook hier vertegenwoordigd.

Om 10:10 uur zitten we dan eindelijk in een bus naar Ssanggyesa, maar het blijkt wel een soort stopbus te zijn want waar de bussen die we tot nu toe hadden altijd van station naar station reden, maakt deze de nodige tussenstops om mensen op te pikken.
De bus vanuit Hadong lijkt er wel eentje die door de ANBO is ingehuurd; allemaal oudjes aan boord, sommigen moeten op de knieën het trapje van de bus op komen.
Het zware werk heeft bij de oudjes duidelijk sporen achtergelaten; de één is nog krommer dan de ander; bij sommigen staat de rug onder een hoek van 90 graden, wat op zich wel handig is als je klein geld op straat zoekt, maar orthopedisch verantwoord lijkt het niet.

Het ritje naar Ssanggyesa gaat door een heel andere omgeving dan we tot nu toe gezien hebben. We zien theeplantages waar lange rijen theestruiken op de hellingen staan, maar we zitten nu ook veel meer tússen de bergen en de uitzichten onderweg zijn prachtig. Dit laatste is hopelijk een voorproefje van wat we straks nog zullen zien in Jirisan National Parc, want daar gaat het vandaag om.

Rond 11:00 uur stopt de chauffeur voor de zoveelste keer bij een bushalte, maar dit keer schreeuwt hij er ook ‘Ssanggyesa’ bij. Die schreeuw is duidelijk voor ons bedoeld. We stappen uit de bus en gaan een betonnen brug over een bijna droogstaande rivier over, op weg naar Ssanggyesa. Bij dit tempelcomplex is nl. het vertrekpunt van de trail naar de Buril waterval. Deze trail is slechts 2,5 km lang, dus dat mag geen pijn doen met onze goede conditie en soepele loopstijl.


Zoals zo vaak liggen theorie en praktijk ver uit elkaar. 
Dit keer geen langzaam klimmend zandpad waar je fluitend van de natuur kunt genieten, nee, deze trail is eigenlijk het best te vergelijken met een 2,5 km lange trap met ongelijke treden. Elke stap is lastig en je moet ook echt stil gaan staan om van de omgeving te genieten want als dat lopend probeert ga je gegarandeerd gestrekt.
Die omgeving is zeker de moeite van het stoppen waard; de herfst heeft al voor behoorlijk wat kleur gezorgd ondanks dat de temperaturen meer aan hoog zomer doen denken. We komen langs mooie doorkijkjes en drooggevallen bergbeekjes en af en toe springt er een soort eekhoorn voor de voeten langs.
We hebben uiteindelijk anderhalf uur nodig voor een trail van 2,5 km; dat is duidelijk geen PR en de Buril waterval, waar we na al deze inspanning zijn beland, was duidelijk over zijn hoogtepunt heen. Zoals veel watervallen moet je voor een kolkende watermassa in het voorjaar komen kijken. Na 5 biertjes produceer je waarschijnlijk een zelfde straal als er nu van deze waterval af komt.

Nadat we wat plaatjes hebben geschoten en een beetje op adem zijn gekomen gaan we op weg terug. Hoewel down-hill een aanzienlijk zwaardere belasting is voor de knieen, leggen we de terugweg in een uurtje af.
Terug bij het tempelcomplex gaan we deze ook nog even bezichtigen en hoewel dit niet het hoofddoel van vandaag was, is dit tempelcomplex misschien wel de mooiste van Zuid Korea en bovendien komt hier vrijwel niemand, dus konden we er heerlijk met z’n tweetjes ronddwalen.
Nadat we er uitgekeken zijn gaan we naar een restaurantje bij de weg om wat te eten en te drinken, maar vooral ook om even op adem te komen.

Na deze lunch besluiten we via de weg nog een stukje terug te lopen omdat we de theeplantages van dichtbij willen zien. Deze theeplantages zijn heel bijzonder om te zien, maar daarvan zullen we er morgen in Boseong nog veel meer zien dus, wanneer na een paar kilometer wandelen een bus langs komt steekt Diana haar hand op en stappen we in, om de hele rit van vanochtend in omgekeerde richting te doen.

Om 17:15 uur waren we weer in Jinju en zijn eerst ergens gaan zitten om wat te drinken en even bij te komen van deze slopende dag.
‘s-Avonds eten we bij een soort Italiaan en na een heerlijke lasagne gaan we toch nog een keer naar het festivalterrein bij de rivier om daar een lampionnetje met geluksbericht op de rivier te zetten. In het berichtje op de lampion hebben we alle volgers van deze blog heel veel gezondheid toegewenst, dus dat pak je maar mooi even mee.

Woensdag 12 oktober

Zoals gisteren al verraden, gaan we vandaag op weg naar Boseong. Ook vandaag geen rechtstreekse bus, maar een overstap in Suncheon. We hebben nog geen 5 minuten voor de overstap, dus een bakkie koffie zit er niet in.
Rond 11:30 uur zijn we uiteindelijk in Boseong en op een steenworp afstand van het busstation vinden we een hotel.
Boseong is in vergelijking met de eerdere steden, een klein dorp en dat merken we gelijk wanneer we op zoek gaan naar een gelegenheid om wat te eten; die vinden we dus niet. Uiteindelijk komen we uit bij een klein supermarktje waar we een noedelsoepje kopen en een blikje drinken. Daar moeten we het maar even mee doen.

De belangrijkste, of eigenlijke enige, reden om hier een stop te maken zijn de nabij gelegen theeplantages. We lopen na de ‘lunch’ gelijk weer naar het busstation om daar de bus naar deze theeplantages te pakken. Dit keer geen halfvolle bus met luxe stoelen, maar een oud barrel, volgestouwd met mensen die net op de markt inkopen hebben gedaan.
Ondanks dit ‘ongemak’ staan we binnen een half uur onderaan de theeplantages.
De theeplantages zijn spectaculair gelegen op een heuvel; de theestruiken staan in bochtige rijen en zijn strak gemanicuurd. Je kunt je hier met je camera helemaal uitleven op het lijnenspel.
Ergens halverwege onze wandeling tussen de rijen theestruiken door staat een man te gebaren dat we naar hem toe moeten komen. Volgens hem is daar de plek om de ideale foto te maken en hij is niets te beroerd om dat even voor ons te doen. Voor we het weten staan we ook eens samen op een foto.

We wandelen nog een uurtje over de theeplantage en net als gisteren is het meer klimmen dan wandelen. Het is vanmiddag voor het eerst een keer bewolkt en dat komt hier niet eens slecht uit.
Rond 15:00 uur gaan we op weg naar een bushalte en wachten een half uurtje op de bus die ons terug brengt naar Boseong. Wanneer we Boseong inrijden zien we een soort KFC, dus we onthouden waar dit kip-restaurant zich bevindt, zodat we vanavond toch nog ergens wat kunnen eten.