Panama-Costa Rica-Nicaragua 2

Maandag 02 december

Vandaag geen wekker, maar gewoon uitslapen en om 07:00 uur ontbijten. Direct daarna de rekening vereffenen bij Juan en dan op naar de ferry. In Moyogalpa nemen we nog een laatste smoothie bij ‘The Cornerhouse’ en om 09:00 uur vertrekken we dan met de ‘Isla de Ometepe 3’ naar San Jorge. De overtocht verliep voorspoedig, maar het was al verrot heet in de zon op dit vroege uur.

In het haventje van San Jorge nemen we een ‘taxi collectivo’ en laten we ons naar het busstation brengen. Daar staat onze ‘chickenbus’, zoals ze hier heten, al te wachten. Wij hebben nog een zitplaats, maar dat kan niet iedereen zeggen wanneer we om 11:15 vertrekken. De bus is volgepropt er is zelfs een chicken aan boord. Met z’n koppie uit een plastic zak weet de kip behoorlijk wat herrie te maken. De bus stopt onderweg bij elke halte of bij iedereen die z’n hand opsteekt en het is ongelooflijk hoeveel mensen er in zo’n oude Amerikaanse schoolbus passen.

Net na 13:00 uur rijden we Granada binnen en worden we losgelaten op het lokale busstation. Het lijkt alsof je een bakoven binnenstapt; niet normaal! We wandelen door de hoofdstraat op weg naar ons hotel, maar na 5 minuten besluiten we toch een taxi aan te houden; we leggen het af door de hitte.
Ons hotel is een omgebouwd koloniaal huis en erg gezellig, met zelfs een mini-zwembad. Ze zijn er net de kerstboom aan het optuigen. We gooien de spullen op de kamer en gaan bij Kathy’s swaffelhuis (of zoiets) lunchen.

De middag gebruiken we om Granada te verkennen, maar het valt niet mee met de enorme hitte hier. Bovendien voelen onze benen aan alsof we een Jan Vetman-training achter de rug hebben.
We zoeken, waar mogelijk, de schaduw op en gaan al snel weer ergens zitten voor een versnapering.
Tegen het eind van de middag zitten we op de trappen voor Iglesia de la Merced weer eens bij te komen, wanneer we plots een aanhoudende sirene horen. De mensen om ons heen springen op en kijken de Calle Real Xalteva in; blijkbaar is daar wat gebeurd. Wij lopen ook die kant op en zien inderdaad dat er een ambulance met sirene onze kant op komt, maar wel heel erg langzaam. Als we wat beter kijken zien we achter de ambulance een hele optocht met vlaggen, katholieke beelden en dansmariekes.
Het is blijkbaar een optocht ter ere van het katholieke festival ‘Inmaculada Concepsion’ of ‘La Purisma‘, dat deze week plaatsvindt. Met onze camera’s in de aanslag wachten we op wat er gebeuren gaat.
Het blijkt uiteindelijk een enorme optocht te zijn van allerlei kerkelijke groepen die allemaal hun eigen dansje doen en muziek ten gehore brengen; een enorme ongeorganiseerde bende, maar wel erg leuk!

Wanneer de optocht bijna voorbij is en wij terug lopen naar ons hotel, komen we langs de kathedraal en wie zien we daar: Sinterklaas. Dus lieve kindertjes in Nederland, wees nog niet gevreesd er kan jullie op dit moment niets gebeuren want hij loopt hier rond. De Goedheiligman zal waarschijnlijk morgen met het vliegtuig uit Managua naar Nederland vertrekken zodat hij nog net op tijd is om daar zijn verjaardag te vieren.

Dinsdag 03 december

Vandaag onze eerste hele dag in Granada. Er is in deze stad en omgeving zat te doen, maar we willen persé naar de vulkaan Massaya omdat dit de meest actieve vulkaan is van de regio. Bovendien kun je met de auto tot aan de krater komen, dus geen klauterpartij in de hitte hier.
In de Lonely Planet lezen we dat in elk land met enige gezondheidsregels het verboden zou zijn om zo dicht bij een rokende vulkaan te komen, maar hier is men daar wat soepel in.
Diana ritselt een taxi van het type ‘sloopbak’ en spreekt een mooi prijsje af voor de rit incl. een uur bij de vulkaan. We rijden eerst richting de plaats Massaya en komen langs de afslag Laguna de Apoyo. Hier willen we eigenlijk ook nog heen; misschien morgen.
Een paar kilometers na Massaya slaan we linksaf naar de vulkaan. Het is een soort national parc, dus we moeten entree betalen en krijgen als beloning een soort all-inclusive armband. De taxichauffeur schrijft zich in bij het visitors-centre en daarna vervolgen we onze weg omhoog richting de enorme rookpluim die we al van verre kunnen zien. Ook onze neus vertelt ons dat we in de buurt komen, want de zwavellucht is goed te ruiken. Wanneer onze taxi hortend en stotend de parkeerplaats oprijdt, blijken we het tweede stel toeristen te zijn, dus dat is lekker rustig. In de reglementen staat dat je de auto met de neus naar de uitgang moet parkeren, zodat je snel weg kunt zijn bij een uitbarsting. We vragen ons af of dat veel verschil maakt, maar alle beetjes kunnen helpen. Onze chauffeur is er blijkbaar zo van overtuigd dat er vandaag niets gebeurd, dat hij de regel aan z’n laars lapt.

We lopen naar de rand van de vulkaan en zien van dichtbij de enorme rookontwikkeling uit de krater; fascinerend! We lopen over een netjes aangelegde trail wat verder omhoog om het allemaal nog wat beter te kunnen zien. Van het hoge punt zien we bovendien de vulkaan Momotombo zien liggen. Deze vulkaan ligt bij Leon, onze volgende bestemming. Nadat ons uurtje erop zit klimmen we weer in de taxi en gaan terug naar Granada.

In Granada laten we ons afzetten bij de Iglesia de la Merced waar we gisteren ook al waren. Vanaf 11:00 uur kun je nl. de klokkentoren in om van het uitzicht over Granada te genieten. Het is de ene dollar entree meer dan waard.
Hierna is het weer tijd voor een drink-momentje. De temperatuur bereikt nu al weer een tropische waarde, dus we moeten terugschakelen. Tijdens onze break besluiten we om ‘s-middags naar Las Isletas te gaan. Dit zijn 365 eilandjes (het kunnen er een paar meer of minder zijn) die ontstaan zijn door een eruptie van de vulkaan Mombacha.

We huren weer fietsen en gaan op pad.
Wanneer we bij het Lago de Nicaragua zijn aangekomen merken we al snel dat dit in het hoogseizoen een tourist-trap van jewelste is. Om de 100m probeert iemand een boottochtje naar de eilandjes aan ons te slijten. We trappen stoïcijns door totdat we aan het einde van de weg gekomen zijn. Ook hier weer een mannetje met een geplastificeerd vel papier met foto’s van het boottochtje langs de eilanden. We zeggen dat we alleen wat komen drinken en dat helpt want hij laat ons met rust.

Terwijl we aan het water zitten bedenken we dat het veel leuker is om in een kayak tussen de eilandjes door te varen dan in een motorboot. We gaan dus op zoek naar de verhuurder van die dingen. Diana onderhandelt weer stevig over de prijs en even later zitten hebben we een zwemvest aan en zitten we in een rode plastic kayak.
We gaan samen met een gids want we willen hier de (water-)weg niet kwijtraken.
We varen tussen de eilandjes door en krijgen biologieles van onze gids: vis zus, vogel zo, boompje hier, plantje daar, allemaal fantastisch. We varen een uurtje rond en dan is het weer tijd om aan land te gaan. Kayaks weer ingeleverd en gelukkig is alles redelijk droog gebleven (behalve de t-shirts onder het zwemvest).
We trappen de fiets weer aan en gaan terug naar Granada.

Woensdag 04 december

Vandaag onze laatste dag in Granada en die begint zwaar bewolkt. We nemen de tijd voor het heerlijke ontbijt van Casa San Francisco en besluiten dat we vandaag de markten van Granada en Massaya gaan bezoeken en misschien is er dan nog tijd voor Laguna de Apoyo over.
De bewolking was van korte duur, want wanneer we naar de Mercado Municipal lopen breekt het wolkendek alweer open. Op de markt kan Diana zich weer helemaal uitleven met het fotograferen van de lokale bevolking. Ze zijn hier gelukkig nog niet verpest dat ze na elke foto de hand ophouden, anders was het een duur ochtendje geworden. Er rijdt rond de markt een karretje rondt met een Maria-beeld dat wordt begeleidt door een huisorkestje.
Wanneer een marktkoopman een donatie doet, wordt het Maria-beeld recht voor de marktstal opgesteld en speelt het dweilorkest een paar minuutjes een hoem-pa-pa-nummer. Grappig om te zien hoe alle stalletjes een beurt willen krijgen; het zal wel geluk brengen. We hebben helaas geen tijd om hier een diepgaand onderzoek naar te doen want we willen de bus naar Massaya nemen.

Om in Masaya te komen nemen we de zgn. UCA-bus. Dit zijn, in tegenstelling tot de chickenbus, kleinere, comfortabelere bussen die ook minder vaak stoppen. Het is een gelijk een goede oefening voor morgen, want ook dan zullen we met de UCA-bus naar Managua gaan.
De rit gaat in dezelfde richting als gisteren naar de vulkaan, dus we weten ongeveer waar de bus zou moeten stoppen. Tot onze verbazing maakt de bus geen stop bij het busstation van Massaya (wat we wel verwacht hadden), maar maakt het, op verzoek, alleen een stop aan de grote weg . Wanneer we aan mede-reizigers vragen wanneer we eruit moeten voor de markt in Massaya blijken we al te ver te zijn. We gaan er bij de volgende stop alsnog uit en nemen een taxi naar de markt. Dat ging nog net goed.

De markt in Massaya is gelijktijdig het busstation voor de chickenbussen. Je kunt je voorstellen dat dit een grote chaos is. Voor ons wel weer handig want we vragen even waar de bus naar Laguna de Apoyo vertrekt en we kunnen vervolgens gelijk het marktwezen van Massaya onderzoeken; lekker efficient. De markt is veel ‘armoediger’ dan in Granada. De koopwaar staat onder eenvoudige stalletjes uitgestald op de grote zandvlakte waar bussen af- en aanrijden. Stof en uitlaatgassen doen toch wat afbreuk aan het effect van al die verse produkten.
Onze chickenbus naar Lago Apoyo vertrekt om 10:40 uur en we stappen tijd in om eens een goede zittplaats voorin te hebben. Deze bus brengt ons helemaal naar de waterrand van het kratermeer, waar de meeste bussen niet verder gaan de kraterrand. De rit duurt bijna een uur, maar dat komt vooral omdat de chauffeur elke 50m een bushalte ziet. Wanneer we uitstappen vragen we de chauffeur wanneer er weer een bus terug gaat en dat blijkt pas om 16:40 uur te zijn. Daar moeten we dus nog wat op verzinnen, want zo lang willen we niet blijven.

Bij het water aangekomen valt het op hoe weinig faciliteiten er zijn. Slechts een paar restaurant-achtige gebouwtjes en verder niets. Geen strandstoelen, boten of andere watersport-produkten; dat moet hier nog ontdekt worden.
We gaan bij een restaurant met uitzicht over het kratermeer zitten en bestellen er wat te eten. De chickenwings met rijst en gebakken banaan smaken heerlijk en nadat we een boertje hebben gelaten besluiten we toch maar om terug naar Granada te gaan en omdat hier geen taxi’s komen is lopen de enige optie.
Het is maar zo’n 2km naar de kraterrand, maar het is wel een hele steile weg omhoog. Als snel zijn we erachter dat dit geen goede keuze was, maar we lopen door. Elke auto die langskomt proberen we aan te houden, maar pas na 40 minuten hebben we geluk en stopt er een taxi die ons het laatste stukje naar boven rijdt.

Aan de kraterrand kijken we nog even naar het meer en misschien is het vanaf hier nog wel mooier dan beneden. We zien zelfs Granada en Las Isletas liggen vanaf dit hoge punt.
Terug aan de grote weg houden we een bus aan en luttele minuten later staan we weer bij het Parque Central in Granada. We lopen naar het Garden Cafe en bestellen een smoothie om onze dorst te lessen, daarna door naar ons hotel waar we de rest van de middag aan het mini-zwembad gaan liggen; heerlijk!

Donderdag 05 december

Na het vurrukkulukke ontbijt in ons hotel lopen we even naar het postkantoor om een paar kaartjes op de bus te doen. Volgens de vrouw bij het postkantoor zouden ze er met 2 a 3 weken moeten zijn. Resultaten uit het verleden hebben wel duidelijk gemaakt dat ze ook wel eens niet aankomen, dus afwachten maar.

Nadat we bij het hotel met de creditcard gezwaaid hebben lopen we naar het UCA-busstation, maar zover zullen we niet komen want een tegemoet rijdende UCA-bus begint al te toeteren als we worden gespot. We springen in de bus, proppen onze rugzakken naast de stoel en zijn op weg naar Managua. Dit ritje duurt nog geen anderhalf uur en wanneer we op het busstation in Managua aankomen staat er een bus naar Leon op het punt van vertrekken. We proppen de rugzakken dit keer onder de achterbank en gaan de bus in. Dat was een mooie snelle buswissel.
Anderhalf uur later zijn we in Leon op het busstation, waar we buskaartjes kopen naar Chinandega. Hier hebben we even tijd voor een sanitaire stop, maar dan is het alweer inladen en gaan. Dit keer staan de grote rugzakken op onze benen en hebben we de kleine rugzakken onder de oksel. Iets minder comfortabel allemaal, maar het ritje duurt maar drie kwartier.
In Chinandega nemen we een taxi naar het hotel en de hele verplaatsing heeft nog geen 4 uur in beslag genomen; niet gek!

‘s-Middags verkennen we Chinandega. Het is een druk stadje dat maar op 30km van de grens met Honduras ligt. We lopen over de markt, bewonderen de mooie kerken en nemen een hapje en een drankje. We zijn echter niet voor Chinandega deze kant op gekomen. Morgen wordt in de oude inheemse hoofdstad Tezoatega (tegenwoordig La Vieja) het zilver gepoetst ter ere van Maria’s onbevlekte ontvangenis, en daar moeten we al vroeg opdraven.

Omdat we horen dat er ook vandaag al van alles te doen is in La Vieja, nemen we een taxi er naartoe. Wanneer we naar de kathedraal lopen zien we een enorme bedrijvigheid; er worden honderden plastic stoeltjes neergezet, een podium wordt opgebouwd en de verlichting wordt in orde gebracht. Er is vanavond een soort zang- en dansavond als onderdeel van de feestweek die gaande is. Helaas begint dit pas om 20:00 uur, dus wij gaan weer terug naar Chinandega omdat we nog moeten eten.
We kiezen een soort gaarkeuken-achtig etablissement uit en kiezen onze warme hap uit de bakken die uitgestald staan. De borden gaan vervolgens nog even in de magnetron en wonder-boven-wonder smaakt het maaltje heerlijk. Met dank aan grootmoeders in de keuken.

Vrijdag 06 december

Vandaag was het een mooie dag om naar de kerk te gaan, dus na het ontbijt in de taxi naar de Iglesia van El Viejo. Vandaag was een belangrijke dag voor de gelovigen, want er werd een dienst  ter ere van La Purisma gehouden.
Toen we bij de kerk aankwamen zagen we dat er een enorme rij mensen staan van de traptreden buiten de kerk, tot aan het altaar; allemaal in afwachting van hun hostie en/of de zegen van de priester.
We lopen wat in en om de kerk, maar hebben al snel in de gaten dat dit nog wel even gaat duren. Tot overmaat van ramp is de batterij van Diana’s camera leeg aan het raken.
We besluiten terug te gaan naar het hotel want 11:00 uur is de check-uit tijd van het hotel en dan zal het hier nog niet afgelopen zijn. We gaan met een stampvolle chickenbus terug naar Chinandega. Bij het hotel gaat er een andere batterij in de camera en gooien we onze bagage bij het hotel in bewaring. Nog even snel een cappuccino bij de buurman en dan weer terug naar El Viejo.

Inmiddels is de mis in de overvolle kerk gestart en het gezang van de gemeente wordt ondersteund door een orkest dat lijkt op dweilorkest Kleintje Pils dat altijd bij de schaatswedstrijden in Heerenveen te horen is; best gezellig!
Steeds wanneer er weer een lied wordt ingezet in de kerk worden buiten eigengemaakte vuurpijlen afgestoken. Dat gebeurt hier niet lullig uit een fles, maar uit de blote hand. Misschien een aanrader voor de komende nieuwjaarsviering. Je moet de pijl bij het kruitdeel beetnemen en op het juiste moment lostlaten…….

Het lukt ons op een gegeven moment zelfs om backstage te gaan en dat zonder persaccreditatie. Zo kunnen we een deel van de preek van heel dichtbij volgen. Daar zien we overigens van heel dichtbij de oplossing voor de hele zwarte pieten discussie in Nederland: een zwarte sinterklaas!
Als dan eindelijk de wat langdradig preek ten einde is, worden er buiten de kerk een paar rituelen in gang gezet.

Ten eerste wordt al het koper- en zilverwerk dat een jaar ongepoetst is gebleven naar buiten gebracht en worden er kleine poetslapjes uitgedeeld. Iedereen kan een stukje van dit heilige zilver poetsen. Op deze manier spaart de kerk mooi wat schoonmaakkosten uit. Het valt wel op dat vooral kleine kinderen met de lapjes aan de gang gaan en dat riekt dan weer naar kinderarbeid. De gebruikte poetsdoekjes worden de gelovigen als ware relikwieën behandeld en verdwijnen snel in de tas.

Het tweede ritueel lijkt op een soort massale doop-actie, waarbij de gelovigen wel hun eigen water mee moeten nemen. De priesters (of andersoortige geestelijken) lopen met een metalen kroontje in de hand langs de menigte, dopen het kroontje in de emmer water die de gelovige heeft meegenomen en tikt dan even met het natte kroontje op het hoofd. Gezien het grote aantal mensen met een emmertje (of fles) water, wordt er veel waarde gehecht aan deze doop.

De menigte rondom de kerk is inmiddels enorm geworden en voor is dit het moment om naar Leon te gaan. Eerst de tassen opgehaald bij ons hotel in Chinandega en dan met zo’n saunabus naar Leon.
In Leon checken we in bij ons hotel en de kamer daar is niet mis; behalve een slaapkamer en badkamer hebben we een keuken annex TV-kamer, een veranda met een hangmat en vanaf deze veranda is het slechts een paar meter naar het ruime zwembad. Hier kunnen we het wel even volhouden.
Om het schuldgevoel af te kopen, gaan we morgen weer een vulkaan beklimmen, dat dan weer wel.

Zaterdag 07 december

Vanochtend om 08:00 uur werden we opgehaald door Ronaldo, de gids van Tierra Tours die ons mee zou nemen naar de vulkaan Cerro Negro. We gingen eerst nog even langs het kantoortje van Tierra Tours om de trip te betalen en een vrouw uit Litouwen op te halen die deze tour ook had geboekt.
We gingen eerst nog langs de markt voor wat fruit en water en dan ruim een uur hobbelen over een stoffige weg, naar de zwarte vulkaan.
Bij de vulkaan aangekomen krijgen we onze uitrusting uitgedeeld, een rugzak met knie- en elleboogbeschermers, handschoenen, beschermende bril, een XXL-overall en natuurlijk het belangrijkste onderdeel van de uitrusting: een oversized plank laminaat. Op dat laatste ding zouden we weer naar beneden gaan!

Maar eerst anderhalf uur door los lava-gesteente omhoog ploeteren; gelukkig maakten de uitzichten alles goed. Hoe hoger we kwamen, hoe meer het landschap maan-achtige trekjes ging vertonen. Verschillende kleuren bruin-rood gesteente afgewisseld met stroken witte as en hier en daar een pluimpje rook als waarschuwing dat de vulkaan nog leefde.

Helemaal boven hebben we nog even de krater ingekeken en konden we voelen dat de ‘grond’ hier heet aanvoelt; hier ga je het niet lang uithouden op je blote voeten!
Na wat plaatjes te hebben geschoten gingen we op weg naar de zijde van de vulkaan waar wij per laminaat-plank zouden gaan afdalen. Eerst even de ‘piste’ verkennen en het traject visualiseren dan onze uitrusting aan.

Geen fraai gezicht, maar zonder deze uitrusting zou het fijne lava-grind je aardig kunnen opschuren.
Volgens Ronaldo is de hellingshoek zo’n 40 graden en volgens ons is dat vergelijkbaar met een donkerrode piste. Groot verschil met skiën is dat je deze helling in een rechte streep afdaalt, terwijl je bij skiën af en toe een bochtje zou maken. Remmen konden we door onze hakken in het lava-grind te plaatsen, maar dan weer niet te diep want dan wordt je gelanceerd.
We gaan naar de startplek van deze dodenrit en één voor één beginnen we aan de afdaling van 726m. De beschermende kleding is niet voor niets want af en toe sprint er wat fijn grind op tegen het gezicht in de oren.
De hakjes blijven het grootste deel van de afdaling in het grind, zodat we alledrie heel gecontroleerd beneden komen. Dat was gaaf om te doen en met de kennis van de piste die we nu hebben opgedaan, denken we dat we het een volgende keer zeker sneller  gaan.
We ontdoen ons van de uitrusting en kloppen de zwarte stof uit onze kleding en de steentjes uit ons haar. We eten een paar bananen en spoelen het laatste restje stof uit de mond met een flesje water.
Dan gaan we weer terug naar Leon, een fantastische ervaring rijker.

‘s-Middags houden we een soort siesta; beetje lezen en af en toe het zwembad in. In de avond begint vanaf 18:00 uur de festiviteiten voor La Griteria en dat willen we natuurlijk niet missen.
We zijn al vroeg bij de kathedraal en er is al een enorme drukte. Veel kraampjes waar eten wordt bereid en mensen die zenuwachtig in de rondte lopen. De kathedraal is veelkleurig verlicht en er staan een aantal metershoge poppen voor de trappen. Er lopen straatventers rond met het meest kleurrijke, cadmium-houdende, speelgoed dat je maar kan bedenken.
Om 18:00 uur wordt dan de klok geluid en worden er massaal vuurwerkpijlen afgestoken en dit keer geen knallers zoals in Chinandega, maar prachtig siervuurwerk. De poppen voor de treden van de kathedraal doen een soort dansje en de menigte is uitgelaten. Even verderop lopen mannen rond met een soort keukentafel boven het hoofd waarop vuurwerk is gebonden. Ze lopen als gekken heen weer waarbij het vuurwerk de menigte in wordt geschoten; beetje gevaarlijk, dus daar zijn we uit de buurt gebleven. Na een uurtje gaat ‘de storm’ wat liggen en voor ons is dat een mooi moment om even wat te eten. We gaan naar bar/restaurant Bar Baro (leuk bedacht) en bestellen een hap. Ondertussen wordt op een tweetal tv-schermen de wedstrijd Ajax-NAC uitgezonden door ESPN2. Wat een dag!
Wanneer we na het eten naar ons hotel lopen, komen we nog een tafereel tegen dat bij deze feestavond hoort. Bij diverse huizen zijn zelfgemaakte altaartjes bij de voordeur gezet. De feestende mensen lopen langs deze huizen en schreeuwen “Quien causa tante alegria?” waarop wordt geantwoord “La concepsion de Maria”. Vrij vertaald: “Wie brengt er zoveel vreugde” met het antwoord “De conceptie van Maria”. Vervolgens krijgen de feestgangers wat snoep. Het lijkt dus wel wat op St. Maarten, maar dan wordt er iets meer werk van gemaakt. We blijven nog een paar keer staan om zo’n tafereel te aanschouwen en het is vooral grappig dat ook volwassenen met zo’n zak snoep rondlopen.
Vanaf onze veranda horen we de muziek spelen en wat verdwaalde vuurpijlen knallen; het was nog lang onrustig in Leon.

Zondag 08 december

Omdat we vanwege de festiviteiten nog niet de gelegenheid  hadden gehad om Leon te verkennen, gingen we vanochtend maar eens op pad. Net als de zondag op Ometepe was het ook hier behoorlijk uitgestorven op zondag. Bij een paar marktstalletjes werd nog geprobeerd wat te verkopen, maar de meeste van de inwoners van Leon leken in de kerk te zitten. Op onze tocht door Leon kwamen we minstens lang 5 kerken en die waren goed bezet (zoals je mag verwachten van vrome gemeenschap katholieken).
In vergelijking met Granada staat de stad wat minder strak in de lak, maar voelt het wel authentieker, minder toeristisch aan. De straten doen vrolijk aan door de vele geschilderde gevels en ook het grote aantal kerken geeft de stad sfeer.
Tegen elfen hadden ween groot deel van stad gezien en was het tijd voor goede (en dus dure) cappuccino en deze was z’n geld waard. Onder het genot van dit bakkie vroegen we ons af of het wel slim was om nog een dag in Leon te blijven, nog een dag bij het luxe hotel met veranda, schommelstoelen en zwembad of was het tijd om weer eens  ineen bus vol met zwetende mensen plaats te nemen. Dat was natuurlijk geen moeilijke keuze. We zouden vandaag nog verder gaan Esteli.

Na de cappuccino gingen we terug naar het hotel om onze spullen te pakken. Nog even op de schommelstoelen onder de veranda de mail checken en dan op weg naar het busstation.
De bus zou om 12:40 uur vertrekken, maar toen we om 12:20 uur op het busstation aankwamen was de bus al overvol en stond op het punt van vertrekken. We stapten uit de taxi en toen de chauffeur in de gaten kreeg dat we naar Esteli wilden, werden onze rugzakken al uit de taxi gerukt en boven op de bus gegooid; veel keus hadden we dus eigenlijk niet. We wurmden ons de bus in en toen we nog maar net halverwege het gangpad, klem ingesloten stonden tussen andere reizigers begon de bus al te rijden. We hoefden niet bang te zijn dat we tijdens de rit zouden vallen, want we konden geen kant op. Maar ach, wat is nou tweeënhalf uur als het zo gezellig is. Er zat weer van alles in de bus, van krijsende baby’s, tot krasse knarren. We hadden zelfs het geluk dat er films afgespeeld werden in deze chickenbus; hoeveel luxe heeft een mens nodig?

Rond 15:00 uur arriveerden we zonder kleurscheuren in Esteli en dat mag met de rijstijl van de buschauffeur best een wonder heten. We laten ons door een taxi bij het b&b van Esther afzetten, maar er blijkt niemand thuis. We hadden ook niet afgesproken vandaag al te arriveren, maar we hoopten dat ze er zou zijn. We hebben nog een uurtje bij haar b&b rondgehangen, maar besloten toen maar naar down-town Esteli te gaan; op zoek naar een kamer en in de buurt van wifi, hopend op een mailtje van Esther. We komen bij hospedaje Luna terecht en gaan zitten bij het tegenover gelegen cafe Luz. Daar is wifi beschikbaar, dus de laptop op tafel, drankje en een hapje erbij en de mail in de gaten houden. Uiteindelijk lukt het ons om 18:00 uur haar telefonisch te bereiken. Ze was vandaag naar Jalapa geweest in het noorden van Nicaragua en had net weer bereik met haar telefoon. Het was nog wel anderhalf uur rijden naar Esteli, dus we spreken af om rond 20:00 uur bij haar b&b te zijn.
We bestellen de warme hap bij Luz en gaan tegen 19:30 uur op zoek naar een taxi. Wanneer we uit de taxi stappen komt Drentse Esther ons al tegemoet. We gooien onze bagage op de gezellige slaapkamer en drinken met Esther een baco aan de tuintafel. We kletsen over reizen, Nederland en Nicaragua en wanneer onze glazen leeg zijn gaan we naar bed, want morgen nemen we een vroege bus naar Somoto.

Panama-Costa Rica-Nicaragua 1




Grotere kaart weergeven

 Zondag 24 november

Om 16:20 uur reed de ‘Silberpfeil’ de oprit op. Dat was mooi op tijd om de trein van 17:13 uur te kunnen halen.
Er was zelfs een stewardess in de bolide meegekomen, maar veel tijd om een maaltijd te serveren was er niet want 5 minuten later stonden we al op het Stationsplein.
De trein was zowaar op tijd en na een voorspoedige rit stonden we om 18:22 op Schiphol en keken we al uit naar de shuttle die ons naar het hotel moest brengen. Ook dit verliep volgens plan en om 19:00 waren we ingecheckt bij het Park Inn hotel.
Nog even wat eten en dan precies op tijd terug op de kamer om ‘3 Op Reis’ te kijken; tja, het is een soort verslaving.

Maandag 25 november

Na een kort nachtje stonden we om 06:30 uur al weer op straat op onze shuttle te wachten en om 06:45 uur liepen we alweer op Schiphol. Snel even inchecken (wat is het heerlijk rustig op dit tijdstip) en dan door de douane en nog even snel een ontbijtje.
Schiphol is al volledig in kerstsfeer; er staat een mega-kerstboom bij de ingang, het foldertje met tax-free spullen spreekt van christmas gifts en op de reclameborden wenst Schiphol ons een ‘magic christmas’. Het lijkt nog wat vroeg want Sint en gecensureerde Piet moeten nog het heerlijk avondje gaan beleven.
De security-check begint al anderhalf uur voor het boarden en dat niet voor niks; eerst een intiem gesprek met een beveiliginsbeambte, vervolgens half uitkleden voor de scan van je spullen en dan helemaal gratis een total-body-scan. Zo’n scan kost je normaal minstens 800 euro! Helaas was er geen mogelijkheid om de dokter te spreken, dus we weten nog niet hoe we er medisch voorstaan.
Het boarden verliep soepeltjes en om 09:25 uur gingen de wieltjes de lucht in. De stewies lieten er geen gras over groeien en om 10:00 uur zaten we al aan de warme maaltijd; jammie. Wat filmpjes, een paar boekjes en wat muziek later, kiest de piloot een fraaie route langs de skyline van New York om aan te vliegen op Newark Airport. Om 11:15 uur stuiteren de wieltjes op de landingsbaan ten westen van New York.
Hoewel onze bagage was door-gelabeld naar Panama moesten we onze tassen toch van de band halen. Dan door de douane, waar al je vingers werden gescand een foto gemaakt; veiligheid voor alles! Daarna konden we weer naar de gate.
Hier moesten ons dus een uurtje of 4 zien te vermaken! We hebben nog overwogen om 'de stad' in te gaan, maar daar nemen we in april wel iets meer tijd voor.
Gelukkig is er wel wifi op de luchthaven, want anders was het nog een hele opgave geweest om je hier te vermaken; Newark is niet de meest enerverende luchthaven!

Om 16:30 uur begint het boarden voor onze vlucht naar Panama. De vlucht vertrekt op tijd en afgezien van wat turbulentie was er weinig bijzonders aan. In Panama worden weer onze vingerafdrukken genomen en ook hier gaan we op de foto. Nadat we onze bagage van de band hebben gehaald gaan we op zoek naar een taxi. Een nette Santa Fé rijdt ons niet veel later naar ons hotel. Dat is wel wat anders dan het barrel dat ons vorig jaar naar Tana reed. Om 23:00 uur zijn we bij ons hotel en duiken we snel ons bed in, want ons lichaam is in de veronderstelling dat het al 05:00 uur is.

Dinsdag 26 november

Door de jetlag waren we al heel vroeg wakker, maar we hebben het weten te rekken tot 06:30 uur. Na een heerlijke douche en dito ontbijt gingen we op pad. Het weer was goed, maar er was regen voorspeld dus moesten we het er maar van nemen zolang het droog was. Ook op dit vroege tijdstip ligt de temperatuur al ver boven de twintig graden; tel daarbij de hoge luchtvochtigheid en dan weet je wel hoe onze shirts er na een uurtje lopen uitzagen.
We hebben eerst de skyline van Panama City bewonderd. Het is geen New York, maar er staan verrassend veel wolkenkrabbers in deze stad. Langs het water lopen we naar Casco Viejo, de oude koloniale wijk. ‘Oud’ is hier het juiste woord, want het grootste deel van deze wijk is een bouwval. De restauratieplannen zijn echter grootst en de huizen die in originele staat zijn terug gebracht  laten goed zien hoe het er hier destijds uitzag.
Rond een uur of 10 duiken we in Casco Viejo een koffiebar in. We zijn al helemaal mud van het lopen in de klamme warmte. Tel daarbij onze jetlag en je begrijpt dat we een paar stevige bakken koffie nodig hadden.
Na een uurtje in de koffiebar gaan we op weg naar het busstation. We moeten nog even uitvinden hoe we morgen naar David komen en bovendien staat ‘s-middags het Panama kanaal op het programma. We lopen via de Avenida Central richting de Plaza de Mayo; daar moeten we ergens linksaf. Wanneer we echter een honderdtal meters naar links zijn gelopen worden we door een tweetal ‘dames’ gewaarschuwd dat we hier beter niet verder kunnen lopen. We nemen dit advies ter harte en draaien om. Even later komt er een man naar ons toe die in z’n beste engels zegt dat we vooral in een taxi moeten kruipen; ‘this is a dangerous area for foreigners’. We willen niet eigenwijs zijn en houden de eerste de beste taxi aan en laten ons naar het busstation rijden; we waren blijkbaar toch een beetje afgedwaald!
Als we het juiste loket hebben gevonden blijkt dat we nu nog geen kaarten kunnen kopen. De bus gaat morgen om 09:00 uur en als we er om 08:00 uur zijn, kunnen we nog wel kaarten kopen. Oké, als zij het zegt!

Dan gaan we op zoek naar de bus die ons naar de Miraflors sluizen kan brengen. Daar aangekomen blijkt het zo’n oude Amerikaanse schoolbus te zijn die ze een beetje gepimpt hebben. Helemaal vol gepropt en met veel kabaal gaan we op weg.
Bij de vierde halte konden we er alweer uit. We rekenen $0,40 per persoon af en lopen richting het kanaal. Vanaf een afstand zie je het 4 etages hoge ‘Visitors centre’al.. We kopen een kaartje en gaan snel met de lift naar boven want er ligt net een mega bulk-carrier in de sluizen.
Deze Miraflores-sluizen werken feitelijk hetzelfde als het sluisje in het Apeldoorns kanaal; ze zijn alleen wat groter. Deze middag komen de schepen vanuit de richting van de Caribische zee en gaan naar de Pacifische oceaan. Dat betekent dus dat de schepen moeten ‘zakken’ en dat is goed te zien vanaf het platform op de 4e etage.
Omdat de mega-schepen nog meer mega worden zijn ze druk bezig het Panama kanaal geschikt te maken voor de nieuwe generatie schepen. De huidige sluizen zijn 32,5m breed en 305m lang, de nieuwe worden 55m breed en 427m lang.
Na zo’n twee uur dit spekatakel aanschouwd te hebben gaan we weer terug naar Panama City. Wederom met een oude schoolbus en dit keer komen we zelfs in het begin van de avondspits terecht. Hier geldt dan het recht van de grootste en de hardste toeter.
Rond half vijf staan we dan toch weer op het busstation en niet veel later zitten we in een taxi die ons naar het hotel brengt. Daar gaan we even aan de bar zitten voor een versnapering, want die hebben we wel verdiend.
Eten doen we ‘s-avonds bij Restorante Manolo waar veel locals zitten en dat is altijd een goed teken. Hoewel de tent zelf wel een schoonmaakbeurt kan gebruiken is het eten er erg goed.
Om 20:00 uur begint de jetlag toch weer z’n tol te eisen (bij jullie is het 02:00 uur) en niet veel later liggen we in bed. Morgen vroeg op om op tijd te zijn voor de bus.

Woensdag 27 november

Nog voor de wekker ging om 06:30 uur waren we alweer wakker. Na wederom een smakelijk ontbijt in het hotel gingen we met de taxi naar het busstation. We stonden al om 07:45 uur bij het loket en konden dus nog met de bus van 08:00 uur mee.
We hadden duidelijk geen businessclass-stoelen gekregen, maar omdat er naast ons niemand zat, hadden we ruimte genoeg. De bus was sowieso wat afgetrapt; de ramen waren op sommige plekken afgeplakt met kranten omdat de gordijntjes kapot waren en er werd gelukkig weinig gebruik gemaakt van de wc, want die stonk al genoeg zonder plassers.
We kwamen weer langs de Miraflores sluizen, waarna het via een grote brug over het Panama kanaal noordwaarts ging. Onder ons zagen we de enorme schepen richting de Caribische zee varen.
De rit ging verder via de ‘Interamericana‘, een snelweg die van Canada naar Zuid-Amerika loopt, maar je moet je hier niet teveel bij voorstellen want het grootste deel was tweebaans.
De omgeving is groen en heuvelachtig maar niet zodanig dat een foto-stop noodzakelijk is.
Tot twee keer toe kregen we een politie-controle in de bus en dat was niet voor de show; een Panamees die geen identiteitsbewijs bij zich had werd uit de bus gezet. Er werd ook een drugshond de bagageruimte ingestuurd, maar gelukkig hadden we onze wiet al op.
Net na twaalven zijn we even gestopt voor een korte lunchbreak en om 16:00 uur stopten we bij het busstation in David. Onze eerste etappe van de Tour de Midden-Amerika zat erop.

Nu we toch op het busstation waren, wilden we alvast tickets kopen voor de rit van morgen, maar helaas wilde ze ons briefje van honderd dollar niet aannemen. Morgen om 07:30 uur moeten we maar terugkomen.
David is de tweede stad van Panama, maar het lijkt meer op een oversized cowboydorp; geen hoogbouw, stoffige straten en veel kabaal. Ons onderkomen in David is een hostel en dat betekent dat je gebruik kunt maken van een gezamenlijke keuken voor je maaltijden. Je spullen leg je in de gezamenlijke koelkast en de verhalen wissel je uit op de gezamenlijke patio; niet helemaal ons ding.
De douche is zoals we die hier nog vaak zullen tegenkomen: met elektriciteitscentrale op de douchekop om het water te verwarmen. Als je ooit een keer geëlektrocuteerd wilt worden moet je het onder zo’n douche proberen.

Donderdag 28 november

Vanochtend werden we gewekt door een enorme hoosbui; de regendruppels ratelden op het metalen dak van onze kamer. Dat was voor ons het teken om op te staan, nog steeds iets te vroeg, maar we komen steeds beter in het ritme.
Tussen twee buien door lopen we naar de lokale bakker waar we een paar warme broodjes en een bak thee nuttigen. Dan door naar het busstation om onze kaartje te kopen voor de volgende etappe. Er valt nog steeds een bui zo af en toe, maar het lijkt al wat lichter te worden.
Het viel ons in Panama City al op dat er zoveel loten-verkopers rondlopen, maar hier in David is het niet anders; zelfs op dit vroeg uur zijn ze al weer op het busstation te vinden en de loten vinden gretig aftrek.
Om 08:30 uur vertrekt de bus en de klok in de bus herinnert ons eraan dat we ons horloge weer een uurtje terug moeten zetten. Het verschil met Nederland wordt daarmee maar liefst 7 uur.
Na een uur bereiken we de grens met Costa Rica. We gaan de bus uit, halen onze rugzakken uit de bagageruimte en verzamelen in een ruimte waar de inhoud van de bagage wordt gecontroleerd. Dit gaat zeeeeeeer oppervlakkig en is dus vooral voor de show. We gooien de bagage weer terug in de bus en  gaan in de rij staan om ons paspoort te laten stempelen door de Panamese douane.
Vervolgens moeten we 200m doorlopen naar Costa Rica om daar in de rij te gaan staan om ons paspoort door de douane van Costa Rica te laten stempelen. Inmiddels is de bus ook richting Costa Rica komen rijden. We halen onze bagage weer uit de bus om vervolgens in een soort free-fight kooi te gaan staan waar de rugzakken weer gecontroleerd zullen worden. Helaas was het net koffiepauze voor de dames van de douane en konden we half uurtje wachten tot ze hun bakkie leut op hadden.
Na 1 uur 3 kwartier stappen we uiteindelijk weer in de bus om onze rit te vervolgen.
We zijn echter nog geen half uur onderweg, of we worden alweer aan de kant gezet door de politie. Paspoort weer uit de tas en pas nadat iedereen gecontroleerd is gaan we weer verder. Weer een half uur verder herhaalt dit tafereel zich. Als dit zo doorgaat gaan we vandaag San Jose niet meer halen.
Om 11:50 uur passeren we de afslag naar Sierpe waar we op de terugweg de bus naar Panama zullen nemen. Goed om te weten hoe lang de rit terug naar David ongeveer duurt.
Een half uurtje later stoppen we voor de lunch en als iedereen z’n buikje vol heeft gaan we weer verder. We kunnen aan de borden langs de weg zien dat we aan zee zitten: Playa Tortuga, Playa Ballena en nog veel meer zien we voorbij schieten. Het duurt echter wel tot 15:00 uur voordat we echt de zee zien. Ziet er goed uit, maar dat moet nog 3 weken wachten.
Om 16:30 uur rijden we San Jose binnen. Bij het busstation van Tracopa nemen we een taxi naar het busstation van Ticabus en kopen onze tickets voor de derde en laatste etappe van onze Tour de Midden-Amerika.

Vrijdag 29 november

Deze keer werden we niet gewekt door het gekletter van de regen, maar door een toeterende trein; hoe origineel. Is op zich ook niet zo gek als je hotel bijna op de rails staat.
Omdat we wederom in een hostel sliepen was er geen ontbijt inbegrepen, maar kon je het in het gezamenlijke keukentje wel maken. Daar hadden we ‘helaas’ geen tijd voor, want we moesten naar Ticabus voor de laatste etappe van onze driedaagse.
Bij Ticabus  is het net even iets beter georganiseerd dan bij de andere busorganisaties. De bagage wordt ingecheckt, er is een wachtruimte en zelfs een cafetaria om wat te eten en te drinken. Het toilet is echter van het standaard nivo in Midden Amerika: meer troep naast de pot dan erin. Tot onze schrik kwamen we bovendien tot de ontdekking dat we op stoel 53 en 54 zitten, helemaal achterin naast de toilet. Dat zou genieten worden, de broek kon los!
Klokslag 07:30 uur vertrokken we voor onze rit naar Rivas in Nicaragua. Het was zonnig en de omgeving bergachtig, veel aantrekkelijker dan de voorgaande dagen. In de bus werd de Spaanstalige versie van Toy Story 2 afgespeeld, gevolgd door Terminator; wat wilden we nog meer!
Om 12:30 uur arriveerden we weer bij een grensovergang, dit keer om naar Nicaragua te gaan. Eerst natuurlijk een stempeltje halen bij de douane van Costa Rica en vervolgens naar het Nicaraguaanse deel. Iemand van Ticabus kwam alle paspoorten en entry-fee ophalen dus daar hoefden we zelf niet in de rij te staan. Wel moest alle bagage weer uit de bus gehaald worden. Dit keer stond er een lange houten tafel waar alles op gelegd moest worden om vervolgens besnuffeld te kunnen worden door een vrouwke van de Nicaraguaanse douane.
Na anderhalf uur konden we de bus weer in begonnen we aan ons laatste half uur van de bus-driedaagse. Al snel zagen we de vulkanen van Isla de Ometepe aan de rechterkant opdoemen. We konden niet wachten!
In Rivas namen we een veel te dure taxi en gingen daarmee naar San Jorge waar we op de ferry naar Ometepe zouden stappen.
We waren nog mooi op tijd om de Che Guevara van 16:00 uur te kunnen halen. Er stond een behoorlijke wind dus de overtocht was niet helemaal zonder horten of stoten, maar toen de zon aan de Nicaraguaanse horizon wegzonk vaarden wij het haventje van Moyogalpa binnen. Met een tuctuc lieten wij ons bij het hotel afzetten. De kamer is groot en dit keer geen elektrocutiedouche.

Zaterdag 30 november

Dat is ook wel eens lekker om niet in alle vroegte naar een busstation te hoeven. Voor vandaag hadden we niet eens een programma!
Om 07:30 uur een lekker ontbijtje en daar bedachten we dat we vandaag maar eens met de scooter over het eiland gaan crossen. Helaas was de vaste scooter-leverancier van ons hotel uitverkocht, maar in het dorpje is zat te krijgen.
In tegenstelling tot de enorme steden waar we hiervoor waren, is Moyogalpa niet veel meer dan één drukke straat en een haventje. Het is er allemaal erg gemoedelijk en op zaterdag lijkt iedereen nóg een tandje relaxter dan normaal. De winkels gaan net open den de kapsalon is al met z’n eerste klanten bezig. Waar wassen-watergolven bij ons een beetje uit is, begint de jeugd er hier juist mee.
Wanneer we een leuk scootertje uitgezocht hebben, wil deze niet starten: accu leeg. Bij de volgende twee shops zijn de scooters dusdanig afgetrapt dat Diana daar niet achterop gaat zitten. Bij de vierde zaak is het raak; een leuk scootertje tegen een redelijke prijs. Wij naar binnen om de papieren in te vullen, vraagt de eigenaar ineens naar een rijbewijs. Blijkt dat je sinds een jaar ook voor de scooter een rijbewijs nodig hebt.
Dan besluiten we maar op de fiets te gaan, want hoe moeilijk kan het zijn.

We willen eerst naar Charco Verde, dit is een soort schiereilandje dat aan Ometepe vast zit. Er zouden mooie stranden moeten zijn dus dat is altijd lekker als je op vakantie bent. De fietsen zijn niet van de laatste techniek voorzien. Wanneer je naar een kleine versnelling schakelt moet je de schakelaar met de duim tegen houden want anders springt deze automatisch naar een grotere versnelling. De remmen doen het aardig op het vlakke terrein, maar downhill is het een heel ander verhaal. De rupsbanden zijn zo breed dat de wrijving zo enorm is, dat je zelfs bergafwaarts tot stilstand komt; is wel weer handig met de slechte remmen! Tel daarbij nog de temperatuur van 32 graden en het feit dat we wind tegen hadden en dan is de 12,5km naar Charco Verde in een uur niet eens slecht.
Bij Charco Verde gaan we eerst wat drinken, want aan onze t-shirts is te zien dat het nodige vocht ons lichaam heeft verlaten. Na ook nog wat gegeten te hebben, gaan we even aan het strand zitten. Helaas minder mooi dan we ons voorgesteld hadden (we dachten nog aan Ile Ste Marie bij Madagascar), maar toch altijd even lekker. Daarna gaan we de trail lopen over het schiereilandje. Het ‘pad is een beetje ‘aangelegd’, maar de natuur en het meertje zijn mooi. Ook Playa Baleon, aan de andere kant van het schiereiland is een heerlijke plek om een middagje te zonnen; helaas hebben we daar geen tijd voor.

Nadat we onze ronde hebben gedaan stappen we weer op onze stalen ros en gaan we op weg naar Playa Santa Domingo aan de andere kant van het eiland. Slechts zo’n 12km van Charco Verde. Het zou wel doortrappen worden want ze hadden ons gewaarschuwd voor de colletjes op de eerste 6km. Een half uurtje later wisten wat ze bedoelden. Na de zoveelste beklimming van de buitencategorie konden we onze barrels wel in de berm gooien. Op het laatst werd het zo steil dat we van onze fiets afstapten en zijn gaan lopen; dat ging een stuk sneller.
Na de eerste 6 loodzware kilometers werd het wel beter; er kwamen een paar afdalingen waarbij het zo hard ging dat zelfs onze banden niet bleven plakken.
Rond 14:00 uur waren we eindelijk in Playa Santa Domingo en gingen we op een terras aan het strand zitten. We moesten even bijkomen van deze rit van 25km want we moesten ook nog terug.
Vanaf het terras had je goed zicht op de kleiner vulkaan van dit eiland en het zou best fijn zijn als we hier op een bedje konden gaan liggen, maar dat zat er niet in. Na een smoothie en een omelet pakten we onze fietsen en begonnen aan de terugweg.
Na een paar kilometer wilde er iemand met z’n pick-up voor ons de weg op steken, maar Diana zag haar kans schoon en vroeg of hij ons even in Moyogalpa kon afzetten. Helaas ging hij de andere kant op, maar we mochten wel meerijden tot de kruising naar Moyogalpa; dat waren toch weer 3km die we niet hoefden te fietsen. De eerste paar kilometers waren weer dramatisch; we moesten nu zelfs meerdere keren afstappen om een heuvel op te kruipen. Over de laatste kilometers ga ik niets schrijven want dat wordt gejank over gevoelloze tenen en handen, een kont die niet meer in de buurt van het zadel wilde komen en nog veel ongemakken. Laten we het er maar bij houden dat we om 16:30 uur onze fietsen bij de verhuurder hebben achtergelaten zonder een traan te laten.

We duiken snel bij de Corner House naar binnen en bestellen een drankje; dat hadden we wel nodig om de uitdroging te compenseren.
Daarna snel terug naar het hotel en een warme douche; daar knap je weer van op. We laten het hotel de excursie van morgen regelen: een halve dag de vulkaan Concepsion op hiken, want waarom zou je een boekje bij het hotel lezen?
‘s-Avonds eten we bij een soort pizzeria. We beginnen het al gewoon te vinden, maar ook hier staat de kerstboom middenin de zaak. We zitten op houten stoelen dat is voor de helft van ons gezelschap (met het minste zitvlees) een pijnlijke ervaring. Van de ene bil op de andere wordt de pizza naar binnen gewerkt en dan weer terug naar het hotel want de tuctuc haalt ons morgenochtend om 06:00 uur op.

Zondag 01 december

De wekker ging al weer vroeg af want we hadden om 06:00 uur afgesproken met de gids die ons de vulkaan Concepcion zou laten zien. Hij was mooi op tijd en toen ook de tuctuc arriveerde gingen we op pad. Eerst een tiental minuten met de tuctuc naar het begin van de trail en toen een half uur door een redelijk vlak, bosachtig gebied naar de voet van de vulkaan.

Op dit eerste stuk werden we begroet door een aantal brulapen waarvan er hier een paar families leven. De beestjes schermen met het gebrul hun territorium af.
Wanneer we de voet van de vulkaan bereiken gaat het ‘pad’ gelijk een stuk steiler omhoog en vooral de basaltbrokjes maken het lopen erg lastig. Onderweg rusten we bij een mega-boom en onze gids vertelt dat wat wij nu zien van de boom alleen de kruin maar is. De rest is na een aardverschuiving onder de grond verdwenen. Wanneer we doorvragen blijkt dit tijdens de orkaan ‘Mitch’ te zijn gebeurd. Wij waren toen iets verderop in Mexico, Guatemala en Honduras en weten nog hoe groot de schade toen was.
De gids zoekt voor ons een mooie stok uit die we kunnen gebruiken als steun tijdens de hike; we voelen ons gelijk nog 10 jaar ouder. We klauteren 2½ uur over wortels, door loopgraven en over rotsblokken om bij de boomgrens op 1000m te komen. Daar kunnen we eindelijk van de beloofde vergezichten genieten en zien dat de top van de vulkaan die (zoals gewoonlijk) in de wolken is verstopt. Het waait hier enorm en het kost moeite om te blijven staan. Onze benen voelen zwaar en we zijn erg blij dat we niet de 12 uur durende klim naar de top hebben besproken want dat was na de 50km fietsen van gisteren een hele lijdensweg geworden. We zien al op tegen de terugweg.
We maken wat foto’s en genieten van het uitzicht. We zien Moyogalpa, Charco Verde, de landingsbaan van het toekomstige internationale vliegveld, het iets kleinere eiland Zapatero, maar ook de vulkaan Mombacha bij Granada waar we morgen naar toe gaan. Als klap op de vuurpijl maakt onze gids een schattige foto voor het familiealbum; wat een mooi Sinterklaaskado.
Omdat we zo aldoejeezoes bezweet zijn van de heenweg trekken we snel een droog t-shirt aan en iets na negenen beginnen we dan alweer aan de afdaling en dat is misschien nog wel erger dan omhoog.
We houden ons vast aan wortels, takken of andere uitsteeksels die we zien en op de wat natte ondergrond gaan we het grootste deel in ‘ploeg’ naar beneden. Rond elf uur horen we onze vrienden de brulapen weer en zijn we blij dat we aan het laatste, vlakke deel zijn begonnen. Onze tuctuc komt ons zelfs op het bospad tegemoet en weten niet hoe snel we er in moeten kruipen. Om 11:15 uur slurpen we aan flesje cola; wat een dorst!
We praten nog wat na met onze gids en schrijven ons in voor het speciale diner dat het hotel vanavond gaat bereiden. Dan gaan we naar de kamer en springen even onder de douche om de modder van ons af te spoelen.

Om 12:30 uur gaan we naar downtown Moyogalpa om te lunchen. Het is verschrikkelijk warm en we doen alle moeite om uit de zon te blijven. Wanneer we in Moyogalpa de hoofdstraat inlopen zien we dat het uitgestorven is. De gelovige gemeenschap laat zich door het toerisme (nog) niet opjagen; zondag is zondag!
Gelukkig zijn er nog wel wat restaurantjes open en we gaan ergens halverwege de hoofdstraat zitten. Nadat we onze lunch en wat koude versnaperingen weggewerkt hebben lopen we nog naar de haven, maar al snel besluiten we terug te gaan naar onze kamer want met deze temperatuur is er maar een goede optie: siesta met de airco aan!

Na de siesta lopen we nog een keertje naar Moyogalpa om de lokale kerk te bewonderen en dan vooral de kitchie kerstboom die ervoor staat. Omdat de lichtjes nog niet aan zijn gaan we nog snel even voor het zingen de kerktoren in. Van hier heb je een mooi uitzicht op de Concepcion en het meer.
Wanneer even later de lichtjes van de kerstboom aangaan krijgen we een brok in de keel (of was het een vlieg?). We maken een sfeervolle foto en gaan weer terug naar ons hotelletje voor het gezamenlijk avondmaal. De eigenaar is z’n nieuwe kok aan het inwerken en wil dat op ons uitproberen. Het eten smaakt voortreffelijk en bij het ter perse gaan van dit hoofdstuk hebben we nog geen sprint hoeven trekken naar de wc en dat is altijd een goed teken.

Madagascar 4

Dinsdag 6 november

Het was wederom een heerlijk verblijf bij Couleur Cafe. Voor degenen die binnenkort naar Madagascar gaan; boek hier minimaal 2 nachten.
Nadat Diana de rekening had voldaan en stiekem nog iets uit de sieraden-corner had gekocht, gingen we weer op weg, terug naar Tana.
De rit was enigszins slaapverwekkend maar de manoeuvres die Niri moet uithalen om de volgeladen taxi-brousses te kunnen omzeilen houden je wel wakker.
We merken wel dat we op de heenweg erg moe moeten zijn geweest, want we zien best veel dingen die ons helemaal niet bekend voorkomen. Het is blijkbaar een goede dag om jonge rijstplantjes uit te poten, want overal is men druk aan het werk op de volgelopen rijstvelden.
Na 150 kilometer krijgen we Tana weer in beeld en het is een mooi gezicht om deze grote stad over een aantal heuvels te zien liggen. Niri stopt voor de laatste keer om een paar fotootjes te laten maken en mengt zich dan in het drukke verkeer van een grote stad. Je merkt dat hij zich hier minder op zijn gemak voelt dan op een modderpad. Na een kwartiertje toeteren en filerijden zijn we eindelijk bij ons hotel.

We gooien onze bagage op onze kamer in hotel Sakamanga en nemen afscheid van Niri en geven hem een lekkere fooi mee.
Het is inmiddels 12:30 uur en we besluiten even snel wat te eten bij het naast gelegen Saka Express. Het is een soort cafetaria en je kunt hier allerlei snacks krijgen die we in Nederland heel normaal vinden, maar in de rest van Madagascar niet te krijgen zijn.

Daarna gaan we op zoek naar een taxi en dat is niet zo moeilijk. De stad kleurt bijna geel van de vele Renaultjes 4. Na stevig onderhandelen krijgen we niets van de prijs af en laten we ons naar het Rova brengen. Dit paleis is ontworpen voor koningin Ranavolana I en het ligt op de hoogste van de heuvels waarop Tana gebouwd is. Het paleis is een paar jaar geleden afgebrand, maar aangezien er nog niet veel aan restauratie gedaan is, gaan we al snel weer downhill om de rest van Tana te ontdekken.
Tana is een grote rommelige stad en het lukt ons al snel om te verdwalen. Gelukkig zijn de inwoners van Tana erg hulpvaardig, dus uiteindelijk weten we de markt van Analakely te vinden. De markt is anders dan de andere markten in het land. Hier is veel meer non-food te vinden terwijl dat in de rest van het land vaak maar een klein gedeelte van het aanbod vormt.

Na het bezoekje aan de markt wandelen we rustig terug naar het hotel. Onderweg gaan we nog wat winkeltjes in en hebben al wat souvenirs uitgezocht. Omdat we de laatste dag hier nog even terugkomen, laten we de souvenirs nog in de winkel liggen.

Bij terugkomst in het hotel bespreken we alvast een tafeltje in het Saka restaurant en bellen met Mora-travel voor de vertrektijd van morgen. Omdat zij die nog niet hadden vestgesteld doen wij het voorstel om 10:00 uur te vertrekken; eindelijk een keertje uitslapen.


Woensdag 7 november

Nadat we vanochtend een keer lekker hadden uitgeslapen en ons tegoed hadden gedaan aan een heerlijk ontbijtbuffet zijn we, in afwachting van onze 'nieuwe' chauffeur, bij de receptie gaan zitten.
Je zou verwachten dat de chauffeur met een vertrektijd van 10:00 uur ruimschoots op tijd zou zijn, maar het lukte hem toch om pas om 10:15 uur aan te komen kakken. Maar goed, maak je niet druk of 'mora mora' zoals ze hier zeggen.

Met onze bagage op de rug liepen we naar de auto en daar keken we even vreemd op toen bleek dat dit een Mercedes E290 bleek te zijn. Dat zit wel even anders dan in een Landcruiser of een Patrol.
Het bleek nog niet zo eenvoudig om Tana uit te komen; wat een drukke stad is dit. Politieagenten proberen het verkeer te regelen, maar het lijkt dweilen met de kraan open.
Toen we dan eindelijk de drukte van Tana achter ons konden laten bleek onze chauffeur meer een gids-type te zijn. De eerste de beste lokatie (nog binnen de stadsgrenzen van Tana) waar iets van souvenirs werden gemaakt stond hij al op de rem. We moesten even duidelijk maken dat we daar geen behoefte aan hebben en de brul van de achterbank deed hem gauw weer gas geven. Op naar Andasibe Nationaal Park.

Ook onderweg liet onze gidsende chauffeur zich van zijn beste kant zien. Zo las hij alle borden met plaatsnamen op en vertelde er ook nog bij of het een lange plaatsnaam betrof (if {plaatsnaam} > 10). Ook wees hij ons op allerlei dingen die wij al drie weken voorbij hebben zien komen; hij zal toch weten dat we niet net zijn aangekomen?
Tegen de tijd dat we bijna bij Andasibe waren, mompelde hij nog iets over een krokodillen-farm, maar aan de ingeslikte woorden was te merken dat hij inmiddels in de gaten had wat voor soort toeristen wij zijn.

Bij ons hotel aangekomen blijkt er inmiddels al een gids voor ons geregeld te zijn, maar bij het afspreken van de prijzen ging het bijna mis. Hij vroeg veel te veel en dat moet je bij Diana niet doen. Uiteindelijk komt het allemaal goed en spreken we af  's-avonds een zgn. night-walk te doen en gaan we morgenvroeg met hem in het nationale park route 'Indri 1' met hem doen.
's-Middags lopen we nog even naar het informatiecenrum bij het park. Even wat lezen over de Mouse Lemur die we vanavond hopen te zien en de Indri Indri die we morgen hopen te spotten.
Op de terugweg zien we zelf een kameleon op een tak zitten, dus we krijgen er al oog voor.

We hadden om 18:30 uur met de gids afgesproken voor onze night-walk. Dan is het inmiddels donker en kun je op pad om de nachtdieren te zien. We willen natuurlijk de Mouse Lemur zien, maar aangezien het lastig afspraken maken is met deze beestjes heb je geen garantie.
Het eerste wat onze jagende gids ziet is een sprinkhaan. Dat is zo'n beetje het meest voorkomende insect hier, dus we begonnen al gelijk te twijfelen aan de kwaliteiten van onze gids.
Even verderop vindt hij een piepklein kikkertje, ter groote van de nagel van je pink, op een blad en dat haalde een deel van onze twijfel weg. Dan ziet hij een mot, maar daar scoort hij ook geen punten mee. Weer iets verder schijnt hij opeens zijn zaklantaarn in de toppen van de bomen omdat hij daar een lemur zou hebben gezien. Eerst zien wij alleen maar takken bewegen en denken dat het door de wind komt, maar dan zien ook wij deze nacht-lemur in de kruin van de boom. Dat was een mooie vondst, maar nog geen mouse lemur.
Dan schijnt hij zijn zaklantaarn opeens in het struikgewas en sprint in die richting; hij had er één gevonden. Helaas had dit beestje er niet zoveel zin in want toen wij er waren zagen we de mouse lemur alleen nog verder het struikgewas in vluchten.
Met een beetje hulp van een andere gids lukt het dan toch om een mouse lemur goed in beeld te krijgen; wat een schattig beestje. Daarvoor is het best de moeite om in het donker in het struikgewas te turen. Het is overigens niet de laatste mouse lemur zijn die hij vindt, dus we hebben er alle vetrouwen in dat het morgen met de indri indri ook wel goed komt.

Donderdag 8 november

Daar ging de wekker weer om 05:30 uur en bijna gelijktijdig hoorden we het 'gehuil' van de indri indri's. Deze grootste lemur-soort gingen wij vanochtend proberen te vinden in Andasibe Nationaal Park en daarbij zouden we moeten worden geholpen door onze gids ET (we noemen hem maar zo omdat hij een bovengebit heeft waar een buitenaards wezen jaloers op zou zijn).

Wanneer we tegen 06:30 uur bij de ingang van het park aankomen staat ET al op ons te wachten. Even wat formaliteiten regelen en dan snel op pad zodat we geen last hebben van de andere toeristen die hier vandaag ook zeker weer zullen komen.
Onze gids heeft de sokken er goed in en dat moet ook wel, want na de bezichtiging van dit park hebben we nog zo'n 8 uur te rijden naar Soeniera Ivongo waar we vannacht zullen slapen.
Hij rent voor ons uit in de boomtoppen turend naar lemuren. Het enige dat hij het eerste half uur weet te vinden is een paddestoel en daar gaat onze interesse niet naar uit. ET laat zich niet zo makkelijk uit veld slaan en begint allerlei rare geluiden uit te stoten waar zelfs wij verschrikt van opkijken.
Als hij na enige tijd concludeert dat familie 1 niet op de gebruikelijke plaats te vinden is, breidt hij het rondje wat uit en probeert het in het territorium van familie 2. Eerst weet hij alleen maar een mini-kikkertje te vinden, maar dan ineens zegt hij: "indri indri". We stonden met onze neus zowat bovenop een stuk of van deze beesten zonder ze in de gaten te hebben en dat komt niet omdat ze zo goed gecamoufleerd zijn. Wij waren in ieder geval erg blij, want voor de indri indri waren we hier naar toe gekomen.

Voor ET was het nog lang niet genoeg en hij bleef maar speuren in de boomtoppen terwijl hij zijn oerkreten uitstootte. Het is natuurlijk altijd de vraag of het door de tactiek van de gids komt of dat hij gewoon geluk heeft, maar even later wijst hij ons een tweetal nacht-lemuren aan. Ze zitten bijna op ooghoogte en zijn dus een mooie 'prooi' voor ons.
We krijgen geen tijd om tot rust te komen want onze gids is alweer op weg. Hij gaat van de hoofdpaden af en we moeten aardig klauteren om hem te kunnen volgen. Opeens staat hij weer stil en wijst hoog in de boom een paar bruine lemuren aan. Omdat we al zo verwend zijn met de indri indri en de twee nacht-lemuren die we bijna konden aanraken, blijven we hier niet te ang stil staan en gaan verder. RT stelt voor nog even naar 'lac vert' te gaan en ook dat blijkt een goede keus want onderweg naar dit meertje stuiten we op een aantal bamboe-lemuren.

Ons gids heeft een grijns van oor tot oor (en dat is best een raar gezicht met zijn tanden), maar je ziet hem denken dat het met de fooi wel goed komt.
Gezien onze gemoedstoestand durft ET het ook nog aan ons een door zijn vrouw gehaakt frutseltje te laten kopen en ach, waarom ook niet.

Na anderhalf uur zijn wij terug van onze speed-safari en blijken tientallen andere toeristen het park net in te gaan. Je moet er vroeg uit, maar dan heb je het lemuren-rijk bijna voor je alleen.
Onze chauffeur was ook al lang blij ons zo snel weer te zien en na een korte sanitaire stop geeft hij gas en gaan we op weg naar Soeniera Ivongo.

We rijden verder naar de oost-kust en dat betekent dat we voornamelijk dalen. Een goede reden voor onze chauffeur om eens goed gas te geven. Wanneer we ergens door een klein dorpje komen, koopt Diana vanaf de achterbank een stokbrood, zodat we ons ontbijt nog een beetje kunnen aanvullen.
Langzaam begint dan ook het landschap weer te veranderen en maakt het Ranomafana-achtige bos plaats voor grote aantallen palmen, maar vooral ook veel lychees bomen waar enorme hoeveelheden vruchten aanhangen. Ook de travellers-palm, die in de rest van het land maar mondjesmaat voorkomt,  is hier alom aanwezig.
We lunchen in Tamatave, nadat we daar eerst de overvaart van morgen geregeld hebben. Het blijkt allemaal toch weer net anders te zijn dan wij ons hadden voorgesteld, want ons hotel van vanavond ligt 7 km buiten Soeniera Ivongo en wij moeten daar om 09:30 uur aan de hoofdweg gaan staan om de shuttle-bus van de ferry-maatschappij aan te houden die ons dan zal meenemen  naar de pier in Soeniera Ivongo. Lekker omslachtig.

Net voor Tamatave hadden we een eerste blik kunnen werpen op de zee, maar na de lunch zien we die prachtige blauwe vlakte steeds vaker. Waar we voor de lunch de lokale bevolking probeerde om kippen te verkopen aan voorbij rijdende auto's, zien we na de lunch steeds vaker vis bij de voorruit hangen.
De 65 km na Tamatave is het wegdek een ramp. Grote knipgaten maken het onze pooierbak erg last om de snelheid er een beetje in te houden en de kilometers kruipen tergend langzaam voorbij.

Tegen 16:30 uur zien we dan het bord van hotel Mada-Gite waar we vanavond zullen verblijven. Onze chauffeur draait de hoofdweg af en via een smal zandpaadje komen we in een rieten-hutten-dorpje waar ergens in het midden een groter gebouw staat en dat blijkt ons hotel te zijn. Een hotel van dit nivo hadden we deze vakantie nog niet gehad en dan bedoelen we dat niet positief. De slaapkamer is in orde al doet de electriciteit het niet en is er geen badkamer aanwezig (!).
De gezamenlijke badkamer lijkt in de afgelopen weken geen duizend-dingen-doekje te hebben gezien en bovendien is er geen stromend water aanwezig. Dat laatste probleem wordt echter al snel verholpen waardoor we in ieder geval de wc weer kunnen doortrekken, maar de waterdruk is zo beperkt dat een douche er niet inzit.

De zee ligt op twee minuten wandelen, dus daar gaan we natuurlijk even kijken en we worden begeleid door het geschreeuw van een tiental kinderen die blijkbaar niet al te vaak toeristen in de hotel gewend zijn. In het dorp hangt ook de geur van kruidnagels en even later zien we ook waar die lucht vandaan komt; matten vol met de geurende kruidnagels liggen te drogen in de zon.
Aan de oostkust heb je natuurlijk geen zonsondergang boven zee, maar de rood kleurende lucht boven een aantal piroques die op het strand liggen geeft deze plek toch nog iets idyllisch.

's-Avonds eten we in een hotely tegenover ons hotel. We bestellen een neutrale, vegetarische rijstmaaltijd omdat we hier geen risico's willen nemen. Als verassing worden een viertal grote, gemarineerde garnalen geserveerd. De goede voornemens gaan overboord en Rob peuzelt ze achter elkaar op.

Vrijdag 9 november


Het slapen in ons basic onderkomen was niet meegevallen. Het bed was erg goed, maar de warmte was niet uit de kamer te krijgen. Dat dan 's-nacht de stroom eraf gaat helpt ook niet.
Het ontbijt was in de basic-stijl van het hotel, maar smaakte best. We voldeden onze rekening en liepen naar de doorgaande weg waarover we gisteren gekomen waren omdat we daar opgepikt zouden worden door de bus van de ferry-maatschappij.

We stonden al om 09:05 aan de weg en dat was minimaal een half uur te vroeg, maar wij wilden geen risico nemen. Elke keer wanneer we wat in de verte aan zagen komen stonden we gereed om de hand op te steken, maar het duurde uiteindelijk tot 09:45 uur voordat we onze bus aan zagen komen. Hoewel wij allerlei beren op de weg zagen, gaat het allemaal helemaal volgens plan en komen we nog voor 10:00 uur aan bij de pier in Soeniera Ivongo.

Dan denk je dat je op de boot kunt stappen, maar daar gaat toch weer een hele papierwinkel aan vooraf. Eerst inschrijven op een lijst bij een soort balie van de ferry-maatschappij, dan naar de gendarmerie om nogmaals de paspoortgegevens te noteren en als laatste zit er nog een oom agent vlakbij de boot die dezelfde handeling nog een keer dunnetjes overdoet. Lang leve de werkverschaffing.

Door alle rompslomp gaan we niet eerder 11:00 uur van wal met een volgeladen sloep waar nauwelijks ruimte is om te bewegen. Dit betekent dus anderhalf uur als sardientje in het welbekende blikje en dan niet te vergeten dat deze sardientjes ook nog zo'n fraai reddingsvest aanmoeten. Bovendien is het erg warm aan boord, dus je kunt je voorstellen hoe onze t-shirts eruit zien.

De overtocht lijkt veel langer te duren dan anderhalf uur, maar om 12:30 uur leggen we aan in Ambodifotatra, de hoofdstad van Ile Sainte Marie. Vanuit het bootje zien we al een bordje met onze naam erop dus ook dat is goed geregeld. We gooien onze bagage in een rotte taxi-fiat en rijden de 11 km naar ons verblijf in Ravoraha met de gelijkluidende naam.

Wanneer we ons huisje zien worden we helemaal gelukkig. Het is een huisje dat tussen de palmen, pal aan een smal, wit strand ligt.  De zee is misschien 10 meter van onze veranda verwijderd.
Dit huisje is wel weer van alle comfort voorzien en we kunnen zelfs 4 logés kwijt. We beseffen ons wel dat we één grote fout hebben gemaakt; we blijven hier veel te kort.

's-Middags lopen we over het strand even naar de duikschool bij de naastgelegen Bora Princesse Lodge. en net nu wij denken dat we het zo getroffen hebben, moeten we vaststellen dat er altijd 'baas boven baas' is. De hutten bij dit complex zijn groter en luxer en liggen, zo mogelijk, nog mooier.
We praten even met de duikinstructeur en besluiten morgen gelijk maar te gaan duiken.

De rest van de middag zitten we vooral op de veranda en genieten van het uitzicht. Wanneer Diana en foto van ons huisje wil maken, blijkt dat ook hier de kinderen graag op de foto willen. Ze laten zich zo mooi mogelijk vastleggen en weten precies waar ze gefotografeerd willen worden. Het enige wat ze ervoor terug willen is hun foto zien op het schermpje achterop de kamera.

Rond 17:30 uur zien we dat ons huisje nog een extraatje heeft. De zonsondergang kunnen we vanuit onze luie stoelen steeds roder zien worden. Het is genieten en met de palmen en de zee op de voorgrond moeten dat mooie plaatjes worden.
We krijgen nog meer spijt dat we hier maar drie dagen zitten.

Zaterdag 10 november

We moesten om 08:30 uur bij de duikschool zijn, dus konden we eerst rustig ontbijten. Toen we na het ontbijt over het strand en onder de overhangende palmen naar de Princesse Bora Lodge liepen, bedachten we of er misschien nog een manier was om hier toch langer te blijven. Om allerlei vervelende, praktische redenen zoals visum, vlucht wijzigen, werk, ........ zetten we dit idee maar van ons af.

Bij de duikschool stonden onze duiksetjes al keurig aangesloten op ons te wachten. Dat was al een makkie. De uitrusting bij deze duikschool ziet er gloednieuw uit, dus daar kon het niet aan liggen.
Samen met een Engelsman uit Liverpool een een walvis Fransman uit Lille en een instructeur van de duikschool gingen we op pad. De eerste duikstek heet Baracuda en was zo'n 3 km varen. Zonder noemenswaardige briefing lieten we ons achterover van het bootje het water in rollen. We gingen eigenlijk meteen naar 30 m diepte en toen we bijna bij één van de twee koraalblokken waren aangekomen schoot er een haai onder ons vandoor. Op deze diepte zie je de kleuren van het koraal niet meer dus moesten we vooral op zoek naar andere bezienswaardigheden en dat lukte; behalve veel koraalduivels zagen we een enorme rog, een hele grote kreeft en een reusachtige krokodilvis. Net toen we wilden opstijgen schoot er nog een grote school met de naamgevers van dit rif onder ons door.
Voor de tweede duik gingen we naar de duikstek Serapis waar een een 18e eeuws schip is gezonken. De restanten van het schip liggen op 21 m diepte en al snel ontwaren we de kanonnen en ankers. Alles is natuurlijk al behoorlijk overgroeid, maar de contouren zijn duidelijk. Terwijl we een rondje om de restanten maken, zien we opeens een schildpad er vandoor gaan.
Al met al een geen slechte vangst tijdens deze twee duiken en het duiken smaakt sowieso naar meer.

's-Middags lunchen we bij ons hotel en luieren wat in ligbedden op het strand. Aan het eind van de middag lopen we over het strand naar de het zuidelijkste punt van Ile Sainte Marie. Van hier zien we Ile aux Nattes liggen, een nog kleiner eiland waar we morgen met een piroque naar toe zullen gaan.

's-Avonds staat er vis en andere zeevruchten op het menu, maar wat kun je anders verwachten op een eiland. Het smaakt voortreffelijk.


Zondag 11 november

Het is vanochtend duidelijk minder weer dan de voorgaande dagen. Het waait hard en de zon laat zich maar mondjesmaat zien.
Na het ontbijt lopen we naar de zuidpunt van het eiland en nemen een piroque naar het kleine eilandje Ile aux Nattes dat bekend staat om zijn bounty-stranden. De overtocht in de uitgeholde boomstam duurt slechts enkele minuten, maar zo hebben we ook deze manier van transport kunnen ervaren.

Op 100 m van de plek waar we aanleggen zien we al prachtig strandje met op de achtergrond azuurblauw (of is het nou smaragdblauw) water. Dat beloofd veel goeds. We besluiten echter om eerst maar eens het eilandje te gaan verkennen voordat we op het strand gaan liggen.
Via en zandpaadje dat de hotels van dit eiland met elkaar verbindt lopen wij richting de oostkant van het eiland. We komen langs het hotel Baboo Village dat als het beste hotel van het eiland bekend staat en lopen daar even het terrein op om te gluren. Het is een mooi hotel met leuke bungalows die een steigertje aan het water hebben, maar wat het meest opvalt is dat ze geen strand hebben; toch gek op een eiland dat bekend staat om z'n stranden.

We lopen verder en krijgen gezelschap van een wit straathondje dat ons niet meer alleen lijkt te willen laten. In zee zijn vrouwen in de weer met een visnet. Het is onduidelijk of het net wordt uitgezet of dat ze het als een soort sleepnet gebruiken.
Even verderop komen we langs een klein kerkje waar net de zondagsmis is afgelopen en iedereen haast zich naar huis, waarschijnlijk om de voetbalwedstrijd van 12:30 uur te kunnen zien. We komen door het enige dorpje op dit eiland en vervolgen onze weg daarna in zuid-oostelijke richting.

Een half uur later zijn we bij hotel Paradiso. De beach-hutjes van dit hotel staan verspreid over het terrein met uitzicht op een wat ruigere Indische oceaan. Het water heeft vele kleuren blauw en het is er heerlijk rustig. Hier zien we eindelijk een strand waarvoor je naar dit eiland zou moeten gaan.
Wij lopen de aanlegsteiger op die wel 50 m lang is en bestellen wat te drinken. We nestelen ons in een heerlijke strandstoel en genieten van het uitzicht. Benji, zoals we de hond gedoopt hebben, is nog steeds bij ens en ligt naast onze stoel te rusten.

Na dit fijne momentje lopen we langzaam weer terug naar de noordpunt van het eilandje. Het is inmiddels helemaal bewolkt en we willen met de piroque over zijn voordat het misschien zelfs gaat regenen.
Hoewel er best een paar mooie plekjes te vinden zijn hadden we ons er eigenlijk iets meer van voorgesteld. Nu we dit gezien hebben weten we zeker dat we het met ons hotel op Ile Sainte Marie erg getroffen hebben.

We gaan bij de buren van Bora lunchen; ietsje duurder, maar ook eens wat anders. Na de lunch lopen we terug naar ons eigen huisje en nemen met een boekje plaats in de 2-persoons hemelbed-strandstoel. Tegen een uurtje of drie begint het dan toch serieus te regenen. Het past wel een beetje bij onze gemoedstoestand als we ons bedenken dat we morgen eigenlijk aan de terugreis naar het kille, natte Nederland beginnen, met morgen een tussenstop in Tamatave en een dag later door naar Tana.

Wanneer we 's-middags nog wat drinken bij het hotel horen we bij toeval dat de boot van Cap Sainte Marie vandaag niet heeft gevaren vanwege het weer (?) én dat ze morgen waarschijnlijk ook niet varen. Daqn hebben wij natuurlijk een probleem, want dan redden we het nooit meer om via Tamatave naar Tana te komen. We moeten dan proberen een vlucht te krijgen naar Tana of zoiets. Gelukkig vliegt Air Madagascar wel vanaf dit eiland.

Maandag 12 november

Een nieuw wekker-record voor deze vakantie: 04:00 uur! Hoewel we niet zeker weten of er vandaag wel een boot gaat. De taxi staat netjes op tijd voor het hotel en om 04:45 staan we al bij het kantoortje van Cap Sainte Marie. In het haventje liggen echter geen boten en het kantoortje is ook nog op slot.
Rond 05:00 uur komt er dan iemand aanlopen die het kantoortje opent. We lopen er gelijk heen en vragen of er een boot gaat vandaag. We zijn opgelucht als we horen dat de boten vanuit Soanierana Ivongo naar Ile Sainte Marie onderweg zijn, maar er wordt gelijk aan toegevoegd dat het nog maar de vraag is of ze ook weer terug kunnen naar Soanierana Ivongo. Wij reageren verbaasd want de zee is ziet er erg kalm uit. Volgens de man van Cap Sainte Marie zijn de omstandigheden bij het vasteland een stuk slechter.

We besluiten bij Choco Pain af te wachten onder het genot van wat broodjes en een bak thee. Daar zien we dat we niet de enige toeristen zijn die in afwachting van de boot zijn. Het is allemaal wel toepasselijk in de sinterklaas-tijd.
Het brood komt vers uit de oven dus dat maakt weer wat goed, maar als we vanaf het terrasje een paar zware buien naar beneden zien komen, worden onze kansen er niet beter op.

Rond 07:00 uur gingen we weer naar het kantoor van Cap Sainte Marie. De boten waren om 05:30 uur vertrokken, dus die zou je moeten kunnen zien. Toen we het haventje inliepen zagen we de boten in de verte al aankomen. Zou dat een goed teken zijn?
Bij het kantoortje aangekomen vertelde de man van Cap Sainte Marie dat de boten niet terug zouden keren, want het was onderweg te slecht geweest.
We wachten nog even tot de boten aanmeren en aan de passagiers die uitstappen is niet te zien dat het zo'n zware zee is geweest. We hebben dus zo onze bedenkingen over het afblazen van de terugtocht.
Voor ons zat er niet veel anders op dan over te stappen op plan B.

Voor ons alternatieve plan gingen we op zoek naar het kantoor van Air Madagascar. Dit was gelukkig maar zo'n 150 m lopen vanaf het haventje, want met de grote rugzakken wil je de loopafstand beperkt houden.
Bij Air Madagascar ging het allemaal erg vlot. Er waren twee opties: vandaag naar Tamatave en morgen vanaf Tamatave de rest van ons programma vervolgen, of rechtstreeks van Ile Saint Marie naar Tana. We besluiten voor de eerste optie te gaan, want dan krijgen we toch nog ons  ritje met de taxi-brousse. Er zijn nog drie stoelen beschikbaar dus dat is oké.
Paspoorten erbij, telefoonnummer doorgeven, credit-card op tafel en ..................... toen werd duidelijk dat Air Madagascar alleen maar VISA accepteert.
Dat is dan lekker want er is op Ile Saint Marie geen bank waar je kan pinnen met de Mastercard.
We hadden gehoord dat je bij La Bank Of Africa wel geld met je Mastercard zou kunnen krijgen aan het loket. Wij naar die bank en inderdaad je kon er geld krijgen met je Mastercard, maar wel twee dagen wachten voordat ze uitbetaalden.
Dan naar de volgende bank, de BFG SG, waar we netjes in de rij gaan staan. De bureaucratie doet je af en toe op je tong bijten, maar toen we aan de beurt waren ging het eigenlijk erg snel; Mastercard in de mobiele paslezer, pincode ingeven en daar was het bonnetje al. Nog een paar kopietjes maken voor de administratie en wij weer met een pak geld op weg naar Air Madagscar.

Met cash kun je overal terecht. dus ook bij Air Madagascar. Onze gegevens stonden nog in het systeem van ons vorige bezoek, dus ook hier duurde het maar een paar minuutjes en we hadden de tickets in handen. Nog even afrekenen bij een ander tafeltje en we konden vanmiddag vliegen.
De rest van de ochtend zitten we bij Choco Pain en eten en drinken hier onze tijd vol. We aansvhouwen het dagelijks leven in Ambodifotatra en daarbij valt het op dat er hier wel erg veel Franse gepensioneerde vrijgezellen van het type dikke buik en/of vette staart met brede scheiding vergezeld gaan van een Malegassische schone. Het zijn 'gelukkig' volwassen vrouwen, maar het geeft toch een beetje kromme tenen.

Om 12:00 uur charteren we een tuc-tuc en laten ons op de luchthaven afzetten. Er is helemaal niemand te vinden op dit luchthaventje, maar we doen maar net alsof dat hier normaal is.
Even later blijkt dat dit toch ook hier niet normaal is want wanneer we een medewerker op de luchthaven aanspreken blijkt de vlucht te zijn verplaatst naar 16:35 uur. Dat kon er ook nog wel bij!
Gelukkig zit het hotel waar we hebben geslapen op slechts enkele minuten wandelen van de luchthaven dus we gooien onze rugzakken in een hoek en gaan wat drinken bij ons hotel. Daar zijn ze erg verrast dat we weer binnenwandelen, maar toevallig is Sophie, de eigenaresse net bezig een mail aan Mora travel te beantwoorden waarin ze deze laatste ontwikkelingen kan meenemen.

Als we tegen drieen weer op de luchthaven zijn, kunnen we gelijk inchecken, dus nog meer vertraging lijkt er niet te komen. Geleidelijk stroomt de kleine vertrekhal vol en om 16:00 uur zien we de ATR 78 landen op de enige baan van dit vliegveld.
In recordtempo worden passagiers en bagage uitgeladen en mogen wij erin. Veiligheidcontroles doen we even niet aan vandaag. Maximaal een kwartier nadat het toestel stil stond bij het luchthaven gebouw, werden de motoren alweer gestart. Hier kan ryanair zelfs een puntje aan zuigen (eerlijkheid gebied te zeggen dat er maar 78 man ingaat).

De vlucht is heel relaxed en een half uurtje later staan we al in Tamatave aan de grond. Enkele minuten later hebben we onze bagage en iets na vijfen stappen we in onze 'taxi', die ons in enekle minuten naar hotel Joffre brengt. Veertien uur nadat de wekker ging zijn wij op plaats van bestemming, met dank aan het weer, Cap Sainte Marie en Air Madagascar.


Dinsdag 13 november

Vandaag was onze laatste dag in Madagascar, maar we moesten nog wel even van Tamatave naar Tana en wel met de taxi-brousse.
Net als gisteren toen we hier aankwamen, regende het vanochtend heel stevig. Voor de oost-kant van Madagascar had de regentijd zich duidelijk gemeld.

Om 06:00 uur stonden we alweer op het busstation en het regende nog steeds. Tot onze geruststelling hadden we een redelijk luxe taxibrousse dus niet zo eentje waar veel te veel mensen worden ingestouwd. Om de rit toch een beetje lastig te maken hadden ze ons wel op de achterbank gezet.
In tegenstelling tot de kleine, volgepakte taxi-brousses vertrok onze roze Mercedes Sprinter netjes om 06:30 uur.

De rit gaat voorspoedig totdat we rond 11:00 uur de chauffeur verdacht vaak in zijn rechter buitenspiegel zien kijken. Even later stopt hij vlak bij een restaurantje en als we uitstappen zien we waarom hij steeds in de spiegel keek: rechter achterband lek! Wel goed dat hij tot bij het restaurantje is kunnen komen, want nu kunnen we dit mooi combineren met de lunch.

We nemen voor de laatste keer een bord taramuso en combineren het met wat bladerdeeg-hapjes die erg lekker blijken te smaken.
Om 12:00 uur zijn we alweer op weg voor de laatste 100 km naar Tana en zonder verdere problemen bereiken we rond 13:00 uur de hoofdstad, waarna het overigens nog wel bijna een uur duurt voordat we op het station van de taxi-brousse zijn. De rugzakken worden afgeladen en even later zitten we in een taxi op weg naar het hotel. Bij het hotel eten en drinken we wat, waarna we de de rugzakken gaan pakken voor de terugreis. Omdat we een nachtvlucht hebben slapen we ook alvast een paar uurtjes in het voren.
's-Avonds nemen we voor het laatst een stukje zebu-vlees en om 21:30 uur gaan we dan op weg naar de luchthaven.

We zijn ruimschoots op tijd op de luchthaven, maar gelukkig zal onze vlucht ook op tijd vertrekken. Terwijl we in de vertrekhal van de kleine luchthaven zitten spelen we reis-film in gedachte af en zijn we het erover eens dat Madagascar een fantastisch land is; een land met een prachtige en unieke natuur, leuke dorpjes en steden, mooie stranden met bijbehorende accommodatie  maar vooral een heerlijke bevolking die, ondanks dat ze niet veel hebben, altijd vriendelijk is en lacht als ze een vazaha zien!