Zuid Korea 1



Grotere kaart weergeven

Donderdag 29 september

We moesten al vroeg op pad, want we hadden een paar fijne tickets, voor weinig, op de kop getikt. Normaal gesproken is het zo’n 9000 km naar Seoul, maar wij doen er nog wat kilometers bij.

Van Apeldoorn via Zutphen naar Roosendaal en dan nog een klein stukje naar Antwerpen.

In Antwerpen hebben we onze treintickets opgehaald om vervolgens, via Rotterdam en Den Haag naar Schiphol te gaan; een extra lusje noemen we dat bij een hardlooptraining.

We zouden in Antwerpen de trein van 13:00 uur hebben, maar omdat we vroeg waren konden we met de trein van 12:00 uur mee. Helaas stond er om 11:50 ineens op de borden dat de trein naar Schiphol was ‘afgeschaft‘, dus konden we alsnog even Antwerpen in. Veel verder dan de grote M zijn we niet gekomen.

De treinreis van Antwerpen naar Schiphol verliep soepeltjes, maar de ontvangst op Schiphol was een stuk minder. Toen Diana bij zo’n zuil aan het inchecken was zag ze dat de één op rij 21 zat en de ander op rij 42: GEZELLIG! Bovendien was op de display te lezen dat we als bonus gelijk 2 uur vertraging kregen. Met dank aan onze Koninklijke. Als pleister op de wonden kregen we twee vouchers van maar liefst 5 euro; joepie! Daar kun je net de wc-juffrouw mee betalen.

Na dit warme bad hebben we ons KLM-netwerk in gang gezet; Rene gebeld, die op zijn beurt weer Pieter heeft gebeld die gelijk ging proberen of hij wat kon switchen. Voorlopig zaten wij bij La Place te schelden op de KLM, want dat lucht wel lekker op.

Niet veel later kwam het verlossende telefoontje van Rene; Pieter had ons in ieder geval bij elkaar weten te rommelen. Maar het kon wel wat gaan piepen bij de gate. Toch handig dat netwerkje.

Toen we bij de gate kwamen hadden we onze eerste Korea-experience: het zat helemaal vol met Koreanen met daartussen een handjevol blanken, dit hadden wij nog niet eerder meegemaakt op Schiphol.

Niet veel na ons kwam Pieter al aangelopen en wij natuurlijk even slijmen aan de balie. Hij zei dat we rustig moetsen blijven zitten en dat hij zou proberen ons nog een beter plekje te geven.

Om 19:15 uur begon men met boarden en wij sloten netjes aan in de rij met Koreanen. Toen Pieter ons zag fluisterde hij dat we nog maar even in de wachtruimte moesten blijven zitten.

Uiteindelijk hebben we honderden Koreanen voor onze neus voorbij zien gaan op weg naar de slurf en toen de laatste paar door de bodyscan gingen kwam Pieter met twee nieuwe boardingpassen aanlopen: stoel 2a en 2b, business-class stoelen in de neus van het toestel. Helaas geen businessclass service, maar daar zouden we toch niets aan hebben, op zulke stoelen kun je nl. heeeeeeerlijk slapen.

We vertrokken uiteindelijk met meer dan tweeënhalf uur vertraging, maar de stoelen zaten als gegoten. Gauw een hapje naar binnen en dan de stoel plat om te pitten.

Vrijdag 30 september

Toen de stewardess ons om 11:30 uur, Koreaanse tijd wakker maakte voor een ontbijtje, vonden we het bijna jammer dat het nog maar twee uur vliegen was.
Om 13:30 waren we in het luchthavengebouw van Inchon Airport, waar de formaliteiten vlot verliepen. Tot onze opluchting waren ook dit keer de tassen weer meegekomen en voor we het wisten waren we kaartjes aan het kopen voor de metro naar ons hotel.

Rond 16:00 uur konden we eindelijk alle spullen van ons af gooien; we waren maar liefst 26 uur onderweg geweest!

‘s-Avonds hadden we gelijk onze eerste Koreaanse maaltijd voor de kiezen; een handjevol gepeperde sperziebonen, wat witte kool die in de sambal had liggen weken, zeewiersoep en wat sizzling beef en chicken vergezeld van witte rijst. Met een lepel en een setje chopsticks voel je je gelijk weer thuis in Azie.

Na dit Koreaanse diner hebben we de straten van Seoul nog wat verkend. Het is moeilijk te zeggen waar het op lijkt. De enorme hoeveelheid neonreclame doet aan Hong Kong denken; McDonalds, Pizzahut en KFC zijn vertegenwoordigd, maar in de kleinere straatjes waan je je in een klein plaatsje in bijv. Vietnam.

Over 4 weken kunnen we zeggen of het ergens op lijkt of dat het een geheel eigen identiteit heeft, we zijn benieuwd.

Zaterdag 01 oktober

De vertraging die we gisteren hadden opgelopen moesten we vandaag weer goedmaken. Dat betekende dus een vol programma.
Na een eenvoudig,maar voedzaam ontbijtje zijn we eerst naar het Bukchon Hanok Village gegaan. Hoewel we daar een concentratie van deze traditionele woningen in een grote stad verwachtten, waren het meer een paar verdwaalde authentiek woningen te midden van vnl. lelijke nieuwbouw. Ach, tussen de oogharen door krijg je een idee van hoe het er vroeger moet hebben uitgezien.

Nadat we een uurtje door de straatjes hebben geslenterd, zijn we naar Changdeok-gung paleis gegaan. Dit paleis met zijn vele paviljoenen staat op de werelderfgoedlijst en is erg goed onderhouden, misschien zelfs wel te goed, want het ziet er allemaal te nieuw uit.

Ondanks dat het zaterdag is lopen er grote groepen scholieren rond, herkenbaar aan hun schooluniformen. Overal nemen ze foto’s van elkaar met de alom aanwezige mobiele telefoon en altijd in een pose waarbij het V-teken wordt gegeven.

Omdat we om 12:00 uur het wisselen van de wacht bij het Gyeongbok-gang paleis wilden meemaken, zijn we na het ene palies gelijk doorgegaan naar het andere.
We waren precies op tijd om de beste plekken in te nemen en het kitschie spektakel van dichtbij mee te maken.; kleurrijke kledij, mooie vlaggen en een boel lawaai.
Hierna hebben we ook dit complex minutieus verkend en zo af en toe vroegen we af wat de verschillen zijn met het complex dat we vanochtend hebben bezocht..

Na deze koninklijke ochtend was het wel even tijd voor een versnapering en wat vocht, dus we zochten een soort bakkerij op waar we een heerlijke typisch Koreaanse Focaccia (?) gegeten hebben.

Na deze lunch zijn we bij de boeddhistische Jogua-sa tempel geweest, waar net een mis aan de gang was. Het meest opvallende aan het Koreaans boeddhisme is wel hun kledij; in plaats van oranje of bordeaux-rood lopen ze hier in een muis-grijs gewaad en dat is vooral minder leuk voor de gevoelige plaat.

Na dit bliksembezoek aan deze tempel zijn we via het hotel doorgelopen naar de Gwangjang markt. Dit is weer zo’n typische Aziatische markt waar je van alles kunt krijgen, maar vooral het assortiment zeedieren was erg uitgebreid.

Na deze markt hebben we een pitstop gemaakt bij de Korean Tourist Information om even uit te zoeken naar wel busstation we morgen moeten. We zijn er allervriendelijkst geholpen en Diana ontdekte dat je er zelfs gratis internationaal kon bellen. Het kostte heel wat moeite om haar daar weer naar buiten te krijgen.

Onze laatste bestemming van de dag was de 235 meter hoge N Seoul Tower bovenop de 265 meter hoge Mt. Namsan. We wilden er eigenlijk met de kabelbaan naar toe, maar toen we de rij Koreanen zagen staan besloten we maar te gaan lopen en dat hebben we geweten; de Posbankloop is er niets bij.
Boven aangekomen hebben we Seoul in zijn uitgestrektheid kunnen bewonderen en omdat het begon te schemeren toen wij boven waren, hebben we ook de Seoul-by-night versie mee mogen maken.

De terugweg was meer van hetzelfde, dus ook nu weer te voet en niet met de gondel. Rond half negen waren we weer downtown en zijn we bij Madfry Chicken nog even wat gaan eten. Toen we aan ons tafeltje zaten en om ons heen keken bleek dat hier vnl. de opgeschoten jeugd een happie kwam doen. Er was geen tafel te vinden waar geen mobiel op tafel lag of aan het oor kleefde. Het leek er sterk op dat ze aan tafel ook met elkaar communiceerden via de mobiel.
Bij Madfry Chicken is het ze gelukt ons te verrassen met een maal dat wij nog niet eerder hebben gegeten: een salade met een bolletje ijs erop.
Nadat we de gefrituurde, kruidige kip en de salade tezamen met een Koreaans gerstenat, naar binnen hadden gewerkt zijn we terug gegaan naar ons hotel. Dit was Seoul in een notendop, maar we kunnen aan het eind van onze vakantie nog wat uitgebreider kennis maken met deze leuke stad.

Zondag 2 oktober

Vandaag hadden we onze eerste busrit. Eerst met de metro naar de Express Bus terminal en dan daar even op zoek naar het juiste loket. In de metro worden we eerst onthaald door een blinde die op de mondharmonica probeerde te spelen. De nadruk lag duidelijk op proberen, want je kon horen dat hij nooit veel noten heeft gelezen. Daarna kwam er nog een schoenenverkoper met zijn handelswaar langs. Hij verkocht neopreen huisschoentjes of zoiets; wij hadden geen belangstelling.

Op het busstation hadden we de ticket-office snel gevonden en hoewel ons Koreaans niet veel verder gaat dan Hyundai en Samsung waren de tickets snel gekocht. De plaatsnamen staan gelukkig ook in het Koreaans in de Lonely Planet, dus we zwaaien af en toe gewoon even met deze gids. De prijs van de kaartjes viel mee, drieënhalve euro voor 2 uur bussen.
Het was erg druk op de snelweg naar Gonju, maar de bus heeft een eigen rijbaan dus dan schiet het wel op. De omgeving is licht heuvelachtig met af een toe een akkertje rijst, afgewisseld met een dorpje.

In Gonju hebben we ons geplande hotel snel gevonden (met een beetje hulp van de taxichauffeur). Het is allemaal wat eenvoudiger dan in Seoul, maar ook hier weer een grote breedbeeldtelevisie en een pc op de kamer. Nadat we de spullen op de kamer hebben gegooid, mengen we ons in het feestgedruis. Van 1 tot 9 oktober is hier het Baekje Festival en dat is goed te merken. Overal staan feesttentjes en etenskraampjes en alles is versierd.

We besluiten eerst maar naar het Gongsanseong fort boven op de heuvel te gaan, of wat er van over is, want ook hier staat het wisselen van de wacht op het programma. Het is weer een theatraal gebeuren maar het is hier wat minder strak georganiseerd dan in Seoul zodat overal Koreanen tussendoor lopen. Via de oude vestingmuren komen we bij een noodbruggetje dat naar de andere kant van de rivier gaat. Het bruggetje is een beetje instabiel dus je moet geen last van zeeziekte hebben.
Halverwege de brug staan levensgrote, papieren modellen van krijgers te paard die de koning en koningin begeleiden, op drijvers in de rivier . Knap gemaakt en zeker een fotootje waard.
We lopen door naar de andere kant van de rivier waar zo mogelijk een nog groter feestterrein waar een mega-braderie aan de gang is.
We vergapen ons aan de vele stalletjes en aan het begin van de avond gaan we over een wat meer solide brug terug naar de andere kant van de rivier, omdat vlakbij ons hotel een grote parade plaatsvindt.

We lopen eerst naar de plek waar volgens ons de parade zou moeten beginnen en verbazen ons over de grootte van dit dorpje; er is zelfs plek voor een PizzaHut.
Na een half uur wachten zien we dan dat de voorste wagen, waarop een levensechte opblaasdraak staat, in beweging komt.
Gelijkertijd begonnen trommelaars in antieke militair tenues lawaai te maken, waarna nog een hele stoet volgde: fakkeldragers, dansers die ritmisch bewogen op een aanstekelijk muziekje, mannen verkleed als kastanjes (?), vaandeldragers, gemaskerde mannen, de koning en koningin die in een cabine op palen gedragen werden en nog veel meer. Kosten noch moeite waren gespaard om ons te vermaken.
Tijdens de parade hebben we nog een hapje gegeten en nadat de laatste deelnemers de hoek om waren zijn we weer terug gelopen naar de rivier. De kerstversiering was uit de doos gehaald en alles waar een lampje aan blijft zitten was verlicht. Er zijn zelfs lichten ontstoken in de papieren krijgers die we vanmiddag bij de gammele brug hadden gezien; wat een Lumido!

Meer sfeer konden we op dit moment echt niet hebben en we zijn terug gelopen naar het hotel, waar we in ons extra smalle bed tot rust proberen te komen op de dreunende beat van de lokale dj. Het was nog lang onrustig in Gongju.

Maandag 3 oktober

Het was vanochtend even dubben wat we zouden gaan doen. Thuis hadden we bedacht dat we naar het Magok-sa klooster zouden gaan,maar in de festivalfolder stond dat er in het nabij gelegen Buyeo een mooie ceremonie zou zijn, eveneens in het kader van het Baekje festival. We hebben er uiteindelijk maar even om gevochten en zoals gewoonlijk heeft Diana haar zin gekregen; het werd Buyeo.

Tegen negenen waren we alweer op het busstation. Kaartjes gekocht en omdat ons hotel geen ontbijt heeft, hebben we bij het bakkerijtje op het busstation de innerlijke mens tevreden gesteld.
We hadden de laatste slok thee nog maar net naar binnen gegoten toen de bus bij het platform aanmeerde. Gauw een paar goede plekken ingepikt en klaar voor een ritje van 45 minuten.

Buyeo is een soort kleiner broertje van Gonju, maar met net zoveel historie. Ook hier is een fort dat op een heuvel is gelegen en daar moesten we vandaag zijn. De ceremonie waar wij voor waren gekomen speelde zich af bij Samchung-sa, een heilige plaats die is opgedragen aan drie loyale leden van het hof van Baekje die met slechts 5000 man de strijd aangingen tegen het 10 maal grotere leger van Shilla en de Chinezen; vier aanvallen werden afgeslagen, maar bij de vijfde zijn ze uiteindelijk toch verslagen. Het lijkt wel wat op de verering van Guus Hiddink; verlies je de halve finale van het WK met het thuisland en dan krijg je een bronzen standbeeld.
We kwamen hier dus voor de ceremonie en die is ook zonder dat je de historie kent, boeiend om te zien. Eerst wat gracieus danswerk van mooi opgemaakte vrouwen in maagdelijk witte kledij (het leken wel geisha’s) en daarna een twintigtal men-in-white die voor het tempeltje in twee rijen stonden opgesteld en vervolgens met tweetallen steeds een soort kranslegging deden bij de beeltenissen van de krijgsheren, terwijl een klein mannetje achter een spreekplankje allerlei mooie woorden zei (denken wij). Dit alles gebeurde onder begeleiding van een stevig stukje Koreaanse muziek; je moet er van houden…..

Na dit fraaie schouwspel zijn we naar de andere kant van het heuvelachtige terrein gelopen en na een paar pittige klimmetjes kwamen we bij een mooi gedecoreerd boeddhistische tempel. Hier hebben we even wat rondgesnuffeld waarna we via dezelfde pittige klimmetjes weer terug zijn gelopen; wij hadden onze heuveltraining wel weer gehad.

‘s-Middags waren we om 15:00 uur weer terug in Gonju en nu moesten we eerst pinnen want de bodem van onze geldkist kwam in zicht. Vlak bij het busstation hadden we een bank gezien dus daar even heen gelopen en de pas in de geldautomaat gestopt; helaas was het bij deze bank niet mogelijk om met een Nederlandse bankpas te pinnen. Terug naar ons hotel heeft Diana nog een meisje aangesproken die ons naar een andere bank verwees. Ook hier de pas in de automaat, bedrag ingegeven, maar het enige wat uit de automaat kwam was een bonnetje waar het bedrag, dat we hadden ingegeven, op stond. Was het geld nu afgeschreven of niet? Er was in ieder geval niemand te vinden die ons hierbij kon helpen dus dat moesten we later maar even navragen bij de Tourist Information.

Er stond vandaag nog één attractie op het programma, nl. de 7 tombes van de Baekje vorsten. Geen grote mausolea, maar de graven zijn bescheiden en lijken op heuvels die met gras bedekt zijn. Om inzicht te geven in het binnenste van zo’n grafheuvel hebben ze er eentje nagebouwd als museum; erg handig. 

Omdat we toch aan geld moesten zien te komen zijn we na het bezoek aan de grafheuvels op zoek gegaan naar een bank die één van onze vele pasje zou slikken. Gelukkig waren er banken genoeg, maar nadat we al voor vierde keer alleen maar een bonnetje hadden gehad, werden we toch een beetje zenuwachtig. We besloten weer richting Tourist Information te gaan, maar net toen we omgekeerd waren zagen we bij een bankgebouw het Maestro logo glinsteren. Daar kwamen we met de schrik vrij.

‘s-Avonds besloten we bij zo’n gezellige feesttent te gaan eten. We zaten nog maar net op ons plastic krukje achter het plastic tafeltje met het plastic kleedje onder de veel te felle spaarlampen of er werd ons een Koreaanse menukaart onder de neus geschoven. Daar konden we niets mee dus Diana wees een paar dingetjes aan die wel eetbaar leken. Flesje bier erbij en smullen maar.
De maaltijd was goed te eten: gebarbecuede stukjes varken met sla en saus en een omelet/pannenkoek met de hele groentetuin erdoor. Het flesje bier bleek een venijnig drankje te zijn van minstens 35% en die halve liter kreeg Rob niet weg.
De grootste verrassing bleek uiteindelijk de rekening te zijn, want we moesten maar liefst W41.000 betalen, omgerekend €25 en dat zijn Zuid Korea buitensporige bedragen. Een potje bekvechten met de kenau achter de kassa haalde niets uit, dus dit verlies moesten we maar nemen.

Dinsdag 4 oktober

Bij het openen van de gordijnen keken we wel even gek op; dichte mist. Op zich wel goed gepland, want we moesten vandaag weer bussen.
Eerst met de taxi naar het busstation en daar kaartjes gekocht naar Daejeon omdat er geen rechtstreekse bus naar Andong is.
We hadden nog net genoeg tijd om even een broodje en een bakkie thee weg te werken want om 08:17 uur zou onze bus vertrekken.
Met een paar minuutjes vertraging vertrokken we in een oude rammelkast naar Daejon. De rit duurde net iets meer dan een uur en op het grote busstation van Daejeon, vlakbij één van de WK-stadions uit 2002, lukte het ons toch weer buskaartjes voor het volgende traject te bemachtigen.
Nog even een kop koffie naar binnen gewerkt en om 10:20 uur vertrokken we, met een zo mogelijk nog gammelere bak, voor het laatste stuk naar Andong waar we om 12:30 uur uit de bus stapten.

We lieten ons met de taxi bij een motel afzetten, maar keken daar toch wel raar op; geen lobby, geen receptionist, maar alleen een soort sigarettenautomaat waar afbeeldingen van kamers op stonden. Je kon op een afbeelding drukken, geld in de machine gooien en de sleutel voor de gekozen kamer viel in het bakje.
We hadden al wel wat gelezen over de love-motels, maar dit was dus zo‘n motel. Omdat we wel wat afgemat waren van de reis leek het ons verstandiger om iets anders uit te zoeken. Een paar blokken verderop vonden we een iets beter hotel, want deze had in ieder geval een receptionist, en hebben daar een kamer genomen. Uit het standaard toilettasje dat je mee kreeg naar de kamer maakten we op dat er ook hier wel wat ge-loved werd.

Nadat we de spullen op de kamer hadden gegooid zijn we gelijk richting het Hahoe Village gegaan; niet alleen om daar dit authentieke dorp te bekijken maar ook omdat er nog optredens zouden zijn in het kader van het wereldberoemde Andong Mask Festival.
We hadden nog een uurtje tijd voordat de eerste Mask dans zou worden opgevoerd, dus hebben we al snel even een rondje gemaakt door het dorpje; het is geen nepboel zoals bij de Masai in Kenia of de Mursi in Ethiopie, maar de mensen leven hier nog steeds in de authentieke Koreaanse woningen, maar dan wel voorzien van hedendaags comfort en een grote auto voor de deur.

De Mask dans was een knap stukje amateur toneel, maar het is niet voor niets dat de spelers een masker op hebben; zo wil je niet herkend worden door je buurman!
Hoewel er waarschijnlijk nooit een uitvoering van zal komen in het Scheveningse Circustheater, was het best leuk om te zien en, ondanks dat we er niets van verstonden, hebben we het verhaal wel kunnen volgen.

‘s-Avonds hebben we weer lekker gegeten en na nog een goede kop koffie zijn we naar ons eigen Love-motel gegaan.
Woensdag 5 oktober
Het was me het dagje wel weer; 14 uur belevenissen van twee filmsterren door Zuid Korea, maar daarover straks meer.

Om 08:00 uur liepen we alweer in de ‘hoofdstraat’ op zoek naar een ontbijtje en gelukkig was bij bakkerij Mammoth de tafel gedekt. Met een gevulde maag konden we op weg.

Onze eerste bestemming vanochtend was Dosan Seowan, een voormalig confuciaans klooster/academie. Bus 67 brengt ons in een half uurtje naar deze fantastische lokatie op 28km van Andong. Helaas is het complex niet meer ‘bewoond’, waardoor je je slechts kunt voorstellen hoe het hier vroeger geweest moet zijn. Dosan Seowan was door het hele land beroemd vanwege het hoge nivo van de opleiding die hier werd gegeven; het was de meest prestigieuze opleiding voor diegenen die een goede baan nastreefden.

We hebben ongeveer een uurtje rond gedwaald door dit complex, waarna we weer met de bus naar Andong terug zijn gegaan.

In Andong hebben we geluncht, waarna we op zoek zijn gegaan naar bus 54 die ons naar Jebiwon moest brengen.
Jebiwon is geen karakter uit een Star Wars film, hoewel deze enorme Boeddha wel wat weg heeft van Jaba the Hutt. Een enorm rotsblok is het lijf van de Boeddha en hier bovenop is een kleiner rotsblok geplaatst waar het hoofd uit gehouwen is,
Hoewel Jebiwon de hoofdact moest zijn, werd alle aandacht opgeëist door een monnik die in een naastgelegen tempel een dienst leidde; wat een sfeervol gebeuren is dit toch altijd weer.

Rond 15:00 uur stonden we, samen met een Zuid Koreaans paar, weer bij de bushalte te wachten om terug te gaan naar Andong. Toen de bus wel erg lang op zich liet wachten, zijn we maar ingegaan op het voorstel van een langsrijdende taxichauffeur om met hem terug te rijden naar Andong voor de prijs van 4 buskaartjes. We zijn snel ingestapt en met een kwartiertje stonden we alweer in Andong.

In Andong hebben we nog even over de markt geslenterd en wat gedronken bij bakkerij Mammoth, waarna het tijd werd om naar het festivalterrein van het Maskdance Festival te gaan.
Dit festival is niet te vergelijken met het festival van twee dagen geleden in in Gongju. Hier draait alles om zang en dans en dat allemaal in combinatie met maskers. Het is een internationaal gebeuren waarbij dansgroepen van over de hele wereld aanwezig zijn; een groep uit Israel, uit China, de Filippijnen, Oezbekistan, India, Maleisië en nog veel meer.
Bovendien waren er van nog veel meer landen ook etenstentjes aanwezig dus het was ook nog eens een groot smul-feest.
We moesten nog even onze draai vinden op dit enorme festivalterrein, maar voordat we het wisten werd er een een enorme filmcamera voor onze neus gehouden; of we maar even iets wilden zeggen.over het festival. Even snel een paar zinnen in het Engels opgedreund (het maakt niet wat je zegt want ze verstaan je toch niet) en ons eerste optreden zit er op.
We hebben eerst koers gezet naar het grote podium omdat daar het meeste lawaai vandaan kwam. Verschillende groepen gaven er een show weg en het leuke was dat je er bijna tussen kon lopen. Aan het eind van één van de optredens kreeg Diana een masker van een man, terwijl hij zijn sjaaltje aan Rob gaf. Daar stond wel tegenover dat Rob het masker op moest zetten en met hem op de foto. Dit bleef niet onopgemerkt want voor we het wisten werden er verschillende lenzen op ons gericht. Als toerist ben je gewoon al een attractie in Zuid Korea, maar als je dan nog een beetje met ze meedoet is het hek van de dam.
Kort na de eerste fotoshoot wilden een paar vrouwen van hoogwaardigheidsbekleders met deze toerist op de foto, gevolgd door een paar verzoeknummers van verschillende fotograven. We waren er maar druk mee.
Na onze minutes of fame, hebben we ons weer op het feestgedruis gericht en verschillende feestende groepen van dichtbij meegemaakt. Wat een spekatakel.

Wat we tot nu toe hadden meegemaakt komt nog het dichtst bij een carnavalsoptocht, maar het festival heet niet voor niets het Maskdance Festival; we moesten dus nog wel even naar een maskdance toe in het Maskdance Theatre. Eerst maar even kaartjes gekocht, maar omdat de hoofdshow nog een uurtje op zich liet wachten hebben we een broodje shoarma op de kop getikt; dat is het voordeel van een internationaal festival!

Om 19:30 uur zaten wij op de eerste rij in het theater vlak bij het podium in afwachting wat er komen ging. We hadden natuurlijk gisteren al een voorproefje gehad in het Hahoe Village, maar dit zou een veel grootsere show worden.
De eerste sketch ging over een man die een stier tegen de grond slaat en vervolgens zijn ballen eraf snijdt. Met deze ballen in zijn hand gaat hij bij een paar mensen in het publiek rond en maakt wat grappige opmerkingen; niet dat we het verstaan, maar er wordt smakelijk gelachen. Uiteindelijk komt hij ook nog even zo’n toneel-testikel bij Rob onder de neus houden en ook nu maakt hij een paar opmerkingen en aan de reactie van het publiek te merken was het erg grappig.
Bij een volgende sketch zit een vrouw zeurend aan een weefgetouw; het werk is haar allemaal te zwaar en het levert niets op (dit is mijn eigen vrije interpretatie want ondertiteling was niet voorhanden). Vervolgens gaat ze bedelen om aan geld te komen en houdt ze een bakje bij Rob onder de neus. Tja, dat moet je bij een Hollander niet doen; dat levert je niets op. Blijkbaar hebben ze van Guus een hele andere indruk van Hollanders over gehouden.

Na een uur kwam deze toneelshow tot een einde en in een laatste vreugdedans met alle spelers werden ook de toeschouwers uitgenodigd om mee te dansen. Dit keer was Diana de gelukkige want ze werd gevraagd om mee te doen. Rob moest haar wel even een stevige duw in de goede richting geven, maar even later stond ze temidden van de uitbundige Zuid Koreanen mee te dansen; wat een feest!

Moe maar voldaan zijn we terug gelopen naar Andong waar we nog even een bakkie hebben genomen bij een andere favoriete bakkerij van ons: Tous les Jours. We bedenken ons dat dit alweer de vierde dag is dat we langer dan 12 uur op pad zijn; het lijkt wel werk.

Oman week 5

Vrijdag 3 december

Omdat we vandaag niet zoveel afstand hoefden te overbruggen, konden we voor het eerst een beetje uitslapen. Pas tegen negenen gingen we voor het ontbijt weer naar Paul.
Nadat we weer een heel gesneden bruin naar binnen hadden gewerkt, gingen we op weg naar het metrostation omdat we naar de Dubai Mall en de Burj Khalifa wilden gaan. Bij het metrostation aangekomen werden we tegengehouden door twee militairen die ons duidelijk maakten dat het vrijdag is (=zondag) en dat de metro dan pas om 13:00 uur wordt opgestart. Dat betekende dus dat we onze plannen moesten omgooien. Vanochtend eerst maar naar de goud- en spice-souq en met de abra (watertaxi) naar de andere kant van de kreek en dan vanmiddag maar naar de Dubai Mall en de Burj Khalifa.
We namen een taxi en een kwartiertje later stonden we op de goud-souq. Deze souq is niet zo'n souq zoals we die in Oman hebben gezien, maar veel meer een winkelstraat met een overkapping. Deze goud-souq staat wereldwijd wel hoog aangeschreven; zowel de kwaliteit van het goud als de prijs die je hier betaald zijn goed. De etalages liggen van boven tot onder vol met goud, maar omdat wij niet zulke goud-liefhebbers zijn (behalve dan als het om een grote hoeveelheid goud-staven gaat) gingen wij snel door naar de spice-souq. Deze spice-souq was meer een mini-souq. Slechts een paar winkeltjes lagen volgestouwd met mooi gekleurde kruiden. Het rook er allemaal erg exotisch. We lopen door het straatje een kopen nog een souvenirtje voor ons kastje en gaan dan naar de abra-halte.

De wijken Deira en Bur-Dubai worden gescheiden door een riviertje, de 'creek' genaamd. Tegenwoordig rijden de Dubai in hun Ferrari via één van de bruggen naar een andere wijk, maar vroeger (en dus nog steeds voor degene die geen Ferrari hebben staan) nam men de abra; een smalle motorboot waar twee rijen mensen met de ruggen naar elkaar toe gaan zitten en voor 1 dirham naar de andere kant worden gevaren. Leuk om te doen want vanaf het water heb je een mooi uitzicht op beide oevers. Het ritje duurt maar een paar minuten, dus lang genieten is het niet.
Wij gingen dus van Deira naar Bur Dubai om daar de oude souq te bezoeken. Dit is waarschijnlijk ook de meest toeristische souq die we hebben meegemaakt. Constant wordt je aangesproken:'sir you want t-shirt', 'you want pashmina sjawl mam', 'mister i have Rolex and Armani t-shirt'. Het lijkt Turkije wel.
Nadat we de souq ontsnapt zijn, gaan we even op een terrasje aan het water zitten om wat te drinken. Het is fantastisch om te kijken naar alles wat er gebeurd aan en op het water.
Na de dorstlesser wurmen we ons nog één keer over de souq om aan de andere kant naar het fort van Dubai te gaan kijken. Dit fort haalt het niet bij de forten die we in Oman hebben gezien en bovendien is het sowieso gek om zoiets ouds in deze stad van nieuw te zien.
Na het fort lopen we nog even door langs de creek en blijven nog even staan bij het hoofdgebouw van de nationale bank. Hier moet het vorig jaar wel een zenuwen-boel geweest zijn toe Dubai bijna failliet was. Gelukkig heeft buur-emiraat Abu Dhabi ze toen vele miljarden dollars geleend om de schulden af te lossen, want anders had het er hier nu misschien wel heel anders uitgezien.
Vanaf de rivier lopen we naar het metrostation Khaleed Bin Al Waleed, maar helaas zijn we nog te vroeg om op de metro te springen dus genieten we van een lunch bij Dôme, dat naast het metrostation ligt.
Kort na enen zien we de mensen weer het metrostation in stromen en als wij onze lunch hebben betaald, doen we hetzelfde om de metro naar halte Dubai Mall/Burj Khalifa te nemen.

We gaan eerst naar de Dubai Mall en dit winkelcentrum is er eentje van de buiten-categorie. Waren we gisteren bij een enorm winkelcentrum met 400 winkels, in de Dubai Mall zijn dat er 1200 (!). Er is eigenlijk geen beginnen aan, en dat doen we dan ook maar niet. Zo'n winkelcentrum heeft wel de nodige attracties onder dak die wel de moeite van het opzoeken waard zijn. Zo bekijken we het Dubai aquarium dat nog een paar keer zo groot is als het aquarium dat we gisteren in hotel Atlantis zagen, zien we hoe de Dubai proberen te schaatsen op de indoor ijsbaan, lopen we langs een kunstige waterval van wel 25 m hoog en 50 m breed en zien we vanaf het terras buurman Burj Khalifa overal bovenuit torenen. De slogan van dit winkelcentrum is 'Welcome to Everything' en daarmee is eigenlijk alles gezegd.

Naast de Dubai Mall staat de Burj Khalifa. Dit 828 m hoge gebouw heeft vorig jaar de status van hoogste gebouw van de wereld overgenomen van de 508 m hoge Taipei 101 in Taiwan. In het najaar van 2004 is men met de bouw van dit gebouw begonnen en vorig jar is het voltooid. Ontworpen door een toonaangevend Amerikaans architectenbureau, terwijl Georgio Armani het interieur heeft verzorgd.
Als je zo aan de voet van dit enorme gebouw staat is het eigenlijk niet te bevatten hoe hoog het is. Je ziet het wel, maar het gaat je bevattingsvermogen te boven. Het is in ieder geval wel heel imponerend en je kunt je ogen er bijna niet vanaf houden. In de contante zucht naar meer, groter en grootst moet dit wel een enorme overwinning geweest zijn.
We masseren onze nekken, die stijf zijn geworden van het naar boven turen, weer wat los en gaan dan weer naar het metrostation om de metro naar Deira City Center te pakken. Terug naar ons hotel in deze relatief bescheiden wijk van Dubai.

Zaterdag 4 december

We hadden niets op het programma staan vandaag, dus konden we weer een beetje uitslapen.
In de lobby van het hotel hebben we vanochtend eerst even on-line ingecheckt voor de vlucht van morgen. Stoel 38a en 38b zijn voor ons.
De eerste klus van de dag zit er dan al weer op en dan hebben we wel een lekker ontbijtje verdiend en bij Paul worden we inmiddels als vaste klanten gezien. We gaan dit keer voor een halfje bruin.

De rest van de dag zijn we in en om het Deira City Center winkelcentrum te vinden. Af en toe een winkeltje in en dan weer eens ergens wat eten of drinken. We vestigen een nieuw pr duur-shoppen en kopen zelfs nog wat kleding en accessoires.
Geen spoor van Sinterklaas of zijn Pieten, dus daar hoeven wij dit jaar weinig van te verwachten. De beste man zou toch ook een beetje meer global moeten denken, er ligt hier een hele markt voor hem open.
Het winkel-centrum is zo groot dat de dag voorbij vliegt en rond 16:30 uur zijn we even terug naar het hotel gegaan om de gekochte spullen op de kamer te leggen.

Als we daarna in de lobby even onze mail checken en gelijk even teletekst raadplegen, lezen we over de enorme chaos op Schiphol; veel vluchten geannuleerde en nog veel meer vertraagd door de slechte weersomstandigheden (en een beetje door een staking in Spanje). Er gaan dagelijks twee vluchten naar Dubai en we zien dat de eerste vlucht met vier uur vertraging is vertrokken; dat beloofd weinig goeds.
Voorlopig valt er nog niets te zeggen over onze vlucht, dus we gaan maar weer naar het Deira City Center voor een laatste avondmaal.
Later op de avond checken we nog een paar keer teletekst pagina 761 voor de laatste informatie over onze vlucht, maar steeds niets. Dan sturen we René een sms en vragen hem om de vertrektijd van de KL0429 in de gaten te houden en ons een berichtje te sturen wanneer het vliegtuig vertrokken is. tegen 00:30 uur ontvingen wij de sms. Dat valt dan allemaal nog mee.

Zondag 5 december

Al om 05:00 uur staan we naast ons bed en nadat we ons gedoucht hebben, pakken we onze tassen voor de laatste keer.
Om 05:30 uur zitten we in de taxi en net na zessen zijn we al door de laatste douane check. We nemen een ontbijtje in de buurt van onze gate en hangen wat onderuit op de stoelen. Het zal wel weer een lange dag worden.
We lopen wat heen-en-weer op de luchthaven en gaan uiteindelijk toch maar zitten bij gate 115.

De vertraging van vlucht KL0429 die ons komt halen loopt uiteindelijk op tot een uur en de crew is zelfs al bij de gate als het vliegtuig nog moet landen. Om 07:15 uur horen we één van de stewardessen zeggen dat het vliegtuig is geland en niet veel later beginnen ze al met het controleren van de paspoorten. Om 08:30 uur gaan we aan boord.
De piloot vertelt in z'n "Hello this is your captain speaking"-praatje dat hij stevig gas zal geven. Met een verwachte vliegtijd van 6 uur en 50 minuten moeten we dan de meeste vertraging weer ingelopen hebben.
Het is verder een typische KLM-vlucht: magere service en stevige stewardessen. Afgezien van een ontbijtje en nog iets wat daar op leek moeten we toch vooral zelf op zoek naar drinken.
Gelukkig duurt de vlucht maar 7 uurtjes dus dat is wel vol te houden. Een filmpje, wat muziek en een tijdschrift helpen ons er doorheen en rond 12:30 uur zet the captain de Airbus aan de grond.

We worden aan gate F2 gekoppeld en dat is mooi gunstig, want je duikt dan zo de roltrap af naar de douane. Voor onze bagage moesten we naar band 15 en die is weer direct achter de douane. Als de bagage er snel zou zijn dan konden we de trein van 12:59 uur misschien zelfs halen............... maar dat was wat al te voortvarend gedacht. We hebben het wel over een vlucht met de KLM, de maatschappij die een naam 'hoog' heeft te houden met het zoekraken van bagage.
Nadat we de priority-bagage van de business-class langs was gekomen op de band, werd het angstvallig stil en nadat we een verdwaald koffertje van Arke zo'n 20 keer voorbij hadden zien komen besloten we maar naar de service-desk van de KLM te gaan. In ons kielzog nog zo'n twintig passagiers, want ze waren niet alleen onze tassen kwijt, het leek er meer op dat er een container zoek was.
Bij de service-desk werden we geholpen door een KLM-medewerker die vooral vond dat híj een probleem had, want na een vlucht vanuit Curaçao waar 100 koffers zoek waren geraakt moets hij nu alweer aan het werk. Tja, het valt niet mee.........................
Nadat we uiteindelijk de nodige formuliertjes hadden ingevuld gingen we naar de trein met niet meer dan twee lullige dagrugzakjes.

Omdat er geen treinen reden tussen Schiphol en Amersfoort, mochten we via Utrecht. Is toch een kwartiertje extra treinen voor hetzelfde geld! Konden we het mooie witte winterlandschap goed in ons opnemen.
Om 15:00 uur stonden we in Apeldoorn op het perron en lopen we door de sneeuw over het Stationsplein. Een paar tellen later kwam de Henny-taxi er alweer aan en zit onze vakantie naar Oman er echt op.

Oman week 4

Vrijdag 26 november

Vandaag is een verhuisdag, dus we konden rustig aan doen. We sliepen uit tot een uurtje of acht en ontbeten aan het zwembad. Daarna uitchecken en met de shuttle van het Khasab hotel naar Golden Tulip Khasab omdat daar de duikschool van Extra Divers is gevestigd.
We maken kennis met Sandra, die samen met haar man Kurt deze duikschool runt, regelen het papierwerk en passen onze duikkleding.

We zetten onze bagage in een kamertje van de duikschool en gaan bij het zwembad van het Golden Tulip hotel liggen; eindelijk vakantie.
Dat het Golden Tulip hotel een andere categorie is dan de hotels waar wij slapen, blijkt als we hier gaan lunchen. We betalen hier voor twee drankjes en een pizza net zoveel als we normaal gesproken over een hele d
ag met z'n tweeën opmaken.
Vanaf het restaurant van het Golden Tulip heb je een fantastisch uit
zicht over de zee en terwijl wij op onze lunch zitten te wachten zien we net de hele armada van Iraanse speedboten koers naar huis zetten; een fantastisch gezicht hoe die tientallen volgeladen speedboten daar een race van lijken te maken.
We liggen tot een uur of vier aan het zwembad en moeten steeds een stukje verkassen om de schaduw voor te blijven, maar dat lukt ons aardig.
Als rond 16:00 uur de de duikers terug komen bij de duikscho
ol hebben ze fantastische verhalen over schildpadden, barracuda's en grienden rond de boot. Als ze vandaag maar niet al het onderwater leven voor ons hebben verjaagd.......
Van de duikschool gaan we naar de E
xtra Divers Villa, waar we de komende 5 nachten zullen slapen. Deze villa wordt alleen bewoond door duikers en toevallig zijn dat deze week Nederlanders en één Engelsman.
's-Avonds eten we een heerlijke chicken ch
ili bij Al Shamalia en speculeren we al over de duiken van morgen. We zijn benieuwd!

Zaterdag 27 november

Het ontbijt in de Extra
Divers Villa is prima. Behalve toast, jam, kaas en honing was er zelfs Venz hagelslag en yoghurt. Hier moesten we minimaal de eerste duik op door kunnen komen.
Het busje dat ons van de Villa naar de duikschool moest brengen stond op 08:30 uur voor de deur. Alle duikers uit de Villa inladen en karren maar.
Bij de duikschool de luchtflessen en de rest van de duikspullen op de pick-up, duikers weer in de bus en we konden door naar de haven.
De groep duikers werd in de haven
in tweeën gedeeld waardoor elk van de speedboten zo'n 10 duikers aan boord had. Wanneer alles aan boord is en iedereen dubbel gecheckt heeft dat alle equipement aan boord is gaan we op weg naar de eerste duikstek.
De boten zijn niet zo groot als we in Egypte gewend zijn met duiken, maar afgezien van een enkele boeggolf die
over de boot slaat en voor wat nattigheid zorgt, gaat het wel. Aan beide zijden van de speedboot zijn banken waarop je kunt zitten. De opgetuigde flessen staan als een soort rugleuning achter de bank.

Onze eerste duikstek is Eagle Bay;
geen idee waar de naam vandaan komt maar we laten ons verrassen. Wij duiken natuurlijk als buddys en samen met ons duikt Andrew, een Engelsman die bij BP in Abu Dhabi werkt en Mattew, een divemaster van de de duikschool. Mattew doet de briefing, maar eigenlijk geeft hij vooral aan dat we het rif aan onze linker schouder moeten houden en wanneer onze lucht op is naar boven gaan en aan de boot het signaal geven dat je opgehaald moet worden.
Wanneer we alle vier bepakt en bezakt zijn gaan we te water. De onderwaterwereld is hier toch weer anders dan we gewend zijn; behalve koraal zijn er enorme rotswanden en overhangende rotsen waar je onderdoor zwemt. Het koraal is mooi en onaangetast en de vis is overvloedig. Vooral de koraaltuin aan het eind van de duik is fantastisch. Het zicht is wel iets minder dan bijv. in Egypte, maar toch ruim voldoende. Na ruim een uur zit de eerste duik erop en gaan we weer aan boord van de speedboot en krijgen daar een beperkte lunch die bestaat uit wat fruit en koeken en thee.
Voor de tweede duik gaan we naar de duikstek met de exotische naam Pipi Beach. Hetzelfde ritueel als bij de eerste duik: briefing, aankleden en plons!
Het begin van de tweede duik is niet zo boeiend. We zien weinig koraal en het zicht i
s iets minder dan bij de eerste duik. Onze eerste 'vangst' is een enorme barracuda. Kort daarna verandert het landschap en zien we weer veel meer koraal met bijbehorende vis. Daar zien we opeens een fuik staan waar een paar grote koraalvissen en een tweetal murenen in gevangen zitten. We proberen ze te bevrijden, maar het lukt helaas niet voor alle vissen.
Vanaf de fuik zwemmen we weer over een enorme koraaltuin die onaangetast lijkt te zijn en waar bovendien heel veel vis te zien is.

Net binnen het uur beëindigen we deze tweede duik en gaan weer aan boord v
an de boot en beginnen we aan de terugreis.
De terugreis is gee
n fijne. We moeten tegen de wind en stroming in en de boot klapt op de ruwe zee. Bij elke klap komt er een enorme bak water over de boot heen en al snel is alles kletsnat.
De boot heeft m
oeite met de stroming en de ruwere zee en omdat we tegen de wind in varen hebben we het ijskoud. Tot overmaat van ramp duurt de terugreis, door deze omstandigheden langer dan de heenreis waardoor we zo'n beetje onderkoeld zijn als we in de haven aankomen. Gelukkig warm je snel op als je in de zon staat, maar de helft van onze spullen is wel nat geworden.
We gaan snel in de gereedstaande bus zitten die ons vervolgens terug naar de duikschool brengt. Daar krijgen we een lekker bakkie thee waar we ons aan kunnen warmen. Onvoorstelbaar dat je het zo koud kunt hebben in zo'n warm land.

Als we 's-avonds weer wat opgewarmd zijn lopen we naar de nieuwe sou
q voor een bezoekje aan het cyber-cafe en gaan vervolgens weer eten bij Al Shamalia, waar we weer een heerlijke maaltijd voor getoverd krijgen.

Zondag 28 november


Als we na h
et ontbijt klaar staan voor vertrek, worden we gebeld door Sandra dat het busje niet kan komen omdat er een grootse optocht aan de gang is i.v.m. festiviteiten voor de viering van Sultan-dag.
Er zit dus niets anders op om te gaan
lopen. Als we echter een tiental minuten gelopen hebben zien we toch onze chauffeur aan komen rijden. We springen in de bus en rijden richting duikschool. Ter hoogte van de haven lopen we dan toch vast in een file die staat te wachten voor de optocht. We zien dat het enorm massaal is en willen daar natuurlijk tussen lopen. We hadden vandaag onze cameras meegenomen voor op de boot, maar dit is een mazzeltje.We springen weer uit de bus en begeven ons tussen de mensenmenigte.Iedereen is weer helemaal opgetut voor dit feest, De bewoners van Khasab hebben ter ere van de Sultan een drietal ouderwetse dhow's in elkaar gezet en gaan daar nu mee naar Muscat varen. De rest van de stad doet ze uitgeleide.
Ze lopen met vlaggetjes, spandoeken en zelfs grote schilderijen met de beeltenis van de
Sultan. Ze zingen en schreeuwen en de kinderen worden netjes in het gelid meegenomen in de stoet.
Voor ons een buitenkansje om foto's te maken en te filmen want iedereen is in een opperbeste bui.

Op het strand vlakbij de duikschool verzamelt de menigte zich en na wat plichtplegingen en zang en dans beginnen de dhows aan hun tocht van zo'n 500 km.
Ivm al deze commotie gaan we dit keer niet naar de haven, maar haalt de boot ons op bij de duikschool. Een andere boot dan gisteren bovendien; eentje waar je wel kan schuilen voor het zeewater en de wind.
Uiteindelijk varen we pas tegen elven weg, bijna a
nderhalf uur dan normaal. Het zal dus wel een latertje worden.
Onze eerste duik is bij Smirnoff Bay; Allah mag weten waarom deze naam is bedacht, maar het maakt voor het duiken niet uit. We duiken weer heel relaxed door koraaltuinen die er fantastisch uitzien. In tegenstelling tot bijv. Egypte, is het koraal hier onaangetast. De murenen zijn weer goed vertegenwoordigd. Een zwart-wit gevlekte murene laat net z'n gebit reinigen door een poetsvis; mooi om te zien.
Tussen de midd
ag weer koekies en fruit dat we wegspoelen met een lekker bak thee. De boot waar we vandaag mee zijn is dan wel comfortabeler onderweg, maar de boot is ook kleiner dan die van gisteren zodat het af en toe wel inschikken is.
De tweede duik is bij No Palm Beach en de naam is te verklaren door een nabij gelegen strandje waar geen palmen op staan.......
De duik is vrijwel gelijk aan de eerste met het grote verschil dat we halverwege de duik opeens worden verrast door een chagrijnige schildpad die
heel dicht langs ons heen zwemt; we hadden hem vast gestoord bij z'n lunch.
We komen rond 15:30
uur uit het water en doen snel onze uitrusting uit zodat de boot koers kan zetten naar de haven, waar we rond 16:30 uur aankomen.

's-Avonds wordt er een bbq geregeld bij de Villa en ook wij zijn uitgenodigd. Als we nog even naar de souq gaan om wat geld te pinnen voor de eindafrekening zien we dat er eten wordt ingeladen in een kleine personenauto voor de deur bij Al Shamalia; schalen in de achterbak, schalen op de achtebank en schalen op de stoel. Als we nog even een sapje drinken, vragen we waar die vleeswagen heengaat en het blijkt voor onze bbq te zijn. Met de kwaliteit van het eten zit het dus wel goed vanavond.

Iedereen is er bij de bbq en het wordt allemaal nog gezelliger als blijkt dat Kurt bier heeft weten te ritselen; dat is lang geleden!
Zoals voorspeld is de bbq fantastisch en eten we weer eens veel te veel.

Maandag 29 November

O
mdat gisteren de pinautomaat leeg was, liepen we vanochtend al voor het ontbijt nog een keer naar de souq om te pinnen. Dit keer hadden we meer geluk, dus we konden in ieder geval onze schuld aflossen.
Het was alweer onze derde en laatste duikdag en vandaag zouden er aanmerkelijk minder mensen mee op de boot gaan. Dat zou het comfort zeker ten goede komen.
Om 09:30 uur staan we met z'n achten in de haven: 5 duikers, een instructeur voor een Fransman die een proefduik gaat maken en Mattew die vandaag de andere vijf weer onder z'n hoede zou nemen.
We gaan weer met d
ezelfde boot als gisteren en omdat de zee vandaag kalm is, schieten we over het water.
Voor onze eerste duik hebben ze Deep Purple uitgekozen en als we in het water springen wordt al gauw duidelijk waa
r deze naam vandaan komt; een paars zacht koraal voert hier de boventoon. Aan het begin van de duik zien we alweer een murene zwemmen, maar deze heeft zich niet verstopt in een grot en dan zie je weer eens wat een joekels dit kunnen zijn: scary!
Kort hierna ontdekken we een stingray en dat blijft toch altijd om mooi om zo'n vis door het water te zien zweven. Vlak voordat we de hoe
k omgaan om in een rustiger baaitje van koraaltuinen te genieten hangt een enorme school barracuda's in de stroming te wachten op hun lunch.
Dan is het natuurlijk ook al weer tijd voor onze lunch en als we aan boord zijn, genieten w
e op het voordek van de gebruikelijke ingrediënten van een Omaanse duik-lunch.

Om 13:00 uur springen we alweer voor de laatste keer deze vakantie in het water om een laatste blik te werpen op dez
e onderwaterwereld. Dit keer bij Coral Garden en deze naam hoeft geen uitleg. Voor het eerst moeten we nu een deel tegen de stroom in zwemmen. Dat valt niet mee als je eigenlijk alleen maar met wind in de rug duikt.
Halverwege de duik zien we twee kleine visserbootjes die de ontmoeting met dit rif niet overleefd hebben. Het koraal op dit rif is het mooiste dat we tot nu toe gezien hebben; zo verschrikkelijk veel en allemaal nog onbeschadigd. Een waardige afsluiting van onze duiken in Oman.
W
e zijn lekker op tijd terug bij de duikschool en wassen de uitrusting voor de laatste keer en hangen het op het rek bij het bordje check-out. We werken onze logboeken bij en zetten de stempel van de duikschool erbij.
Deze duikschool krijgt een dikke voldoen
de, niet alleen vanwege de goede uitrusting, maar vooral vanwege de fantastische crew en de ongedwongen sfeer.
Dinsdag 30 november
We konden vanochtend rustig aan doen, want we zouden pas om 09:30 uur opgehaald worden voor de 'cruise' met de dhow die we vandaag zouden gaan maken.
Het is rustig in de Villa want de andere Nederlanders zijn vannacht naar Dubai gebracht voor hun vlucht naar huis. Alleen Andrew en wij zijn nog in de Villa.
De ophaaldienst voor ons bezoek aan een khor (fjord) is mooi op tijd en iets na tienen zitten we op de dhow e
n zijn we gereed om uit te varen. We zijn niet alleen op de dhow, want een groep van 8 Duitsers heeft de posities al ingenomen en even later komen er ook nog 2 Fransozen bij. We zijn duidelijk de jongsten vandaag en zeker de lichtsten. Één van de Duitsers, laten we hem Dumbo noemen, moeten ze vanochtend met een hijskraan aan boord getild hebben; wat een investering heeft die man in z'n lichaam gedaan. De cruise wordt begeleid door Frau Dagmar, het type Duitse schooljuffrouw, die verteld dat we vandaag de khor Ash Sham gaan bezoeken, met 16 km de langste van de khors van Oman. Ze wordt bijgestaan door kapitein Abdulazis en hulpje Ali.
A
l snel zijn we bij de ingang van de khor en varen we tussen de hoge bergen. In de khor zijn een paar kleine dorpjes die over land zijn afgesloten van de rest van Musandam. De volledige bevoorrading van deze gemeenschapjes gaat over zee. De kinderen gaan in Khasab naar school en worden zaterdagochtend opgehaald en woensdagmiddag weer terug gebracht (zo is kinderen hebben misschien wel uit te houden). Alleen in het weekend zijn ze thuis.

In de khor leven een dertigtal dolfijnen en we hebben het geluk dat ze ons met een bezoekje vereren. Ze zwemmen met de boot mee
en springen uit het water. Dat had Frau Dagmar goed geregeld. De omgeving waar we tussen varen is prachtig, hoog opgaande wanden aan beide zijden en kristalhelder water om de boot.
Tegen twaalven hebben we onze eerste pisstop (is geen schrijffout, maar in zee is beter dan op de 'wc' aan boord). We hebben even tijd om te zwemmen en te snorkelen.
Na dit moment van ontspanning en vermaak is Ali aan de beurt, want hij mag de lunch serveren. Er is rijst, kip, curry, brood en salade. Dat had hij goed geregeld. Dumbo is overigens nog geen milimeter van z'n plaats geweest (ook niet tijdens de lunch!), dus we v
ermoeden dat hij op z'n plek ligt vastgesjord omdat anders de boot zou kunnen kapseizen.

Na de lunch varen we verder naar Telegraph island. Op dit kleine eilandje in de khor hadden de Engelsen in 1864 een telegraafstation geplaatst, als onderdeel van een verbinding tussen Londen en India. Lang hebben ze het in de hitte van Oman niet uitgehouden, want na 5 jaar hielden ze het al weer voor gezien.
Bij Seebi island hebben we nog een pisstop. Wederom wat snorkelen, een stukje zwemmen, wat onnodige foto's maken en vriendelijk tegen onze mede-reizigers doen. Hier beleven we ook het unieke moment dat Dumbo opstaat om z'n
vrouw af te spoelen na het zwemmen en even later doet hij zelfs bommetje vanaf de boot. Het koraal zal vele jaren nodig hebben om hier van te herstellen.

Frau Dagmar geeft af en toe uitleg over de dorpjes waar we langs varen of over de hoogte van de wanden waartussen we varen (hoogste is 982m) en ze houdt dan goed in de gaten of iedereen luistert, want als je toevallig een fotootje aan het maken bent spreekt ze je daar wel even op aan.
Ali is inmiddels een beetje los gekomen en is Frau Dagmar aan het dollen. Mooi koppel die twee.
Seebi island was ook het verste punt van de tocht dus na het zwemmen, gaan we in tegenover-gestelde richting weer op zoek naar open zee. Ook op de terugweg worden we even vergezeld van de dolfijnen en springen ze weer uit het water alsof ze poseren voor een leuke actiefoto.
Net na vieren varen we de haven weer in en kunnen we terugkijken op een heerlijke relaxte dag in een prachtige omgeving, Wanneer we in ons busje worden teruggebracht naar ons hotel zien we nog net de kraanwagen het haventerrein oprijden om Dumbo weer van boord te halen.

's-Avonds gaan we voor een la
atste keer eten bij Al Shamalia en maken onze laatste rial op. Onze laatste dag in Oman zit erop. Morgen op weg naar Dubai.

Woensdag 1 december

Mohammed, die ons de voorgaande dagen met z'n busje kwam ophalen bij de Villa om ons naar de duikschool te brengen en van daar weer naar de haven bracht, zou ons vandaag met hetzelfde busje naar Dubai brengen. We konden dus niet eerder dan 09:30 uur vertrekken omdat hij ook vandaag weer eerst de duikers van naar de haven moest brengen.
Omdat er vandaag niet veel duikers te vervoeren waren, was Mohammed mooi op tijd weer terug bij de Villa. Tassen inladen en gassen met die bus.
We kwamen nog een laatste keer langs de duikschool en het Golden Tulip hotel waarna we via een mooie kustweg naar de grensplaats Tibat reden. Bij deze 40km verderop gelegen grensplaats verlaten wij na ruim drieënhalve week Oman. Terugkijkend op deze trip zijn wij het helemaal eens over dit land: veel variatie, authentiek, nog niet klaar voor het grote toerisme, maar vooral de meest gastvrije en vriendelijkste bevolking die wij hebbe
n meegemaakt.


Van Oman gaan we naar het emiraat Ras al Khaima. Hier wordt ons duidelijk dat het niet in alle emiraten the sky the limit is. Hoewel de steden waar we doorheen rijden wel een paar slagen groter zijn dan in Oman, is het er rommelig en smeriger dan we verwacht hadden; er lopen zelfs koeien vrij over de weg. Na Ras al Khaima rijden we nog door de emiraten Umm al Quwain, Ajman en Sharjah, maar we hebben niet in de gaten wanneer we in welk emiraat rijden, omdat er geen grenzen tussen de emiraten zijn. Als we in Sharjah rijden zien we de Burj Khalifa, het hoogste gebouw ter wereld, al boven alles uit steken.
Na tweeënhalf uur zet Mohammed ons af bij de terminal van Dubai airport. We geven hem onze laatste rial mee voor een bak koffie en gaan eerst naar een pinautomaat om een voorraadje dirham te tanken.

Daarna een taxi genomen naar ons hotel, het Ibis Deira City Centre. Als we binnen komen zien we dat het verschil met Oman groot is. Dit hotel gaat hier door voor een twee sterren hotel, maar het had in Oman zeker 4 sterren gekregen. Vanaf onze hotelkamer zien we de Burj al Arab, de Burj Khalifa en nog veel meer van de mega-hoge gebouwen die Dubai rijk is.

Nadat we onze resterende, schone spullen hebben uitgepakt en daar de weersomstandigheden in Nederla
nd bij optellen, concluderen we dat we misschien toch nog iets warms moeten kopen.
We gaan als eerste naar de tegenover het hotel gelegen City Center Mall en vergapen ons aan de hoeveelheid winkels. Zelfs Rob lijkt het winkelen hier wel aan te staan. Het City Center Mall is lang niet het grootste winkelcentrum van Dubai, maar de Oranjerie zou hier tig keer in passen.
Onder het genot van een drankje proberen we de kaart van Dubai te doorgronden zodat we een plan de campagne kunnen maken voor de komende dagen. Al snel wordt duidelijk dat we meer dingen willen zien dan we tijd hebben dus we moeten maar zien hoe het loopt. 
Inmiddels kunnen we uit ervaring zeggen dat het prijsnivo voor eten en drinken in Dubai aanzienlijk hoger ligt dan in Oman. Het komt in de buurt van de prijzen in Nederland.

We eten 's-av
onds heerlijk in het restaurant van het hotel waarbij we nu eens een keer niet op een plastic tuinstoeltje hoeven te zitten.

Donderdag 2 december

Vandaag voor het eerst op weg om het emiraat van superlatieven te ontdekken, maar voordat het zover was gingen we naar de Deira City Center Mall om een ontbijtje te scoren. Paul is de enige die om 08:30 uur de deuren al heeft geopend dus we gaan daar aan een tafeltje zitten. Het brood en de thee zijn heerlijk; het lijkt een beetje op Nederlands brood.

Na het ontbijt gaan we eerst naar het metrostation om daar kaartjes te kopen. Helaas hebben ze geen 3-daagse kaart o.i.d. zodat je nergens op hoeft te letten en overal in en uit kunt stappen, maar moeten we meedoen aan het ingewikkelde systeem van verschillende soorten metro-kaartjes en meerdere zones dat de mensen die hier leven ook gebruiken. Dit betekent dat je eerst goed moeten bepalen wat je gaat doen en daarbij passende kaartjes kopen. Het kaartsysteem is in ieder geval veel ingewikkelder dan het metro-systeem zelf want van de vier geplande lijnen is er slecht één gereed en zelfs daarvan zijn nog niet alle stations opgeleverd. Dit heeft allemaal te maken met de recessie die hier toch ook wel hard heeft toegeslagen.
Het lukt ons uiteindelijk om kaartjes te kopen en we gaan als eerste op weg naar het Jumeirah palmeiland om daar iets te drinken bij hotel Atlantis. Het voordeel van één metrolijn is dat je bijna niet verkeerd kunt gaan en dat is ons dan ook niet gebeurd. De metro ziet er erg clean uit en alles werkt zonder bemoeienis van mensen. Het enige dat fout kan gaan is dat je als man in een vrouwen-rijtuig gaat zitten en dat overkwam Rob natuurlijk. Hij werd gelijk gewezen op deze 'overtreding', dus dat zal niet snel nog een keer gebeuren.

Bij metrostation Nakheel moesten we uitstappen en vandaar konden we dan richting het palmeiland wandelen. Tussen allerlei hoge kantoorgebouwen door kwamen we bij het Royal Mirage hotelcomplex terecht. Geen hoogbouw, maar wel een fantastisch vakantieparadijs. Het terrein is zo groot dat wij er verdwaalden en meerdere keren naar de uitgang hebben moeten vragen.

Nadat we uiteindelijk weer op de openbare weg waren, waren we ook al snel op de toegangsweg van het palmeiland. Het leek ons wel aardig om die weg naar het hotel Atlantis te lopen, maar die afstand hadden we toch behoorlijk onderschat; we hadden ruim een uur nodig om bij hotel Atlantis te komen en toen we er bijna waren bleek dat we het laatste stukje toch nog een taxi moesten nemen omdat er geen voetgangers door de tunnel mogen onder de strook water die het hotel scheidt van de rest van het palmeiland.
Hotel Atlantis is er een uit het sprookjesboek. Volledig gebaseerd op het thema Atlantis, incl. een mega aquarium waar we meer vis hebben gezien dan tijdens de zes duiken tezamen. Van haai tot baars, van roggen tot tonijn en van Napoleon tot papegaaivis. 
We vullen nog even ons vochttekort aan en gaan dan op weg naar de Burj al Arab, maar dit keer niet te voet, maar lui in een taxi. De afstanden zijn hier toch wat groter dan we gedacht hadden.
De Burj al Arab is hét symbool van Dubai geworden. Wat het Operahouse is voor Sydney en de Eiffeltoren voor Parijs, dat is de Burj al Arab voor Dubai en dat is ook te merken aan de poort bij dit hotel. Toeristen verdringen zich om vanaf deze plek een fotootje te maken van dit 7-sterren hotel (je komt als toerist nl. niet verder dan de poort aan het begin van de 'oprijlaan'). Als ook wij onze foto gemaakt hebben gaan we op weg naar de Mall of the Emirates, het op één na grootste winkelcentrum van Dubai. We gaan toch maar weer met de benenwagen, want we moeten natuurlijk wel weer een beetje in beweging komen zo vlak voordat we weer naar Nederland gaan.

Na wederom een flinke wandeling zijn we rond 14:30 uur bij de Mall of the Emirates waar we eerst de inwendige mens verzorgen. Bij de grote gele M (van moskee?) eten we eerst een gezond broodje met een sloot Cola voordat we dit winkelcentrum met 400 winkels gaan verkennen. Ook hier zijn weer alle grote winkelketens vertegenwoordigd: Carrefour, Zara, Bata, Timberland, Virgin, H&M, Nike, Adidas, Apple, Mexx, Mango,etc, etc, etc. Daarnaast nog tig winkels van een onbekende herkomst, 2 foodcourts waar alle bekende (en onbekende) vreetschuren zijn vertegenwoordigd, bioscopen en als klap op de vuurpijl een overdekte skibaan met aangrenzende après-ski; je kijkt je ogen uit.

Als we het allemaal wel weer een beetje gezien hebben gaan we weer op weg naar het metrostation om de metro naar Deira City Center te pakken. Het begint al weer een beetje schemer te worden en als we onderweg bij het metrostation zijn waar de Burj Khalifa zijn, besluiten we daar toch maar even uit te gaan voor een paar foto's met dit mooie licht. Het is waanzinnig om zo dicht op dit hoogste gebouw ter wereld te staan; je krijgt er een stijve nek van. 
Als we een paar fotootjes gemaakt hebben, gaan we weer het metrostation weer in en vervolgen de rit naar ons hotel.
Het was een lange dag met even zo lange loopafstanden. We zullen vanavond wel als een blok in slaap vallen.

Oman week 3

Vrijdag 19 november

Na een uitgebreid ontbijt gingen we richting de souq van Nizwa omdat vandaag de geitenmarkt zou zijn. Zou zijn, want ook deze markt was van de kalender geschrapt vanwege de nationale festiviteiten.
Er was nog wel wat handel bij de groente- en fruitmarkt, maar allemaal een beetje magertjes.
Na een half uurtje rond gelopen te hebben, besloten we dan maar naar Al Jabal Al Akhdar te gaan. Dit gebied op 2000m hoogte is onderdeel van het Saiq plateau.

Omdat er in het verleden te veel fatale ongelukken waren gebeurd kom je dit gebied alleen in met een 4wd. Bij een check point controleert de politie auto en rijbewijs voordat je wordt 'toegelaten'.
De strenge eisen zijn er niet voor niets de wegen zijn enorm steil, maar gelukkig wel in goede conditie. Continue wordt je middels levensgrote, rode waarschuwingsborden gewaarschuwd voor de gevaren en dat je in de low gear moet rijden.

De vergezichten zijn fantastisch en de dieptes enorm. Bij het dorpje Sayq zetten we de auto neer en lopen we het laatste stukje omhoog naar een uitkijkpunt. De rotsblokken waar je hier overheen loopt zitten vol met kleine fossielen van plantjes; heel bijzonder.
Vanaf het uitzichtpunt zie je de dorpjes Al Ayn en Ash Shirayjah tegen de muur aangekleefd liggen met de terrassen waar op verbouwd wordt.
Na een uurtje zijn we weer terug bij de auto en gaan op weg naar Diana´s viewpoint. De naam is niet gegeven omdat wij hier vandaag naar toegaan, maar naar aanleiding van een bezoek van Lady Di, die zich hier heeft laten afzetten met een helikopter om te genieten van dit schitterende uitzicht.
Onderweg stoppen we nog even bij het dorpje Al Ayn dat we net vanaf het uitzichtpunt hebben zien liggen. We wandelen wat door de smalle steegjes en bewonderen de terrassenbouw die hier wordt gepleegd. De felle kleuren van de groentes steken af tegen de bruin-rode kleur van de bergen op de achtergrond.

Volgende stop is dan Diana´s viewpoint en we begrijpen waarom ze hier heen wilde. De uitzichten zijn perfect en je krijgt hier het gevoel dat je heel ver van de bewoonde wereld bent. Wanneer we deze rauwe omgeving voldoende op ons hebben laten inwerken en genoeg plaatjes hebben geschoten, gaan we weer naar de auto. Het is tijd voor de afdaling.
Met de auto steeds in de lage versnelling janken we naar beneden. We stoppen hier en daar nog om een fotootje te maken en zonder brokken bereiken we weer het politie check-point.
We lunchen in Nizwa en gaan daarna door naar Bahla waar ons volgende hotel staat. Bahla ligt 40km verder westelijk in dit westelijke Hajjar gebergte.

Net buiten Bahla vinden we ons hotel en het is er eentje met iets meer comfort dan standaard. We gooien de spullen op de kamer en checken onze email in de lobby (free wifi!).
Daarna even het dorp en kijken of er wat te beleven valt. Bahla heeft een groot fort dat op de werelderfgoed-lijst van de UNESCO staat, maar het wordt momenteel gerestaureerd. Morgen maar eens kijken of we naar binnen kunnen.
Bahla zelf is een stoffig dorp met veel kleine prutswinkeltjes en evenzoveel restaurants. Je zou kunnen zeggen dat het een standaard Omaans dorp is. Het grootste verschil met Nizwa is in ieder geval dat de horden toeristen die we daar tegenkwamen zijn gereduceerd tot een handvol.
We lopen wat door de straatjes, eten een snack, drinken een sapje en gaan op zoek naar een wasserette want de schone kleren zijn inmiddels in de minderheid.

's-Avonds eten we bij een eenvoudig restaurantje en raken aan de praat met een Omani die geboren is in Bahla en werkt in Muscat. Hij geeft ons wat tips voor het maken van foto's van het fort en is benieuwd wat we van zijn land vinden en verteld over de herkomst van de kumma (het typische Omaanse mutsje dat helemaal niet Omaans is).
Wanneer we even later ons eten willen afrekenen blijkt onze Omaanse vriend ook onze rekening te hebben voldaan. Aardig he!
Terug in het hotel horen we dat zij ook onze was kunnen verzorgen, dus dat scheelt morgen alweer een ritje naar de stad.

Zaterdag 20 november

Omdat we ons 'uitstapje' van vandaag voor de middag gepland hadden, gingen we vanochtend nog even naar Bahla voor de souq en het fort.
Het centrum van Bahla was echter nog grotendeels uitgestorven en op de souq slechts een enkeling die de moeite had genomen z'n stalletje op te zetten. Wat een feestbeesten zijn die Omani en dat zonder schnapps.
We hadden gisteren al gezien dat een deel van het fort nog in de steigers stond en nu hoorden we dat vanwege deze restauratie het fort is gesloten.
Echter, niet getreurd, in het 4km verderop gelegen Jabrin staat een fort dat zeker zo mooi moet zijn; het wordt in de Dominicus zelfs aangeprezen als het mooiste fort van Oman (blz. 178).
We sprongen dus maar weer in de auto en scheurden naar Jabrin. Aan het aantal landcruisers op de parkeerplaats kunnen we al zien dat het de moeite waard is. Het blijkt een groep Deutsche bejaarden te zijn die daar al vroeg rondgeleid worden.
Het fort voldoet aan de verwachtingen; het ziet er allemaal spic-en-span uit en de verschillende verblijven zijn zelfs nog aangekleed met kussens en kleden. We dolen een tijd door de kamertjes, gangetjes, trapjes en buitenverblijven en genieten van het uitzicht van het geschutsplateau. Hebben we hier toch nog ons fort gezien!

Terug bij het hotel vullen we onze koeltas met provisie voor de tocht naar de bijenkorf tombes van Al Ayn en de Wadi Damm, want dat is de bestemming die voor vanmiddag uit de hoge hoed is gekomen.
We moeten eerst 40 km westwaarts voordat we het achterland ingaan. De omgeving is toch weer net even anders dan gisteren, maar wel weer schitterend met ruige bergen variërend in kleur van bruin naar rood.

Na 20 km staan we dan ineens weer in de rij voor een checkpoint van de politie. Dat is mooi kl*ten, want zowel het internationaal rijbewijs als de paspoorten liggen op de kamer; wat een ervaren toeristen.......
Als we aan de beurt zijn vraagt oom agent alleen maar om het rijbewijs. Rob heeft gelukkig wel het roze Nederlandse kaartje bij zich dus geeft hij aan hem. Dan knort bromsnor: "insurance, insurance paper" en dat is ook lekker want we hebben geen flauw idee waar die in de auto liggen. Toen de auto in Muscat werd gebracht hebben wij de persoon van het verhuurbedrijf niet gezien, dus deze info hebben we niet gekregen. Rob heeft wel een papiertje achter de zonneklep zien zitten en dat tovert hij tevoorschijn en overhandigt het aan bromsnor. Deze knort nog wat onverstaanbaars, maar geeft dan de spullen terug en we mogen gaan. We hoeven gelukkig niet terug naar het hotel.

Omdat de tank nog maar half vol is (of half leeg, afhankelijk van hoe je in het leven staat) en we toch een stukje van de bewoonde wereld af gaan, willen we eerst nog even tanken en volgens de kaart zou er bij de afslag van de grote weg een benzinestation moeten zijn. Dat benzinestation is er wel, maar hij is uitverkocht: "sorry, no petrol, no petrol, later..." schreeuwt de pompbediende, onderuit zittend op een stoeltje. Da's lekker dan, maar we gokken er maar op dat we op de terugweg kunnen tanken.

De eerste bestemming vanmiddag zijn de bijenkorf tombes van Al Ayn. Dit zijn geen graven die gesponsord worden door de Nederlandse winkelketen, maar graven van opgestapelde stenen in de vorm van een bijenkorf. We zie de graven na enige tijd liggen, maar moeten dan het pad er naartoe nog vinden. Een paar keer proberen, maar dan lukt het toch in de buurt te komen het laatste stukje lopen we.
De graven liggen fantastisch op een heuveltje met op de achtergrond de steile berg Al Misthy. De overledenen kregen hier wel een heel fraai uitzicht op hun laatste rustplaats. We klimmen zelf op een nabij gelegen heuvel vanwaar we een prachtig uitzicht op de graven en de achterliggende berg hebben.

Hierna gaan we door naar Wadi Damm; één van de vele Wadi's in Oman, maar deze is wel heel anders dan Wadi Bani Khalid die we eerder bezochten. Er gaat een geasfalteerde weg naar Wadi Bani Khalid, er is een parkeerplaats, je kunt er eten en drinken in de schaduw van een paviljoentje en borden wijzen je op de bezienswaardigheden. Wadi Damm is van een andere categorie: een stoffig zandpad leidt naar de wadi en je parkeert de auto onder een overhangende rots. Vervolgens loop je op goed geluk de wadi in, op zoek naar de mooiste plekjes.
Onze eerste aanvliegroute was slecht gekozen, want na drie kwartier klauteren over huizenhoge rotsen, kwamen we op een plek waar we niet verder konden. Onze klim-vaardigheden schoten te kort, ondanks een verwoede poging van Rob. We moesten dus terug naar af en waagden een tweede poging. Dit keer over een veel hoger gelegen geitenpad, zodat we de 'kiezels' konden ontwijken. Dit ging veel beter en na drie kwartier waren we nu een stuk verder en bij een watervalletje dat in de wat nattere tijd van het jaar heel mooi zal zijn. Nu viel het een beetje tegen en moest er veel fantasie aan te pas komen.

De terugweg ging nog sneller dan de heenweg en om 16:00 uur gingen we weer richting hotel. Nog één keer stoppen bij de bijenkorf tombes omdat het licht op dit uur van de dag veel mooier is en dan door naar het benzinestation. We zien van ver dat de tankauto nog staat aangesloten, maar de pompbediende schreeuwt lachend: "yes we have petrol, no problem". We gooien de tank vol en rijden met ontspannen billen de laatste 40 km naar het hotel. Bij het checkpoint mogen we dit keer zomaar doorrijden.

Na zo'n inspannende dag hadden we wel trek gekregen dus we gingen vrijwel gelijk door naar Bahla en gingen bij hetzelfde restaurant als gisteren zitten. We bestelden eerst 2 fresh banana juice en (zoals dat wel vaker gaat in Oman) even later kregen we twee roze-rode (?) bananen milkshakes met een groen bolletje ijs erop. Het is altijd weer even afwachten wat de smaak zal zijn, maar ondanks de kleur, was het dit keer toch echt bananen. We weten niet wat ze uithalen met die smaakstoffen, maar vreemd is het wel.
Het eten smaakt nog beter dan gisteren, maar dat is niet zo gek als je de lunch overslaat. Morgen staat Jabal Shams op het programma en dat is waarschijnlijk iets minder inspannend.

Zondag 21 november

Op de dag dat René maar liefst 45 jaar oud is geworden, gingen wij de hoogste bergtop van Oman bestijgen. Het klinkt als een enorme inspanning, maar in dit geval is het vooral een inspanning voor de auto (en chauffeur).
Omdat we daar niet de hele dag voor nodig zouden hebben, zijn we na het ontbijt even in Bahla op een terrasje gaan zitten. En passant nog even het dorp door geslenterd en tegen een uurtje of 10 zijn we dan op pad gegaan.

We gaan eerst via Al Hamra naar Al Misfat Al Abriyyinen, een schilderachtig bergdorp en wandelen daar door de nauwe steegjes en langs de terrassen waar de groente wordt verbouwd. Hier lijkt de tijd echt stil te hebben gestaan, maar wanneer een oude man in authentieke kledij ons een paar baisha (centen) probeert af te troggelen zijn we weer helemaal in de 21e eeuw.

Na dit bliksembezoek rijden we terug naar Al Hamra om daar te lunchen, maar voor de lunch wist Diana nog een leuk museumpje in Al Hamra. In dit museum, dat is gehuisvest in een oorspronkelijke lemen woning, wordt door een aantal vrouwen wat huishoudelijke taken uitgevoerd. Zo is er een vrouw het originele Omaanse brood aan het bakken. Dit zijn een soort flinterdunne pannenkoeken, maar smaken heerlijk. Ook is er een vrouw koffie aan het branden en een andere vrouw olie aan het persen. Het leukste was misschien nog wel dat wij ons in de authentiek kledij mochten hijsen voor een soort Volendam-moment. We hebben lang getwijfeld of we deze foto zouden plaatsen, maar omdat we ervan overtuigd zijn dat niemand hier om zal lachen, hebben we het maar gedaan.
Na dit gezamenlijk optreden voor de camera houden we het museum voor gezien en gaan op weg naar een coffeeshop voor onze lunch.

Na de lunch gaat het dan richting Jabal Shams ('Berg van de Zon'), met 3075m de hoogste berg van Oman. Met een half uur staan we aan de voet van het gebergte en dan begint het slingeren en klimmen weer. De wegen zijn steil en de bochten scherp, maar de weg omhoog is grotendeels verhard, alleen de laatste 10km zijn niet meer dan een stoffig zandweggetje. Drie kwartier hebben we nodig om boven te komen en als we onze auto naast de weg parkeren en naar de afgrond lopen zien we waar we dit voor gedaan hebben. We kijken in de spectaculaire, diepe Wadi Guhl; de steile bergflanken duiken zeker 1000m de diepte in. Niet voor niets noemt men dit de Grand Canyon van Arabië. We lopen wat heen en weer langs de rand van de afgrond en proberen dit natuurschoon vast te leggen met onze camera's, maar dat is bijna onmogelijk.
Tegen 15:30 uur beginnen we dan aan de afdaling. Weer steeds in de kleine versnelling om de remmen te sparen.
Als we om 16:30 uur Bahla weer inrijden stoppen we nog even bij de supermarkt om wat proviand in te slaan voor de rit van morgen, maar rijden dan snel door naar het hotel om even bij te komen van weer een enerverende dag in de westelijke Hajjar.

Maandag 22 november

Al voor 07:00 uur stonden we bij de ontbijtzaal, want vandaag hadden we een lange rit voor de boeg. Niet alleen een lange rit, maar vooral ook een lastige rit waarbij we het westelijke Hajjar gebergte doorkruisen over de bergweg via Hatt en Wadi Bani Awf, om weer aan de noordkant van Oman uit te komen.

Met een stevig ontbijt achter de kiezen rijden we stipt om 08:00 uur weg bij het hotel. We tanken nog even bij de Shell in Bahla en gaan dan echt op weg. Het eerste kwartier volgen we de zelfde weg als gisteren tot we bij het bord Balad Seet komen, want daar slaan we nu rechts af. Volgens het Off-Road Oman boek zijn er nu nog 12 km asfalt te gaan en is het daarna alleen nog maar stof happen.
Het boek is wat achterhaald, want na 20km rijden we nog steeds op asfalt en is er zelfs een prachtige parkeerplaats aangelegd vanwaar je uitkijkt over het landschap dat wij net doorkruist hebben. Het is hier nog maar 10 graden en we maken er een korte fotostop van.
We zeiden tegen elkaar dat het asfalt zo nog wel even door mag gaan, maar dat was Allah verzoeken, want nog geen 50 m verder houdt het asfalt abrupt op.
We zien de zandweg voor ons steil naar beneden gaan en we zetten ons schrap voor deze afdaling naar Hatt. De auto in de eerste versnelling en steeds maar bijremmen om de snelheid laag te houden. De weg zit vol grote keien dus we hobbelen er op los. Na een half uur dalen met het zweet op de rug en de billen bij elkaar vragen we ons af of we er goed aan gedaan hebben deze weg te nemen; hoe erg gaat het nog worden? De ervaring op het Salmah plateau knaagde nog steeds wat aan het vertrouwen. We besluiten om terug te gaan en te kijken hoe de auto zich omhoog gedraagt; het stuk wat we net hebben afgelegd was zeker zo steil als op het Salmah plateau, dus dat zou een goede test zijn. We komen ongeschonden terug op de uitzichtplek waar een Omaanse man staat te wachten op zijn lift. We besluiten hem te raadplegen. Hij spreekt bemoedigende woorden en vraagt of we een rijbewijs hebben (?). Met een 4wd moet het volgens hem kunnen, als je maar slowly, slowly doet. Er was maar één familielid van hem omgekomen op deze weg.......en als hij dan ook nog zegt dat z'n vrouw hier ook naar beneden rijdt weten wij genoeg. We keren de wagen om duiken het zandpad weer af.
Behoedzaam rijden we helling na helling, bocht na bocht. Dit is zeker de grootste 4wd uitdaging in deze vakantie. Als we na een hele lange afdaling eindelijk in Hatt aankomen begint de volgende fase. De weg wordt smaller en soms steken puntige rotsen hoog uit de zijwanden. Het is hier secuur manoeuvreren om de wagen heel te houden en gelijkertijd moeten venijnige klimmetjes worden gepareerd.

Na ruim 2 uur staan we dan eindelijk in een droge rivierbedding op een stukje vlakke ondergrond, klaar om aan de andere kant weer omhoog te gaan.
We pauzeren even en nemen wat te eten en te drinken, want daar komt het niet van tijdens zo'n beproeving.
Tien minuutjes later gaan we aan de andere kant van de rivierbedding weer omhoog. Het klimmen gaat aanmerkelijk gemakkelijker dan het dalen van net. We ontwijken nog wat tegenliggers op de smalle paden en gaan even kijkje nemen in de Snake Gorge en de Little Snake Gorge, twee smalle bergkloven met imposante hoge rotswanden.
Niet ver na de Little Snake Gorge rijden we dan weer op de rivierbodem van Wadi Bani Anf. Vanaf hier is afgelopen met klimmen en dalen en kunnen we nog meer van de omgeving genieten. De rotswanden langs deze wadi zijn honderden meters hoog en worden fraai verlicht door de zon.

Precies om 12:00 uur staan we dan weer op het asfalt en kunnen we dit hoofdstuk ook weer navertellen. We hebben 4 uur nodig gehad voor stuk van 70 km. De auto heeft een ware metamorfose doorgemaakt want hadden we gisteren nog een witte, nu hebben we een beige-bruine Prado.
Vlakbij is een tankstation met daarnaast een coffeeshop. Hier verwennen we eerst de inwendige mens voordat we koers zetten naar...............waarnaar eigenlijk: Nakhal, Barkha, Seeb of misschien toch Muscat? We zouden wel zien waar we een hotel vinden.

Eerst komen we bij Nakhal, dat vooral bekend is om z'n enorme fort. Het fort is fantastisch gelegen tegen de hoge bergen van het Hajjar gebergte, maar omdat je in het fort niet kan overnachten en er verder geen hotel te zien was viel die optie af. We rijden verder en als we de bergen achter ons hebben gelaten en weer aan de kust beland zijn, proberen we het in Barkha. We weten dat er twee resorts zijn, maar die zijn veeeeeeeer boven budget. Bij de benzinepomp worden we naar het Orient Hotel gestuurd, maar als Diana daar een kamer heeft bekeken weet ze niet hoe snel ze weer in de auto moet klimmen: wat VIES! Dan maar door naar Seeb, de plaats waar ook de internationale luchthaven van Oman is gelegen. We rijden naar de corniche en vragen daar de weg, dat doen we vervolgens nog eens, en nog eens, en nog eens en.................. je voelt al aan dat dit 'm ook niet gaat worden. Dan maar gelijk door naar 'good old' Muscat. We hebben voor morgen al een hotel geboekt en gaan maar even kijken of dat hotel ook vanavond nog een kamer vrij heeft. Ook in Muscat is dat makkelijker gezegd dan gedaan, want dan moet je wel eerst het hotel vinden. Uiteindelijk krijgen we een escorte van een taxichauffeur die ons netjes bij het hotel aflevert. Gelukkig heeft het Mutrah hotel voor vanavond nog een kamer vrij dus wij parkeren de auto bij het hotel en bellen Hilde dat ze de auto morgen bij het hotel op kunnen halen. Dat was het hoofdstuk auto!

Als we 's-avonds weer door Mutrah lopen merken we hoe anders het hier is dan in de kleinere plaatsen. Je merkt aan alles dat hier veel toeristen komen. Op de souq spreekt elke verkoper je aan: "sir you want kasjmier, madame you want silver, you want frankincense" Niet opdringerig, maar toch. We zien aan de corniche dat ze met de feestdagen wel uitgepakt hebben. Alles is versierd met feestverlichting; de corniche lijkt wel een grote kermis.
Als we na het eten teruglopen naar het hotel bedenken we dat het hoofdstuk auto toch niet helemaal is afgesloten; we nog moeten aftanken.
Na dit laatste bezoek aan de Shell, zetten we de auto op de parkeerplaats bij het hotel, klaar om opgehaald te worden.

Voor de statistieken nog de volgende cijfers.
Aantal dagen auto: 14
Afgelegde afstand: 2800 km
Aantal liters benzine: 380 liter
Kosten benzine: 45 Rial
Verbruik: 1 op 7,4

Dinsdag 23 november

Vanochtend zou er om 09:00 uur iemand komen van het autoverhuurbedrijf om de Prado op te halen. De beste man was er al 08:45 uur en we liepen gelijk naar de auto om te controleren of de auto nog schadevrij was. De man leek wat beteuterd te kijken toen hij zag hoe smerig de auto was. Wij waren de eerste huurders vertelde hij ons; de auto was vrijwel nieuw. We betaalden de autohuur en vanaf nu waren we weer aangewezen op de benenwagen.

We besloten maar gelijk naar Mutrah te lopen en een lekker bakkie cappuccino te drinken in het Khargeen cafe, bij het museum.
Daarna lopen we langs de vismarkt, de groentemarkt, over de corniche en door de souq en voelen ons al weer helemaal thuis in Mutrah. Ondanks dat je hier veel meer toerisme 'ervaart' zijn de Omani zich niet gaan aanpassen, althans niet qua kleding. Vrijwel alle Omani lopen nog in authentieke kledij.
We gaan naar ons stamcafé aan de corniche en bestellen een jus. De eigenaar herkent ons na twee weken nog. Het valt ons opeens op dat het af en toe bewolkt is; best gek, dat hebben we hier nog niet eerder meegemaakt.
Na de verfrissing lopen we naar een internetcafé om de mail te checken (in ons hotel hebben ze problemen met de Wifi) en dan kopen we in de souq een kumma voor in onze souvenirkast. Ook wel eens lekker zo'n dagje aanrommelen.

Als we in de namiddag de souq weer eens inlopen gaat Diana in een zilvershop toch voor de bijl. Ze ziet er een mooie grote ring en na een partijtje stevig afdingen zit ze er aan vast. Moest er natuurlijk een keer van komen met zoveel blingetjes.
Als we voor het eten nog even naar de haven staan zien we de ferry, waar we morgen mee naar Khasab gaan, al liggen. We zijn benieuwd hoe het is om met 85 km/u over het water te razen.
Als we aan ons tafeltje zitten om een lekker maaltje te bestellen roept de imam op tot het gebed. Hij heeft er duidelijk zin in, want de luidspreker lijkt harder te staan dan anders en de oproep heeft wel iets weg van een rap-nummer.

Woensdag 24 november

Vanmiddag maken we de oversteek naar Khasab. We moeten om 13:00 uur bij het kantoor van NFC zijn, dus we hebben in de ochtend nog even tijd om een laatste rondje door Mutrah te maken.
Als we aan de corniche komen zien we dat er overal politie staat en dat de parkeerplekken, die normaal gesproken vol staan met auto's, bijna allemaal leeg zijn. Geen idee wat er staat te gebeuren, maar de straat moet even 'schoongeveegd' worden.
We gaan nog een laatste keer naar het Kargeen café voor een lekker bakkie en daarna nog wat drinken verderop aan de corniche. Rond het middaguur nemen we een broodje bij de coffeeshop waar we ruim twee weken geleden ook onze eerste broodjes hebben gegeten. Bij deze coffeeshop raken we aan de praat met een Omaanse gids die ons vertelt dat morgen Queen Elisabeth op visite komt bij de Sultan en dat daarvoor nu alle auto's van straat moeten. Hoogstwaarschijnlijk verblijft ze op de 9e verdieping van het El Bustan hotel. Deze verdieping van dit zeer luxe hotel waar wij twee weken geleden een glaasje cola hebben gedronken, is speciaal bedoeld voor koninklijk bezoek.

Nadat we nog wat vriendelijkheden hebben uitgewisseld met de gids, gaan we terug naar het hotel om uit te checken.
Tegen enen staan we met onze tassen op de stoep voor het hotel en houden een taxi aan die ons naar het kantoor van NFC moet brengen. De taxi stopt, maar er zitten al twee passagiers in. Dat doet er blijkbaar niet toe; er kunnen nog makkelijk twee passagiers en wat tassen bij. Beetje inschikken en we rijden. Het is gelukkig niet ver.
De taxichauffeur zet eerst de twee andere passagiers af en daarna levert hij ons af bij het kantoor van NFC.
We zijn niet de eersten, maar echt druk is het ook nog niet. We krijgen onze instapkaarten en gaan in de wachtruimte zitten. Daar draaien ze een komische Bollywood film, dus dan is het tijd om eens wat muziek van Rammstein op de oren te zetten.
Om 14:00 uur worden we verzocht om mee te gaan naar de achterkant van het gebouwtje te gaan want daar staat een busje te wachten om ons naar de haven te brengen.
Bij de toegang tot de haven moeten we de paspoorten laten zien, en even later komen we bij de onze catamaran, de Hormuz. We gaan aan boord van deze 65m lange boot en zoeken een hoekje uit met 4 stoelen en een tafeltje. Hier moeten we de overtocht wel kunnen doorkomen.
Precies om 15:00 uur draait de boot van de kade af; de overtocht is begonnen.
Als snel komt de Hormuz op stoom en het voelt net alsof je in de sneltrein zit, maar nu 'vliegen' we over het water. Net als in een vliegtuig geven stewards een veiligheidsintructie en even later heet de kapitein ons van harte welkom en vertelt dat we met een snelheid van 95 km/u naar Khasab varen, verwachte aankomsttijd is 19:40 uur.
Na een half uurtje komt de steward langs met een karretje met dranken en maaltijden; het lijkt een vliegreis, maar vooral de ruimte om te zitten is veel comfortabeler.
Op de grote tv's in de zitruimten worden speelfilms vertoond en met enige regelmaat komt een steward vragen of je wat drinken wilt. De service aan boord is oké.
Wanneer de zon is ondergegaan en we niet meer kunnen zien dat we op zee zitten, is het net of we in een vliegtuig zitten, met af en toe wat lichte turbulentie.
Onderweg zien we de lichten van enkele andere schepen die voorbij varen, maar voor de rest is het vooral zwart buiten.
Om 19:30 uur mindert de Hormuz vaart omdat we de haven van Khasab binnenvaren en even later liggen we weer aan de kade.
Met een bus worden we naar de 100 meter (!) verderop gelegen aankomsthal gebracht, waar de bagage op een mini-bagageband het gebouw binnen komt.
Helaas is ons vervoer van het Khasab hotel er nog niet, maar een man die een groep moet afzetten bij een ander hotel wil ons ook wel even droppen. We maken gebruik van zijn aanbod en 10 minuten later staan we bij het hotel. We checken in en eten nog iets voordat we onze kamer opzoeken.

Donderdag 25 november

We zijn vandaag dus in Khasab. Deze stad ligt op het schiereiland Musandam dat door het emiraat Fujairah wordt gescheiden van de rest van Oman. Musandam wordt wel het Noorwegen van Arabië genoemd, vanwege z'n prachtige khors (fjorden) langs de grillige kust.
We wilden vandaag als eerste naar de haven van Khasab omdat het daar druk zou moeten zijn met Iraniërs die de Straat van Hormuz oversteken in speedbootjes om schapen en geiten te verkopen en met allerlei andere goederen weer terug keren naar Iran.
De kortste afstand van Khasab naar Iran (Bander-e-Abas) is slechts 45 km, maar deze 'smokkelaars' nemen een iets langere route en hebben zo'n 2 uur voor de oversteek nodig.
Het was even de vraag of we het haventerrein op zouden komen, omdat dit hele gebied is afgezet en je langs een bewaker het terrein opmoet, maar door het betere slijm-werk van Diana mochten we een even kijkje gaan nemen.
Het verhandelen van de geiten en schapen gebeurt meestal al voor zessen in de ochtend, dus dat hebben wij gemist, maar het laden van de luxe artikelen die worden meegenomen naar Iran is in volle gang. Pick-up's worden in de oude souq vol geladen met goederen en deze auto's, die vaak zo volgeladen zijn dat de achterwielen in de wielkasten schuren, rijden naar de haven om daar de goederen over te laden op de speedboten. Het is een enorme drukte; de ene pick-up na de andere komt veel te vol beladen het haventerrein oprijden en de Iraniërs doen hun uiterste beste om zoveel mogelijk goederen in hun speedboot te stampen. Na een tijdje dit schouwspel te hebben gevolgd, besluiten we weer richting de souq te lopen. Enkele minuten nadat wij het haventerrein hebben verlaten gaat er een boot in vlammen op en dikke zwarte wolken hangen boven de haven, maar wij ontkennen elke betrokkenheid.

Als we teruglopen naar de souq merken we dat het koude seizoen ook hier nog niet is ingetreden en we lopen van coffeeshop naar coffeeshop om voldoende koeling te krijgen. Als we na zo'n pitstop iemand van Musandam Sea Adventure Tourism aanspreken, besluiten we maar gelijk een tocht met een dhow langs de khors vast te leggen voor a.s. dinsdag; dat moet je toch gedaan hebben als hier bent.
We lunchen nog even in de nieuwe souq, maar gaan dan terug naar het hotel voor wat verkoeling. Hier verrichten we wat administratieve taken: we maken een back-up van de foto's, checken de mail en kijken gelijk even of de Belastingdienst de rest van onze vakantie heeft betaald. Gelukkig is dat het geval dus we gaan met een gerust hart aan het zwembad zitten; we durven zelfs onze tenen in het water te dopen, hoewel dit dan wel weer tot wat hartritmestoornis leidt.

We verblijven de rest van de hete uren aan het zwembad en als tegen 17:00 uur de temperatuur weer wat dragelijker wordt, gaan we weer terug naar de nieuwe souq om een geschikt restaurant uit te zoeken. Geschikt betekent dan dat er veel aanloop moet zijn en een goede plek om aapjes te gluren.
Hét restaurant van de stad hangt net een 20-tal kippetjes aan het spit. Op onze vraag hoe lang deze beestjes daar moeten hangen voordat ze op ons bord mogen liggen, verteld de ober dat het zo'n anderhalf uur duurt voordat ze gaar zijn. We beloven hem straks terug te komen en gaan nog even naar de moskee om wat sfeervolle 'photos by night' te maken.
Terug bij het restaurant laten we ons de malse kip goed smaken en met ronde buikjes (waren die ook al zo rond voor de vakantie?) lopen we terug naar het hotel.